Vrijwillige tijdelijke opvang van volwassenen en ouderen met een zorgvraag in Vlaanderen: een omgevings- en sterkte/zwakte- analyse



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina2/15
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Samenvatting

Inclusieve zorg is zorg die in de (buurt van de) thuissituatie wordt verstrekt als alternatief voor de meer klassieke residentiële zorg. In de plaats van een ‘all-in’ aanbod verschaft inclusieve zorg een samengesteld pakket van zorg dat de zorggebruiker in staat stelt om thuis te blijven, resulterend in een gedeelde verantwoordelijkheid van mantelzorg en professionele zorgverstrekkers. Een voorbeeld van inclusieve zorg is ‘gastopvang’. Deze zorgvorm werd onlangs erkend in het woonzorgdecreet (2009), en betekent concreet dat gastgezinnen/gastheren/gastvrouwen (geen mantelzorgers) ondersteund worden om in het eigen ‘gasthuis’ (tijdelijk) de zorg op te nemen voor mensen, voornamelijk ouderen, met uiteenlopende zorgbehoeftes. Gastopvang is een vorm van georganiseerde dag- en nacht permanentie en dagbesteding in een niet-professionele gastsituatie. De professionele ondersteuning van vrijwilligers bestaat uit coaching en vorming van het gastgezin, respectievelijk de gastvrouw/-heer.


De startende, kleinschalige initiatieven gastopvang stonden de voorbije jaren voor een aantal uitdagingen. Zij dienden zelf zicht te krijgen op de benodigde middelen, wettelijke bepalingen en randvoorwaarden waarbinnen zij kunnen/moeten werken. Het onderzoeksproject had als doelstelling een proces-,omgevings- en sterkte/zwakte analyse te maken van de werking van de diensten ‘gastopvang’. In de loop van het project werd de scope verruimd naar de zorgboerderijen en de tijdelijke vormen van pleegzorg, i.c. logeerzorg. Het wou nagaan hoe deze diensten functioneren en hoe ze hun aanbod realiseren, ingebed in de eigen regionale omgeving. Het onderzoek wou op onafhankelijke wijze de sterktes en zwaktes nagaan van het aanbod, zowel vanuit het standpunt van de professionele als van de zorggebruikers. Dit project diende ook te leiden tot een afbakening van competities die de gastheren- en vrouwen dienen te hebben voor het opnemen van de zorg.
Het oorspronkelijke onderwerp van onze studie, erkende Gastopvang, heeft sinds de start in 2012 een hobbelig parcours gekend. Twee diensten gastopvang gaven hun erkenning terug aan de overheid wegens een moeilijk vol te houden verwachte aantal prestatie-uren. De enige erkende aanbieder blijft Landelijke Thuiszorg, maar ook hier loopt het matchingsproces tussen vrijwillige gastgezinnen en kandidaat-gasten niet eenvoudig.
Dit project maakte voornamelijk gebruik van kwalitatieve onderzoeksmethodes. Via literatuurstudie, participerende observaties en focusgroepen werden de antwoorden op de onderzoeksvragen geëxplodeerd, om het belang en de gedragenheid van de conclusies te toetsen bij zowel de gebruikers, de aanbieders en vertegenwoordigers van het beleid.
De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn:


  1. Gastopvang is een duidelijk voorbeeld van community care: hulp, ondersteuning, aandacht en opvang in de eigen omgeving. Het is en blijft een heel aantrekkelijke, tijdelijke (semi-)residentiële informele opvangmogelijkheid voor licht tot matig zorgbehoevende mensen.

  2. Gastopvang kan ingezet worden als respijtzorg, maar door het weinig gebruik van de mogelijkheid tot nachtopvang (dit is ook zo in Wallonië) door de gasten, is dit nog geen volwaardige optie

  3. Gastopvang is als vrijwillige zorgvorm bedreigd in haar voortbestaan. Het moeilijk samenbrengen van vraag en aanbod in een aanvaardbaar grote regio is de belangrijkste oorzaak. Een betere waardering van de vrijwilligers is een must.

  4. Gastopvang dient meer re investeren in een vrijwilligerspool van kandidaat gastheren -en gastvrouwen.

  5. De kwaliteiten en competenties van vrijwilligers en professionals zijn complementair. De gastheer- of vrouw heeft alle troeven en kwaliteiten in handen om minder intensieve zorgvragen aan te pakken.

  6. een andere organisatie van het gehele Vlaamse aanbod, bv. via een centraal onafhankelijk aanmeld- en steunpunt zou mogelijks tot een succesvollere formule zou kunnen leiden.


Dit project werd verwezenlijkt dankzij de middelen voor Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) van de HUB-KAHO.
Begindatum project: 1-01-2012

Einddatum project: 30-06-2014


Projectleider: Dr. Joris Van Puyenbroeck

Mevr. Sabien Van Rampelberg


Onderzoeker: Valerie Diels

Contact: Hogeschool Universiteit Brussel – Campus Brussel

Professionele Bachelor Sociaal – agogisch werk

Warmoesberg 26

1000 Brussel

+32 (0)2 210 12 11


joris.vanpuyenbroeck@hubkaho.be
KAHO Sint Lieven – Campus Dirk Martens

Professionele Bachelor in Medical Office Management

Kwalestraat 154

9329 Aalst

+32 (0)53 72 71 70
sabien.vanrampelberg@hubkaho.be

Inhoudsopgave





Samenvatting 2

Inhoudsopgave 5

1Omgevingsanalyse 1

1Probleemstelling 1

1.1Theoretisch kader voor gastopvang 2

1Community care 2

1.1.1Ageing in Place 3

1.1.2 ‘Respite’ care 4



1.2Gastopvang en gelijkaardige zorgvormen 4

1Gastopvang 5

2Zorgboerderijen 6

1.2.11.4.3. Pleegzorg, wonen onder begeleiding van een particulier en logeeropvang 8

1Regelgeving Diensten Pleegzorg 10

1.2.2Vergelijkbare internationale initiatieven 15



1.3Vergelijking met erkende residentiële woonzorgvormen 18

1.4Vergelijking met alternatieve residentiële woon(zorg)vormen 19

1Groepswonen, samenhuizen (‘cohousing’) 19

1.4.1Zelfstandig wonen met zorg 21

1.4.2Woongemeenschap 22



1.5Vergelijking met erkende semi-residentiële zorg 23

1Dagverzorgingscentra 24

1.5.1Centra voor kortverblijf 24

1.5.2Collectieve Autonome Dagopvang voor ouderen (CADO) 24



1.6Vergelijking met andere semi – residentiële zorg 25

1.7Vergelijking met erkende ambulante zorg 26

1De diensten voor gezinszorg, aanvullende thuiszorg, logistieke hulp en thuisverpleging 26

1.7.1De regionale en lokale dienstencentra 27

1.7.2Vereniging voor mantelzorgers en gebruikers 27

1.7.3Diensten voor oppashulp 28

1.8Vergelijking met alternatieve ambulante zorg 30

1Zorgburen 30

1.8.1Gezelschapsdiensten 30

1.9Regelgeving diensten gastopvang 31

1Beleid en programmatie 31

1.9.1Erkenning of melding van een dienst voor gastopvang 32

1.9.2Specifieke voorwaarden dienstverlening , omkadering en werking 33

1.9.3Subsidiëring 35

1.9.4Kwaliteitszorg 37



2Dataverzameling- en analyse 39

1.1Welke organisatie, vergelijkbaar aanbod en samenwerking is er op regionaal vlak? 41

2.2 Hoe ervaren de betrokken diensten hun dienstverlening in termen van sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen? 46

1Zwaktes en bedreigingen op organisatieniveau 46

2.2.2Sterktes en Kansen op organisatieniveau 52

2.2.3Bedreigingen op macro-niveau 58

2.2.4Kansen op macro-niveau 64

2.3Welke personeelsomkadering is nodig om gastopvang in de praktijk te realiseren? 66

1Beroep specifieke competenties en kwalificatie 66

2.3.2Kwantitatief: in termen van directe en indirecte begeleidingsuren 69

2.3.3Wat zijn de randvoorwaarden voor organisatie? 72

2.3.4Wat zijn de benodigde competenties van de vrijwilligers om gastopvang in de praktijk te realiseren? 79

2.3.5 Wat zijn de persoonskenmerken van de vrijwilligers om gastopvang in de praktijk te realiseren? 86

2.3.6De competenties van de ‘vrijwilliger’ komen onder spanning te staan. 88

3Grenzen aan de competenties van vrijwilligers 90

3.1.1Vormingsmogelijkheden 93



4Focusgroepen 94

4.1Zwaktes en bedreigingen 94

4.2Kansen 97

5Conclusies 100

6Literatuurlijst 103

7Bijlage : Matrix overzicht woon- en zorgvormen 105



  1. Omgevingsanalyse




    1. Probleemstelling

De vergrijzende samenleving zorgt ervoor dat de behoefte aan zorg onder de oudere bevolking toeneemt. De capaciteit van zowel de ambulante als residentiele zorg is de laatste decennia sterk toegenomen, maar kan de vraag naar zorg nauwelijks volgen. Aangezien in onze samenleving de intergenerationele mantelzorg niet de meest gangbare keuze is, neemt de druk op de residentiele zorg sterk toe. Het debat dat wordt gevoerd rond deze maatschappelijke evolutie focust voornamelijk op de financiële gevolgen, en minder op de modaliteiten of de principes achter de zorg zelf.


Deze studie vertrekt van het uitgangspunt dat de meeste ouderen ‘zo lang mogelijk thuis willen blijven’. In de Angelsaksische literatuur wordt dit ‘ageing in place’ genoemd (Bigby, 2004). Behoefteanalyses in Vlaanderen tonen aan dat ouderen, zorg op maat wensen in de eigen woning of woonomgeving, en dit zo lang mogelijk (De Witte, Verté, e.a. 2012). Inspelend op deze behoefte, maar ook mede bepaald door kosten-baten analyses stuurt het beleid aan op woon - zorg, waarin de thuiszorg een steeds belangrijkere, complementaire rol dient te spelen ten aanzien van de traditionele residentiele ouderenzorg. Er ontstaan innovatieve, inclusieve zorgvormen die een antwoord proberen te bieden op intensievere zorgvragen in de thuissituatie, specifiek aangepaste woningen en aangepaste zorg. Met inclusieve zorg bedoelen we aangepaste zorg die in de (buurt van de) thuissituatie wordt verstrekt als alternatief voor de traditionele residentiële zorg. In plaats van een ‘all – in’ aanbod verschaft inclusieve zorg een samengesteld pakket van zorg dat de zorggebruiker in staat stelt om thuis te blijven.
De grotere klemtoon op thuiszorg als eerste belangrijke zorgbuffer wijst op een toenemende vermaatschappelijking van de zorg. De Engelse term ‘community care’ verwijst naar het belang van de plaatselijke gemeenschap: de zorg wordt terug gebracht naar de community, de woonbuurt en ‘thuis’ van de zorgbehoevenden. Ook Vlaanderen trekt resoluut de kaart van de thuiszorg en wil mensen die zorgbehoevend worden zo lang mogelijk zorg bieden in de eigen (thuis) omgeving (Vogels, 2009). Behoefteonderzoek toont aan dat het de wens is van de meeste ouderen en ouder wordende om zolang mogelijk in de eigen thuisomgeving te vertoeven. Thuiszorg is dan de ideale zorgverstrekker op de momenten dat het moeilijker gaat en de hulpbehoevendheid groter wordt. In het zog van de professionele thuiszorg probeert het beleid om de mantelzorg en de vrijwillige zorg in de buurt aan te moedigen. Onder het motto van gedeelde zorg (‘shared care’) wil men de verantwoordelijkheid voor zorg (terug) delen tussen burger en overheid, tussen mantelzorger, vrijwilliger en professionele zorgvertrekkers. De redenen om voor een gedeelde zorg te kiezen zijn divers. Meest genoemde zijn algemene kostenbesparingen, operationele capaciteitsproblemen in de residentiele zorg, maar ook ideologische standpunten, zoals bijvoorbeeld pleidooien voor de versterking van intergenerationele solidariteit en herstel van het sociale weefsel.
Gegeven deze context trekt het concept van ‘gastopvang’ de aandacht. Eenvoudig uitgelegd gaat het om opvang van zorgbehoevende personen door vrijwilligers, die tot elkaar geen verwantschap tot de tweede graad mogen hebben. Niet de mantelzorgers, maar vrijwillige derden stellen hun huis als een thuis open voor een oudere of andere zorgbehoevende persoon. Anders geformuleerd: gastopvang is een vorm van georganiseerde dag- en nachtpermanentie en dagbesteding in een niet-professionele gastsituatie. De professionele ondersteuning bestaat uit de coaching van het gastgezin, respectievelijk de gastvrouw/-heer, en dit van aanmelding- tot afrondingsfase.

Gastopvang is een voorbeeld van een inclusieve en vrijwillige zorgvorm. Het laat de oudere of andere zorgbehoevende persoon toe om langer thuis te blijven, met een afwisseling qua opvang/gezelschap in de buurt, of in elk geval een opvang met een authentiek ‘thuisgevoel’. Dergelijke vrijwillige opvang van zorgbehoevende ouderen bestaat al langer, maar is pas recentelijk erkend binnen het woonzorgdecreet (2009). Wanneer we gastopvang als concept intersectoraal bekijken valt meteen een grote verwantschap op met pleegzorg voor volwassenen met een handicap, of met het initiatief van zorgboerderijen. We komen later uitgebreid terug op deze verwantschap.


In het woonzorgdecreet (2009) is gastopvang gedefinieerd als “zorg en bijstand, gedurende de dag of de nacht, die bestaat uit het bieden van (re-)activering, gezelschap, toezicht en verzorging of begeleiding bij activiteiten van het dagelijks leven aan de gebruiker, bij afwezigheid van mantelzorg of met het oog op een tijdelijke vervanging van de mantelzorg.”

De erkende en gestarte, kleinschalige initiatieven van gastopvang staan voor een aantal uitdagingen. Zij dienen zelf zicht te krijgen op de benodigde middelen, wettelijke bepalingen en randvoorwaarden waarbinnen zij kunnen/moeten werken. Zij dienen op zoek te gaan naar partners in andere sectoren die expertise kunnen inbrengen. Tot slot dienen ze zich idealiter te verenigen in functie van visieontwikkeling en gezamenlijke communicatie.





    1. Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina