Vrijwillige tijdelijke opvang van volwassenen en ouderen met een zorgvraag in Vlaanderen: een omgevings- en sterkte/zwakte- analyse



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina8/15
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15

Vergelijking met alternatieve ambulante zorg

      1. Zorgburen


Sedert het begin van 2010 loopt er in enkele gemeenten in Haspengouw een zorgvernieuwend project ‘Kom binnen zorgbuur’ (Callens, 2012). Het project loopt tot eind 2012. Landelijke Thuiszorg is hier de initiatiefnemende begeleidingsdienst. Een zorgbuur is een vertrouwenspersoon met een hart voor ouderen, die op regelmatige basis elementaire ‘goede- buur – taken’ verricht’. Het is vooral de psychosociale en pedagogische ondersteuning en begeleiding die centraal staat, hoewel dit vaak verpakt zit in zeer praktische taakjes ter ondersteuning van de zelfredzaamheid van de oudere. Dan gaat het bijvoorbeeld over de rolluiken ’s morgens omhoog trekken, de brievenbus ledigen, de kolenkachel vullen,… Hoewel de kleine ondersteunende taakjes die de zorgbuur verricht een welgekomen hulp zijn, speelt het sociale aspect een prominente rol. In geen geval wordt er huishoudelijk werk (wassen, strijken, poetsen, maaltijden bereiden), persoonlijke verzorging of medische zorgen toegediend. De zorgbuur fungeert voornamelijk als een vertrouwenspersoon en heeft daarbij een belangrijke doorverwijzende functie en signaalfunctie. In vele gezinnen waar de zorgbuur komt, is reeds professionele hulp aanwezig: een verpleegster, poets of bejaardenhulp, een mantelzorger. De zorgbuur fungeert als een ondersteuningsfiguur aan deze professionele hulpverleners. Veelal gaat het om situaties waar zorgvrager en zorgverlener al gerelateerd zijn aan elkaar, in de zin dat men vaak bestaande buren inschakelt in dit initiatief. Tegenover deze vrijwilligheid stelt men een onkostenvergoeding. Een goede matching tussen zorgvrager en zorgverlener moet de continuïteit van het contact garanderen. Hierin speelt de begeleidende dienst een prominente rol. De doelgroep bestaat uit senioren (65+) die in plattelandsdorpskernen wonen. Gemiddeld worden deze ouderen tweemaal per week bezocht en bedraagt de duur tijd van een bezoek een tweetal uur. Het initiatief van zorgburen is op een aantal criteria zeer vergelijkend met gastopvang. Een criteria dat wezenlijk verschillend wordt ingevuld, in vergelijking met gastopvang, is de parameter locatie, daar het bij zorgburen gaat om hulp aan huis, dus in de thuisomgeving van de zorgvrager.
      1. Gezelschapsdiensten


Het initiatief van de gezelschapsdiensten is inhoudelijk te vergelijken met oppashulp, zoals voorheen in dit rapport reeds besproken. We hebben hier echter te maken met een ander subsidie-kanaal en een andere inrichtende dienst (gezinsbond, wit-geel kruis, e.a.). De doelgroep voor gezelschapsdiensten bestaat uit chronisch zieken, personen met een handicap en zorgbehoevende ouderen, die niet altijd kunnen rekenen op hulp van familie of vrienden. Gezelschapsdiensten zijn ook weer opnieuw vaak een aanvulling op de professionele thuiszorg. Deze diensten zijn niet alleen in het leven geroepen ter ondersteuning van alleenstaanden, ook binnen respijtzorg past de gezelschapsdienst in het plaatje. Door de inschakeling van deze oppasvorm kan er rust, tijd en ruimte worden gecreëerd voor de mantelzorgers zodat hun draagkracht hersteld kan worden of in balans kan worden gebracht. De oppas kan overdag of tijdens de nacht worden georganiseerd. Het gaat ook hier in geen geval over professionele hulp maar over vergoede vrijwilligers. Kleine zorgtaken behoren tot het pakket van deze vrijwilliger: maaltijden opwarmen, hulp bieden bij de voeding, toezicht houden bij de inname van medicatie (…). In geen geval voeren de vrijwillige krachten huishoudelijke of verpleegkundige taken uit. De vergoeding voor deze hulp bedraagt €4/uur of €20/overnachting (22u tot 8u + ontbijt). Het minimumtarief is €8 en dit geldt als er een vrijwilliger wordt ingeschakeld voor minder dan 2 uur. Op feestdagen betaalt men een dubbel tarief. 3 Via een begeleidende dient verloopt de coördinatie. Zij staan in voor selectie van vrijwilligers en zorgvragers, het matchingsproces en de verdere opvolging.

    1. Regelgeving diensten gastopvang

      1. Beleid en programmatie


Na een projectfase is de erkenning ‘gastopvang’ opgenomen in het woonzorgdecreet van 2009. Voor de diensten gastopvang zijn een aantal voorwaarden bepaald waaraan voldaan moet worden om een erkenning te krijgen. Een eerste voorwaarde heeft betrekking op de ruimte in de programmatie. Een programmatie is een behoefteraming die weergeeft welke capaciteit er voor een bepaald soort zorgvoorziening nodig is.
Deze programmatie bestaat uit programmacijfers en evaluatiecriteria. Het programmacijfer voor de diensten gastopvang is vastgelegd op 6. Dit wil zeggen dat het Vlaams agentschap voor zorg en gezondheid (vanaf 2010) 6 diensten gastopvang erkent, waarvan 5 verspreid over het Vlaamse gewest en 1 in het Brussels hoofdstedelijk gewest. Tot 2013 waren er 2 diensten die goed waren voor 4 erkenningen. Deze twee diensten waren: Landelijke Thuiszorg en Thuishulp (een deelwerking binnen de Bond Moyson Oost-Vlaanderen). In 2013 heeft de inrichtende dienst Bond Moyson Oost – Vlaanderen zijn erkenning opgezegd. Thuishulp had één erkenning voor het gebied ‘Gent, Sint – Niklaas, Aalst’.
Landelijke Thuiszorg Leuven heeft tot op heden 3 erkenningen en is verantwoordelijk voor de organisatie van gastopvang in bepaalde zorgregio’s. Het gaat om de zorgregio’s in volgende gebieden: het gebied ‘Hasselt, Genk, Leuven’; ‘Leuven, Brussel, Aalst’ en tot slot ‘Antwerpen, Mechelen, Turnhout’.

De zorgregio’s vallen samen met de provinciale grenzen, maar de erkenningen lopen over deze grenzen heen en vallen er bijgevolg niet mee samen. Er is op dit moment geen actieve ‘gastopvang’ werking in het Brussels hoofdstedelijk gewest en de provincie West Vlaanderen.



Figuur 2 geeft de operationele situatie van 2014 weer.


Figuur 5: Zorgregio's en locatie diensten gastopvang/zorgboerderijen







Zorgregio Gastopvang Antwerpen/Vlaams-Brabant/Limburg







Zorgregio Gastopvang Oost/West-Vlaanderen (niet actief)







Actieve dienst gastopvang

Provinciale afdeling Steunpunt Groene Zorg



Antwerpen centrum valt buiten een zorgregio. Tot 2003 was de dienst Vleminckhuis erkend om gastopvang te organiseren in het centrum van Antwerpen. Deze dienst heeft de erkenning in 2009 niet opnieuw aangevraagd. Bond Moyson West – Vlaanderen had 1 erkenning om gastopvang te organiseren, maar heeft deze in mei 2012 opgezegd. Het Brussels hoofdstedelijk gewest heeft geen erkenning, gastopvang wordt niet georganiseerd in deze regio.
De minister van Welzijn, volksgezondheid en Gezin legde de evaluatiecriteria vast om na te gaan of een aanvraag voor een erkenning als dienst voor gastopvang paste in de programmatie. De voornaamste evaluatiecriteria waren de invulling van de programmatie (de verhouding tussen enerzijds het aantal al erkende diensten en anderzijds het programmacijfer) en de mate waarin de initiatiefnemer al voor het indienen van zijn erkenningsaanvraag activiteiten ontplooide.

      1. Erkenning of melding van een dienst voor gastopvang

Een dienst voor gastopvang kan, maar hoeft niet, erkend te worden door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Erkende diensten kunnen jaarlijks beroep doen op subsidies. Een dienst oprichten, zonder die te laten erkennen, is eveneens een mogelijkheid, maar dit dient ook gemeld te worden aan het agentschap. Momenteel zijn er geen diensten gastopvang bestaande die zich niet kenbaar hebben gemaakt bij de overheid maar geen erkenning aangevraagd hebben (T. Meeus, persoonlijke communicatie, 21 september 2012). Een dienst voor gastopvang kan enkel een erkenning krijgen en behouden als de dienst voldoet aan de algemene en specifieke erkenningsvoorwaarden. De dienst moet tevens voldoen aan de kwaliteitsvoorwaarden. Daarnaast moet de dienst het zelfzorgvermogen van de gebruiker evalueren en diens behoefte indiceren.



      1. Specifieke voorwaarden dienstverlening , omkadering en werking

Ten eerste zijn er een aantal specifieke voorwaarden betreffende de algemene hulp- en dienstverlening. Ten tweede worden er voorwaarden voor omkadering, werking en samenwerking met gastgezinnen, besproken. Deze voorwaarden zijn tot in detail beschreven in het woonzorgdecreet (2009).


Om als dienst gastopvang erkend te worden moet de dienst in kwestie een aanvraagformulier (bijlage) inzenden. Dit aanvraagformulier is gebaseerd op de algemene en specifieke erkenningsvoorwaarden.
Dienstverlening
Om de erkenning te verkrijgen en te behouden en daarbij subsidies te ontvangen moeten de diensten gastopvang prestaties kunnen aantonen. Concreet betekent dit dat zij per kalenderjaar 3000 coördinatie - uren gastopvang moeten kunnen aantonen en dit in de regio waarvoor de dienst erkend is. De bepaling voor het Brussels hoofdstedelijk gewest is anders ingevuld. De dienst die erkend is voor de regio die bestaat uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, zorgt voor de coördinatie van minstens 1800 uren gastopvang in die regio.
De dienst gastopvang doet beroep op (vergoede) vrijwilligers die fungeren als gastheer/gastvrouw. Bijgevolg moet de dienst voldoen aan de federale regelgeving betreffende de rechten van de vrijwilligers en aan de Vlaamse regelgeving betreffende het georganiseerd vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Hoewel gastopvang aanvankelijk voornamelijk georiënteerd werd naar de doelgroep ouderen maakt het decreet duidelijk dat de doelgroep breder is dan enkel de ouderenpopulatie. Het decreet haalt letterlijk aan dat de dienst niet mag selecteren op basis van doelgroepen. De praktijk van gastopvang bevestigd deze bepaling. De scope van dit rapport is dan ook verbreed naar volwassenen en ouderen met een zorgvraag. Deze zorgvraag kan heel ruim ingevuld worden.
Binnen de specifieke voorwaarden wordt ook duidelijk omschreven wat de dienst gastopvang als opdracht heeft. Deze bestaat uit het zorgen voor een optimale afstemming tussen gebruiker en gastgezin en het bewaken van de continuïteit van de zorg- en opvangsituatie. Daarnaast verleent de dienst zorg en bijstand aan de gebruiker en staat zij in voor het verlenen van informatie. De dienst maakt geen selectie wat de financiële draagkracht van de gebruiker betreft, tenzij dat zou inhouden dat de dienst zich prioritair richt op een toeleiding van gebruikers met een verhoogd risico op verminderde welzijnskansen.
De dienst werkt samen en maakt afspraken met externe relevante actoren voor de realisatie van zijn doelstellingen en opdrachten. De dienst zorgt voor een passende doorverwijzing als de hulpvraag buiten zijn wettelijke opdracht valt. Als de dienst zelf niet in een aanbod kan voorzien, informeert hij de gebruiker over andere voorzieningen als vermeld in het woonzorgdecreet van 13 maart 2009, die in de regio gevestigd zijn. De dienst streeft naar toegankelijkheid voor zijn gebruikers, vanuit een niet – discriminerende houding.
Daarnaast is de dienst eveneens verantwoordelijk voor het vorderen van de onkostenvergoeding van de gebruiker. Bij deze onkostenvergoeding wordt een onderscheid gemaakt tussen een dag- en een nachtvergoeding. Voor dagopvang wordt maximaal 2,50 euro per uur aangerekend. Voor nachtopvang die eindigt na 6 uur, en een aanvang heeft genomen voor 22 uur, kan, samen met de vergoeding voor nachtopvang, een onkostenvergoeding van maximaal 2,50 euro per uur worden gevraagd voor de uren opvang die gepresteerd worden voor 22 uur. Voor kortopvang kan een onkostenvergoeding gevraagd worden van 30,22uur per volledige dag.4
Omkadering
De dienst voor gastopvang beschikt minstens over één 0,5 equivalent coördinator, die beschikt over een diploma van master of bachelor. De coördinator volgt, verspreid over een periode van maximaal twee jaar, minstens 20 uren bijscholing over onderwerpen die voor de dienst relevant zijn. De dienst rekruteert, stimuleert, ondersteunt en vormt gastgezinnen, met respect voor hun persoonlijke levenssfeer en hun mogelijkheden. De dienst zet voldoende en deskundig personeel en voldoende en deskundige gastgezinnen in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren. De dienst volgt het functioneren van het personeel en de gastgezinnen. De dienst organiseert periodiek en op een gestructureerde wijze intern overleg met en permanente vorming voor het personeel en de gastgezinnen.
Werking
De dienst is minstens 32 uren per week beschikbaar, met een passende spreiding over alle werkdagen. De algemene werking van de dienst omvat een aantal taken die als volgt in de beleidstekst worden omschreven. De dienst kan de vraag en het aanbod van gastopvang coördineren in een door hem omschreven werkgebied. De dienst voorziet in inspraak van de gebruiker in zijn eigen hulp- en dienstverlening. De dienst kan de noden en behoeften van zijn doelgroepen signaleren en formuleert zo nodig suggesties voor de afstemming en bijsturing van het woonzorgbeleid. De dienst formuleert zijn missie en visie, vertaalt die in duidelijke doelstellingen en in een concrete werking. De dienst evalueert op regelmatige tijdstippen zijn werking. Hij evalueert geregeld of de doelstellingen bereikt zijn en stuurt afhankelijk daarvan bij. De dienst gaat op een systematische manier de tevredenheid van zijn gebruiker na en stuurt afhankelijk daarvan bij. Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikersmeting uitgevoerd. De dienst beschikt over een duidelijke organisatiestructuur en beheert zijn beschikbare middelen optimaal met het oog op de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen. Zij garandeert aan de gebruikers een klachtrecht en zorgt voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten.
Samenwerking met gastgezinnen
De gastgezinnen waarmee een dienst gastopvang samenwerkt dienen ook aan een aantal voorwaarden te voldoen.
Een gastgezin kan opvang bieden aan gebruikers onder de vorm van dag-, nacht- of kortopvang. Er kunnen maximaal drie gebruikers gelijktijdig in het gezin worden opgenomen. In geval van nacht- of kortopvang is de nodige infrastructuur aanwezig om de gebruikers comfortabel in het gastgezin te laten verblijven. In dat geval moet het gastgezin beschikken over een gemeubileerde kamer voor elke gebruiker, voorzien van een oproepsysteem en voorzien van een aangepaste was- of douchegelegenheid.
In het gastgezin verblijven gebruikers die geen intensieve medische behandeling en geen intensief toezicht nodig hebben, maar wel behoefte aan (re-)activering, verzorging, gezelschap, toezicht of begeleiding bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Een gebruiker mag geen verwantschap tot tweede graad hebben met de leden van het gastgezin.

Een erkende dienst voor gastopvang kan subsidies ontvangen van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Maar een erkenning houdt niet per definitie is dat daar ook subsidies tegenover staan. Subsidiëring hangt af van een aantal criteria. Nieuwe diensten moeten een subsidieaanvraag indienen samen met hun erkenningsaanvraag. Een volgende gegeven waar rekening mee moet gehouden worden is de afhankelijkheid van de beschikbare financiële middelen. De subsidiëring kan enkel verder worden gezet als de diensten die het voorgaande jaar subsidies ontvingen, blijvend de subsidiëringsvoorwaarden naleven. Bijkomend hebben de diensten de opdracht om jaarlijks een financieel verslag te bezorgen aan het agentschap. De diensten die recht hebben op subsidies, ontvangen jaarlijks een subsidie – enveloppe. In onderstaande worden de elementen binnen dit proces van subsidiëring geëxpliciteerd: Hoe een subsidiëring aangevraagd dient te worden, wat de subsidievoorwaarden zijn, de vermindering of terugvordering van subsidies, de subsidie – enveloppe en tot slot de subsidiebedragen.



      1. Subsidiëring

Om in aanmerking te komen voor subsidies, moet de initiatiefnemer van een dienst gastopvang, samen met de erkenningsaanvraag, een subsidieaanvraag indienen. De subsidieaanvraag maakt deel uit van het formulier van de erkenningsaanvraag (bijlage). Een erkenning als dienst voor gastopvang betekent echter niet dat de dienst ook gesubsidieerd zal worden. De minister van welzijn bepaalt jaarlijks hoeveel en welke nieuwe initiatieven in aanmerking komen voor subsidiëring, afhankelijk van de beschikbare middelen. Wanneer er op de begroting voldoende middelen zijn om alle nieuwe initiatieven te subsidiëren , dan komen al die voorzieningen in aanmerking voor subsidiëring. Zijn er echter onvoldoende middelen beschikbaar, dan stelt de minister een prioriteitenschema op.

Aan de hand van dit prioriteitenschema wordt bij onvoldoende beschikbare middelen bepaald welke nieuwe initiatieven subsidies zullen krijgen. Voor het opstellen van het prioriteitenschema voor de diensten gastopvang houdt de minister rekening met een aantal zaken: de datum van de erkenningsbeslissing, de geografische spreiding van de diensten gastopvang over de Vlaamse provincies en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en de mate waarin de dienst in de periode van 1 jaar die voorafging aan de datum waarop de initiatiefnemer zijn ontvankelijke erkenningsaanvraag ingediend had, al actief was als dienst gastopvang.
Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moet een erkende dienst gastopvang voldoen aan een aantal subsidiëringsvoorwaarden. Deze voorwaarden worden volgens het agentschap als volgt omschreven:


  • Alle erkenningsvoorwaarden naleven die van toepassing zijn op de diensten gastopvang.

  • Een zelfevaluatie uitvoeren, en jaarlijks voor 15 april de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar en het jaarverslag van het afgelopen jaar bezorgen aan ons agentschap.

  • Een boekhouding voeren volgens de algemene boekhoudregels die van toepassing zijn op de rechtsvorm van de dienst voor gastopvang, zoals bepaald wordt in het besluit van de Vlaamse regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

  • Jaarlijks zo snel mogelijk, en uiterlijk op 1 oktober, het financiële verslag van het afgelopen jaar bezorgen aan het agentschap.

De diensten voor gastopvang die al in het voorgaande jaar gesubsidieerd werden en nog erkend zijn, worden opnieuw gesubsidieerd als ze voldoen aan de bovenstaande subsidiëringsvoorwaarden.

Een erkende dienst gastopvang die subsidies krijgt, moet aan de subsidiëringsvoorwaarden blijven voldoen. Blijkt uit bijvoorbeeld een jaarverslag of een inspectieverslag dat een dienst gastopvang de subsidiëringsvoorwaarden niet naleeft, dan kan het agentschap de subsidie aan de dienst verminderen of terugvorderen. De diensten kunnen een bezwaarschrift indienen tegen het voornemen van het agentschap ter vermindering of terugvordering van de subsidie.


De diensten gastopvang die recht hebben op subsidie, ontvangen jaarlijks een subsidie-enveloppe. Deze subsidie – enveloppe bestaat uit een basissubsidie en een forfaitair bedrag. De basissubsidie is geldig voor de eerste 3000 uren gastopvang die de dienst gepresteerd heeft in de regio waarvoor deze erkend is. Het forfaitair bedrag geldt per uur gastopvang, dat de dienst bovenop de eerste 3000 gepresteerd heeft in het werkgebied waarvoor hij erkend is (het werkgebied van een dienst kan ruimer zijn dan een regio).
De dienst gastopvang, die erkend is voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, ontvangt een basissubsidie voor de eerste 1800 uur, een forfaitair bedrag per uur bovenop die eerste 1800 uur.

De minister van welzijn bepaald jaarlijks per erkende dienst voor gastopvang het maximale aantal uren gastopvang dat in aanmerking kan komen voor subsidiëring door het agentschap. Daarbij houdt hij onder meer rekening met de realisatiegraad van de al eerder toegekende uren, en met de spreiding van de gepresteerde uren.


Diensten voor gastopvang die minder dan 3000 uren gastopvang gepresteerd hebben in de regio waarvoor ze erken zijn (1800 uur voor dei dienst die erkend is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest), hebben geen recht op subsidies voor dat jaar. Een dienst die tijdens het eerste jaar dat hij voor de subsidiëring in aanmerking komt dat minimale aantal uren gastopvang niet haalt, behoudt echter wel zijn recht op de basissubsidie.
De uitbetaling van de subsidie – enveloppe gebeurt via voorschotten en een saldo. De diensten voor gastopvang ontvangen 3 voorschotten. Die voorschotten worden berekend op basis van het aantal gepresteerde uren gastopvang in het voorafgaande jaar. Daarom kan het eerste voorschot pas uitbetaald worden nadat de dienst (voor 15 april) het jaarverslag van het afgelopen jaar aan het agentschap bezorgd. In het jaarverslag staan de gegevens over de gepresteerde uren gastopvang.

Het agentschap betaald de volgende voorschotten uit:



  • 45% van de geschatte subsidie – enveloppe voor eind mei

  • 22,5% van de geschatte subsidie – enveloppe voor eind juli

  • 22,5% van de geschatte subsidie – enveloppe voor eind oktober

Het resterende saldo betaalt het agentschap uit in de loop van het daaropvolgende jaar. De dienst gastopvang moet daarvoor eerst het jaarverslag en het financiële verslag over het afgelopen jaar aan het agentschap bezorgen. Op basis van de gegevens over de gepresteerde uren gastopvang berekent het agentschap de subsidie – enveloppe waarop de dienst recht heeft. Van dat bedrag worden de eerder uitbetaalde voorschotten afgetrokken. Het resultaat van die berekening is het saldo van de subsidie – enveloppe. Voor het agentschap het saldo uitbetaald, gaat men na of de dienst voldoet aan de subsidiëringsvoorwaarden.
De basissubsidie voor het jaar 2011 bedraagt 20.400 euro. Per uur gastopvang dat de dienst in 2011 bovenop de eerste 3000 uur (1800 uur voor de dienst die erkend is voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest) gepresteerd heeft in het werkgebied waarvoor men erkend is, ontvangt men een forfaitair bedrag van 1104 euro.

De basissubsidie voor het jaar 2010 bedraag 20.000 euro. Per uur gastopvang dat de dienst in 2011 bovenop de eerste 3000 uur (1800 uur voor de dienst die erkend is voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest) gepresteerd heeft in het werkgebied waarvoor men erkend is, ontvangt men een forfaitair bedrag van 1082 euro.



      1. Kwaliteitszorg

Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003 wil de kwaliteit van de hulp en de zorg bevorderen door voorzieningen ertoe aan te zetten die kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren. Voor de diensten gastopvang is het decreet in werking getreden op 1 januari 2010. De diensten voor gastopvang moeten een kwaliteitsbeleid voeren en daarbij een kwaliteitshandboek samen stellen. Daarbij wordt verondersteld zichzelf periodiek te evalueren (zelfevaluatie), jaarlijks een kwaliteitsplanning op te stellen, alsook een jaarverslag te maken, waarin onder andere het kwaliteitsbeleid beschreven wordt dat ze de voorbije jaren gevoerd hebben.


Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid erkent en subsidieert diensten voor gastopvang. Een inspectie in de voorziening kan worden uitgevoerd om erop toe te zien dat er voldaan wordt aan de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden. De inspecties worden uitgevoerd door het agentschap zorginspectie. De inspecteurs van de zorginspectie bezoeken de dienst van gastopvang, nadien ontvangt de dienst een inspectieverslag met de bevindingen betreffende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden. De dienst krijgt 2 weken om te reageren, waarna het definitieve verslag wordt opgesteld en door de zorginspectie bezorgt aan het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Het agentschap beslist op basis van het inspectieverslag of er gevolgen zijn voor de erkenning en/of subsidiëring van de dienst voor gastopvang.
In principe is er geen afbakening in tijdsduur van opname. In principe zou gastopvang de residentiële zorg kunnen vervangen. In dat geval zou het zeer vergelijkbaar worden met ‘pleegzorg’ voor ouderen.




  1. Deel met je vrienden:
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina