Vs lijden nu zelf onder patent op duur medicijn



Dovnload 1.18 Mb.
Pagina2/18
Datum20.05.2018
Grootte1.18 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Eetbaar katoen

noorderlicht.vpro.nl, december 2006



Of ze lekker zijn, is nog de vraag. Maar eetbaar zijn ze nu dankzij Amerikaanse biotechnologen wel. Zij hebben katoenplanten dusdanig genetisch veranderd, dat ze vrijwel gifvrije en daarmee eetbare zaden produceren.

"De 44 miljoen ton katoenzaden die nu wordt geproduceerd, zou jaarlijks een half miljard mensen in hun eiwitbehoefte kunnen voorzien." Maar natuurlijk zit er een addertje onder het gras. Katoen, inclusief de zaden, is namelijk giftig. En hoewel de zaden boordevol voedzaam vet en eiwitten zitten, staan de schappen nog niet vol flessen katoenolie en potjes gezouten zaadjes. De biotechnologen van de Amerikaanse Texas A&M Universiteit zeggen nu een manier gevonden te hebben om de zaden gifvrij te maken, zodat mensen ze met een gerust hart kunnen eten.





De bovenste zaden bevatten nog wel gossypol, te zien aan de stipjes. De onderste zijn gifvrij.

Met de techniek wilden de biotechnologen een gen lamleggen, dat de code bevat voor een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de fabricage van gossypol. Hoe de onderzoekers dat deden? Door het RNA te elimineren.



Kale Russen

Dubbel genetisch defect kost dragers haren



noorderlicht.vpro.nl, december 2006

Russische wetenschappers screenden het erfelijk materiaal van 350.000 landgenoten met een bijzonder familietrekje: kaalheid. Zowel mannen als vrouwen leden eraan en bij beide werd het haar al dunner en schaarser op jonge leeftijd. De oorzaak bleek een dubbele kopie van een incompleet gen.

Kale mannen zijn geen bijzonderheid. Maar waardoor de haren van die mannen precies uitvallen, welke moleculaire mechanismen daaraan ten grondslag liggen, is nog niet bepaald duidelijk, schrijft Anastasiya Kazantseva deze week in Science. Ze ontdekte een genetisch defect dat Russische mannen én vrouwen kaal maakt.

De oorzaak bleek een defect in een stuk DNA op chromosoom nummer drie, het LIPH-gen. Dat was niet helemaal compleet, want miste een kleine duizend baseparen, de bouwstenen van DNA. Degenen die kaal waren, hadden twee kopieën van het gebrekkige gen. Ouders van kalen of kalenden bezaten er maar één en hadden daardoor zelf geen glimmend hoofd.

Deel genoom naaste familielid ontcijferd

noorderlicht.vpro.nl, december 2006



De eerste stukjes van de genetische Neanderthaler-puzzel zijn gekraakt. Twee groepen onderzoekers slaagden erin DNA uit een 38.000 jaar oud stukje bot van een Kroatische Neanderthaler te isoleren en ontcijferen. Deze week publiceren ze daarover in Nature en Science. Binnen twee jaar volgt de rest, beloven ze.

Wat maakt een mens menselijk? De antwoorden liggen verscholen in het erfelijk materiaal van onze verwanten. Dat van de chimpansee, ons naaste levende familielid, werd al uitgebreid uitgeplozen. Maar wetenschappers hebben nu een manier gevonden om het DNA van een nog nauwere verwant te ontcijferen: de Neanderthaler.





Schedel van een Neanderthaler.



En van een Homo sapiens.

Dat is knap, want de Neanderthaler is, zoals u weet, hartstikke uitgestorven. De eersten zagen het levenslicht tussen de vijf- en vierhonderdduizend jaar geleden. De laatsten legden circa dertigduizend jaar terug het loodje. De in die tijd opkomende moderne mens, Homo sapiens was waarschijnlijk de oorzaak, direct danwel indirect.

Gelukkig zijn er nog wel wat Neanderthalerbotten en -kiezen over. Maar de staat waarin die verkeren is vaak niet al te best en het DNA dat de overblijfselen bevatten is kapot, zeer gefragmenteerd en vervuild. Behalve met origineel DNA, zitten de beenderen vol genetische resten van destijds hongerige bacteriën en van moderne mensen die er met hun fikken niet vanaf konden blijven.

Iets anders wat de genetische code de onderzoekers vertelde, was dat Neanderthalers waarschijnlijk zijn ontstaan uit een relatief kleine groep voorouders, circa drieduizend individuen groot. Mensen zijn vermoedelijk ontsproten uit een ongeveer even grote populatie, die nodig was om uiteindelijk de genetische variatie binnen de huidige bevolking voort te brengen.



Neanderthaler-DNA in beeld

NRC, december 2006



Tussen Neanderthalers en moderne mensen is tijdens de laatste IJstijd genetische uitwisseling geweest. Maar waarschijnlijk meer van mensen naar Neanderthalers dan andersom.

Veel meer mensenmannen hebben Neanderthalvrouwen bevrucht dan Neanderthalmannen mensenvrouwen, zo valt af te leiden uit een relatief hoge overeenkomst in puntmutaties (SNP’s) op het X-chromosoom van Neanderthalers. Als ook een substantiële genenstroom de andere kant op is gegaan, zou men verwachten dat de Europese bevolking nu méér SNP’s gemeen heeft met de Neanderthaler dan mensen uit andere werelddelen. Maar dat is niet zo.

De Homo neandertalensis ontstond zo’n 250.000 jaar geleden en leefde tot 30.000 jaar geleden in Europa en West-Azië. De moderne mens, Homo sapiens, ontstond 200.000 jaar geleden in Afrika en verscheen 40.000 jaar geleden in Europa. Voor het uitsterven van de Neanderthalers is geen bevredigende verklaring.

Eicellen afstaan voor de wetenschap

Trouw, december 2006



Moet het Nederlandse verbod op het kweken van embryo’s voor onderzoek worden opgeheven? Ja, vindt ethicus Guido de Wert, lid van de commissie die hierover advies uitbracht. Nee, zegt arts en filosoof Marli Huijer. Het zal een van de eerste onderwerpen zijn op de agenda van de nieuwe regering.

Schrap het verbod om embryo’s te kweken voor wetenschappelijk onderzoek, want het staat de medische vooruitgang in de weg. Dat is kort gezegd het advies dat de commissie Evaluatie Embryowet eerder dit jaar uitbracht. Natuurlijk, onderzoek is momenteel niet helemaal onmogelijk: embryo’s die overblijven na ivf – in eerste instantie dus bedoeld voor voortplanting – mogen al worden gebruikt. Maar dat is te beperkt, vindt de commissie.

Als het over embryo-onderzoek gaat, zegt De Wert, wordt altijd aan het kweken van stamcellen gedacht, een soort basiscellen waaruit andere, specifiekere lichaamscellen ontstaan. Wetenschappers hopen met stamcellen nieuwe weefsels en organen op maat te kunnen produceren.

Maar, zegt hij, bij alle aandacht voor (en scepsis over) stamceltechnologie wordt vergeten dat embryo-onderzoek ook een ander oogmerk heeft: verbetering van vruchtbaarheidstechnieken. Steeds meer vrouwen/stellen die een kind willen, hebben moeite er één te krijgen. In Nederland wordt inmiddels zo’n vier procent van de pasgeborenen verwekt via ivf. Dat aantal zal naar verwachting alleen maar toenemen, mede door de verwachte obesitas-epidemie. Embryo-onderzoek is, aldus De Wert, nodig om ivf-technieken te verbeteren, zodat ze vaker succesvol zijn (nu is dat in maar een kwart van de behandelingen het geval) en minder belastend voor de vrouw, die vervelende hormoonbehandelingen moet ondergaan.



Nieuwe spieren

Behandeling met stamcellen werkt tegen dystrofie

noorderlicht.vpro.nl, december 2006

Voor het eerst is een dodelijke erfelijke spierziekte effectief te behandelen, althans: bij honden. Met stamcellen uit bloedvaten wist een Italiaanse onderzoeksgroep zieke dieren weer aan het lopen te krijgen.

De onderzoekers, onder leiding van Giulio Cosso, hadden een paar jaar geleden een nieuw type stamcellen ontdekt. Die zijn uit de wand van kleine bloedvaatjes te halen en kunnen eenvoudig vermeerderd worden in een laboratorium. Worden ze vervolgens in een bloedvat gespoten, dan laten deze zogenoemde mesoangioblasten zich met de bloedstroom meevoeren naar de spieren, waar ze uitgroeien tot spiercellen. Zulke stamcellen wilden de onderzoekers injecteren in de aderen van de zieke honden, in de hoop dat hun spieren daarvan zouden opknappen.





Zonder behandeling zag het er somber uit voor de honden in het Italiaanse laboratorium.

Het heeft natuurlijk weinig zin om zieke dieren gewoon in te spuiten met hun eigen stamcellen. Daarin zit namelijk hetzelfde foutje als in de spiercellen: het recept voor het eiwit dystrofine deugt niet, waardoor het niet wordt gemaakt. Zonder dystrofine verliezen spiercellen langzaam hun vermogen om samen te trekken, en dat levert uiteindelijk dodelijke verlammingen op.



Ziekte & Gezondheid


Eiwit voorspelt Alzheimer

www.kennislink.nl, december 2006



Neuroloog in opleiding Niki Schoonenboom heeft een methode ontwikkeld waarmee de ziekte van Alzheimer in een vroeg stadium – voor het 65ste levensjaar – kan worden vastgesteld. Door de concentraties van drie eiwitten in het hersenvocht vast te stellen, kan worden geconcludeerd of een patiënt al dan niet aan de meest voorkomende vorm van dementie lijdt.

De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. Uit onderzoek van neuroloog in opleiding Niki Schoonenboom is gebleken dat er drie eiwitten zijn die vooral in een vroeg stadium van de ziekte van Alzheimer bruikbaar zijn voor de diagnose. In dit vroege stadium zijn de symptomen van de ziekte nog niet duidelijk te herkennen via andere diagnostische methoden, zoals hersenscans en neuropsychologisch onderzoek.



Van patiënten met geheugenklachten en verschillende vormen van dementie, heeft Schoonenboom hersenvocht verzameld en onderzocht. De concentraties van drie eiwitten met schilderachtige namen als amyloid β 42 (Aβ42), tau en gefosforyleerd tau (Ptau) blijken anders te zijn in het hersenvocht van Alzheimerpatiënten, ten opzichte van mensen die de ziekte niet hebben.

Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In Nederland lijden vermoedelijk zo’n kwart miljoen mensen aan deze ziekte, die gepaard gaat met geheugenproblemen (vooral voor wat kort geleden is gebeurt), desoriëntatie, het verzinnen van dingen om gaten in het geheugen op te vullen, onrust en decorumverlies. De afbeelding laat het brein van een Alzheimerpatiënt zien.




Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina