Voorzitter: Max van Strien



Dovnload 0.62 Mb.
Pagina2/2
Datum20.05.2018
Grootte0.62 Mb.
1   2

Voorwoord


Voor u ligt het veiligheidsvraagstuk over de subjectieve sociale veiligheid in winkelcentrum het Winkelhart in Etten-Leur. Wij hebben onderzoek gedaan naar het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek en de winkeliers in dit winkelcentrum. De verzamelde informatie is middels enquêtes vergaard. Graag danken wij al onze docenten voor de prettige samenwerking, met hierbij onze begeleidster Floor Botden in het speciaal.

Wij wensen u veel leesplezier toe,

Max van Strien, Marin van den Broek, Houssam Benali, Mika Ruwaard

Inhoud


Voorwoord 2

1. Inleiding 4

1.1 Aanleiding 4

2. Contextbeschrijving 5

3. Methode/operationalisering 7

3.1 Deskresearch 7

3.2 Fieldresearch 7

3.3 Operationalisatieschema 8

3.4 Toelichting operationalisatieschema 8

3.5 Definities operationalisering 9

4. Resultaten 10

4.5 Hoe vaak maken bezoekers daadwerkelijk incidenten mee? 14

4.6 Hoe vaak ervaren bezoekers overlast? 15

4.7 Doen mensen boodschappen op een veilig tijdstip? 16

5. Resultaten van de winkeliers 17

5.2 Genomen maatregelen tegen diefstallen. 19

5.3 Wat vinden winkeliers van het winkelcentrum? 20

5.4 Zijn winkeliers voorbereid? 21

5.5 Hebben winkeliers vertrouwen in de beveiliging van dit winkelcentrum? 22

6. Conclusie 23

6.1 Winkelpubliek 23

6.2 Winkeliers 24

7. Aanbevelingen 25

8. Literatuurlijst 26




1. Inleiding


1.1 Aanleiding


Het CBS presenteert sinds de laatste jaren mooie cijfers over criminaliteit in Nederland. Sinds 2014 neemt de geregistreerde criminaliteit in Nederland jaarlijks af [CBS17], maar neemt als gevolg hiervan het veiligheidsgevoel van winkeliers en winkelpubliek daadwerkelijk toe?

Dit is voor ons aanleiding om het winkelend publiek en een aantal winkeliers in winkelcentrum het Winkelhart in Etten-Leur te vragen hoe zij het subjectieve veiligheidsgevoel ervaren. In 2014 voelde 13,1% van het winkelend publiek in Nederland zich wel eens onveilig. In 2015 nam het veiligheidsgevoel af met 0.01 %. In 2016 is het veiligheidsgevoel weer toegenomen en voelde 12,6% zich nog onveilig tijdens het winkelen. [CBS171]


Hebben het winkelend publiek en de winkeliers het gevoel dat het winkelcentrum maatregelen neemt tegen onveilige situaties, zo ja waaruit blijkt dat? Waarom voelt men onveilig rondom het winkelcentrum en wanneer? Kortom: zijn de cijfers die het CBS presenteert representatief voor het Winkelhart?


Om daarachter te komen worden winkeliers en winkelpubliek in Etten-Leur ondervraagd middels enquêtes. Het onderzoek resulteert tot dit rapport en uiteindelijk komt er na het onderzoek een conclusie waar beide partijen wat aan hebben.

1.2 Doelstelling opdrachtgever


Inzicht krijgen op het veiligheidsgevoel van de winkeliers en het winkelend publiek van winkelcentrum het winkelhart te Etten-Leur resulterend in een verslag van onderzoeksresultaten.

1.3 Onderzoeksdoelstelling


Het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek en de winkeliers in winkelcentrum het Winkelhart, in Etten-Leur, in kaart te brengen. Resulterend in een rapport aan het winkelcentrum Het Winkelhart, te Etten-Leur, met daarin de uitslag van het onderzoek.

1.3 Hoofdvraag


In hoeverre voelen het winkelend publiek en de winkeliers in het winkelcentrum Het Winkelhart, te Etten-Leur, zich veilig?

1.4 Deelvragen


Wat is subjectieve sociale veiligheid?

Welke factoren en/of actoren beïnvloeden het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek?

Welke factoren en/of actoren beïnvloeden het veiligheidsgevoel van de winkeliers?

Wat hebben de mensen zelf al gedaan om het veiligheidsgevoel te vergroten?

Zijn de mensen zelf al eens slachtoffer geweest?

2. Contextbeschrijving


Winkelcentrum het Winkelhart is onderdeel van het centrum van Etten-Leur en is gevestigd in de binnenstad. Het winkelcentrum is voorzien van circa 75 winkels van allerlei merken en functies. Het grootste gedeelte van het winkelcentrum is overdekt. De organisatie die over het winkelcentrum gaat doet er alles aan om iedereen op het gemak te stellen in het winkelcentrum. Zo kan het winkelend publiek een hapje eten in het overdekte terras, zijn de gangen breed en licht en speelt er zachtjes achtergrondmuziek. Ook aan de kinderen is er gedacht, zo is het winkelcentrum voorzien van 2 kleine speeltuinen waar kinderen gratis kunnen spelen.  

Het winkelcentrum is van maandag tot zaterdag open van 09:30 uur tot 17:30 uur. Het wordt dagelijks om 07:00 uur geopend door de schoonmakers. Iedere vrijdagavond is het koopavond in het winkelcentrum en dan blijven alle winkels tot 21:00 uur open. De laatste zondag van de maand is het koopzondag in Etten-Leur en zijn de winkels van 12:00 tot 17:00 uur geopend [Winzd]. Het winkelcentrum ligt op 10 minuten lopen van het station. Ook stopt er een bus bij het winkelcentrum, wat het makkelijk te bereiken maakt. Het winkelcentrum en de gemeente van Etten-Leur bieden ook de gelegenheid aan om fietsen veilig te stallen in de overdekte en tevens bewaakte fietsenstalling. Bij het betreden van de fietsenstalling wordt de fiets voorzien van een nummer en krijgt men een kaartje met daarop een nummer mee. Als men de fietsenstalling wil verlaten met de fiets dan, dient dat kaartje ingeleverd te worden. Het personeel kijkt dan of het nummertje wat op het kaartje staat overeenkomt met het nummer op de fiets. De overdekte en bewaakte fietsenstalling zijn niet uitsluitend voor fietsen, bijvoorbeeld scootmobielen en skelters zijn ook welkom. De bewaakte fietsenstalling van het winkelcentrum is van maandag tot en met zaterdag van 08:30 uur tot 18:30 uur geopend. Alleen op vrijdag is de bewaakte stalling open tot 21:30 uur dit in verband met de koopavond. De bewaakte fietsenstalling is ook op de koopzondagen open van 11:00 tot 17:00 uur. [Gemzd]

Het winkelcentrum biedt de gelegenheid om goedkoop te parkeren rondom het centrum. In de rest van het centrum kost parkeren al snel €1,90 per uur. Het winkelcentrum is daarom ook voorzien van een eigen ondergrondse garage. Hier betaalt men slechts €0,50 per 18 minuten en 45 seconden. Voor €5,00 kan er echter ook een dagkaart worden aangeschaft.
De parkeertarieven staan verder beschreven in de eerdergenoemde website van het Winkelhart.

In het winkelcentrum is beveiliging aanwezig van het beveiligingsbedrijf Scorpions security. De beveiligers zijn dagelijks van 09:00 tot 17:30 uur in het winkelcentrum aanwezig. Op maandag tot en met vrijdagmiddag loopt er één beveiliger rond in het winkelcentrum. In de weekenden lopen er twee beveiligers rond in het winkelcentrum. Het winkelcentrum heeft huisregels opgesteld, de taak is aan de beveiligers om ervoor te zorgen dat de huisregels worden nageleefd. Ook zijn de beveiligers ervoor om zakkenrollers tegen te gaan, winkeldieven aan te houden en hulp te verlenen aan hen die dat behoeven. De beveiligers houden daarnaast bij of de winkels op tijd opengaan en op tijd sluiten. Als dit niet het geval is, wordt dit intern gemeld aan het winkelmanagement en dan wordt er indien mogelijk gesanctioneerd. Houssam Benali is al 3 jaar in dienst bij Scorpions security en heeft regelmatig gewerkt als beveiliger in dit winkelcentrum. Hij heeft deze informatie opgedaan uit werkervaring en situaties in het winkelcentrum. Zo lette Houssam op de naleving van de huisregels. Indien bij calamiteiten verleende hij hulp, calamiteiten als een vermist kind, verdachte situatie in het winkelcentrum of in een winkel.

Er worden diverse activiteiten gehouden in het winkelcentrum. Zo vond er op 27 oktober 2017 een Halloween activiteit plaats waar heel het winkelcentrum werd omgetoverd tot een spookhuis. Ook vond er van 14 tot en met 17 december een kerstmarkt plaats. De afgelopen evenementen en aankomende evenementen staan ook vermeld in de eerdergenoemde link hierboven van het winkelcentrum het winkelhart.

Het winkelcentrum is als volgt georganiseerd:

Wereldhave is een bedrijf dat het vastgoed van het winkelcentrum beheert. Wereldhave is gevestigd in Den haag en houdt zich bezig met commerciële economie en heeft daarom meerdere winkelcentra onder zich in allerlei verschillende steden door het hele land. De vestigingen zijn te vinden in de plaatsen Amersfoort, Arnhem (2), Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Eindhoven, Etten-Leur, Heerhugowaard, Hoofddorp, Leiderdorp, Maassluis, Nieuwegein, Purmerend, Rijswijk, Roosendaal en Tilburg (2). Er is geen hiërarchische verhouding tussen Wereldhave dat het vastgoed beheert en de bedrijfsuitvoering van de winkeliers. De winkeliers werken georganiseerd samen met Wereldhave als winkeliers zonder elkaars chef te zijn. Het winkelcentrummanagement houdt overzicht en overige financiën bij om de organisatie in goede banen te leiden. [Werzd]

2.1 Winkelmanagement


Het winkelmanagement regelt het financiële plaatje van het winkelcentrum. Denk hierbij aan beveiliging, verhuur van de panden en ook allerlei subsidies. Het winkelmanagement houdt zich niet alleen bezig met het financiële plaatje, maar ook stukje met een marketing. Zo haalt het winkelmanagement derden in het winkelcentrum om het zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor het winkelend publiek. Ook organiseren ze evenementen, denk hierbij aan onder andere aan Halloween viering, Sinterklaas en kerst.

2.2 Beveiliging


De beveiliging is verantwoordelijk voor het naleven van de huisregels van het winkelcentrum. Ook treedt de beveiliging bij calamiteiten op en verleent de beveiliging hulp aan hen die deze behoeven. De beveiliging houdt ook in de gaten of de winkels op tijd openen en sluiten. Als dit niet het geval is, dan wordt er een melding gemaakt naar het winkelcentrum. Als dit veelvuldig voorkomt volgen er consequenties. Houssam heeft eerder meegemaakt dat een winkel eerder dicht ging dan wat is toegestaan. Hij is dan verplicht als beveiliger om het tijdstip van sluiting en datum door te geven aan het winkelmanagement.

2.3 Winkeliersvoorzitter


De eigenaar van lunchroom ‘’Binnen’’ is de voorzitter van de winkeliersvereniging van het Winkelhart. De voorzitter behartigt de belangen van de winkeliers en spreekt namens de winkeliers met het winkelmanagement en beveiliging.




3. Methode/operationalisering




3.1 Deskresearch


Voor dit onderzoek zijn een aantal bronnen gebruikt. Er is veel gebruik gemaakt van de informatie die werd verkregen uit de lessen van kennis- en vaardighedenvakken. Dit is informatie uit PowerPointpresentaties [Flo17][Hid17], aantekeningen, lesstof uit de boeken [Tom14] en externe hulpmiddelen [Jon17] van de volgende lessen: Statistiek en Onderzoek en Onderzoeksvaardigheden. Ook zijn er websites geraadpleegd om informatie te verkrijgen. Hier gaat het bijvoorbeeld om de website van het winkelcentrum zelf. Andere sites worden gebruikt om redeneringen te onderbouwen.

3.2 Fieldresearch


Voor dit project is gebruikt gemaakt van kwantitatief onderzoek. Het doel was globaal inzicht te krijgen in de gevoelens van de bezoekers en winkeliers van het winkelcentrum. Met dit onderzoek is dus niet diep in gegaan op de gevoelens en de achterliggende motivaties over het veiligheidsgevoel van de bezoekers en de winkeliers.
Om een zo correct mogelijk beeld te krijgen over het veiligheidsgevoel van een grote groep, namelijk het winkelend publiek en de winkeliers, zijn enquêtes als instrument gebruikt. Binnen de enquêtes werden er concrete vragen gesteld om zo onduidelijkheid binnen de resultaten te vermijden. Als we vragen om veiligheid een cijfer te geven, dan is dit voor iedereen anders. Een zes kan namelijk een acht zijn voor de ander. Het grootste nadeel van een enquête is dat respondenten valse informatie kunnen geven. Hier kunnen wij helaas niks aan doen.
Met ruim 70000 bezoekers per week [InWzd] gaf de steekproefcalculator [Ras13] aan dat er minimaal 383 enquêtes moesten worden afgenomen voor een onderzoek met een foutmarge van 5%. Alle 383 enquêtes afnemen was gezien de gegeven tijd onmogelijk. De opdrachtgever zag dit ook in, uiteindelijk werd afgesproken om 50 enquêtes onder de bezoekers af te nemen. Dit zorgt er wel voor dat er een 13.85 procent foutmarge [Ras13] in ons onderzoek zit.
Er is naar zoveel mogelijk diversiteit in de respondenten gezocht: jong en oud, man en vrouw. Met de diversiteit kunnen misschien ook verbanden gelegd worden binnen het onderzoek. Bijvoorbeeld of relatief jonge mannen zich veiliger voelen dan relatief oudere vrouwen, of misschien juist andersom. Door middel van de diversiteit in geslacht en leeftijd wordt er een representatief onderzoek opgesteld.

3.3 Operationalisatieschema



Figuur 1: Het operationalisatieschema


3.4 Toelichting operationalisatieschema


De operationalisering wordt verdeeld in 2 categorieën: het winkelpubliek en de winkeliers. Dit wordt gedaan omdat er een verschil in zit als het gaat om het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek en de winkeliers.
Om het veiligheidsgevoel te meten van het winkelpubliek zijn er een aantal kenmerken waarnaar gekeken wordt. Ten eerste wordt er gekeken of beveiligers die er rondlopen een prettig gevoel afgeven aan het winkelpubliek. Geen beveiligers kan een onveilig gevoel afgeven, maar te veel beveiligers kan dat ook [Rec13]. Er wordt gekeken of het winkelpubliek last heeft van intimidatie. Denk hierbij aan bedelaars, grote groepen mensen (zowel jong als oud) en criminaliteit in en rondom het winkelcentrum. De inrichting van de publieke ruimte speelt ook een rol in het veiligheidsgevoel van het winkelpubliek. Een schoon winkelcentrum, met veel ruimte en een goede verlichting geeft een veiliger gevoel af dan een vies winkelcentrum, wat weinig ruimte heeft en een slechte verlichting heeft. Er wordt gekeken of vriendelijkheid binnen het winkelcentrum een factor speelt in het veiligheidsgevoel. Hierbij wordt de mate waarin mensen worden begroet binnen het winkelcentrum gemeten en of dit bedraagt dat mensen zich veilig voelen. Als laatste wordt er gekeken naar of vernielingen een rol speelt in het veiligheidsgevoel van het winkelpubliek. Een winkelcentrum waar bijvoorbeeld veel ruiten en bankjes kapot zijn door vernielingen kan een onveilig gevoel geven aan het winkelpubliek.

Bij de winkeliers wordt er ook gekeken of beveiligers een veilig gevoel afgeven aan de winkeliers. Zij vinden het natuurlijk belangrijk dat ze beschermd zijn tegen overvallen. Er wordt gekeken of agressie in de winkels voorkomt en of dit ook een rol speelt in het veiligheidsgevoel van de winkeliers. Overlast van jongeren kan een probleem spelen bij winkeliers. Hangjongeren voor de deur kan klanten afschikken, maar kan er ook voor zorgen dat de winkeliers zelf zich onveilig voelen. Er wordt ook gekeken of er een samenwerking plaatsvindt tussen winkeliers en de beveiliging om bijvoorbeeld criminaliteit tegen te gaan. Als een winkel geen goede connectie heeft met de beveiligers, kan dat de winkeliers een onveilig gevoel geven aangezien ze zich wat minder beschermd voelen. Als laatste wordt er gekeken of er veel diefstal in de winkels plaatsvindt. Veel diefstal kan voor onveilig gevoel zorgen.


3.5 Definities operationalisering


Agressie = gebruiken of willen gebruiken van geweld

Bedelaar = iemand die om geld vraagt bij vreemde mensen

Beveiligers = mensen met de voornaamste taak om de algemene veiligheid te waarborgen

Burgers = inwoner van een stad of staat die bepaalde rechten heeft

Contact maken = anderen aanspreken, groeten

Criminaliteit = strafbaar gesteld gedrag

Diefstal = Het wederrechtelijk toe-eigenen van zaken die aan een ander toebehoren

Groepen mensen = een aantal bijeen horende personen

Inrichting = de manier waarop iets is georganiseerd of neergezet

Intimidatie = bang gemaakt worden

Groeten = gedag zeggen

Overlast = algemeen ondervonden hinder

Samenwerking = de manier waarop met elkaar samen gewerkt wordt

Vernielingen = wederrechtelijk en opzettelijk vernielen

Winkeliers = iemand die een winkel heeft of onderhoudt

Winkelpubliek = de winkelende mensen in het winkelcentrum

[Ned17]







4. Resultaten



4.1 wat is subjectieve sociale veiligheid?
Om het antwoord op deze vraag duidelijker te maken, wordt eerst omschreven wat de woorden los van elkaar betekenen. Vanuit het woord subjectief kan het antwoord op deze vraag al vrij eenvoudig gegeven worden. Het gaat hier om een gevoel, iets waar geen vaste waarden aan zitten. Sociale veiligheid is de mate waarin mensen beschermd zijn tegen handelen van andere mensen. Wanneer je te stukjes sociale veiligheid en subjectief weer aan elkaar plakt, kom je tot de volgende omschrijving: ‘’Het veiligheidsgevoel van een individu, veroorzaakt door andere mensen.’’

4.2 Leeftijden


In de enquête is, naast alle vragen over veiligheid, ook gevraagd wat de leeftijd was van de 50 ondervraagden. In het onderzoek zijn de leeftijden opgesplitst in 4 categorieën: tot 25 jaar, 25 tot 40, de categorie 40 tot 65 en als laatst de categorie 65+. Zoals in figuur 1 te zien is, bestaat de grootste deel (42%) van de ondervraagden uit volwassenen. Naast deze categorie is er echter een gelijke verdeling tussen de overige leeftijdscategorieën. Nu de leeftijden van de ondervraagden bekend zijn, kunnen deze worden gebruikt om verbanden te leggen met andere vragen die de mensen hebben ingevuld.



Figuur 2: leeftijdsverdeling onder bezoekers van het winkelcentrum

4.3 Het aantal genomen maatregelen onder mannen en vrouwen.


In totaal hebben 49 mensen de vraag van eventueel genomen maatregelen beantwoord. Elk persoon had de mogelijkheid om vier dingen aan te kruisen, plus nog een open antwoord optie. Als je al deze maatregelen bij elkaar optelt, dan kom je uit op 246 maatregelen. De open antwoord mogelijkheid is geen één keer gebruikt. In totaal is er 32 keer een maatregel aangekruist wat 13,1% is. Dit geeft aan dat mensen relatief weinig maatregelen nemen om zich veiliger te voelen. Opvallend hierbij is dat het aantal genomen maatregelen procentueel gelijk staat aan het veiligheidsgevoel dat het CBS heeft gemeten [CBS171]. Hiermee kunnen beide onderzoeken worden onderbouwd op representativiteit. Dat 13,1% van de maatregelen is aangekruist, zegt uiteraard niet dat iedereen evenveel maatregelen neemt: het zou kunnen dat 5 mensen alle maatregelen hebben genomen, terwijl 44 mensen helemaal geen maatregelen hebben genomen.



Figuur 3: hoeveelheid aangekruiste maatregelen door bezoekers

4.4 Voelen mannen zich veiliger dan vrouwen?


In dit deel van het hoofdstuk worden de bevindingen geanalyseerd als het gaat om getroffen maatregelen door het winkelend publiek. In de grafiek hieronder (figuur 2) zijn vier verschillende maatregelen te zien, de rode staven geven aan hoeveel vrouwen deze maatregel getroffen hebben en de blauwe geven aan hoeveel mannen dit gedaan hebben. Uit de gegevens van de grafiek halen is af te lezen dat vrouwen in verhouding meer maatregelen treffen dan mannen. Dit kan ermee te maken hebben dat vrouwen het gevoel hebben dat ze door een man beschermd moeten worden, zoals in een eerder onderzoek naar boven kwam[nun09] In totaal hebben 22 mannen en 27 vrouwen de enquête ingevuld. Dit betekend dat 55% van alle ondervraagde mensen vrouw is en we hiermee kunnen zeggen dat de uitspraken die we doen over veiligheidsgevoel tussen mannen en vrouwen realistisch is. In de grafiek is één afwijkende verhouding te zien, het beoefenen van een verdedigingssport. Je zou kunnen zeggen dat het beoefenen van een vechtsport meer iets is voor mannen en dat dit daarom een afwijking in de grafiek oplevert.



Figuur 4: vrouwen nemen in 75% van de gevallen meer maatregelen dan mannen

4.5 Hoe vaak maken bezoekers daadwerkelijk incidenten mee?


In figuur 5 zijn de verhoudingen te zien tussen mensen die één of meerdere van de onderstaande incidenten heeft waar genomen. In de afgenomen enquêtes was ook een open antwoord mogelijkheid, maar daar heeft niemand gebruik van gemaakt. In de grafiek is te zien daar het grootste deel van de ondervraagde geen van de incidenten heeft waargenomen binnen het winkelcentrum en hier ook niet van gehoord heeft van een ander. Te zien is dat diefstal met bijna dubbele cijfers op de eerste plek staat, gevolgd door agressie. Je zou kunnen concluderen dat dit veel is, maar als je het van de anderen kant bekijkt en bedenkt dat het winkelcentrum circa 75 winkels heeft dan kan dat discutabel zijn. Wat verder nog opvalt is dat mishandeling met 1 waarneming het laagst uit komt. 4 van de 50 ondervraagden is ooit zelf slachtoffer in dit winkelcentrum van vernieling, agressie, diefstal, mishandeling of intimidatie. In de onderzoeksopzet is de vraag gesteld of het veiligheidsgevoel daadwerkelijk klopt met de gegeven cijfers.

Figuur 5: cijfers van het aantal waargenomen incidenten


Aantal keer slachtoffer geweest

Frequentie

0 keer

46 keer

1 keer

2

2 keer

1

3 keer

1


Figuur 6: cijfers van het aantal slachtoffers




4.6 Hoe vaak ervaren bezoekers overlast?


In de enquête kregen de bezoekers de vraag hoe vaak zij overlast ervaarde. Hierbij hadden ze de antwoord mogelijkheden nooit, soms, vaak en altijd. De antwoord mogelijkheden vaak en altijd zijn nul keer aangekruist. Te zien is dat 28% van de bezoekers wel eens overlast ervaart in het winkelcentrum. Dit kan betekenen dat ongeveer een vierde van de bezoekers maatregelen treft om de overlast te beperken en hun eigen veiligheidsgevoel te bevorderen.



Figuur 7: Hoe vaak ervaren mensen overlast

4.7 Doen mensen boodschappen op een veilig tijdstip?


In de vorige paragraaf is er gesproken over het aantal maatregelen dat bezoekers hebben genomen om zichzelf veiliger te voelen binnen het winkelcentrum. In dit deel van het hoofdstuk zal verder worden ingezoomd op dit onderwerp.
Zoals te zien is in figuur 3, is maar 13,1% van het aantal maatregelen aangekruist in de enquêtes, wat gelijk staat aan 31 maatregelen. In figuur … is te zien dat de maatregel ‘’boodschappen op een veilig tijdstip doen’’ 22% van alle maatregelen op zich neemt, wat betekend dat de maatregel 7 keer is aangekruist. Omgerekend is de maatregel dan door 1 op de 7 (14,3%) mensen aangekruist.



Figuur 8: het aantal genomen maatregelen Figuur 9: procentuele verdeling tussen de verschillende maatregelen




5. Resultaten van de winkeliers


5.1 Het aantal diefstallen per maand.
Het aantal diefstallen kan iets zeggen over het veiligheidsgevoel in een winkelcentrum. Wanneer er meer gestolen wordt, zal dat het veiligheidsgevoel niet bevorderen. Omdat het hier om gevoel gaat, is het ook belangrijk om te weten hoeveel de winkeliers denken dat er gestolen wordt. Daarbij wordt gekeken of het vermoeden van de winkeliers overeenkomt met de daadwerkelijke cijfers. Zoals af te lezen is in figuur 7 klopt het vermoeden van de winkeliers behoorlijk met de werkelijke aantallen.




Figuur 10: aantal diefstallen en vermoedelijke diefstallen

5.2 Genomen maatregelen tegen diefstallen.


In figuur 8 zijn de genomen maatregelen tegen diefstal opgenomen. In de enquêtes is ook de optie ‘’overig, namelijk…’’ opgenomen, maar deze is door geen enkele winkelier ingevuld. Met oog op de winkeldiefstallen is het misschien een idee om meer veiligheidsmaatregelen toe te passen in en rondom de winkels. De keerzijde hierbij is dat meer maatregelen minder privacy betekend. De vraag is of dat wel wenselijk is.

Figuur 11: de soorten genomen maatregelen tegen diefstallen

5.3 Wat vinden winkeliers van het winkelcentrum?


In figuur 9 staat beschreven wat de ondervraagde winkeliers van het winkelcentrum vinden. Als de winkeliers massaal aangeven dat het winkelcentrum niet genoeg doet om de veiligheid te garanderen, kan dat betekenen dat ze zich niet altijd veilig voelen. Nu is het zo dat 2 van de 10 ondervraagde winkeliers aangeeft dat het winkelcentrum niet genoeg doet hun veiligheid te garanderen. 80% geeft dus aan dat het winkelcentrum genoeg doet, wat duidt op een veilig gevoel
Dit gevoel kan deels worden beïnvloed door wat het winkelcentrum doet om ongewenst bezoek, bijvoorbeeld hangjongeren, hangouderen, zwervers, bedelaars of mensen onder invloed buiten de deur te houden.
Daarnaast is het belangrijk om te weten of het contact tussen de winkeliers en beveiliging als goed wordt beschouwd. Als dit niet het geval is, zijn winkeliers wellicht minder snel geneigd om contact op te nemen met de beveiliging als het slechts om een klein incident gaat. De veiligheidsbeleving kan hierdoor bij slecht contact met de beveiliging minder goed zijn dan bij goed contact met de beveiliging. Ook hier geeft 80% een positief antwoord. Uit de cijfers van het contact,


Figuur 12: contact met de beveiliging en rol van het winkelcentrum in het veiligheidsperspectief






5.4 Zijn winkeliers voorbereid?


Om te weten in welke mate de winkeliers voorbereid zijn op bijvoorbeeld brand of diefstal, is er onderzoek gedaan naar de volgende kenmerken: is er een brandblusser aanwezig? Is het personeel getraind met een EHBO cursus of mogen ze zichzelf BHV’er noemen? Daarnaast is er gekeken of er een ontruimingsplan is, een brandalarm, of de nooddeuren vrij zijn en of de winkeliers een gesloten kassa lade hebben. Uit figuur 10 kunnen we lezen dat alle maatregelen regelmatig worden getroffen, behalve de aanwezigheid van brandblussers. Dit is opvallend, aangezien dit vanuit de ARBO wettelijk verplicht is om te hebben binnen een bedrijf.



Figuur 13: aantal genomen maatregelen tegen calamiteiten.

5.5 Hebben winkeliers vertrouwen in de beveiliging van dit winkelcentrum?







Nee

0

Ja

10


Figuur 14: hebben winkeliers vertrouwen in de beveiliging
7.7Waarom wel/ waarom niet?





aantal




Als je alleen in de winkel staat komen ze extra langs

1

Als we bellen komen ze gelijk

2

Beveiliger doet werk goed

1

Ze zijn altijd aanwezig

1


Figuur 15: waarom hebben mensen wel of geen vertrouwen in de beveiliging?




6. Conclusie




6.1 Winkelpubliek


Om het onderzoek zo representatief mogelijk te krijgen, is ernaar gestreefd en zo groot mogelijke diversiteit aan respondenten te hebben. Van de 50 ondervragende zijn er 22 mannen en 27 vrouwen. Dit maakt bij elkaar 49, wat betekent dat één respondent deze vraag niet heeft beantwoord. De leeftijden zijn verdeeld in 4 categorieën: tot 25 jaar, 25 tot 40 jaar, 40 tot 65 jaar en 65+ers. Uit de resultaten bleek dat 20 procent van de respondenten tot 25 jaar oud was, 14 procent 25 tot 40 jaar, 42 procent 40 tot 65 jaar en 24 procent 65 jaar of ouder (zie figuur 3). Uit deze resultaten kunnen wij concluderen dat wij een redelijk goede diversiteit in zowel het geslacht als in de leeftijden hebben. Van de respondenten kwam 80 procent niet vaker dan 3 keer per week in het winkelcentrum, terwijl 20 procent 4 keer of vaker een bezoek bracht aan het winkelcentrum.
Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen vaker maatregelen treffen om hun veiligheidsgevoel te verbeteren. Als je alle maatregelen bij elkaar optelt, dan hadden wij in totaal 196 maatregelen. Hiervan zijn er maar 31 ingekruist. Dus niet elke man of vrouw neemt maatregelen om het veiligheidsgevoel te bevorderen. Dit kan al een indicatie zijn dat men zich wel veilig voelt in het winkelcentrum. Maar dan komen we op de resultaten van waargenomen incidenten van bezoekers binnen het winkelcentrum (zie figuur 5). Hierin blijkt dat 20 procent wel eens agressie heeft waargenomen of van gehoord. Diefstal komt het meest voor, 16 van de 50 respondenten geeft aan wel een diefstal te hebben waargenomen of ervan te hebben gehoord. Vernieling komt 8 keer voor, intimidatie 3 keer. Mishandeling komt, gelukkig, maar 1 keer voor. Uit deze resultaten blijkt dat vooral diefstal, agressie en vernielingen binnen het winkelcentrum redelijk vaak voorkomen. Dit kan een negatief effect geven op het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek.
Ondanks de cijfers van diefstal, agressie en vernielingen trekken wij de conclusie dat het winkelend publiek zich veilig voelt. De genoemde incidenten komen wel eens voor in dit winkelcentrum, ondanks dat treft een groot deel van de bezoekers geen maatregelen om zich veilig te voelen. Samen met de positieve resultaten van de inrichting van het winkelcentrum geeft dat de doorslag.


6.2 Winkeliers


Uit de resultaten van de winkeliers komen een aantal interessante vondsten. Winkeliers hebben bijna nooit van agressieve klanten. Alle tien ondervraagde winkeliers geven dat aan. Maar dan komen we wel op het grootste probleem voor winkeliers, diefstal. Binnen onze enquête is onderscheid gemaakt tussen of winkeliers ook echt diefstal waarnemen, en of ze denken dat er gestolen wordt. De twee lopen qua resultaten komen vrijwel met elkaar overeen. 4 van de 10 winkeliers merkt niet dat er gestolen wordt binnen hun winkel. Bij 4 anderen wordt er 1 tot 3 keer gestolen per week. Bij 1 winkel 4 tot 6 keer en als laatst 1 winkel waarbij meer dan 10 keer per week wordt gestolen. Er kan geconcludeerd worden dat er wel eens wat wordt gestolen, maar dat de winkeliers zich niet per se onveiliger voelen.
Iets dat opvalt is dat er niet veel wordt gedaan tegen diefstal door de winkeliers zelf. 50 procent van de winkeliers heeft bijvoorbeeld geen detectiepoortjes of camera’s. 60 procent van de winkeliers heeft geen inbraakalarmsysteem en 40 procent heeft geen vals gelddetector. 80 procent van allen heeft wel een gesloten kassa laden. Deze resultaten geven aan dat er door sommige winkels niet veel aandacht wordt besteed aan diefstal. Dat kan komen door het grote vertrouwen in de beveiliging, of door de lage prioriteit die de winkeliers geven aan maatregelen tegen diefstal. Alle tien de winkeliers hebben goed contact met de beveiliging. Maar één winkel vindt dat het winkelcentrum zelf niet veel aandacht besteedt aan de veiligheid van de winkels zelf.
Uit deze resultaten kan geconcludeerd dat de winkeliers zich veilig voelen in het winkelcentrum. Er bevindt zich veel diefstal plaats binnen het winkelcentrum en de winkeliers nemen niet veel maatregelen hiertegen. Maar ze hebben wel veel vertrouwen in de beveiligers van het winkelcentrum en dat is positief.

7. Aanbevelingen


Om het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek en de winkeliers te bevorderen, moet een aantal maatregelen worden getroffen. Als eerst raadt het onderzoeksteam aan om extra maatregelen te nemen om winkeldiefstal te voorkomen. Uit een eerder onderzoek is gebleken dat misdrijven invloed kunnen hebben op het subjectieve veiligheidsgevoel van de mens[Boezd].

Daarom is het van belang om extra maatregelen te nemen, zoals het plaatsen van camera’s of detectiepoortjes in de winkels. Het nemen van extra maatregelen kan ook het veiligheidsgevoel van het personeel vergroten.

De tweede belangrijkste maatregel gaat over de beveiliging. Het onderzoeksteam steunt het huidige systeem en wil nadrukkelijk aangeven dat de inzet van beveiligers goed is en een positief effect heeft op het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek. Uit een eerder onderzoek is gebleken dat meer politie of beveiligers in openbare gebieden niet het veiligheidsgevoel verhoogt [Rec13].

Ten derde wordt het winkelcentrum aanbevolen vooral door te gaan met de gratis bewaakte fietsenstalling. Uit het onderzoek is gebleken (zie figuur 5) dat het extra controleren op vervoersmiddel veelvuldig terugkomt. Dat het winkelcentrum in samenwerking met de gemeente een gratis bewaakte fietsenstalling hebben neergezet is alleen maar positief en is een stap dichterbij het vertrouwen winnen van het winkelend publiek.

Wat volgens dit onderzoek de minste prioriteit heeft zijn de brandblussers in de winkels. Dit onderzoek gaat voornamelijk over het veiligheidsgevoel van het winkelend publiek en de winkeliers. Aanwezige brandblussers geven namelijk niet per se meteen een veiliger gevoel. Dat er geen brandblussers aanwezig waren in een groot aantal winkels kan echter als zeer onverantwoord worden beschouwd. Het is niet voor niets wettelijk verplicht.

8. Literatuurlijst


CBS17: , (CBS, 2017),

CBS171: , (CBS, 2017),

Winzd: , (Winkelhart, z.d.),

Gemzd: , (Gemeente Etten-Leur, z.d.),

Werzd: , (Wereldhave, z.d.),

Flo17: , (Botden, van den Tillaart, & Sloot, 2017),

Hid17: , (Jong, Powerpoints van de lessen, 2017),

Tom14: , (Fischer & Julsing, 2014),

Jon17: , (Jong, Handleiding SPSS, 2017),

InWzd: , (InWinkelCentra, z.d.),

Ras13: , (Steekproefcalculator, 2013),

Rec13: , (van de Veer, 2013),

Ned17: , (Nederlandse encyclopedie, z.d.),

nun09: , (nu.nl, 2009),



Boezd: , (Boers, van Steden, & Boutellier, 2008),





Deel met je vrienden:
1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina