Zwangerschapsafbreking: een medisch delegeerbare handeling



Dovnload 50.33 Kb.
Datum20.05.2018
Grootte50.33 Kb.




Vergote Square 43 – 1030 Brussel

Tel. : 02/732.10.50 – Fax : 02/734.84.60

E-mail : administratie@nvkvv.be - Website : www.nvkvv.be

Zwangerschapsafbreking: een medisch delegeerbare handeling?

Situering van de problematiek

De wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, verder aangehaald als ‘abortuswet’, wijzigt het Strafwetboek en heeft zwangerschapafbreking onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar gemaakt.


Meer dan 10 jaar na de inwerkingtreding van de wet stellen zich in de toepassing en uitvoering van de wet een aantal juridische en ethische problemen. Eén van de problemen, tevens het voorwerp van deze uiteenzetting, is de vraag wie bevoegd is om tot een zwangerschapsafbreking over te gaan. Is dit enkel de geneesheer, of is zwangerschapsafbreking ook een medisch delegeerbare handeling?
Uit onderzoek blijkt immers dat vroedvrouwen in bepaalde gevallen de zwangerschapsafbreking in gang zetten door het vaginaal opsteken of door het intraveneus toedienen van bepaalde geneesmiddelen (bvb. Cytotec®, Nalador®) De vraag is of zij hiertoe wettelijk bevoegd zijn?
Een korte toelichting bij de abortuswet.

Van een niet strafbare zwangerschapsafbreking is slechts sprake onder de strikte voorwaarden van de wet. De wetgever voorziet enkel gevallen waarin de opzettelijke zwangerschapsafbreking geen misdrijf meer is, indien ze wordt verricht onder de voorwaarden en in de omstandigheden, zoals gesteld in artikel 350 van het strafwetboek.


De voorwaarden waaronder zwangerschapsafbreking geen misdrijf is, verschillen naargelang

de zwangerschapsafbreking wordt verricht vóór het einde van de twaalfde week of na het

einde van de twaalfde week na de bevruchting. De abortuswet maakt aldus enkel een onderscheid tussen abortus voor het einde van de twaalfde week na de bevruchting en abortus na die termijn, waardoor strikt juridisch een expliciete eindtermijn om tot abortus over te gaan ontbreekt.
Bij een zwangerschapsafbreking voor 12 weken dient de vrouw zich in een noodsituatie te bevinden. Dit is een subjectieve toestand, die op verschillende manieren door de vrouw kan worden ingevuld. De beslissing is strikt persoonlijk. Naast de noodsituatie, dient de vrouw de nodige voorlichting te krijgen van de arts en van een zogenaamde “voorlichtingsdienst” en kan de zwangerschapsafbreking niet eerder plaatsvinden dan zes dagen na de eerste raadpleging en nadat de vrouw, de dag van de ingreep, schriftelijk te kennen heeft gegeven dat ze vastbesloten is de ingreep te ondergaan.
Anders dan in de periode voor 12 weken, worden bij een zwangerschapsafbreking na 12 weken andere meer objectieve medische criteria gehanteerd. Zo dient het voltooien van de zwangerschap een ernstig gevaar voor de gezondheid van de vrouw in te houden of het moet vaststaan dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose. Verder dienen alle voorwaarden vervuld te worden die ook gelden bij een zwangerschapsafbreking voor 12 weken. Bovendien dient de behandelend arts het advies van een tweede arts in te winnen.
In alle gevallen voorziet de wet in de mogelijkheid om op de gewetensvrijheid te beroepen. Geen geneesheer, geen verpleger of verpleegster (lees vroedvrouw), geen lid van het paramedisch personeel kan immers gedwongen worden medewerking te verlenen aan een zwangerschapsafbreking. De geneesheer die weigert een dergelijke ingreep te verrichten, is gehouden de vrouw bij haar eerste bezoek in kennis te stellen van zijn weigering.
Een medisch delegeerbare handeling?

De abortuswet bepaalt klaar en duidelijk dat de zwangerschapsafbreking onder medisch verantwoorde omstandigheden door een arts dient te worden verricht. De inschrijving van de wet in het strafwetboek heeft tot gevolg dat dergelijke bepalingen restrictief geïnterpreteerd dienen te worden. Zo stelt ook professor H. Nys dat het verrichten van een zwangerschapsafbreking bij een toestemmende vrouw door een niet-arts het misdrijf vruchtafdrijving oplevert.


Verder kan men uit de wet afleiden dat er een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen het uitvoeren van een zwangerschapsafbreking en de medewerking aan de zwangerschapsafbreking.

De wet stelt dat geen geneesheer, geen verpleger of verpleegster, geen lid van het paramedisch personeel kan gedwongen worden medewerking te verlenen aan een zwangerschapsafbreking. De laatste zin vervolgt met te stellen dat de geneesheer die weigert een dergelijke ingreep te verrichten gehouden is de vrouw bij haar eerste bezoek in kennis te stellen van zijn weigering.

Dezelfde filosofie is terug te vinden in de recente euthanasiewet. Ook in deze wet is het enkel de arts die euthanasie mag toepassen, en is het verplegend personeel vrij om al dan niet zijn medewerking hieraan te verlenen. Deze medewerking kan niet bestaan uit de uiteindelijke euthanaserende handeling, en per analogie, de uiteindelijke aborterende handeling. Een medisch voorschrift kan hier geen afbreuk aan doen. In het hierna volgende gedeelte zal dit verder worden gemotiveerd.
Uit onderzoek blijkt evenwel dat het voorgaande niet zonder meer gesteld kan worden en dat vroedvrouwen in de fase van uitvoering actief betrokken worden, ofschoon hun interventies zich vooral situeren op het gebied van minder invasieve handelingen. Zo is het voor iedereen duidelijk dat zij geen curettages mogen verrichten, maar hoe staat het met andere methoden zoals het opsteken van een ovule met prostaglandines of aanverwante derivaten?

Voor de strafbaarheid van het misdrijf vruchtafdrijving speelt de methodiek echter geen rol. Het volstaat dat de handeling gericht is op de vernietiging van de vrucht in utero.


Kunnen we in de bepalingen die de vroed- en verpleegkunde beheersen, een grond vinden die zou toelaten dat de vroedvrouw door het opsteken van een ovule met prostaglandines of soortgelijke producten een zwangerschapsafbreking induceert?
Wanneer het gaat over kunstmatige dilatatie van de baarmoederhals, dan is de wetgever alvast duidelijk. In het KB van 01-02-91 is opgenomen dat het voor een vroedvrouw verboden is een kunstmatige dilatatie van de baarmoederhals te bewerkstelligen. Het inbrengen van prostin-tabletten in de baarmoederhals is aldus verboden. Kunstmatige dilatatie kan ernstige neveneffecten veroorzaken, zodat dit enkel door een arts kan gebeuren. Dit geldt echter niet voor het vaginaal inbrengen van dergelijke tabletten. Op de plenaire vergadering van 22 augustus 2002 formuleerde de Nationale Raad voor Vroedvrouwen een analoog advies.
Het vaginaal inbrengen van medicamenteuze ovules (bvb. prostaglandines) is bijgevolg wel toegelaten op basis van het KB van 01-02-91 (vroedvrouw).
Is het probleem nu opgelost? Nee, en dan komen we weer terug op de duidelijke bepalingen van de wet op de zwangerschapsafbreking, zoals ingebed in de artikelen 348 en verder van het Strafwetboek.

Laten we een vergelijking maken met de huidige euthanasiewet. Ook hier ligt dezelfde filosofie aan de basis. Op vergelijkende wijze zou je kunnen argumenteren dat een verpleegkundige bevoegd is om medicatie intraveneus toe te dienen. We spreken dan van technisch verpleegkundige B2 handeling (toediening van medicatie langs intraveneuze weg)

Impliceert dit dan dat een verpleegkundige een euthanaticum intraveneus mag inspuiten? Nee, hier is het voor iedereen duidelijk dat dit geen delegeerbare medische handeling is. Wat is nu het verschil met de bepalingen in de Abortuswet?
Sinds de euthanasiewet in voege is getreden, is doden met het oogmerk om te doden niet automatisch meer een strafbare gedraging. Sinds de abortuswet inwerking is getreden, is abortus niet steeds een misdrijf. In beide wetten vereist men zeer specifieke voorwaarden, willen de twee handelingen gedepenaliseerd kunnen worden. In beide wetten wordt tevens uitdrukkelijk bepaald dat de geneesheer betreffende handeling dient te verrichten, dat hij evenwel vrij is de handeling te weigeren, en dat zijn medewerkers (bvb.verpleegkundigen, vroedvrouwen..) medewerking kunnen weigeren.

Specifiek voor de abortus geldt nog het principe dat er handelingen worden gesteld ten aanzien van een zwangere. Zulke handelingen behoren tot de geneeskunde en kunnen alsdusdanig niet begrepen worden onder de technische prestatie van medicamenteuze toediening. Verpleegkundigen kunnen zeker geen aborterende handelingen stellen op straffe van vervolging voor onwettige uitoefening van de geneeskunde. Voor de vroedvrouw kan de redenering dat zij bevoegd is om vaginaal tabletten of medicatie in te brengen die (indien zij in de baarmoederhals worden ingebracht) een dilatatie te weeg brengen, niet worden gevolgd. Het is de intentie en de strafwet die tellen. Met andere woorden: indien het inbrengen van de tabletten een aborterend doel heeft, is het haar verboden dit te doen.


Tot slot.

In deze uiteenzetting hebben we willen aantonen dat de geneesheer en enkel de geneesheer tot zwangerschapsafbreking kan overgaan. Dit wordt mede gebaseerd op de strafrechtelijke inbedding van de abortuswet, op de bestanddelen van het misdrijf vruchtafdrijving, op de hiërarchie der normen, en op strikte interpretatie van de abortuswet zelf.


De methode doet niet ter zake. Of het nu om een meer ‘ingrijpende’ curettage gaat, of de vrij eenvoudige toediening van een vaginale ovule, in beide gevallen beoogt men een zwangerschaps-afbreking door de vernietiging van de vrucht in utero.
In dit opzicht is de vergelijking met de euthanasiewet zeer sprekend en zelfs spraakmakend, ook al zijn sommigen een andere mening toegedaan. De filosofie, wetgevingstechniek (depenalisering onder voorwaarden) en bevoegdheidsafbakening met fundamentele gewetensvrijheid zijn steeds op een analoge wijze aanwezig. Waarschijnlijk is de maatschappelijke perceptie en beoordeling van beide handelingen wel verschillend. Zo is zwangerschapsafbreking maatschappelijk meer ingeburgerd en zelfs meer ‘verteerbaar’ dan euthanasie, maar dat impliceert niet dat men de wettelijke bepalingen slordig en zelfs afzwakkend mag toepassen....
Departement Vroedvrouwen NVKVV Juridische Adviesgroep NVKVV

November 2004





Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina