Voel het voorwerp. Wat denk je dat er in de zak zit omschrijf het naar elkaar. Bekijk het voorwerp



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina1/8
Datum29.10.2018
Grootte1.12 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

Voorwerp 1


  1. Voel het voorwerp. Wat denk je dat er in de zak zit omschrijf het naar elkaar.

  2. Bekijk het voorwerp.

  3. Hoe ziet het eruit? Noem 2 eigenschappen. Bijv. het is klein.

Halve liter, klein, er staat tekst op namelijk; voor huishoudelijk gebruik.

  1. Waar is het van gemaakt? Noem 2 soorten. Bijv. hout, metaal enz.

Emaillen, ijzer en het is een maatbeker.

  1. Is het een voorwerp voor dagelijks gebruik?

Ja, hierin kwam de boer dagelijks melk langs de deuren brengen.

  1. Is het voorwerp voor binnen of buiten?

Werd neergezet bij de voordeur.

  1. Werd het voorwerp door kinderen of door volwassenen gebruikt?

Volwassenen.

  1. Waarvoor werd het voorwerp gebruikt?

Om melk in te bewaren ze hadden immers nog geen koelkast.

  1. Bij welke beroep hoort het voorwerp denken jullie?

Huishoudens en bij de boer.

  1. Uit welk tijdvak komt het voorwerp?

Werd gebruikt tot 1960.

Dus tot tijdvak tv en computer.

1960 kwam de koelkast.

11. Hoe oud denken jullie dat het voorwerp is?

Ongeveer 200 jaar oud.

12. Vinden jullie het voorwerp waardevol? Schrijf op waarom je het juist wel of niet vindt.

13. Wat is de naam van het voorwerp, denken jullie?

Een emaillen maatbeker, melk kannetje.


Beantwoord nu de 5 hoofdvragen; deze vragen gaan jullie straks presenteren.

  • Waarvoor werd het voorwerp gebruikt?

Om melk langs de deuren te brengen, omdat de mensen geen koelkast hadden. Elke dag werd er langs de huizen een kannetje melk gebracht.

  • Wie gebruikte het?

De boer en het huishouden.

  • Uit welk tijdvak kwam het voorwerp?

Vanaf tijdvak burgers en stoommachines tot 1960 dus tijdvak tv en computer.

  • Hoe oud is het voorwerp?

Ongeveer 200 jaar oud.

  • Wat is de naam van het voorwerp, denken jullie?

Een emaillen maatbeker, melk kannetje.

Voorwerp 2




  1. Voel het voorwerp. Wat denk je dat er in de zak zit omschrijf het naar elkaar.

  2. Bekijk het voorwerp.

  3. Hoe ziet het eruit? Noem 2 eigenschappen. Bijv. het is klein.

Niet erg groot, redelijk zwaar, er staat een nummer op namelijk; J.D, HLDD.

  1. Waar is het van gemaakt? Noem 2 soorten. Bijv. hout, metaal enz.

Hout en ijzer.

  1. Is het een voorwerp voor dagelijks gebruik?

Ja, de timmerman gebruikte het om hout af te schaven.

  1. Is het voorwerp voor binnen of buiten?

Werkplaats, binnen.

  1. Werd het voorwerp door kinderen of door volwassenen gebruikt?

Volwassenen.

  1. Waarvoor werd het voorwerp gebruikt?

Om hout af te schaven van bijvoorbeeld deuren om hem volledig passend te maken.

  1. Bij welke beroep hoort het voorwerp denken jullie?

Timmerman.


  1. Deel met je vrienden:
  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina