Vragenstencil Slavernij afrika Slavernij Van Afrika naar Suriname Slavernij Afrika Vragenstencil Vwo par. Waarom het verleden van Afrika bestuderen?



Dovnload 169.67 Kb.
Datum29.11.2017
Grootte169.67 Kb.






Vragenstencil


Slavernij 1 Afrika
Slavernij 2 Van Afrika naar Suriname






Slavernij 1 Afrika Vragenstencil Vwo 6
Par. 1 Waarom het verleden van Afrika bestuderen?

  1. Noem 5 redenen die in de tekst genoemd worden om het verleden van Afrika te bestuderen.

  2. Bedenk zelf nog een extra reden.

  3. Kijk naar de landkaart van Afrika en geef aan welke conclusie je daaruit kunt trekken.

  4. Wat maakt de foto onder die landkaart duidelijk?


Par. 2 De invloed van de natuur

  1. Wat is volgens de tekst het belangrijkste gevolg van de natuur in Afrika? Leg ook uit waarom.

  2. Op welke manieren worden contacten met andere volken bemoeilijkt in Afrika?

  3. Welke voordelen levert de natuur aan Afrika?
    Welk ander nadeel levert de natuur tenslotte Afrika op?


Par. 3 De mensen en hun talen

  1. Welke twee volken zijn het oudste in Afrika? Wat kun je erover vertellen?

  2. Welk groep volken is het grootste in Afrika? Wat weet je van deze groep?

  3. Wat is de voertaal in de meeste landen? Leg uit waarom.


Par. 4 De middelen van bestaan

  1. Waarvan leven de meeste mensen in Afrika?

  2. Waarvan leven nomadische volken zoals de Masai? Leg uit waarom ze rondtrekken.

  3. Waarom was er weinig handel tussen de verschillende gemeenschappen?

  4. Noem twee redenen waarom de grotere voedselproductie niet voldoende was voor de bevolking van Afrika.


Par. 5 De wijze waarop de mensen samenleven

  1. Noem 5 kenmerkende overeenkomsten in de wijze van samenleven tussen de verschillende stammen/volken in Afrika.

  2. Noem 3 kenmerken van de positie van vrouwen in de samenleving.

  3. hoe was de verhouding tussen slaven en vrije mensen in de samenleving?

  4. Welke reden wordt genoemd voor de grote zelfstandigheid van Afrikaanse vrouwen. Leg uit.

  5. Welke andere reden voor de grotere zelfstandigheid van vrouwen in Afrika zou je uit de tekst kunnen halen?

  6. Wat waren specifieke mannentaken?


Par. 6 De politieke organisatie in het oude Afrika

  1. Wat is een staatloze samenleving? Geef een voorbeeld.

  2. Noem drie voorbeelden van koninkrijken.

  3. Wat is een imperium? Geef 4 voorbeelden van imperia die in de loop van de tijd in Afrika zijn ontstaan.

  4. Wat wordt verstaan onder de ‘trans-Sahara-handel’ ?

  5. Welke twee oorzaken kun je noemen voor de uiteindelijke ondergang van deze imperia?

Par. 7 De Afrikaanse godsdienst

  1. Welke drie godsdiensten zijn er in Afrika? Noem ook de percentages.

  2. Noem de kenmerken van de traditionele godsdienst in Afrika.

  3. Hoe zag het leven na de dood er uit in dat geloof?

  4. Noem 4 beroepen die bij het traditionele geloof betrokken waren.


Par. 8 Europeanen komen en handelen voornamelijk in slaven

  1. Wie waren de eerste Europeanen aan de Westkust van Afrika en in welke producten waren de Europeanen aanvankelijk geïnteresseerd?

  2. Leg uit wanneer en waarom de Europeanen ertoe overgingen om slaven uit Afrika te halen.

  3. Wat is de driehoekshandel?

  4. De Europeanen veroverden aanvankelijk geen grote gebieden in Afrika, zoals ze wel in Amerika deden; ze vestigden enkel handelsposten en bouwden forten. Wat was het doel van die forten en waarom veroverden ze geen grotere gebieden in Afrika?

  5. Hoeveel slaven werden in totaal uit Afrika weggehaald en naar Amerika vervoerd? In welke periode vooral?

  6. Hoeveel procent van de slaven stierf onderweg?

  7. Waarom kunnen het aantal doden groter zijn geweest volgens de tekst.

  8. Bedenk een reden waarom het werkelijke aantal slaven dat naar Amerika overgebracht werd, best wel eens veel hoger kan zijn geweest.

  9. Welke relatie ligt er tussen slavenhandel en racisme?

  10. Noem 4 andere gevolgen van de slavenhandel voor Afrika zelf.


Extra: Hoe werden Afrikanen slaaf ? (blz.204/206)

  1. Leg voor elk van de 4 bronnen uit welk antwoord of antwoorden de bron geeft op de vraag hoe Afrikanen slaaf werden.

  2. Hoe geloofwaardig zijn de schrijvers van de 4 bronnen? Leg telkens uit waarom die bron meer of minder geloofwaardig is.

  3. Wat kun je leren van de tekeningen die op deze bladzijden staan: blz. 204, 206 bovenaan en blz. 207?

  4. Welke van de genoemde redenen zal tot de meeste slaven hebben geleid? Leg uit waarom je dat denkt.


Slavernij 2 Van Afrika naar Suriname
Par. 2 Slaven in West-Afrika

  1. Hoe heeft de islam zich verspreid in Afrika?

  2. Volgens schattingen zijn er 14 miljoen slaven door de Sahara gevoerd. bereken hoeveel jaar de slavenhandel via de Sahara moet hebben geduurd.

  3. Welke conclusie kun je trekken als je dit vergelijkt met de trans-atlantische slavenhandel?

  4. Wat zie je allemaal op de tekening op blz. 15?

  5. Hadden de Europeanen veel macht in West-Afrika. Waaruit blijkt dat uit de tekst op blz.16 en waaruit blijkt dat uit de tekening?

  6. Op blz. 17 en 18 vertellen bronnen over de gevolgen van de slavenhandel. Leg voor elke bron uit welke gevolgen die geeft.

  7. Veel historici stellen dat de Arabische slavenhandel minder ingrijpende gevolgen had voor Afrika dan de Europese slavenhandel. Waarom zouden zij dat stellen?


Par. 3 Slaven in Suriname

  1. Is de tekening op blz. 19 gemaakt door een voor- of tegenstander van de slavernij gemaakt? Leg uit waarom je dat denkt.

  2. Welke reden geeft de tekst op blz. 19 voor de belangrijke rol van vrouwen onder de tot slaaf gemaakte Afrikanen?

  3. Wat is het verschil in functie tussen het Sranan Tongo en het Papiamentu?

  4. Leg beide “odo’s” op blz. 20 uit.

  5. Welke verschillen worden gegeven op blz. 20/21tussen de slavernij in Afrika en in Suriname.

  6. Waarom denk je dat in Suriname het onderscheid tussen vrije blanken en zwarte slaven zo groot mogelijk werd gehouden?

  7. Welke reden geeft deze tekst voor de belangrijke rol die het traditionele geloof bleef spelen onder slaven?

  8. Noem 3 redenen waarom de overheid in Suriname vaak het dansen en zingen door slaven verbood.

  9. Gebeurde dat ook op de Antillen? leg uit.

  10. Waaruit blijkt de dubbelzinnige houding van blanken tegenover gekleurde mensen?

  11. Hoe komt het, denk je, dat kleurlingen vaak meer verwesterd waren dan de donkere mensen?

  12. Leg uit welke tegenstrijdige redeneringen je in bron 1 en 2 aantreft naar aanleiding van bijvoorbeeld de rekeningen bovenaan blz. 25.

  13. Leg uit dat deze tegenstrijdigheid verklaard zou kunnen worden door standplaatsgebondenheid van elke schrijver. Zoek op Wikipedia op wie Anton de Kom en Rudolf van Lier waren.


Par. 4 Onderdanen van Suriname

  1. Verklaar de titel van deze paragraaf.

  2. Leg uit waarom de eigenaar en niet de slaaf een schadevergoeding kreeg van de Nederlandse regering.

  3. Op welke wijze steunde de Nederlandse regering de Surinaamse slavenhouder nog meer?

  4. Zijn de tekenaars van de tekeningen nr. 31 en 32 voor- of tegenstanders van de afschaffing van de slavernij?

  5. Welke rol speelde huidskleur in de samenleving in Paramaribo en welk gevolg had dat voor de Creoolse cultuur (Creools = in Suriname geboren gekleurde mensen)?

  6. Waarom veranderde dit na de tweede wereldoorlog? Noem drie redenen.

  7. Wat is de boodschap van het ‘creools nationalisme’ en wat bereikten ze uiteindelijk?

  8. Wanneer en waarom kwamen er grote groepen hindoestanen en Javanen naar Suriname? Wat was het verschil tussen die twee groepen?

  9. Komt de ansichtkaart op blz. 29 overeen met de werkelijkheid in Suriname? Leg je antwoord uit.

  10. Waarom voelde de creoolse bevolking zich verheven boven de Javanen en hindoestanen?

  11. Vat voor bron 1 en 2 op blz. 30/31 telkens in een of twee zinnen de inhoud samen. Welke conclusie kun je trekken over het onderwijs in Suriname?

  12. Zal dat vroeger op de Antillen heel anders zijn geweest? Leg uit.

  13. Is de rol van het hedendaagse onderwijs op de Antillen anders dan ruim 50 jaar geleden? Leg je antwoord uit.


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina