Voorronde 1996



Dovnload 302.24 Kb.
Pagina2/6
Datum26.10.2018
Grootte302.24 Kb.
1   2   3   4   5   6
A, B, D, E, F, G, J, K en L in het schema op het antwoordblad horen stoffen.

9 6 Vul de tabel op het antwoordblad in. Let goed op de toestandsaanduidingen in het schema.

OPGAVE 3


Het linker bekerglas van de hiernaast getekende opstelling is gevuld met een oplossing van broom en kaliumbromide, het rechter bekerglas met water. Het verbindingsstuk is gevuld met een elektrolyt en zo gemaakt dat er geen vloeistof van het ene bekerglas naar het andere kan stromen. In ieder bekerglas bevindt zich een koolstofstaaf, aangeduid met A en B. Een leerling moet met deze opstelling een elektrische cel maken door in het water een stof op te lossen. Hij heeft de keuze uit de stoffen kaliumchloride en kaliumjodide.

4 7 Leg uit welke van deze stoffen de leerling in het water moet oplossen.

Hij verbindt vervolgens de beide koolstofstaven van deze elektrische cel door een geleidende draad.



3 8 Leg uit of de elektronen door deze draad van A naar B stromen of omgekeerd.

Na enige tijd is de elektrische cel uitgeput. De vloeistof in het linker bekerglas is echter nog duidelijk bruin gekleurd.



4 9 Geef de verklaring voor het uitgeput zijn van deze cel.

Het is mogelijk de cel weer op te laden door de beide koolstofstaven aan te sluiten op de polen van een spanningsbron.



3 10 Leg uit welke koolstofstaaf, A of B, op de positieve pool van de spanningsbron moet worden aangesloten.

OPGAVE 4


In basisch milieu kunnen twee aldehydemoleculen met elkaar reageren tot een aldol. Een aldol is een verbinding die zowel een aldehyde als een alcohol is. Bij deze reactie wordt een nieuwe binding gevormd tussen het koolstofatoom van de aldehydegroep in het ene molecuul en het koolstofatoom naast dat van de aldehydegroep (een -koolstofatoom) in het andere molecuul.

Twee moleculen propanal vormen zo 3‑hydroxy‑2‑methylpentanal (het koolstofatoom van de aldehydegroep is nummer 1).


4 11 Geef de structuurformule van 3‑hydroxy‑2‑methylpentanal.

Twee moleculen ethanal reageren tot een aldol met de volgende structuurformule.





3 12 Geef de systematische naam van het zo gevormde aldol.

Bij verhitting vindt in het aldol van vraag 8 eliminatie van water (dehydratatie) plaats. Hierbij wordt een onverzadigd aldehyde gevormd.



5 13 Geef de structuurformules van alle isomeren die bij deze dehydratatie kunnen ontstaan.

In een mengsel van ethanal en propanal kunnen vier verschillende aldolen gevormd worden.



4 14 Hoeveel verschillende aldolen kunnen gevormd worden in een mengsel van methanal en butanal? Licht je antwoord toe.

OPGAVE 5


Vele metaaloxiden zijn niet-stoechiometrische verbindingen, ook wel bertholliden genoemd. Een voorbeeld is nikkel(II)oxide. Dit kan weergegeven worden met de formule NixO, waarin 0 < x < 1. De afwijking van de ideale samenstelling NiO wordt veroorzaakt door defecten in de kristalstructuur. Enkele roosterplaatsen die normaal door Ni2+ bezet moeten worden, zijn dan leeg. Elektroneutraliteit wordt in dat geval verkregen door middel van enkele nikkelionen met lading 3+.

Een analyse van een monster nikkeloxide met onbekende samenstelling vindt als volgt plaats:



Het monster wordt opgelost in 50 cm3 kokend zoutzuur met een concentratie van 0,2 molL1. Nikkel(III) oxideert dan chloride tot chloorgas.
1) Het ontstane gas wordt geleid in 50 cm3 kaliumjodide-oplossing. Chloor en jodide reageren dan tot chloride en jood. Het gevormde jood wordt getitreerd met een oplossing van natriumthiosulfaat, Na2S2O3. Hierbij wordt jodide en tetrathionaat, S4O62 gevormd. Voor deze titratie is 9,95 cm3 thiosulfaatoplossing nodig met een concentratie van 0,0200 molL1.
2) Aan de ontstane oplossing van nikkeloxide in zoutzuur wordt, nadat het chloorgas is ontweken, een overmaat ammonia toegevoegd en de oplossing wordt verdund tot 100,0 cm3. Hoeveelheden van 20,00 cm3 van deze verdunde oplossing worden getitreerd met 0,01000 M EDTA-oplossing. Gemiddeld is 47,8 cm3 van de EDTA-oplossing nodig. Bij deze titratie ontstaat een complex ion van nikkel(II) met EDTA in de molverhouding 1:1.
7 15 Geef de reactievergelijking van de reactie tussen:

) nikkel(III) en chloride

ii) chloor en jodide

iii) jood en thiosulfaat



3 16 Bereken hoeveel mmol Ni3+ het monster bevatte.

De formule van het nikkeloxide kan geschreven worden als NixO of als Ni(II)yNi(III)zO.



5 17 Bereken x in de formule NixO

2 18 Bereken y en z in de formule Ni(II)yNi(III)zO

3 19 Welke fractie van de roosterplaatsen met nikkelionen is leeg in het onderzochte monster nikkeloxide, uitgaande van nikkel(II)oxide met een perfecte kristalstructuur?

OPGAVE 6


Moleculen met een hydrofiel (waterminnend) gedeelte en een hydrofoob (watervrezend) gedeelte noemt men amfifiel. Zulke moleculen vormen in waterige oplossingen micellen, bolvormige aggregaten (klompjes) waarbij de hydrofobe gedeelten naar binnen gekeerd zijn om contact met water te vermijden. Micellen beginnen zich te vormen als de concentratie een bepaalde waarde bereikt die karakteristiek is voor elk amfifiel, de kritische micelvormingsconcentratie k.m.c. Bij concentraties lager dan deze k.m.c. is het amfifiel alleen aanwezig in de vorm van afzonderlijke moleculen (monomeren). Wanneer de concentratie van het amfifiel groter wordt dan de k.m.c. worden micellen gevormd uit het extra toegevoegde amfifiel. De concentratie van het monomeer is dan gelijk aan de k.m.c. ongeacht de totale hoeveelheid toegevoegd amfifiel.

Met behulp van een heel gevoelige calorimeter worden thermodynamische gegevens voor de micelvorming van een amfifiel C12E5 bepaald. De formule van het amfifiel C12E5 is: C12H25‑(O‑CH2‑CH2)5‑OH



Van een voorraadoplossing van C12E5 met een concentratie van 0,500 mol L1 wordt
8,0

Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina