Zwijgen is zilver, spreken is goud



Dovnload 382.59 Kb.
Datum11.06.2018
Grootte382.59 Kb.

Zwijgen is zilver,

spreken is goud.



Visie Caroline Walenkamp

School voor Journalistiek, Utrecht

Caroline.walenkamp@student.hu.nl

1564239

Inhoudsopgave


Inhoudsopgave 2

1. Inleiding 3

2. Operationalisering 5

3. Voorargumenten - Waarom moeten journalisten wél schrijven over zelfmoord? 6

3.1 Het heeft een preventieve werking 6

3.2 Het maakt belangrijke maatschappelijke onderwerpen bespreekbaar 6

3.3 Nieuws is nieuws 8

3.4 Tijden veranderen door sociale media 9

4. Tegenargumenten - Waarom moeten journalisten níet schrijven over zelfmoord? 10

4.1 Er is een kans op kopieergedrag 10

4.1.1 Weerlegging 10

4.2 Nabestaanden hebben recht op privacy 11

4.2.1 Weerlegging 12

6.1 Mondelinge bronnen 15

6.2 Kranten- en tijdschriftartikelen 15

6.3 (Digitale) documenten en boeken 16

6.4 Webpagina's 16

6.5 Beeld en geluid 17





1. Inleiding


In november 2012 hoorde ik dat een oud-klasgenoot van mij zelfmoord had gepleegd. Het was een populaire jongen van nog maar 27 jaar, hij was cum laude afgestudeerd voor zijn studie Psychologie en had veel vrienden. Omdat ik wilde weten waarom hij niet meer wilde leven, doorzocht ik de database van het Leidsch Dagblad, de krant van zijn woonplaats. Wat ik van tevoren al dacht, bleek inderdaad het geval: met geen woord werd er gesproken over zijn dood. Kranten schrijven nu eenmaal niet over zelfmoord, leerde ik tijdens mijn stage bij dezelfde regionale krant. Op zijn begrafenis hoorde ik uiteindelijk dat hij drie maanden eerder depressief was geworden.

In dezelfde week in november pleegde ook de twintigjarige Tim Ribberink uit het Twentse Tilligte zelfmoord. De student Geschiedenis liet voor zijn ouders een afscheidsbrief achter met daarin de woorden: 'Ik ben mijn hele leven bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten. Jullie zijn fantastisch. Ik hoop dat jullie niet boos zijn.' 1 In eerste instantie schreven noch de Twentse kranten noch de landelijke dagbladen over zijn dood. Ook hier gold de ongeschreven regel dat er niet over zelfmoord wordt geschreven. Pas toen Tims ouders ervoor kozen zijn afscheidswoorden te publiceren in zijn rouwadvertentie en juist vroegen om aandacht voor hun zoon, verschenen de artikelen.

De twee zelfmoorden zetten mij aan het denken. Volgens de World Health Organisation (WHO) plegen jaarlijks één miljoen mensen op de wereld zelfmoord, wat erop neerkomt dat er elke veertig seconden iemand sterft door zelfdoding. 2 In Nederland lag dit getal in 2009 volgens Radio Nederland Wereldomroep op 1500 personen. 3 Het aantal zelfmoorden ligt hiermee bijna twee keer zo hoog als het aantal verkeersslachtoffers. 400.000 mensen dénken daarnaast aan zelfmoord, dat zijn meer mensen dan er in Utrecht wonen. 4 Iedereen kent dan ook wel iemand in zijn of haar omgeving die ermee te maken heeft (gehad). Toch ligt er onder journalisten een taboe op het schrijven over zelfmoord en besteden kranten er liever geen aandacht aan. De belangrijkste reden hiervoor is dat schrijven over zelfmoord anderen zou uitlokken zich van het leven te beroven. Maar is het niet de taak van journalisten om maatschappelijke thema's aan de orde te stellen?

Televisieprogramma's lijken er minder moeite mee te hebben om erover te praten. Zo hield BNN in oktober 2009 een thema-avond over zelfmoord en vertelde Victor Staudt in september 2012 bij De Wereld Draait Door over zijn mislukte zelfmoordpoging. Ook op internet barst het van de informatie. Over zelfmoord in het algemeen, maar dankzij Twitter en Facebook tegenwoordig ook over de slachtoffers. Hoewel dat af en toe (te) ver gaat, ben ik wel van mening dat zelfmoorden en de oorzaken en gevolgen ervan belangrijke maatschappelijke thema's zijn en dat kranten die niet moeten vermijden. Het taboe rondom zelfmoord moet doorbroken worden. Mijn stelling is dan ook:


Dagbladjournalisten moeten het onderwerp 'zelfmoord' niet onder het vloerkleed schuiven, maar juist proberen maatschappelijke discussies te stimuleren over (de oorzaken van) zelfmoord.

2. Operationalisering


De stelling die ik in deze visie verdedig is dat dagbladjournalisten het onderwerp 'zelfmoord' niet onder het vloerkleed moeten schuiven. De World Health Organisation omschrijft zelfmoord als 'een handeling met dodelijke afloop, door de overledene geïnitieerd, in de verwachting van een dodelijke of potentieel dodelijke afloop, met de bedoeling gewenste veranderingen aan te brengen'. De Dikke van Dale beschrijft het iets bondiger: 'Welbewust een einde maken aan het eigen leven.' 5

In mijn stelling heb ik het over de oorzaken van zelfmoord. De voornaamste reden dat mensen zelfmoord plegen, is dat zij depressief zijn en tot de conclusie komen dat het voor henzelf en voor de omgeving beter is wanneer ze ophouden te bestaan. Ook psychoses en hulpkreten zijn veelvoorkomende redenen. 6 Ik richt mij alleen op zelfmoorden. Familiedrama's waarbij meerdere personen omkomen, vind ik een andere categorie en laat ik dan ook buiten beschouwing.

Met dagbladjournalisten doel ik op redacteuren van alle Nederlandse dagbladen, dus zowel landelijk als regionaal. De aanbevelingen die ik doe, zijn van belang voor dagbladjournalisten maar ook voor de dagbladabonnees in Nederland. Zij lezen ten slotte wat de journalisten schrijven. Volgens het CBS had in 2008 vijftig procent van de Nederlandse huishoudens een abonnement op een krant. 7 In 2011 lazen dagelijks negen miljoen Nederlanders van 13 jaar en ouder één of meer papieren kranten. Onder 55-plussers is het bereik het grootst: 79 procent. 8
Ik heb een poging gedaan een beeld te schetsen van de huidige berichtgeving in kranten, door in diverse databases de woorden zelfmoord, suïcide, zelfdoding en van het leven beroofd in te tikken. Het blijkt echter moeilijker dan gedacht om te onderzoeken hoe vaak kranten over dit thema schrijven. Databases publiceren artikelen dubbel, of geven sommige artikelen juist niet weer. Zo schreef NRC Handelsblad volgens Lexis Nexis van december 2010 tot december 2012 zes keer over zelfmoord (daarbij heb ik recensies van boeken en films over zelfmoord niet meegerekend), maar laat de database de berichten over de zelfmoord van Tim Ribberink niet zien, terwijl er wel over geschreven is. Mijn aanname dat er een taboe ligt op het schrijven over zelfmoord is dan ook vooral gebaseerd op mijn eigen indruk als krantenlezer, mijn ervaringen tijdens mijn stage bij het Leidsch Dagblad en de gesprekken die ik met diverse (kranten- en televisie)redacteuren heb gevoerd.

Als eerste beargumenteer ik in mijn visie waarom kranten wél over zelfmoord moeten schrijven. Vervolgens geef ik argumenten waarom ze er níet over moeten berichten. Aan de hand daarvan volgen mijn conclusie en aanbevelingen.


3. Voorargumenten - Waarom moeten journalisten wél schrijven over zelfmoord?



3.1 Het heeft een preventieve werking

In november 2009 organiseerde de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) een mediadebat over berichtgeving over zelfmoord in de media. In een terugblik daarop vertelt Marleen Barth, voorzitter van GGZ Nederland, dat ze het goed vindt dat de media aandacht besteden aan suïcide, mits dit op een zorgvuldige manier gebeurt. Barth: 'Dat betekent geen details én met een verwijzing naar laagdrempelige hulp. Dan kan media-aandacht voor suïcide zelfs preventief werken.' 9

Schrijven over zelfmoord kan een preventieve werking hebben, dat is ook de mening van Stichting 113Online. 113Online is een zorgaanbieder op het gebied van zelfmoordpreventie, en verleent zowel online als telefonisch hulp aan personen met suïcidale gedachten. De stichting werd gelanceerd op 7 oktober 2009, toen BNN een thema-avond uitzond rondom dit onderwerp. Psychiater Jan Mokkenstorm is initiatiefnemer van de website en vertelt in het programma: 'Er ligt een taboe op zelfmoord omdat de dood eng is. En de gedachte dat je er zelf een einde aan kunt maken, is nog enger. Bovendien zijn we allemaal bang dat, als er iets gebeurt, we het hadden kunnen voorkomen. Mensen zijn vaak angstig dat ze iets in gang zetten wanneer ze erover praten. Onze stichting wil het juist bespreekbaar maken. Praten erover helpt, desnoods anoniem.'

Anouk Romers is webbeheerder van Stichting 113Online en ziet precies hoeveel mensen de website bezoeken. Zij signaleert een duidelijke link tussen berichtgeving over zelfmoord in de media en het aantal bezoeken aan 113Online.nl. 'Wanneer er in de media over zelfmoord of onze stichting wordt gesproken, volgt er een hoos aan bezoekers en hulpvragen. Op een gemiddelde dag hebben we zo'n 350 unieke bezoekers. Op de dagen nadat Antonie Kamerling zelfmoord pleegde (6 oktober 2010, red.) waren dat er 4.000. En op de avond dat we onze website lanceerden, tijdens het BNN-programma over zelfmoord, zelfs 6.000.' De cijfers geven dus aan dat verwijzing naar hulp mensen kan aanzetten erover te praten. En zoals Mokkenstorm zegt: dat helpt.


3.2 Het maakt belangrijke maatschappelijke onderwerpen bespreekbaar

Tim Ribberink pleegde zelfmoord omdat hij werd gepest, een veelvoorkomende reden om uit het leven te stappen. Ook depressiviteit is een belangrijke reden om niet meer te willen leven. In 2010 leden ongeveer 800.000 mensen in Nederland aan een depressie. Dat is ongeveer het inwonersaantal van de stad Amsterdam. Maar liefst een miljoen mensen slikten dat jaar antidepressiva. Depressiviteit dreigt hiermee volksziekte nummer één te worden. 10, 11

Ik vind het de verantwoordelijkheid van journalisten om dit soort issues onder de publieke aandacht te brengen en uit de taboesfeer te halen. Want zoals ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten schrijft op haar website: 'Een betrouwbare en pluriforme journalistiek is van het grootste belang voor

de democratische samenleving, die niet goed kan functioneren zonder geïnformeerde burgers en een vrije uitwisseling van ideeën.' 12 Burgers zijn in mijn optiek pas goed op de hoogte van het wel en wee in onze samenleving wanneer belangrijke maatschappelijke thema's als depressiviteit en pesten worden besproken in plaats van genegeerd.

Televisie laat zien dat dit ook kán. Al in 1997 schrijft mediahistoricus en journalist Huub Wijfjes in vakblad De Journalist (nu Villamedia): 'Oud-IKON-directeur Wim Koole heeft als een van de weinigen in Nederland diepgaande studies gedaan naar effecten van specifieke media-inhoud in specifieke situaties. Zijn conclusie was dat van televisie een troostende werking uit kan gaan op mensen die met kwellende problemen zitten. Dat televisie problemen bespreekbaar kan maken waar dat privé niet meer mogelijk is en waar hulpverlening om wat voor reden dan ook onbereikbaar is.' 13, 14

Dezelfde filosofie heerst bij De Wereld Draait Door. In september 2012 vertelde Victor Staudt (bij wie inmiddels borderline is vastgesteld) in het populaire tv-programma over zijn mislukte zelfmoordpoging. Pauline Dekhuijzen is redacteur van De Wereld Draait Door en droeg de gast aan bij haar eindredacteuren. 'Staudt schreef een boek over zijn zelfmoordpoging, en zijn uitgeverij kwam bij ons met de vraag om het te behandelen in de uitzending. Ik vond het een interessant onderwerp en wilde er graag aandacht aan besteden. Naast dat het een boeiend onderwerp is, is het ook een positief verhaal. Hij heeft het overleefd en wilde laten zien hoe blij hij daar achteraf mee is. In die zin waren we niet bang dat mensen er aanstoot aan zouden nemen. De meeste reacties waren ook niet negatief, veel mensen vonden het juist knap dat hij erover durfde te vertellen.'

Volgens Hans Laroes, voormalig journalist bij het Utrechts Nieuwsblad en oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal, kan er op televisie over zelfmoord worden gesproken vanwege de hoeveelheid praatprogramma's. 'Er is altijd wel een tv-programma waarin het onderwerp zelfmoord past.' 'Daarnaast kan het onderwerp op televisie in een brede context geplaatst worden', meent Frank Beijen, journalist bij het Leidsch Dagblad. Zo is er ruimte om cijfers toe te lichten en te verwijzen naar (online) hulp. Als televisie dat kan, dan kunnen kranten dat toch ook? Door een geschikte invalshoek te kiezen en de ruimte te nemen om de juiste informatie te geven, kunnen moeilijke onderwerpen als zelfmoord, pesten en depressiviteit onder de aandacht gebracht worden.

3.3 Nieuws is nieuws

Een bekend motto in de journalistiek is 'publish and be damned'. Een zin die Hans Nijenhuis, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, geregeld gebruikt. Zo zegt hij in een artikel in de Nieuwe Reporter over zelfmoord in de media: 'Onze hoofdtaak is informeren en onthullen, en daarna is het publish and be damned' 15 en in reactie op het omstreden artikel over de gezondheidstoestand van prins Friso: 'Ik haal graag het motto van The New York Times aan: publish and be damned.' 16


NRC-ombudsman Sjoerd de Jong heeft het stijlboek van NRC opgesteld en vertelt: 'Nieuws is nieuws en journalisten zijn er om het op te schrijven, dat is een waarheid als een koe.' Toch denkt De Jong er iets genuanceerder over dan zijn collega Nijenhuis: 'Maar dan begint het natuurlijk pas. Want hoe schrijf je het op, hoe presenteer je het? De dood van Antonie Kamerling stond groot op onze voorpagina. Lezers waren daar boos over. Want wat was het belang van Kamerling dat rechtvaardigt dat de krant dat zo groot bracht? Naar aanleiding van die ophef is ons stijlboek aangepast. We melden het nog steeds wanneer een (bekend) persoon zelfmoord heeft gepleegd, maar veel discreter. Over Tim Ribberink schreven we pas toen we precies hadden uitgezocht wat er was gebeurd. Daarnaast was het stuk vrij zakelijk en stond het binnen in de krant, niet op de voorpagina.'
Ook ik ben van mening dat het artikel over Kamerling te ver ging, maar dat journalisten er wel zijn om lezers van informatie te voorzien. 'Van het verzwijgen van de waarheid is nog nooit iemand beter geworden', zoals Huub Wijfjes zegt. Als mensen een helikopter in de lucht zien of de treinen hebben vertraging, dan wil men weten wat er aan de hand is. Melding maken van zelfmoord betekent niet automatisch dat kranten uit zijn op sensatie. Er zijn goede richtlijnen waar kranten zich aan houden, zeker als je het vergelijkt met het buitenland. Zo pleegden in 2007 zeventien mensen in het Engelse Bridgend zelfmoord en doken in de Engelse tabloids foto's en schreeuwende koppen op over een zelfmoordhausse. 17 Nederlandse kranten houden zich over het algemeen aan de (ongeschreven) regels: ze zijn terughoudend en vertellen niks over de methode. 18

3.4 Tijden veranderen door sociale media


De komst van internet en sociale media heeft de journalistiek veranderd, daar zal iedere journalist het mee eens zijn. Het heeft ook gevolgen voor berichtgeving over zelfmoord. 'Afspraken zoals het niet schrijven over zelfmoord stammen uit de tijd dat de (traditionele) media nog het monopolie op de berichtgeving hadden', aldus Gert van Wijland, journalist en expert op het gebied van sociale media en rampenverslaggeving. 'Het is niet meer relevant om zelfmoord omfloerst te omschrijven: iedereen die erover wil lezen, kan in no time op internet alle details vinden.' Ook Frank Beijen merkt een verandering. 'Ons beleid zal waarschijnlijk opschuiven. We zullen er in de toekomst vaker over schrijven. Sociale media zorgen ervoor dat je er bijna niet aan ontkomt om erover te berichten.'

Ook ikzelf merk als krantenlezer en gebruiker van sociale media dat informatie achterhouden niet meer van deze tijd is. Kranten moeten met hun tijd meegaan en niet proberen informatie tegen te houden. Dat betekent overigens niet dat er minder voorzichtig gedaan moet worden, meent ook Van Wijland: 'Journalisten moeten een zelfmoord niet opeens heel gedetailleerd brengen. Maar internet heeft wel tot gevolg dat de effectiviteit van verzwijgen niet hoog meer is.' Ook volgens Hans Laroes blijft het belangrijk dat journalisten hun eigen afwegingen maken. 'Op Twitter kan iemands naam verschijnen, maar als jij goede redenen hebt om iemands privacy te beschermen, moet je dat doen. Ook moeten we oppassen dat de kleine feitjes, die kranten nu nog niet noemen, niet naar binnensluipen omdat iedereen eraan gewend is geraakt.'


4. Tegenargumenten - Waarom moeten journalisten níet schrijven over zelfmoord?



4.1 Er is een kans op kopieergedrag

De voornaamste reden dat veel journalisten niet over zelfmoord schrijven, is dat ze bang zijn voor kopieergedrag, ook wel het copycat-gedrag of het Werther-effect genoemd. De laatste term is afgeleid van hoofdpersoon Werther die in het boek Die Leiden des jungen Werthers van wetenschapper en schrijver Johann von Goethe zelfmoord pleegt. Het boek bracht een golf van zelfmoorden teweeg omdat gedetailleerd omschreven wordt hoe hij een eind maakt aan zijn leven. 19

Hans Laroes herkent de angst die onder journalisten leeft: 'Als journalist heb je een bepaalde verantwoordelijkheid voor de effecten van je berichtgeving. Ik zou het rampzalig vinden als er een relatie is tussen mijn stuk en een suïcidale poging van iemand.' Ook Frank Beijen van het Leidsch Dagblad werkt met de aanname dat er een relatie is tussen berichtgeving over zelfmoord en het aantal zelfmoorden dat vlak daarna plaatsvindt. 'Ik schrijf bij voorkeur niet over zelfmoorden, tenzij het onvermijdelijk wordt, bijvoorbeeld omdat veel mensen het hebben gezien. Dan wordt het zelfs een beetje potsierlijk om er niet over te schrijven. De reden dat ik er liever niet over schrijf, is inderdaad dat er een kans is op copycat-gedrag.'

Derk de Beurs is klinisch psycholoog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij maakt onder andere programma's die psychologen trainen om te gaan met de vele richtlijnen die vertellen hoe suïcidale patiënten behandeld moeten worden. De Beurs is door zijn werk bekend met het Werther-effect: 'Onderzoek hiernaar is lastig. Maar naar mijn idee neemt het risico op kopieergedrag zeker toe wanneer beschreven wordt hoe iemand zelfmoord heeft gepleegd. Kranten moeten daarom terughoudend zijn met het geven van details. Romantiseer het niet en vertel niet te veel over de achtergrond of methode. Anders kan er een soort kettingreactie ontstaan.'


4.1.1 Weerlegging

Het uitgangspunt van veel journalisten is dat media een besmettingseffect kunnen veroorzaken wanneer ze schrijven over zelfmoord. Niet iedereen is het eens met die aanname. Huub Wijfjes schrijft in zijn eerdergenoemde artikel in De Journalist: 'Uitvoerig onderzoek van een groep Nederlandse sociologen, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Psychologie, toonde aan dat op dertig jaar voorpagina's van de Telegraaf, de Volkskrant en het Algemeen Dagblad (1955-1984) 535 berichten over zelfmoord waren gepubliceerd. De analyse van die berichten en officiële zelfmoordstatistieken kon echter op geen enkele manier een verband aantonen tussen een stijging van zelfmoorden en berichtgeving. Ook niet als je zoekt naar relaties met alleen sensationele berichten, dat wil zeggen lange berichten met een kop die naar zelfmoord verwijst en met illustraties.' 20

Recenter schrijft ook mediasocioloog Peter Vasterman op zijn blog dat er kanttekeningen zijn te plaatsen bij het copycat-effect. Zijn blog was een reactie op gebeurtenissen in West-Friesland. Het gebied was in 2009 geregeld in het nieuws doordat meerdere jonge jongens er zelfmoord pleegde. De media kregen de schuld van het hoge aantal zelfmoorden: het Noordhollands Dagblad zou het nieuws te sensationeel gebracht hebben, net als Hart van Nederland. 'De hijgerige media zoeken een sensationeel kijkcijferkanon in komkommertijd. Een jongen pleegt zelfmoord en ze duiken er bovenop', aldus GGZ-medewerker Niek Kuijper. 21

Volgens Vasterman is het maar zeer de vraag of de media een rol spelen in het kopieergedrag. Hij schrijft op zijn blog dat vooral de sociale omgeving van invloed is: 'Als een jongere zelfmoord pleegt, verhoogt dat het risico op zelfdoding in zijn of haar sociale omgeving. Er wordt over gepraat en op een of andere manier voelen jongeren met problemen zich aangesproken door deze 'oplossing'. Daar spelen de media geen rol in, maar wel persoonlijke communicatie. Als we er rekening mee houden dat veel jongeren op internet actief zijn, dan is het niet ondenkbaar dat jongeren zich eerder laten inspireren door wat hun sociale omgeving op internet erover zegt dan door wat de media melden. Het is overigens de vraag of de risicogroep überhaupt kennis neemt van de mediaberichten in de regionale krant of Hart van Nederland, toch een belangrijke voorwaarde voor beïnvloeding.' 22


4.2 Nabestaanden hebben recht op privacy

Zoals eerder gezegd pleegde acteur en zanger Antonie Kamerling op 6 oktober 2010 zelfmoord. Zowel kranten als tv-programma's stonden stil bij zijn dood. Het Jeugdjournaal vertoonde beelden van Kamerling en draaide zijn muziek, en tussendoor werd verteld dat hij zelfmoord had gepleegd omdat hij depressief was. RTL Boulevard besteedde zelfs een volledige uitzending aan zijn dood. Hierin vertelde Kamerlings zwager en tevens RTL Boulevard-presentator Albert Verlinde over Kamerlings carrière, zijn vrouw Isa Hoes en de reacties op zijn dood. De methode werd in alle gevallen achterwege gelaten. 23

Opvallend is dat Verlinde in de uitzending de NRC tevoorschijn haalt en met een glimlach naar de voorpagina kijkt, waarop een grote foto van Kamerling staat. Hij zegt dat zijn zwager trots zou zijn geweest op de aandacht. NRC-lezers vonden de foto juist aanstootgevend. Naar aanleiding van de ophef die ontstond schreef Sjoerd de Jong een lang artikel op de ombudspagina van de NRC met als kop De krant heeft de plank misgeslagen bij Antonie Kamerling. Hij schrijft: 'Het gaat hier om een geval van zelfmoord, een bij uitstek particuliere - en voor nabestaanden en buitenstaanders verpletterend raadselachtige - daad. Moet een krant daar niet prudent mee omgaan? Deze zelfmoord werd juist 'levensgroot' gebracht, aldus een lezer en het woord stond ook nog eens in 'chocoladeletters' in de kop. De bijgaande foto, een close up van Kamerlings gezicht, was bovendien zo intens, dat de suggestie van effectbejag nog eens werd versterkt.' 24

Voor kranten is het uiteraard lastig om bewegende beelden te tonen, en dus grijpen ze snel naar foto's. Het is echter moeilijk de foto gelijk in de juiste context te plaatsen. Mensen pakken de krant uit de bus en zien onmiddellijk de levensgrote foto van Kamerling op de voorpagina. In tv-programma's is er ruimte om de beelden in te leiden, maar de ogen van de lezers gaan als eerste naar de foto naast een artikel. Ook voor de slachtoffers is dit moeilijk. Nabestaanden van een persoon die zichzelf van het leven heeft beroofd, hebben het logischerwijs zwaar na de dood van hun vriend of familielid. Ze blijven achter met vragen, voelen zich soms schuldig en zitten niet te wachten op media-aandacht. Ze willen niet geconfronteerd worden met een levensgrote foto van hun familielid op de voorpagina van de krant. Journalisten moeten dat respecteren en, zoals De Jong al zegt, er voorzichtig mee omgaan.


4.2.1 Weerlegging

Het mag duidelijk zijn dat journalisten rekening moeten houden met de privacy van het slachtoffer en de nabestaanden. Dat betekent geen berichten over individuele gevallen en mocht dit onvermijdelijk zijn, bijvoorbeeld omdat veel mensen er ooggetuige van waren, dan moet er terughoudend worden bericht. Dus geen grote foto's en al helemaal niet op de voorpagina. Toch denk ik dat schrijven over zelfmoord ook voor erkenning kan zorgen bij nabestaanden. De 27-jarige Claire Birkhoff is dochter van een manisch-depressieve vrouw. Birkhoff was twaalf jaar toen haar moeder een zelfmoordpoging ondernam, die (gelukkig) mislukte. Hoewel het een traumatische ervaring was, vindt Birkhoff het fijn wanneer media aandacht besteden aan zelfmoord. 'Juist door het te benoemen en bespreekbaar te maken wordt het begrip zelfmoord minder beangstigend. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat mijn omgeving beter begrijpt waarom mijn moeder een zelfmoordpoging deed.'

Maar ook buitenstaanders willen, zeker in het geval van een Bekende Nederlander, geïnformeerd worden. Dat bewijzen de kijkcijfers. De uitzending van RTL Boulevard over Antonie Kamerling trok 1,5 miljoen mensen, de In Memoriam voorafgaand aan Goede Tijden Slechte Tijden (waar Kamerlings carrière begon) werd door 1,3 miljoen mensen bekeken en de aflevering van Shownieuws, die in het teken stond van zijn overlijden, trok 1,2 miljoen mensen. Mensen willen dus geïnformeerd worden, maar gezien de ophef niet op de onsubtiele manier waarop NRC het deed. 25

5. Conclusie en aanbevelingen

Dagbladjournalisten zijn huiverig om over zelfmoord te schrijven. Ze zijn bang voor kopieergedrag en willen de privacy van nabestaanden niet schenden. Ik ben van mening dat het taboe dat erop ligt, moet verdwijnen. Journalisten hebben de taak maatschappelijke onderwerpen onder de aandacht te brengen en zelfmoord is er daar een van. Veel mensen hebben er mee te maken. Ze kennen iemand die uit het leven is gestapt of lopen mogelijk zelf met plannen rond. Door te schrijven over zelfmoord, worden mensen aangezet hulp te zoeken. Wanneer de juiste invalshoek gekozen wordt, kan erover schrijven zelfs preventief werken.

Schrijven over zelfmoord betekent niet dat er over elk individueel geval bericht moet worden. Ruim 1500 Nederlanders stappen jaarlijks uit het leven, het is ondoenlijk om elk geval te vermelden, en daarnaast heeft dat geen toegevoegde waarde (uitgezonderd opzienbarende gevallen). Wel kunnen kranten het voorbeeld volgen van televisieprogramma's: ga van tijd tot tijd dieper in op het onderwerp zelfmoord, bijvoorbeeld in langere artikelen in de bijlage. Laat hierin deskundigen aan het woord en verwijs naar hulp, of vertel hoe je iemand met suïcidale gedachten kunt steunen.

Televisie bewijst dat praten over zelfmoord niet altijd op de 'GeenStijl-manier' hoeft. Programma's als De Wereld Draait Door schuwen het onderwerp niet, maar behandelen het op een nette manier. Dat kunnen kranten ook. Wel is het voor dagbladen lastig om bewegende beelden te tonen, en dus grijpen ze snel naar foto's. Het is echter moeilijk de foto gelijk in de juiste context te plaatsen. Dagbladjournalisten moeten dus oppassen met het plaatsen van (grote) foto's. Het kan de suggestie wekken dat kranten uit zijn op sensatie.

Sociale media hebben ervoor gezorgd dat er veel privé-informatie te vinden is over de slachtoffers. Men wordt men naam en toenaam genoemd, vaak is er ook een foto van het slachtoffer te vinden. Er moet voorkomen worden dat kleine feitjes, waarvan het onverstandig is om ze te noemen, de krant insluipen omdat dankzij sociale media kan lijken dat het normaal is die te noemen. Redacties moeten daarom hun stijlboek nog eens goed onder de loep nemen. Zijn er goede (up-to-date) afspraken gemaakt en houden redacteuren zich daar aan? Het blijft namelijk belangrijk terughoudend te zijn en respectvol met de privacy van nabestaanden om te gaan.

Mijn algehele conclusie is dat dagbladjournalisten het onderwerp zelfmoord niet moeten vermijden. Wel moet de juiste toon aangeslagen worden: terughoudend en informatief. Laat je door sociale media niet verleiden te veel privé-informatie te vertellen. Kortom: niet doodzwijgen, wel voorzichtig zijn.

6. Bronnendossier


6.1 Mondelinge bronnen




  • Pauline Dekhuijzen, redacteur De Wereld Draait Door.

Telefoon: 06 11 424 505.

Mail: Pauline.dekhuijzen@vara.nl.

Gesproken op 14 december om 10 uur, telefonisch.


  • Frank Beijen, redacteur Leidsch Dagblad.

Telefoon: 071 535 64 30.

Mail: F.beijen@hdcmedia.nl.

Gesproken op 5 december om 17.30 uur, op de redactie van het Leidsch Dagblad.


  • Hans Laroes, voormalig hoofdredacteur NOS.

Telefoon: 06 51 49 63 13.

Mail: Laroeshans@gmail.com.

Gesproken op 18 december om 10 uur, telefonisch.


  • Derk de Beurs, promovendus klinische psychologie aan de VU.

Telefoon: 06 24 50 41 41.

Mail: Dp.de.beurs@vu.nl.

Gesproken op 12 december om 22 uur, telefonisch.


  • Gert van Wijland, docent aan de School voor Journalistiek, journalist, expert op het gebied van sociale media en rampenverslaggeving.

Mail: Gert.vanwijland@hu.nl.

Gesproken op 5 december om 15.30, via de mail.



  • Sjoerd de Jong, ombudsman NRC Handelsblad.

Telefoon: 06 55 777 088.

Mail: S.dejong@nrc.nl.

Gesproken op 13 december om 16 uur, telefonisch.


  • Anouk Romers, beheerder website 113online.

Telefoon: 020 311 38 83.

Gesproken op 24 december om 10 uur, telefonisch.



  • Claire Birkhoff, ervaringsdeskundige.

Telefoon: 06 211 857 21.

Mail: Clairebirkhoff@gmail.com.



Gesproken op 30 december, via email.

6.2 Kranten- en tijdschriftartikelen




  • De Jong, Sjoerd (9 oktober 2010). Krant heeft plank misgeslagen bij Antonie Kamerling. NRC Handelsblad.



  • Diekstra, René (17 november 2012). Waarom pesten moordend is. De Stentor/Zwolse Courant.



  • Buzink, Robert (11 november 2009). Zelfmoord: niet doodzwijgen, wel voorzichtig zijn. De Nieuwe Reporter.



  • Wijfjes, Huub (2 mei 1997). Pleidooi voor mediastilte eenzijdig. De Journalist.



  • Friedmann, Danny (2 april 2008). Hoe moeten media berichten over zelfmoord? De Nieuwe Reporter.

  • Jagessar, Gita (30 november 2012). Forse stijging aantal zelfdodingen in Nederland. Radio Wereldomroep Nederland (RWN).




  • Auteur onbekend (20 februari 2012). 43 opzeggingen na NRC-artikel Friso: publish and be damned. Volkskrant.



6.3 (Digitale) documenten en boeken




  • Gould, Madelyn (april 2001). Suicide and the Media.



  • Koole, Wim (1993). De troost van televisie. Kampen: Kok.


6.4 Webpagina's





  • Wybo Vons, website GGZ Nederland (10 november 2009). Zelfmoord, doodzwijgen of niet? Url: http://www.ggznederland.nl/index.php?p=421362.



  • Blog Peter Vasterman, socioloog, specialisatie massacommunicatie (11 november 2009). Besmettingseffecten bij suïcide clusters. Url: http://home.planet.nl/~vaste142/2009/11 /besmettingseffecten-bij-suicide.html.

  • CBS (2009). Gebruik televisie, krant, pc en internet. Url: http://statline.cbs.nl/StatWeb /publication/?DM=SLNL&PA=70655ned&D1=0-10&D2=0-2&D3=a&VW=T.

  • Gerard Driehuis (30 april 2010). De zes redenen om zelfmoord te plegen. Url: http://www.welingelichtekringen.nl/samenleving/25503/de-zes-redenen-om-zelfmoord-te-plegen.html.




  • Cebuco (2011). Profiel lezers van gedrukte kranten. Url: http://www.cebuco.nl/uploads/ artikeldownloads/Profiel_lezers_van_gedrukte_kranten_-_NPM_2011.pdf.

  • Auteur onbekend (8 september 2012). Jaarlijks plegen miljoen mensen zelfmoord. RTL Nieuws. Url: http://www.rtl.nl/components/actueel/rtlnieuws/2012/09_september/ 08/buitenland/who_jaarlijks-miljoen-zelfmoorden.xml.




  • Auteur onbekend (29 december 2010). Iedereen depressief? Psychiatrie Nederland. Url: http://psychiatrie-nederland.nl/word/vpro-thema-iedereen-depressief/.




  • Auteur onbekend (8 oktober 2010). Kijkcijfers: kijkers willen Antonie Kamerling zien. Stichting KijkOnderzoek, Medianed. Url: http://www.medianed.com/2010/10/08/kijkcijfers-kijkers-willen-kamerling-zien/.



  • Code voor de Journalistiek, NVJ. In 2008 opgesteld door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Url: http://www.nvj.nl/ethiek/code-voor-de-journalistiek.



  • Stijlboek NRC Handelsblad over zelfmoord. Url: http://apps.nrc.nl/stijlboek/zelfmoord.



  • Online encyclopedie. Url: www.encyclopedie.nl.


6.5 Beeld en geluid




  • BNN thema-avond (7 oktober 2009). BNN, Nederland 3. Url: http://sites.bnn.nl/page/ themazelfmoord.



  • De Wereld Draait Door (12 september 2012). VARA. Url: http://www.uitzendinggemist.nl/ afleveringen/1288407.



  • RTL Boulevard (7 oktober 2010). RTL. Url: http://www.rtl.nl/xl/#/u/0b8458bd-56f4-305f-87df-6316637c04a6/.



  • Jeugdjournaal (7 oktober 2010). NOS. Url: http://jeugdjournaal.nl/item/189963-acteur-antonie-kamerling-overleden.html.



1 Diekstra, René (17 november 2012). Waarom pesten moordend is. De Stentor/Zwolse Courant.

2 Auteur onbekend (8 september 2012). Jaarlijks plegen miljoen mensen zelfmoord. RTL Nieuws.

3 Jagessar, Gita (30 november 2012). Forse stijging aantal zelfdodingen. Radio Wereldomroep Nederland (RWN).

4 BNN thema-avond. (7 oktober 2009). BNN, Nederland 3.

5 Encyclo.nl - Online encyclopedie.

6 Gerard Driehuis (30 april 2010). De zes redenen om zelfmoord te plegen. Welingelichtekringen.nl.

7 CBS: Gebruik televisie, krant, pc en internet (november 2009).

8 Cebuco: profiel lezers van gedrukte kranten (2011).

9 Wybo Vons, website GGZ Nederland (10 november 2009). Zelfmoord, doodzwijgen of niet?

10 Gerard Driehuis (30 april 2010). De zes redenen om zelfmoord te plegen. Welingelichtekringen.nl.

11 Auteur onbekend (29 december 2010). Iedereen depressief? Psychiatrie Nederland.

12 Code voor de Journalistiek, NVJ. In 2008 opgesteld door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren.

13 Koole, Wim (1993). De troost van televisie. Kampen: Kok.

14 Wijfjes, Huub (2 mei 1997). Pleidooi voor mediastilte eenzijdig. De Journalist.

15 Friedmann, Danny (2 april 2008). Hoe moeten media berichten over zelfmoord? De Nieuwe Reporter.

16 Auteur onbekend (20 februari 2012). Opzeggingen na NRC-artikel Friso: publish and be damned. Volkskrant.

17 Friedmann, Danny (2 april 2008). Hoe moeten media berichten over zelfmoord? De Nieuwe Reporter.

18 Uit het gesprek met Derk de Beurs, klinisch psycholoog.

19 Gould, Madelyn (april 2001). Suicide and the Media.

20 Wijfjes, Huub (2 mei 1997). Pleidooi voor mediastilte eenzijdig. De Journalist.

21 Buzink, Robert (11 november 2009). Zelfmoord: niet doodzwijgen, wel voorzichtig zijn. De Nieuwe Reporter.

22 Blog Peter Vasterman, (11 november 2009). Besmettingseffecten bij suïcide clusters.

23 RTL Boulevard (7 oktober 2010) en Jeugdjournaal (7 oktober 2010).

24 De Jong, Sjoerd (9 oktober 2010). Krant heeft plank misgeslagen bij Antonie Kamerling. NRC Handelsblad.

25 Auteur onbekend (8 oktober 2010). Kijkcijfers: kijkers willen Antonie Kamerling zien. Stichting KijkOnderzoek.



Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina