Vrijwillige tijdelijke opvang van volwassenen en ouderen met een zorgvraag in Vlaanderen: een omgevings- en sterkte/zwakte- analyse



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina9/15
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   15

Dataverzameling- en analyse

Verschillende diensten gastopvang, het steunpunt zorgboerderijen en een initiatief logeerzorg werden bezocht om de professionele medewerkers te bevragen. Daarnaast werden verschillende gastvrouwen en zorgboer(inn)en bereid gevonden om gedurende minimaal twee dagdelen de onderzoekster te ontvangen voor een beperkte vorm van participerende observatie. Tijdens deze observatie werden de betrokkenen ook geïnterviewd.



Tabel 1 : lijst van interviews

Geïnterviewde

Zorgtype

Datum

Duur interview

Coordinator en Medewerker Landelijke Thuiszorg (Leuven)

Gastopvang

21/06/12

02:01:15

Coördinator en Medewerker Oikonde (Antwerpen)

Logeerzorg

4/10/12

01:55:01

Coördinator Steunpunt Groene Zorg

Zorgboerderij

7/09/12

02:21:41

Gastvrouw (Geraardsbergen)

Gastopvang

9/10/12

01:52:11

Gastvrouw (Heverlee)

Gastopvang

27/09/12

00:55:24

Gastvrouw(2) (Heverlee)

Gastopvang

11/10/12

00:18:40

Mantelzorger (Geraardsbergen)

Gastopvang

5/11/12

00:58:55

Medewerker Steunpunt Groene Zorg

Zorgboerderij

6/09/12

02:05:21

Zorgboer(in) (Aaigem)

Zorgboerderij

12/10/12

01:04:51

Zorgboer(in) (Essen)

Zorgboerderij

22/10/12

01:44:59

Zorgboer(in) (Landegem)

Zorgboerderij

16/10/12

01:34:12

De onderzoekster legde de nodige contacten met de verantwoordelijke van elke dienst en plande de verschillende bezoeken. In een brief voor de kandidaat deelnemende gastgezinnen werd de bedoeling van het onderzoek uitgelegd. Voor de participerende observatie werd uitdrukkelijk schriftelijke toelating gevraagd.


Eerst werden de verantwoordelijke en een medewerker van de desbetreffende dienst geïnterviewd. Het gesprek verliep semigestructureerd op basis van alle onderzoeksvragen, met een focus op sterkte-zwakte analyse van de eigen werking, en de competenties van zowel professionele begeleiders als de vrijwillige gastheren/vrouwen . De onderzoeker verbleef minstens twee dagdelen in het huis van een gastgezin/zorgboerderij. De onderzoeker interviewde en volgde de gebruiker en de gastheer/vrouw/zorgboer(in) en maakte een observatieverslag van het eigen perspectief. Het ruwe opnamemateriaal werd opgeslagen ter illustratie voor de conclusies van het onderzoek. Alle interviews werden digitaal opgenomen en getranscribeerd.
Voor de analyse werd op basis van de onderzoeksvragen een codeerschema gemaakt met vraagcodes en ‘verwachte’ antwoordcodes (thema’s) per onderzoeksvraag en per perspectief, en dit mede op basis van literatuur. Elk gesprek werd opnieuw volledig beluisterd, de informatie werd per onderzoeksvraag geklasseerd (correctie op het semigestructureerd karakter) en voorzien van een thematische code uit het codeerschema. We gebruiken hiervoor het softwarepakket Nvivo.

    1. Welke organisatie, vergelijkbaar aanbod en samenwerking is er op regionaal vlak?

De opstartende initiatieven rond gastopvang hebben tijdens de onderzoeksfase (2011-2013) een proces doorlopen. Bij de aanvang van het onderzoek waren er drie inrichtende organisaties van gastopvang: Landelijke Thuiszorg Leuven, met een erkenning voor drie provincies (Vlaams – Brabant, Limburg, Antwerpen) en de socialistische mutualiteiten Oost –en West Vlaanderen. De Socialistische mutualiteit West Vlaanderen had reeds voor de aanvang van het onderzoek hun erkenning opgezegd (voorjaar 2012), een jaar later (1 maart 2013) volgde bij de Socialistische Mutualiteit Oost Vlaanderen eenzelfde beslissing. Reeds bij de aanvang van het project werd duidelijk dat gastopvang in de praktijk gaat om een zeer kleinschalig initiatief. Daarom werd besloten het onderzoeksonderwerp te verruimen naar vergelijkbare vormen van opvang door vrijwilligers, met name de zorgboerderijen en logeerinitiatieven binnen pleegzorg. Deze andere ‘spelers’ zijn in dezelfde stedelijke en landelijke regio’s actief en werken in bepaalde gevallen ook samen met elkaar.




        1. (Gebrek aan) verankering in een netwerk ‘gastopvang’


Vanuit de interviews werd duidelijk dat het gebrek aan verankering van de inrichtende diensten gastopvang in een koepelorganisatie als leemte wordt ervaren. De nood aan een gemeenschappelijk draagvlak werd in de interviews meermaals aangehaald. Een overkoepelende organisatie- of netwerkstructuur zou deze zorgvorm bekender kunnen maken bij het grote publiek.
Ja, we zijn eigenlijk een beetje op ons eigen bezig en voorlopig slaan we er in op onze manier. Landelijke thuiszorg is ook op haar manier bezig maar eigenlijk denk ik, … om het echt kenbaar te maken moet dat vanuit een centraal punt zijn” (Gastopvang Oost Vlaanderen).

De nood aan het creëren van een gemeenschappelijk draagvlak en de uitbouw van een netwerk tussen de inrichtende organisaties blijkt reëel.


Je kunt op je eentje met de beperkte middelen niet veel betekenen. Vandaar als er vanuit een centraal punt, een onderwijskoepel of een onderwijsorganisatie aan kan gewerkt en gezocht worden naar initiatieven of oorzaken waarom, dan zijn we al een heel stuk vooruit hé.” (Gastopvang Oost Vlaanderen).

De pleegzorgdienst Oikonde werkt wel vanuit een gecentraliseerd netwerk Pleegzorg. Dit betekent dat zij een veel grotere pool hebben van waaruit zij zowel voor de vraagzijde als de aanbodzijde kunnen putten.


Ondertussen beginnen wij al wat te kijken in onze databanken of er gezinnen zijn die in aanmerking komen. We hebben een aantal gezinnen die zich via ons aanmelden, we hebben ook kandidaten die via pleegzorg Antwerpen binnen komen. Dit zijn gezinnen die kandidaat zijn voor een ruimer aanbod aan pleegzorg en niet enkel voor logeerzorg. In de databank zoeken we iemand die geïnteresseerd is en die van de bepaalde regio komt waaruit de vraag wordt gesteld.” (Pleegzorgdienst Oikonde).
Groene Zorg heeft zich verankerd in een steunpunt en werkt vanuit een gecentraliseerde organisatie. Steunpunt Groene Zorg is een organisatie die voornamelijk de aanmelding van zowel zorgvrager als zorgaanbieder in goede banen leidt. Zij zorgen voor een optimale match tussen hulpboer(in) en zorgboerderij. De aanmelding wordt opgestart vanuit een centraal aanmeldingspunt. “De vragen komen gecentraliseerd binnen. Aan de hand van een standaard aanmeldingsformulier” (coördinator Steunpunt Groene Zorg). In elke provincie is een consulent verantwoordelijk voor de werking binnen die provincie. Grotendeels is hun werking gestroomlijnd door een gemeenschappelijk kwaliteitskader, toch is er ook ruimte voor het leggen van eigen accenten.
(…) er is een partnerschap in Oost – Vlaanderen tussen Steunpunt Welzijn en Landelijke Gilden en Steunpunt Groene zorg. (…) Ik volg de werking zoals in de andere provincies, we werken heel nauw samen. Dat is historisch gegroeid omdat het hier is vertrokken vanuit Steunpunt Welzijn. Steunpunt Groene Zorg had bij aanvang een tweedelijnsrol. Dat was een soort van studie – en expertisecentrum om gans het wetgevend kader mogelijk te maken, maar een keer dat dit kader in orde was, is er vanuit SGZ ook meer en meer praktijkwerk verricht.”(Steunpunt Groene Zorg).

        1. Variërende mate van samenwerking tussen drie diensten vrijwillige opvang onderling


De verschillende vormen van vrijwillige zorg (Diensten Gastopvang, Steunpunt Groene Zorg en Pleegzorgdienst Oikonde) bestaan op dit moment naast elkaar met aparte, professioneel uitgebouwde werkingen. Dit belet niet dat zorgvragers dit aanbod combineren. Getuige daarvan het voorbeeld van een gast die zowel opgevangen wordt door een gastgezin als ondersteuning krijgt vanuit het project logeerzorg. Het verschil tussen deze twee zorgvormen is vanuit theoretisch perspectief klein, maar in de praktijk zijn er zeker enkele organisatorische verschillen. Zo wordt de opvang van de gast binnen het logeer (pleeg)gezin structureler en langduriger (met nachtopvang) ingericht, terwijl de gastopvang flexibeler vorm krijgt. Het structurele karakter van pleegzorg blijkt in de praktijk voor deze gast goed combineerbaar met de flexibiliteit van gastopvang.
Het makkelijke is dat het gastgezin dicht bij de deur woont en het logeergezin woont in Ninove. Als ik elke keer de verplaatsing moet doen om K. (ZV) weg te doen en te gaan halen (…), want ze mag daar (in het gastgezin) natuurlijk ook voor een paar uur zijn he. Stel ik zou weg moeten en ik bel, dan is er wel een mogelijkheid, maar ik heb toch nog altijd liever de twee achter de hand.” (Betrokken mantelzorger).
Soms geeft men ook aan weinig kennis te bezitten over elkaars werking en blijft de samenwerking tussen de diensten pleegzorg en gastopvang zeer beperkt. Ik merk wel dat de dienst pleeggezinnen ook ouderen opvangen.” (Gastopvang Oost Vlaanderen). Maar sporadische contacten kunnen verrijkend zijn. Gastopvang Oost Vlaanderen over Gastopvang A-B-L:
Een overleg is nog maar één keer gebeurd. We hebben dan zeker vier uur gepraat en dat was heel bemoedigend. Je hebt het gevoel dat je niet alleen bezig bent. Je leert van elkaar. Zij was verrast door mijn intakemethode en ik van haar vorming.” (Gastopvang Oost Vlaanderen).

Het Steunpunt Groene Zorg en Diensten gastopvang werken in bepaalde gevallen samen op niveau van individuele begeleidingen. De rol- en taakverdeling tussen beide zorgvormen is duidelijk: waar het steunpunt groene zorg de organisatorische omkadering opneemt, staat de dienst gastopvang in voor de begeleiding en de opvolging.


Groene zorg levert de aanmelding, ze brengen gasten aan, dan kan je de intake doen en dan ga ik eens bij die persoon om te luisteren wat hun noden zijn en waarom ze naar een zorgboerderij willen gaan, wat hun doelstellingen zijn... Dat noteer ik allemaal op een voorgedrukt officieel document van SGZ. Dat wordt ingevuld teruggegeven aan SGZ. Zij geven mij dan een maand de tijd om een geschikte boerderij te vinden. Dan komen ze terug tot bij mij en zeggen dan of de boerderij geschikt is en of ik het kennismakingsgesprek wil voorbereiden. Dan start ik de procedure en de verdere opvang op (om de 3 maanden), plus om de 6 weken, doe ik telefoontjes. Dat ligt allemaal vast (…)” (Gastopvang Oost Vlaanderen).

Ja, dat zijn verschillende agentschappen. De zorgboerderijen hebben geen erkenning voor gastopvang (geen dubbele erkenning). Wij hebben de erkenning om gasten toe te leiden, naar een plaats waarvan wij zeggen, dit is een aanbod dat voor die persoon met die zorgvraag in aanmerking komt.” (Gastopvang A-B-L).


Steunpunt Groene Zorg werkt, zoals eerder aangegeven, vanuit een 3 –actorenmodel bestaande uit zorgvrager en de zorgboerderij, de begeleidende organisatie en steunpunt groene zorg als coördinerende actor. Van hieruit kan er een samenwerkingsverband ontstaan
In West-Vlaanderen is de dienst minder actief dan in Vlaams – Brabant en Limburg. In Oost Vlaanderen is het maar een gedeelte waar landelijke thuiszorg actief is. Voor een aantal dossiers uit die regio’s, werk ik wel met hen samen. Ook met de dienst van Bond Moyson werk ik samen. Het gaat dan vooral om mensen die nood hebben aan dagbesteding met een klein beetje een arbeidsmatig karakter. Gastopvang legt eerder het accent op opvang en bij jobcoachen ligt het accent meer op mee functioneren in het arbeidsproces, op hun niveau dan.” (Steunpunt Groene Zorg).
Het accent wordt bij gastopvang dus eerder gelegd op ‘gezellig samen–zijn en het doorbreken van eenzaamheid’ terwijl de opvang op een zorgboerderij meer een arbeidsmatig karakter krijgt in de zin van activering van de zorgvrager. Beiden kunnen we plaatsen onder de noemer van ‘zinvolle dagbesteding’. De historische banden en levensbeschouwelijke overeenkomsten tussen organisaties zijn factoren die zeker ook meespelen in de mate van samenwerking.
Leuven draait wel beter maar het is ook landelijke thuiszorg, en zij werken ook samen met de zorgboerderijen. Maar die komen van de KVLV dus dat is echt wel een beetje een familie.” (Gastopvang Oost Vlaanderen).


        1. Samenwerking met reguliere en gespecialiseerde diensten/voorzieningen


De initiatieven van gastopvang proberen vanuit de opbouw van een netwerk samenwerkingsverbanden aan te gaan met als voornaamste doelstellingen gastopvang bekend te maken bij het grote publiek en de uitbreiding van (potentiële) gebruikers. Op lokaal niveau zijn er medespelers zoals de diensten maatschappelijk werk, het sociaal huis en het OCMW. Dit zijn organisaties waar aanmelders voor gastopvang naar doorverwezen worden als gespecialiseerde ondersteuning gewenst is.
Als wij aanvragen krijgen en wij hebben niet de geschikte plaatsen of organisatie dan verwijzen wij ze ook door naar andere mutualiteiten of het OCMW.” (…) “Bij gasten, vooral bij ouderen, verwijs ik nogal door naar de dienst maatschappelijk werk of het sociaal huis in de buurt.” (Gastopvang Oost Vlaanderen).

Gastopvang A-B-L geeft aan dat het netwerken nog geen vanzelfsprekendheid is.


Goh, nauw samenwerken, eigenlijk zitten we nog in de opbouw daarvan. Maar wat hebben wij als netwerk… alle thuiszorgdiensten, wit – geel kruis, zelfstandige verpleging, thuiszorgdiensten, dat kan net zo goed familiehulp zijn, mutualiteiten, lokale dienstencentra. Ja, OCMW diensten, dat heb ik al vernoemd en dan onze collega’s in de andere provincies, dat is toch ook een netwerk dat heel belangrijk is, ook naar opbouw van, niet zozeer naar het ondersteunen en het zoeken van de doelgroep enzoverder, maar vooral naar het degelijk uitbouwen van.“ (Gastopvang A-B-L).

In tegenstelling tot de diensten van gastopvang zijn de samenwerkingsverbanden tussen Steunpunt Groene zorg en hun stakeholders wel structureel uitgebouwd, zowel op lokaal als provinciaal gebied.


Er zijn wel heel wat stakeholders maar dat kan per provincie sterk verschillen. In Steunpunt Welzijn, hier in Oost – Vlaanderen, zit je al met een partnerschap tussen drie organisaties: Steunpunt Welzijn, Landelijke Gilde en Steunpunt Groene Zorg - dat is dan een eerste niveau. Het andere niveau is dat je door de provinciale financiering soms ook voorwaarden opgelegd krijgt, aandachtspunten meekrijgt. Dat gaat soms de opportuniteiten wat beïnvloeden. In Oost – Vlaanderen is er een partnerschap met een aantal diensten begeleid werken omdat zij nu ook cliënten gaan mogen begeleiden die niet tot hun strikte doelgroep behoren, maar bijvoorbeeld psychiatrische patiënten in hun thuissituatie, via de methodiek van jobcoaching. Dankzij dat partnerschap kan ik toch doelgroepen, die tot hiertoe te weinig begeleiding hadden, toch kwaliteitsvolle begeleiding mogelijk maken. (…)” (Steunpunt Groene Zorg).

De Pleegzorgdiensten van Oikonde geven enerzijds aan partnerschappen te hebben om hun werking meer draagvlak te geven, anderzijds dat zij de mogelijkheid hebben om vrij autonoom te bestaan.

We hebben heel wat samenwerkingspartners, dat kunnen tehuizen zijn, dat kunnen thuisbegeleidingsdiensten zijn, dagcentra,… alle organisaties die met handicap te maken hebben, en daarbuiten ook. (…) Ze voegen er ook aan toe: “We hebben eigenlijk geen partnerorganisaties nodig.” (Pleegzorgdienst Oikonde).




    1. Deel met je vrienden:
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina