Waterkwaliteit



Dovnload 1.06 Mb.
Pagina1/3
Datum05.12.2017
Grootte1.06 Mb.
  1   2   3

Waterkwaliteit |


Werkblad voor de introductie

11 juni 2010

Van onze verslaggever


Zwemwater vervuild met uitwerpselen
Het zwemwater in Nederland was vorige zomer sterker vervuild dan het de afgelopen tien jaar is geweest. Dat concluderen inspecteurs van de Europese Commissie uit metingen die ze hebben uitgevoerd in 644 natuurlijke zwemgebieden.
Als maat voor de vervuiling hanteren de inspecteurs de hoeveelheid bacteriën afkomstig uit uitwerpselen. Het gaat om zogeheten enterokokken en de bacterie E. coli.
Die laatste kan buikvliesontsteking en blaasontsteking veroorzaken.
In totaal bleken 46 van de watermonsters niet aan de normen te voldoen. Dit komt overeen met 7 procent van de geteste zwemgelegenheden. De negatief beoordeelde wateren bevatten te veel bacteriën, maar niet zoveel dat ze voor publiek moesten worden gesloten.

De inspecteurs onderzochten zowel zout als zoet water. In die laatste groep is de verslechtering het sterkst: 7,6 procent van de plassen en meren voldeed niet aan de minimumnormen, terwijl in 2008 maar 1,1 procent de ondergrens overschreed.

Het percentage meren en plassen van slechte kwaliteit ligt sinds 2002 onder de 5. Oorzaak van de plotselinge stijging is waarschijnlijk de sterke regenval na een droge periode. Er spoelt dan veel troep in de riolen. Die kunnen dat niet aan; ze stromen over en vervuilen zo het zwemwater.

Toch is de kwaliteit van het zoete zwemwater in werkelijkheid minder sterk gedaald dan de cijfers aangeven, relativeert een woordvoerster van Rijkswaterstaat. „Er is vorig jaar een strengere meetmethode ingevoerd, in verband met een nieuwe richtlijn. Daardoor wordt de norm van het aantal bacteriën eerder overschreden, maar het water is nog wel steeds goed.”

Met de kwaliteit van het zeewater was het in 2009 beter gesteld dan met het zoete water, maar ook in zee constateerden de inspecteurs een verslechtering ten opzichte van eerdere jaren; in 4,4 procent van de kustplaatsen was de zee te vies, terwijl het in de vier voorgaande jaren juist erg goed ging. Toen scoorde geen enkele kustplaats onder de norm.
Elders in Europa was nauwelijks sprake van een verslechtering, blijkt uit het jaarlijkse

waterrapport dat de Europese Commissie gisteren presenteerde. Hooguit van kleine

schommelingen. EU-commissaris Janez Potocnik (Milieu) stelt dan ook dat de kwaliteit van het zwemwater nog altijd hoog is. „De afgelopen dertig jaar hebben Europese en nationale wetten de kwaliteit aanzienlijk verbeterd. Maar ons werk houdt hier niet op. We moeten constant ons best doen om te behouden en te verbeteren wat we hebben bereikt.”

© Trouw 2010




Werkblad voor activiteit 1.1


Activiteit 1.1 – Een eerste onderzoek naar kwaliteit van het water
De waterkwaliteit wordt getest en geëvalueerd in verschillende situaties. In deze les zul je dieper ingaan op 'hoe dat werkt in het echte leven'.
We nemen zwemwater als voorbeeld. Je gaat de kwaliteit van het water zelf testen en evalueren.

Daarvoor bedenk je als groepje je eigen criteria: wat wil je testen om te zien of het water geschikt is als zwemwater? En hoe voer je die testen uit?
Deze testen zullen uiteindelijk leiden tot het geven van een advies: kan je erin zwemmen of niet?


Gebruik onderstaande vragen als richtlijn voor je eigen onderzoekjes. Beschrijf je bevindingen op een poster.
A.

Verwijder de deksels van de watermonsters en bestudeer het water zorgvuldig. Hoe ruikt het? Hoe ziet het eruit? Bestudeer het monster, bijvoorbeeld onder de microscoop. Denk je dat dit water voldoet aan de eisen om in te zwemmen of om te drinken? Hoe zeker bent je hiervan?
Ik denk dat dit water wel / niet voldoet aan de eisen voor drinkwater.
Ik ben er vrij zeker / onzeker van, omdat ………………………………………………
B. Ik denk dat dit water wel / niet voldoet aan de eisen voor zwemwater.
Ik ben er vrij zeker / onzeker van, omdat ……………………………………………
C. Als je er niet zo zeker van bent, wat voor soort informatie mis je dan nog?
Om er zeker van te zijn dat het water voldoet aan de eisen, zou ik nog moeten weten ………………………………………………………………


Activiteit 1.2. Mogelijke vragen

  • Welke overeenkomsten en welke verschillen zie je tussen de groepjes bij de beoordeling van de kwaliteit?

  • Welke monsters zijn geschikt als zwemwater?

  • Hoe zeker ben je bij de keuze van jouw criteria?

  • Zijn alle risicofactoren bekeken? Weet je dat zeker?

Informatieblad bij opdracht 2



Informatieblad 1 De Blue Flag
Blue Flag

De Blue Flag is ontstaan in 1985 in Frankrijk, waar de eerste Franse kustgemeenten de Blue Flag toegekend kregen op basis van criteria met betrekking tot behandeling van afvalwater en de kwaliteit van het zwemwater. De Blue Flag is een internationaal eco-label en heeft daarom een minimale mondiale norm voor de waterkwaliteit. De Blue Flag is een vrijwillig eco-label toegekend aan meer dan 3450 stranden en jachthavens in 41 landen in Europa, Zuid-Afrika, Marokko, Tunesië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Canada en het Caribische gebied. Het Blue Flag-programma is eigendom van en wordt beheerd door de onafhankelijke non-profitorganisatie Foundation for Environmental Education (FEE).



De Blue Flag werkt aan duurzame ontwikkeling op stranden / jachthavens door middel van strikte criteria betreffende het omgaan met de waterkwaliteit, milieu-educatie en -informatie, milieubeheer en veiligheid en andere diensten.

Meer informatie over de Blue Flag criteria kan hier gevonden worden:



  • http://www.blueflag.org/Menu/Criteria/Beach+Criteria

  • http://www.blueflag.org/Menu/Criteria/Marina+Criteria


Criteria voor stranden

Het Blue Flag-programma vereist dat de stranden een uitstekende kwaliteit van het zwemwater bereiken. De normen voor de kwaliteit van het zwemwater zijn gebaseerd op de meest geschikte internationale en nationale normen en wetgeving. Alle Blue Flags worden alleen toegekend voor een seizoen. Als aan sommige van de dwingende criteria niet voldaan wordt tijdens het seizoen of als de omstandigheden veranderen, zal de Blue Flag worden ingetrokken. Hieronder vind je een aantal van de Blue Flag criteria:
Criterium 7. Het strand moet volledig in overeenstemming zijn met de kwaliteit van het watermonster en frequentie-eisen.
Een strand met Blue Flag moet minstens één meetpunt hebben en dit moet worden aangebracht waar de concentratie van de zwemmers het hoogst is. Bovendien moeten aanvullende monsters genomen worden waar er mogelijke bronnen van verontreiniging zijn, bijv. in de buurt van beken, rivieren of andere inhammen, regenwater verkooppunten, enz., om aan te tonen dat deze instroom geen invloed op de zwemwaterkwaliteit heeft.
Monsters voor microbiologische en fysisch-chemische parameters moeten worden genomen en
m
onsters moeten 30 cm onder het wateroppervlak worden genomen, behalve voor de minerale oliemonsters. Die moeten op het maaiveld worden genomen.
Hoe vaak moet een monster worden genomen?

Er mag niet meer dan 28 dagen tussen de monsters zitten tijdens het Blue Flag seizoen. Het Blue Flag-programma accepteert geen aanvragen van de stranden, ongeacht de lengte van het Blue Flag seizoen, waar minder dan vijf monsters zijn genomen. D.w.z. een minimum van vijf monsters moet worden genomen, gelijkmatig gespreid over het seizoen. Het eerste monster moet worden genomen in de periode direct voorafgaand aan de officiële startdatum van het Blue Flag seizoen.
Criterium 8. Het strand moet volledig voldoen aan de normen en eisen voor de waterkwaliteitanalyse.

Een onafhankelijk persoon, die officieel gemachtigd is en opgeleid is voor de taak, moet de monsters verzamelen. Een onafhankelijk laboratorium voert de analyse van de monsters van het zwemwater uit.

Criterium 10. Het strand moet voldoen aan de Blue Flag criteria voor E. coli en enterokokken/streptokokken.

De microbiologische parameters waarop moet worden getest zijn hieronder gegeven. De Blue Flag grenswaarden zijn hetzelfde voor zoetwater als voor zeewater.




Parameter

Limietwaarden

Fecale Colibacteria (Escherichia coli)

250 kve/100 ml

Intestinale enterokokken/streptokokken

100 kve/100 ml

kve = kolonievormende eenheden (van bacteriën)


Geaccepteerd percentiel:

Voor de evaluatie van een strand van het Blue Flag programma is 95-percentiel
naleving vereist van bovengenoemde grenswaarden. Dit is in overeenstemming met de EU-zwemwaterrichtlijn van 2006, evenals met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het percentiel moet worden berekend voor elke parameter en er moet ook aan voldaan worden voor elke parameter. Als bijvoorbeeld het 95-percentiel lager is dan de grenswaarden voor Escherichiacoli maar niet voor intestinale enterokokken, dan wordt het strand niet beloond met de Blue Flag. Bij gebruik van deze 95-percentiel methode, verwijzen de normen naar waarden die de grens zouden overschrijden in minder dan 5% van de tijd.
Het 95-percentiel is verkregen via de volgende berekeningen (gebaseerd op de uitleg in de EU Zwemwaterrichtlijn 2006):

  1. Neem de log10 waarde van alle bacterietellingen in de gegevensreeks die geëvalueerd wordt. Zero waarden kunnen niet worden gebruikt en moet worden vervangen door een waarde van 1 (of de minimaal toegestane waarde)

  2. Bereken het gemiddelde van de gevonden waarden

  3. Bereken de gemiddelde absolute afwijking van de berekende waarden

  4. Het hoogste 95-percentiel is afgeleid van de volgende vergelijking: antilog (μ + 1,65 σ)

  5. De resulterende waarde moet binnen de grenswaarden vallen zoals die hierboven vermeld staan


Criterium 11. Het strand moet voldoen aan de Blue Flag-criteria voor de volgende fysische en chemische parameters

De waterkwaliteit kan ook worden beïnvloed door fysische en chemische parameters zoals de pH-waarde en olie:

• Het bereik van de pH-waarde is doorgaans 6 tot 9.

• Er mag geen zichtbare oliefilm op het oppervlak van het water zijn en er mag geen geur geconstateerd worden. Op het strand moet worden gecontroleerd op olie en noodplannen moeten de vereiste maatregelen bevatten in geval van een dergelijke verontreiniging.
• Er moet een afwezigheid van teerachtige residuen, hout, kunststof artikelen, flessen, verpakkingen, glas of andere stoffen zijn.

Werkblad bij opdracht 2



Activiteit 2.1 De criteria van de Blue Flag
De Blue Flag beschrijft criteria en specifieke waarden voor het bepalen van de kwaliteit van zwemwater:

Welk criterium: Grenzen voor de waarde:

………………………………………. Minimum/Maximum: …………………………………

………………………………………. Minimum/Maximum: …………………………………

………………………………………. Minimum/Maximum: …………………………………
Als het water voldoet aan deze waarden is het goed genoeg geacht om in te zwemmen.

A. Voldoet jouw water aan deze eisen?

Ja/Nee

Ik ben er wel / niet zeker van, omdat……………………………………………………………………..



B. Als het water zou voldoen aan de waarden hierboven, zou je het dan vertrouwen en erin gaan zwemmen?

Ik zou het wel / niet vertrouwen, omdat ………………………...……………………………………


Activiteit 2.2 De parameters die normaal worden getest

Waarom zijn deze parameters vermeld in de Blue Flag criteria en hoe worden de normen voor deze parameters bepaald?

Samen met je groep zal je nu bestuderen waarom deze parameters gewoonlijk worden getest in de criteria voor de Blue Flag en hoe voor elk van deze parameters de normen zijn vastgesteld. Je kunt voor deze activiteit gebruikmaken van de teksten uit de informatieboekjes.

A. Waarom is de zuurgraad vermeld in de Blue Flag criteria?

Omdat:………………………………………………………………………………………………………………………

Waarom moet de zuurgraad neutraal zijn?

Omdat:………………………………………………………………………………………………………………………
B. Leg de aanwezigheid en de mogelijke waarden van de andere variabelen uit die worden vermeld in de Blue Flag regelgeving.
Activiteit 2.3 Waarom geen andere parameters?

Je hebt de Blue Flag voorschriften bestudeerd; waarom bepaalde parameters en normen erin vermeld staan en hoe de normen zo geworden zijn. De vraag is nu: kunnen we vertrouwen op de lijst van de vier eisen?

A. Waarom heeft de Blue Flag regelgeving slechts melding gemaakt van de bovengenoemde parameters (en niet voor bijvoorbeeld, de hoeveelheid (zeer giftige) kwik)?

…………………………………………………………………………………………………………………………………

B. Kun je denken aan een situatie waarin het laboratorium de extra parameters zou testen?

…………………………………………………………………………………………………………………………………

C. Stel je hebt 20 monsters getest op fecale monsters Colibacteria en 3 daarvan hebben een waarde boven 250 kve/100 ml. Wat kun je dan zeggen over het 95-percentiel?


……………………………………………………………………………………………………………………………….

Werkblad bij opdracht 3



Activiteit 3.1 Zelf testen
Merck kit tests

Nitriet en de zuurgraad kun je meten met ‘Merck kit’ testjes. Merck is een chemische fabriek die onder andere testjes voor allerlei soorten onderzoek ontwikkelt. De zuurgraad en nitriet testjes maken onderdeel uit van een serie testjes waarmee je snel en ter plekke water kan testen.

Het zijn zogenaamde ‘black box’ testjes. Dat wil zeggen dat er wel een handleiding is waarin precies staat wat je moet doen, maar niet waarom je het zo moet doen. Merck doet dat, omdat anders andere fabrieken de testjes na gaan maken. Je moet er dus maar op vertrouwen dat als je een Merck nitriet-testje doet, dat je dan ook inderdaad nitriet aan het meten bent.
E coli bacteriën

E colibacteriën worden als volgt gemeten. Een E coli bacterie is niet te zien met het blote oog. Maar bacteriën delen en dat doen ze snel. Daar wordt in deze test gebruik van gemaakt. Met de hand brengt een laborant voorzichtig een dun laagje water uit het watermonster aan op een plaatje, een soort petri schaaltje, waar een dekseltje op kan. Dit moet allemaal steriel gebeuren, zodat er alleen bacteriën uit het watermonster op het schaaltje terechtkomen. Op het schaaltje zit een voedingsbodem die speciaal geschikt is voor E coli bacteriën, en niet (of veel minder) voor andere bacteriën. De E coli bacteriën zullen nu heel snel gaan delen.

Als je zo’n schaaltje 48 uur bij 37 graden laat staan, ontstaat er zo uit elke bacterie een hele familie. Zo’n familie noem je een ‘kolonie’. Deze kolonies zijn wel goed zichtbaar.
A. Ga nu met je groepje je watermonster testen en noteer de resultaten.
Testresultaten:
Nitriet -------------------------------------

Zuurgraad (pH) -------------------------------------

E coli bacteriën -------------------------------------
B. Voldoet jullie water aan de Blue Flag eisen?

Daar ben ik wel/niet zeker van, want-----------------------------------------------------------


C. Stel dat het water aan de eisen voldoet, zou je er dan vol vertrouwen in willen zwemmen?

Ik zou het wel/ niet vertrouwen, want-----------------------------------------------------------


D. Kun je nu aan de hand van je testresultaten bepalen of het water voldoet aan de eisen?

………………………………………………………………………………………………………………………

Zo niet, wat voor soort informatie mis je dan nog?

………………………………………………………………………………………………………………………


Werkblad bij opdracht 4

Activiteit 4.1 Heb je wel goed gemeten?

Zoals je gemerkt hebt, waren alle testen uit de Merck kit zogenaamde black box testen (dat betekent dat je de tests uitvoert zonder te weten wat er precies gebeurt). Dit was ook het geval voor de E-coli-bacterie testen. Je hoefde alleen maar te zorgen dat de testen meten wat je wilt meten. En misschien heb je niet altijd strikt de instructies gevolgd. Denk je dat je de testen goed hebt uitgevoerd?
A. Hoe kun je weten of je met een test en de manier waarop je de test hebt uitgevoerd meet wat je wilt meten?

…………………………………………………………………………………………………………………


B. Denk nu even terug aan de testen die je hebt uitgevoerd en hoe je dat hebt gedaan. Vertrouw je ze nu meer?

Ja/nee, omdat ………………………………………………………………………………………


C. Wat zegt de gebruiksaanwijzing over de juistheid van de E coli-test?

………………………………………………………………………………………………………………


D. Denk je dat deze vaststelling nauwkeurig genoeg was?

Ik denk dat in dit geval de E coli-test wel/niet voldoende nauwkeurig was,
omdat
………………………………………………………………………………………………………………
Activiteit 4.2 Nauwkeurigheid van de zuurgraad en nitriet testen
Zoals je misschien gemerkt hebt, zijn de proeven in de Merck kit gebaseerd op het principe: hoe hoger de concentratie van het opgeloste materiaal, hoe intenser de kleur van de oplossing. Op een bepaalde manier geldt dat ook voor de zuurgraad test. Dat is de reden waarom deze metingen ook wel colorimetrische bepalingen worden genoemd. Om een indruk te krijgen van de juistheid van deze bepalingen krijg je nu een reeks van reageerbuizen, genummerd van 1 tot en met 10. De buisjes bevatten oplossingen met verschillende concentraties van kopersulfaat.
A. Rangschik de reageerbuisjes volgens toenemende concentratie, beginnend bij de kleinste concentratie, in de volgorde die je gevonden hebt.
Concentratie (in mg/l) : 0 25 50 75 100 125 150 175 200 250

Nummer :


B. Heeft iedereen dezelfde volgorde gevonden?
Als de reageerbuizen in de juiste volgorde gezet zijn, krijg je nu reageerbuizen 11 en 12.
C. Schat nu de concentratie kopersulfaat in nummers 11 en 12.

…………………………………………………………………………………………………………………

D. Wat denk je over de juistheid van de colorimetrische bepalingen? Leg je antwoord uit.

………………………………………………………………………………………………………………

E. Denk terug aan de colorimetrische bepalingen die je met de Merck kit deed. Denk je dat die nauwkeurig genoeg waren? Leg je antwoord uit.

…………………………………………………………………………………………………………………



Werkbladen bij Opdracht 5

Activiteit 5.1 Grafieken interpreteren en vergelijken
Onderstaande 4 figuren tonen de naleving van vastgestelde waarden in Nederland en Spanje van inlands zwemwater en van badzones aan de zee.
Figuur 1

Figuur 2





Deel met je vrienden:
  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina