Vrijwillige tijdelijke opvang van volwassenen en ouderen met een zorgvraag in Vlaanderen: een omgevings- en sterkte/zwakte- analyse



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina3/15
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Theoretisch kader voor gastopvang




      1. Community care

Het dominante medische model in de zorgsector wordt stilaan vervangen door het community care paradigma (Plemper & Van Vliet, 2003; Fjeldavli, 2006; Roossens & Van De Walle, 2007). De traditie van het opnemen van zorg voor zwakkeren in eigen familie of omgeving is lange tijd naar de achtergrond verdrongen door de opkomst van institutionalisering en professionalisering in de zorg. De laatste jaren zien we op internationaal vlak een grote verschuiving naar het opnemen van zorg in de gemeenschap. Plemper & Van Vliet (2003) definiëren ‘vermaatschappelijking van de zorg’ als zorg die zo dicht mogelijk bij de samenleving wordt gebracht (extramuralisering). Het principe van zorg in de samenleving door de samenleving sluit aan bij wat gastopvang in essentie wil betekenen.

Bulmer (in Yip, 2000) stelt een model voor waarin community care wordt opgedeeld in twee principes: ‘zorg in de samenleving’ (care in the community) en ‘zorg door de samenleving’ (care by the community). Beide vormen van zorg in de samenleving worden gezien als een formeel en informeel netwerk dat gemobiliseerd kan worden voor de hulpbehoevende (Plemper & Van Vliet, 2003). Volgens Bulmer (in Yip, 2000) bieden het formele en informele netwerk elk een ander soort zorg aan. Het verschil tussen beiden wordt duidelijk gemaakt in onderstaande figuur.


Caring for

=

Zorgen voor

Care in the community

=

Professionele zorg

Caring about

=

Geven om

Care by the community

=

Vrijwilligerszorg en informele zorg

Figuur 1: Community Care (Plemper & Vliet, 2003)
Binnen het kader van community care wordt verwacht dat alle leden van de samenleving; naar eigen vermogen, steun en opvang, voorzien, waar nodig is (Koops & Kwekkeboom, 2005; Wilken, 2004, in Ampe, 2008). Nadat de hulpbronnen in het informele kanaal zijn uitgeput, wordt er pas ondersteuning gezocht in het professionele circuit. Community care is niet alleen een verantwoordelijkheid van professionele zorgverstrekkers, maar ook de samenleving vormt een belangrijker rol. Het solidariteitsprincipe staat centraal, iedereen is medeverantwoordelijk voor het opnemen van zorg voor elkaar. Het kan niet de bedoeling zijn dat de informele zorg het formele zorgkader gaat vervangen. Ze moeten opgevat worden als aanvullend en ondersteunend (Yip, 2000; Lamb & Bachrach, 2001, in Ampe 2008).

Heel wat verschillende zorginitiatieven die steunen op vrijwilligerszorg en mantelzorg kaderen zich binnen de ‘care by the community’. Naar een model van Ampe (2008) wordt gastopvang besproken in het licht van community care. Gastopvang is een informele zorgvorm die binnen community care kader ressorteert onder ‘caring about’.




      1. Ageing in Place

‘Ageing in place’ wordt door Bigby (2004) gedefinieerd als “allowing the elder to remain in the living situation of their choice for as long as they wish and are able to”.

Voor de meeste ouderen geldt dat ze zo lang mogelijk thuis willen blijven, op de plek waar ze lang met hun dierbaren gewoond hebben. “Zelfs wanneer ouderen in hoge mate zorgbehoevend zijn, economische moeilijkheden hebben, in een onaangepaste woning of in een achtergestelde buurt leven, blijft de voorkeur om thuis te blijven wonen in de meeste gevallen bestaan. Juist voor die ouderen komt het erop aan ‘goed ouder worden in de thuissituatie’ te bewaken en te garanderen” (De Witte, Verté, e.a. 2012).

Dit is niet anders voor mensen met een handicap/beperking of andere zorgbehoevende personen. In die zin geldt hier één van de belangrijkste principes van het paradigma van kwaliteit van bestaan: waardevolle dingen des levens zijn dezelfde voor mensen mét en zonder beperking (Schalock, 1996).

Kenmerkend voor ouderen of zorgbehoevende mensen die lange tijd verbleven bij de ouders of familie, is dat op een bepaald moment de mantelzorg onder grote druk komt te staan. Een crisismoment doet zich in vele gevallen voor. Men moet dan een keuze maken: zelfstandig blijven wonen met ondersteuning en zorg of een opname in de residentiele woonzorg (rust- en verzorgingstehuis) of ander gespecialiseerd tehuis. In vele gevallen is het niet alleen de zorgbehoevende die deze keuze maakt, maar ook de naaste omgeving. Naast evidente consideraties rond veiligheid en kwaliteit van zorg, speelt vaak ook de angst voor eenzaamheid mee. Het gemis aan gezelschap kan bepalend zijn voor de keuze om al dan niet thuis te blijven.

De raad van Europa (2009) formuleerde in haar visietekst over ‘ageing people with disabilities’ de gevolgen van een dergelijk normatief kader als de ommeslag van “disabling services” naar “supportive environments”. (…) Most of the people ageing with a disability “do not want to make any great demands on support services. Rather, they simply want to get on with their lives secure in their knowledge that what little support they may need will be available if and when they need it.”

Dit vat de essentie van ‘ageing in place’ goed samen.

Echter, voor heel wat mensen is ‘thuis’ niet altijd zo makkelijk definieerbaar. Hoewel ‘ageing in place’ in de literatuur meestal wordt beperkt tot de eigen woning of de woning van een naaste, is een verruiming van het begrip nodig. Een thuis gecreëerd door een thuisgevoel dat afhankelijk is van de sociale omgeving. Niet zozeer de locatie, maar het sociaal contact is bepalend. Het aanbieden van een thuis dus als antwoord op mogelijke vereenzaming. Gastopvang past volledig in het kader van ‘ageing in place’.



      1. ‘Respite’ care

Gastopvang kan gezien worden als een mogelijkheid om de mantelzorger te ontlasten. Respijtzorg is van groot maatschappelijk belang. Geregelde aflossing helpt mantelzorgers de zorg langer vol te houden. De zorgvrager kan zodoende langer in eigen thuisomgeving worden opgevangen (Morée, 2005). Dit zou naast het doorbreken van de eenzaamheid en zoeken naar een zinvolle dagbesteding een doelstelling van gastopvang kunnen zijn. Op die manier past gastopvang binnen het kader van de respijtzorg. Een tijdelijke overname van zorg, ofwel respijtzorg, kan op verschillende manieren worden geregeld In de Angelsaksische literatuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen 3 vormen van respijtzorg. Voor de Vlaamse context betekent dit het volgende:




  1. Centre-based respite: geïnstitutionaliseerde zorg: kortopvang en dagopvang in een centra voor herstelverblijf, een dagverzorgingscentra of een kortverblijf in een woonzorgcentra.

  2. In-home respite:

    1. Respijtzorg in de thuisomgeving van de zorgverlener: bijvoorbeeld gastopvang en logeerzorg en opvang op een zorgboerderij.

    2. Respijtzorg in de thuisomgeving van de zorgvrager: bijvoorbeeld oppashulp en gezelschapdiensten

  3. Host-Home (host-family) respite: daar waar gastopvang, zorgboerderijen etc. opvang bieden voor een groep van mensen (cf. model zorgboerderij en welkomboerderij in Nederland). Bijvoorbeeld: collectieve autonome dagopvang.



    1. Gastopvang en gelijkaardige zorgvormen

In dit deel wordt gastopvang vergeleken met andere woon- en zorgvormen in de Vlaamse context.

Voor een volledig, systematisch overzicht stelden we een matrix op (zie bijlage) die een overzicht geeft van welke gevestigde en meer experimentele vormen van zorg in combinatie met wonen, er in Vlaanderen bestaan, en op welke parameters ze van elkaar verschillen.

We nemen gastopvang als uitgangspunt. Daarna trachten we enerzijds een gemeenschappelijke basis te vinden met vergelijkbare (zorg)vormen, zowel diegenen waar vrijwilligers (een deel van) de zorg op zich nemen, als diegenen waar dat niet gebeurt. Anderzijds willen we ook de verschillen met erkende en niet erkende initiatieven scherp stellen.

We werken de omgevingsanalyse uit aan de hand van de volgende criteria: locatie, soort zorg, doelgroep, toegankelijkheid, profiel zorgverleners, samenleefverband, tijdstip en duur.

      1. Gastopvang

Gastopvang wordt in het woonzorgdecreet (2009) omschreven als “zorg en bijstand, gedurende de dag of de nacht, die bestaat uit het bieden van (re-)activering, gezelschap, toezicht en verzorging of begeleiding bij activiteiten van het dagelijks leven aan de gebruiker, bij afwezigheid van mantelzorg of met het oog op een tijdelijke vervanging van de mantelzorg.”

Het gaat volgens deze definitie met andere woorden om respijtzorg waarbij gedurende een periode een gebruiker een tijdelijke dag en/of nachtopvang wordt aangeboden met de nodige ‘zorg en bijstand.’ Onder gastgezin wordt een natuurlijke persoon of een gezin verstaan “die/dat, bij wijze van vrijwilligerszorg, gastopvang aanbiedt in de verblijfswoning of de eigen aangrenzende woning” (Uitvoeringsbesluit Gastopvang).
Als we gastopvang situeren ten opzichte van de ambulante en semi-residentiële zorgvormen in het woonzorglandschap dan wordt het duidelijk dat er lijnen te trekken zijn maar eveneens dat het zich op bepaalde punten onderscheidt.

Gastopvang is van tweeërlei aard:




  1. enerzijds bestaat de klassieke vorm van gastopvang waarbij een zorgvrager wordt opgevangen in een gewoon huis.

  2. anderzijds de specifiekere vorm van gastopvang waarbij een zorgvrager wordt opgevangen op een zorgboerderij.

Om het verschil tussen opvang in een gastgezin en opvang in een zorgboerderij duidelijk te maken, worden deze initiatieven apart besproken. Toch zijn ze inhoudelijk zeer vergelijkbaar en is er sprake van een samenwerkingsverband tussen de diensten van Steunpunt Groene Zorg, verantwoordelijk voor de doorverwijzing naar en coördinatie van de zorgboerderijen, en de diensten gastopvang, die verantwoordelijk zijn voor de opvang in een klassiek gastgezin, of net als andere diensten (bv. thuisbegeleiding) ondersteuning kunnen bieden in een gastsituatie op een zorgboerderij.
Gastopvang is een zorgvorm die uniek is wat betreft locatie. Gastopvang is de enige bestaande zorgvorm waarbij de cliënt wordt opgenomen in de verblijfswoning van de zorgverlener, of in uitzonderlijke gevallen in een aangrenzende woning van de zorgverlener.
De aanvankelijke doelgroep richtte zich voornamelijk naar ouderen die geen zware zorgbehoefte hebben. Zo kunnen ouder wordende personen met een handicap, personen met een psychiatrische problematiek als dementerenden een aanbod vinden bij gastopvang. Na prospectie in de praktijk zien we dat de doelgroep zich verbreed heeft naar ouderen en volwassenen met een zorgvraag. Naast ouderen is er ook sprake van casussen waarin volwassenen met een beperking worden toegeleid naar gastopvang (S. Hardies, medewerker Landelijke Thuiszorg Wijgmaal, persoonlijke communicatie, 21 juni 2012) .
Een logisch gevolg van de verbreding van de doelgroep is dat de leeftijdsgrenzen ook meer variëren. Men heeft het in de regelgeving over 60 – plussers die deelnemen aan het aanbod van gastopvang, maar de praktijk toont een ander verhaal. Als we kijken naar de begeleiding via gastopvang op de zorgboerderijen bevinden de meeste cliënten zich in de leeftijdscategorie 21 tot 50 jaar. Dit heeft mogelijk te maken met een grotere mobiliteitsvereiste (afstand tot zorgboerderijen) en de fysieke en mentale mogelijkheden die eveneens nodig zijn om de taken op de zorgboerderij te kunnen verrichten. De één – op – één begeleiding in zowel de reguliere gastopvang als het aanbod van zorgboerderijen staat centraal en maakt dit aanbod uniek en daarbij populair bij een brede doelgroep.
Gastopvang kenmerkt zich door een variatie aan mogelijkheden wat betreft tijdstip en duur van de opvang. Zo is naast dagopvang, ook nachtopvang en een kortverblijf mogelijk. Voor een korte periode kan de residentie van de gast door een gastgezinformule worden opgevangen. Er is geen restrictie vastgelegd op het aantal dagen dat de zorgvrager gebruik kan maken van deze dienst (Tom Meeus, persoonlijke communicatie, 21 september 2012). Gezien er geen restrictie is, zou gastopvang in principe een semi-residentiële opname kunnen vervangen. Als de restrictie niet wordt gemaakt, kan gastopvang geplaatst worden onder residentiële zorg en is deze zorgvorm inhoudelijk nog nauwelijks te onderscheiden van ‘pleegzorg voor ouderen’.
Het profiel van de zorgverlener is er een van niet professionele aard. In alle gevallen gaat het om een vrijwilliger die een engagement aangaat tot vrijwillige zorg. Deze gastheer of gastvrouw krijgt een vrijwilligersvergoeding die een compensatie vormt voor de kosten van maaltijden of eventueel verlies van rendement (zorgboerderijen). Bijkomend kan er een onkostenvergoeding worden ingediend. Een verdere uitdieping betreffende het profiel van de zorgverlener en de vergoeding wordt in het gedeelte rond regelgeving gegeven.
Qua samenleefverband gebeurt het bijna niet dat meerdere gasten opgenomen worden in hetzelfde gastgezin, terwijl dit wel mogelijk is onder de initiële uitgangspunten (cf. concept ‘host home’). Het aspect van gelijkgezindheid en wederzijdsheid zien we wel sterk terug komen in de relatie tussen de gastheer /-vrouw en gast zelf.



      1. Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina