Vrijwillige tijdelijke opvang van volwassenen en ouderen met een zorgvraag in Vlaanderen: een omgevings- en sterkte/zwakte- analyse



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina13/15
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Kansen


Een gemeenschappelijk spoor tussen Vleminckveld Antwerpen en de huidige inrichtende dienst Landelijke Thuiszorg is dat de zorgverleners (gastvrouwen en gastheren) vaak enige ervaring in de zorgsector hebben.
Die mensen die zo’n kortverblijf organiseerden, hadden we al heel veel ervaring in de zorgsector. Twee ervan zijn vroeger verpleegkundige geweest en waren net op pensioen en die hadden de plaats om iemand te laten overnachten. Die twee gezinnen waren voordien ook mantelzorgen (…).” (Vleminckveld Antwerpen).
De uitbreiding van een netwerk van diensten in de ouderensector en de inzet van dienstencentra als partner zou een succesformule kunnen vormen. De inzet op community building ingericht door lokale dienstverlening centra zou kunnen op ingezet worden.
Er zou samenwerking met dienstencentra moeten zijn. Op echt buurtniveau en met een buurtmanager.” (Gaby Jennes).
(…) Zorgvernieuwingsprojecten.. In rurale omgeving… Meestal getrokken vanuit de OCMW’s. Ze gaan langs bij oudere mensen (buur op het erf, zorgbuur). Community building vertrekt vanuit een groter netwerk.” (Anne Van der Gucht, beleidsmedewerker Vlaams Overheid).
Het activatieprincipe op de zorgboerderij is geconcretiseerd en duidelijk voor zowel aanbieder als zorgvrager: de zorgboer (bege)leidt de hulpboer in, in het leven en werken op de boerderij. Hierbij houdt hij rekening met de mogelijkheden en beperkingen van de hulpboer, die verheldert worden tijdens matchingprocedure en doorheen het proces, in samenspraak met de begeleidende dienst(en). De ‘activiteit’ bij gastopvang is niet zo welomlijnd omschreven en blijft voor een groot stuk oningevuld. Dit is ook niet de kern van de zaak. Het belangrijkste kenmerk en voornamelijk ook de troef van gastopvang is de huiselijke sfeer en de eenvoud van elke dag. Het kan dan ook niet de doelstelling worden om een activiteitenplan op te stellen en te doorlopen met de aanwezige gast(e). Toch kan de mogelijkheid tot het meer doelgericht bezig zijn, een houvast bieden voor potentiële kandidaat – gastvrouwen/heren en gasten. Op die manier wordt de ‘wederzijdsheid’ in de relatie duidelijker alsook het doel waarvoor gastvrouw/heer en gast(e) samen komen. De vraag naar welk soort activering dan voorop moet staan is open voor discussie.
Je moet ook geen gestructureerde planning bekomen. Babbelen is soms voldoende.” (Vleminckveld Antwerpen).
Een boer kan ook een gastgezin zijn, maar een zorgboerderij is toch meer activiteit. Daarin is er dus een verschil met zorgboerderijen. Activeren is hierbij de doelstelling.” (Steunpunt Groene Zorg).

Okra wil volk krijgen voor zijn activiteiten. Een aantal activiteiten moeten uitgevoerd worden om subsidies te behouden. Men moet gastopvang koppelen aan creatieve activiteiten.” (Sabien Van Rampelberg, KAHO Sint Lieven)


Als we denken aan activering in het kader van ouderen, aan wat voor soort activering denken we dan?” (Gaby Jennes)
Ik denk dat het activeringselement mobiliseren werkt. Meer mensen zouden de stap zetten als daar de klemtoon op wordt gelegd.” (Steunpunt Groene Zorg)
Een mogelijk denkspoor om tot een verdere uitbouw van een kandidaten – pool te komen is meer inzetten op personen die al een engagement als vrijwilliger opnemen binnen de organisatie. Door hun vertrouwdheid met enerzijds de inrichtende dienst en het vrijwilligerschap en door anderzijds hun ervaring met de doelgroep, zou de drempel tot het opnemen van een initiatief als gastheer of gastvrouw kunnen verkleinen. Het betekent in ieder geval een stapsgewijzer verhaal.
Eigenlijk, wat we tot hiertoe nog niet hebben geprobeerd is om de vrijwilligheid van de oppashulpen, die eigenlijk vrij talrijk zijn, om die mensen de eerste stap te laten zetten. Dan moeten de mensen niet ontvangen worden bij hen thuis, want dat is toch een drempel. En dan wanneer het die mensen bevalt, opperen dat ze niet altijd langs moeten gaan maar dat ze de gast(e) ook eens bij hun thuis kunnen uitnodigen.“ (Gastopvang A-B-L).
Zoals al aangehaald in de visietekst zou een betere vergoeding en het voorzien van een statuut van gastvrouwen en heren een positieve evolutie kunnen betekenen voor gastopvang. Toch werden hier door de focusgroepleden een aantal kanttekeningen bijgeplaatst. Het is niet de bedoeling om te gaan concurreren met dienstencheques (7 euro/cheque). Het blijft hier gaan om een statuut op basis van vrijwilligheid.
Ik krijg 7,5euro per keer. Ik vind dat men rekening moet houden met onkosten als je iets met de persoon wil doen. Als ik bijvoorbeeld een gebakje koop, dan is dat geld al op. 10 euro zou beter zijn.” (Gastvrouw Heverlee).
Ik wil waarschuwen voor de vraag naar een statuut, dat er geen nieuw statuut gemaakt wordt zoals bij kinderopvang. Er moet nagedacht worden over wat men voorstelt.”(Gaby Jennes)
Hiermee kunnen we concluderen dat het bestaan van de zorgvorm gastopvang onzeker is gezien de vele moeilijkheden waar het initiatief mee kampt. Aan de andere kant zijn er ook veel verbetering sporen die de formule, in een andere of vergelijkbare vorm, kunnen laten verder bestaan.

  1. Conclusies

We presenteren een aantal overschouwende conclusies. We maken een onderscheid tussen conclusies die uit de onderzoeksresultaten voortvloeien, en (beleids)aanbevelingen die we op basis van de resultaten denken te kunnen maken.




  1. Een eerste conclusie is dat, ondanks de moeilijkheden waarmee de diensten gastopvang kampen, de onderliggende visie van gastopvang zowel in literatuur als op basis van interviews en observaties als zeer waardevol wordt beoordeeld. Gastopvang is een duidelijk voorbeeld van community care: hulp, ondersteuning, aandacht en opvang in de eigen omgeving. Het is en blijft een heel aantrekkelijke, tijdelijke (semi-)residentiële informele opvangmogelijkheid voor licht tot matig zorgbehoevende mensen. Net als bij het aanbod op de zorgboerderijen en tijdelijke vormen van pleegzorg voelt de zorgboehoevende zich er thuis, omdat de sfeer informeel is. Ook al is de afstand tot de eigen woning wat groter, toch kan gastopvang een ‘thuis’plaats bieden, die verstaan wordt onder ‘ageing in place’.



  1. Gastopvang is geen volledig alternatief voor residentiële woonzorg, maar wel een mooie aanvullende tussenvorm op het continuüm tussen thuiszorg en professionele (semi-) residentiële zorg, bv. in dagverzorgingscentra. Het kan ingezet worden als respijtzorg, maar door het weinig gebruik van de mogelijkheid tot nachtopvang (dit is ook zo in Wallonië) door de gasten, is dit nog geen volwaardige optie.



  1. Gastopvang is als vrijwillige zorgvorm bedreigd in haar voortbestaan. Het moeilijk samenbrengen van vraag en aanbod in een aanvaardbaar grote regio is de belangrijkste oorzaak. Zowel aan vraag- als aan aanbod zijde bemoeilijken verschillende factoren het matchingsproces. Aan aanbodzijde moet zeker gedacht worden aan een nog betere waardering voor de vrijwilliger. Naar analogie met het statuut van pleegouder of meer recent mantelzorger, moet de gastvrouw- of heer een aantal extra fiscale of sociale voordelen kunnen genieten. In een context waarin vrijwilligers moeilijker te engageren zijn voor duurzame engagementen kan ook een betere financiële tegemoetkoming helpen. In vergelijking met het initiatief van de zorgboerderijen zien we dat zorgboeren een statuut bezitten en gesubsidieerd worden met een vergoeding die merkelijk hoger is dan de vergoeding die de gastheer of gastvrouw krijgt. De vrijwilligersvergoeding voor gastopvang is vaak zelfs niet onkosten dekkend. Slechts een kleine verhoging van de vrijwilligersvergoeding zou de gast ’situatie comfortabeler maken. Men moet steeds het woord ‘onkostenvergoeding’ gebruiken, want een prestatievergoeding is bij vrijwilligers zeker niet aan de orde. Het is ook niet hun vraag, noch de reden waarom ze het doen. Maar er is nog een redelijke marge om de vergoeding op te trekken. Aan vraagzijde dient het aantal kandidaten omhoog, en dit kan enkel door een betere bekendmaking. Een bescheiden marktstudie toont aan dat gastopvang nog veel te weinig gekend is onder het grote publiek.



  1. Het aantrekken en investeren in vrijwilligers kan beter. Eerst en vooral dienen de diensten meer durven investeren in een vrijwilligerspool van kandidaat gastheren -en gastvrouwen. Met de huidige evoluties op vlak van combinatie werk-privé, is een actieve recrutering bij mensen met zorgberoepen die het werk achter zich hebben gelaten, een te onderzoeken piste. Na de wervingsprocedure is het belangrijk om vrijwilligers te blijven binden aan de organisatie zodat deze geïnspireerd en gemotiveerd blijven. Dit kan op verschillende manieren: een tijdelijke andere dienstverlening voorstellen, zoals oppashulp, bv. wanneer er geen kandidaat gasten zijn voor gastopvang, een activiteit met andere gastheren- of vrouwen, een evenement waar de vrijwilligers mee kunnen werken aan recrutering of bekendmaking.



  1. De kwaliteiten en competenties van vrijwilligers en professionals zijn complementair. Waar de professional kan ingezet worden bij de ondersteuning van personen met zwaardere zorgbehoeften heeft de vrijwilliger alle troeven en kwaliteiten in handen om minder intensieve zorgvragen aan te pakken. Het biedt (re-) activering, beperkte verzorging, gezelschap, toezicht of ADL- begeleiding in een thuissituatie door vrijwilligers die een tijdelijk engagement aangaan. Tot het begeleiden bij activiteiten van het dagelijkse leven, zonder inbegrip van eventuele medische zorgen, is de vrijwilliger perfect in staat. De ondersteuning van de professionele dienst is hierin noodzakelijk om een grondige matching te maken tussen vraag- en aanbodzijde. Zij dienen de zorgbehoevendheid objectief in te schatten vanuit het perspectief van de draagkracht en expertise van de vrijwilliger.



  1. Alle bevraagde diensten hebben vanuit een jarenlange ervaring en vanuit een grote professionaliteit hun werking uitgebouwd, of trachten uit te bouwen. Toch durven we stellen dat een andere organisatie van het gehele Vlaamse aanbod mogelijks tot een succesvollere formule zou kunnen leiden. Een centraal onafhankelijk (steun)punt dat fungeert als een coördinatiecentrum waar alle vragen binnenkomen, centraal worden behandeld, en waarna regionale en/of lokale organisaties worden ingeschakeld om de begeleiding op te nemen, is een mogelijk denkspoor. Het Steunpunt Groene Zorg werkt vanuit een 3 – actorenmodel dat een voorbeeld kan zijn voor een werking gastopvang. We zien alle Vlaamse gezins- en thuiszorgdiensten als mogelijke begeleidende partners in het aanbod van gastopvang.



  1. We geloven dat de kracht van vrijwillige gastopvang zich toont in de kwaliteit van de één-op-één begeleiding en het zeer kleinschalige karakter. In een professionele opvangsituatie is dergelijke één-op-één begeleiding heel wat moeilijker, zoniet onmogelijk. De onderzochte vormen van vrijwillige opvang hebben dit als voordeel tegenover andere informele opvangvormen waarin toch één of andere vorm van collectiviteit aanwezig is (bv. CADO). De potentie tot de uitbouw van een langdurig(er) karakter waarin zorgvrager en zorgaanbieder een soort van vertrouwensband creëren is een unicum in de zorg voor ouderen/zorgbehoevende personen in onze samenleving.




  1. Deel met je vrienden:
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina