Vs lijden nu zelf onder patent op duur medicijn



Dovnload 1.18 Mb.
Pagina16/18
Datum20.05.2018
Grootte1.18 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Zwart gat slokt ster op

National Aeronautics and Space Administration (NASA)

5 december 2006

Met de NASA-satelliet Galex is waargenomen hoe een superzwaar zwart gat een ster heeft verorberd. Het enkele tientallen miljoenen zonsmassa’s wegende zwarte gat bevindt zich in de kern van een naamloos elliptisch sterrenstelsel in het sterrenbeeld Boötes en heeft waarschijnlijk lange tijd geen activiteit vertoond.



Maar enkele jaren geleden waagde zich een ster te dicht in de buurt, waardoor deze door de sterke getijdenkrachten in de buurt van het zwarte gat aan flarden werd getrokken. De stermaterie kolkte aanvankelijk om het zwarte gat, maar begon er vervolgens in te stromen. De heldere uitbarsting van ultraviolette straling die daarbij ontstond, en na verloop van tijd zwakker werd, is door Galex gedetecteerd. Dankzij aanvullende gegevens van de röntgensatelliet Chandra en telescopen op Hawaï kon de gebeurtenis gedurende twee jaar op verschillende golflengten worden waargenomen.



Impressie van een zwart gat dat een ster aan flarden trekt.

Reusachtige sterrevlam waargenomen

National Aeronautics and Space Administration (NASA)



6 november 2006

Amerikaanse sterrenkundigen hebben met behulp van de Swift-satelliet een uiterst krachtige uitbarsting van een nabije ster waargenomen. Als onze zon vergelijkbare uitbarstingen zou vertonen, zou dat verwoestende gevolgen hebben voor het leven op aarde.



Impressie van een 'sterrevlam'.

De ‘sterrevlam’, die enkele uren duurde, vond in december 2005 plaats op een zonachtige ster in het sterrenbeeld Pegasus. Uitbarstingen als deze, waarbij veel röntgenstraling vrijkomt, treden op in de corona van een ster en ontlenen hun energie aan magnetische velden. De magnetische veldlijnen in de corona kunnen zodanig verstrengeld raken, dat ze breken en grote aantallen geladen deeltjes wegschieten. De ster in Pegasi maakt deel uit van een dubbelstersysteem van twee sterren die snel om elkaar heen draaien. Het gevolg daarvan is dat beide sterren in slechts 7 dagen om hun as wentelen. Het is deze snelle rotatie die tot meer en heftiger uitbarstingen leidt. Het is niet waarschijnlijk dat er op onze kalmpjes ronddraaiende zon van deze verwoestende explosies plaatsvinden.




Klimaat & Evolutie

2006 warmste jaar in drie eeuwen

de Volkskrant, 29 december 2006



Met een gemiddelde temperatuur van 11,2 graden in De Bilt was 2006 het warmste jaar sinds het begin van de regelmatige waarnemingen in 1706. Het langjarig gemiddelde ligt op 9,8 graden. Het oude record van 10,9 graden dateert uit de jaren 1990, 1999 en 2000. De hoeveelheid neerslag was normaal dit jaar.

Het jaar begon koud en dat bleef zo tot april. Januari was de koudste maand sinds 1997 en ook februari en maart waren frisser dan normaal. De min 11,8 graden die op 4 maart in Heino werd gemeten, was de laagste temperatuur. Het warmst was het met 37,1 graden op 19 juli in het Zeeuws-Vlaamse Westdorpe. Dat was meteen een record voor juli.

Juli kende twee hittegolven. De eerste van 30 juni tot en met 6 juli, met drie tropische dagen (30 graden of meer). De tweede begon op 15 juli, duurde tot en met de 30e en telde acht tropische dagen. Deze laatste behoort met zestien tot de langstdurende hittegolven sinds 1901.

Zon was er in overvloed. Gemiddeld 1780 uur straalde zij, terwijl 1550 uur normaal is. Vlissingen was het zonnigst met 1925 uur en Deelen op de Veluwe met 1600 het somberst. Uitzonderlijk zonnig was juli, met 316 uur tegen 201 volgens het langjarig gemiddelde. Valkenburg sprong er met 340 uur nog eens extra bovenuit. Nooit eerder registreerde een KNMI-station zoveel uren zonneschijn als in juli.



Biodiversiteit bedreigd door opwarming

NRC, december 2006



De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor dieren en planten in alle milieus op aarde en zal leiden tot een verhoogde uitsterving van soorten. Dat blijkt uit de grootste tot nu toe gemaakte overzichtsstudie.

Als gevolg van de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde verschuiven de leefgebieden van soorten vrijwel overal richting de polen. Daardoor komen met name gespecialiseerde soorten van de poolgebieden en bergmilieus in het nauw. Dat concludeert ecoloog Camille Parmesan van de University of Texas in het decembernummer van het vakblad Annual Review of Ecology, Evolution and Systematics.

Tropische koraalriffen en amfibieën worden het zwaarst getroffen door de temperatuurstijging. Koraal is het slachtoffer van een toename in intensiteit en frequentie van het El Niño-effect; extreme temperatuurwisselingen zorgen voor bleking. Amfibieën worden geplaagd door een dodelijke schimmel die beter gedijt in een warmere omgeving. Waarschijnlijk is hierdoor eenderde van Midden- en Zuid-Amerikaanse soorten harlekijnkikkers uitgestorven.

Vooral pool- en bergsoorten zien hun leefgebied razendsnel inkrimpen. IJsberen gaan in het zuidelijke deel van hun verspreidingsgebied achteruit in aantal en lichaamsgewicht. Ze teren in op hun lichaamsreserves omdat het ijsplateau tijdens de zomermaanden steeds langer wegblijft. En hun belangrijkste voedselbron, de ringelrob, is door de temperatuurstijging in aantal afgenomen. Aan de Zuidpool hebben de ijsafhankelijke adélie- en keizerspinguïns de laatste decennia hun noordelijkste broedgebieden verlaten.



Hongerige roofkwal in Waddenzee

Volkskrant, 16 december 2006



Een vleesetend ribkwalletje van ‘Amerikaanse origine’ bedreigt de Nederlandse kustwateren. Sinds de zomer komt de Mnemiopsis leidyi op grote schaal voor in de Waddenzee en het Grevelingenmeer.

In de Zwarte Zee leidde de komst van deze exoot ooit tot ecologische kaalslag en de ineenstorting van de ansjovisvisserij.





Ribkwal M. leidyi op archiefbeeld. (MBL)

Mogelijk verdwijnen de dieren na een strenge winter, maar Tulp houdt zijn hart vast. Vooral omdat deze kwallensoort in het water zwevende eitjes en larven van schelpdieren en vissen eet.

Na introductie in de Zwarte Zee, zo’n 25 jaar geleden, ontwikkelden de ribkwallen zich bij gebrek aan natuurlijke vijanden zo massaal dat ze het overige dierenleven decimeerden. ‘Gezien het belang van de Waddenzee voor trekvogels vind ik hun komst angstaanjagend.’

Minder algen door klimaatverandering

noorderlicht.vpro.nl, december 2006



De algen in de oceanen worden niet blij van een warmere wereld. Dat bewijzen satellietbeelden van de wereldzeeën, die tien jaar lang vanuit de ruimte werden geschoten. Naarmate de temperatuur stijgt, neemt het aantal algen af. En daarmee een belangrijke voedselbron voor andere zeebewoners.

SeaWiFS richtte de lens specifiek op het fytoplankton, in zee zwevende, microscopisch kleine algen, die samen elke dag meer dan honderd miljoen ton koolstof uit CO2 vastleggen in organisch materiaal. Daarmee vormen ze een belangrijke voedselbron voor al het andere zeeleven. Ze zijn bovendien belangrijk voor het wegvangen van een deel van het overtollige koolstofdioxide, dat mensen de lucht in zenden.





Fytoplankton.

De oorzaak is volgens Behrenfeld klimaatverandering, meer specifiek de opwarming van de aarde. Er is althans een sterk verband tussen de omgevingstemperatuur en de dichtheid van het fytoplankton. In 1997, 1998 was het zeewateroppervlak relatief koud. De minuscule algen leven in die bovenlaag. Daar krijgen ze nog voldoende zonlicht voor de fotosynthese en benodigde voedingsstoffen worden aangevoerd vanuit de diepere, koudere waterlagen. Als de bovenlaag vrij warm is, mixt die echter nauwelijks met het frisse en voedselrijke water eronder. Maar als het oppervlak relatief koud is, mengen de lagen beter en is er voor de algen meer aanvoer van voedsel. Het resultaat: meer algen.




Deel met je vrienden:
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina