Voedselveiligheid



Dovnload 311.84 Kb.
Pagina3/5
Datum20.05.2018
Grootte311.84 Kb.
1   2   3   4   5



3. OOGST/ BEWERKING/ INSCHUREN

Voldoet?

ja

nee

nvt.

3.1 Machines


3.1.1


Gebruik uitsluitend goed onderhouden en schone machines en transportmiddelen om beschadiging en insleep van vreemde bestanddelen (zoals brandstof, olie, vet en glas) te voorkomen. Let in het bijzonder op: beschadigingen inschuurapparatuur, olie- en brandstoflekkage, gebruik schone kipwagens, kisten, etc.

Bij vervoer product na andere producten (A….G), dan als volgt reinigen:

A. diervoedergrondstoffen en voedingsmiddelen: vegen

B. grond/stenen: reinigen met water (hoge druk)

C. kunstmest: reinigen met water

D. verpakte producten: vegen

E. droge stapelbare mest: reinigen en desinfectie

F. Natte mest: reiniging, desinfectie en vrijgave na externe inspectie door een ISO 17020 geaccrediteerde inspectie-instelling.



G. Aardappelen behandeld met chloorprofam: geldt alleen voor GZP: grondig reinigen met water (hoge druk)








3.1.2

Voorkom natregenen van het product (bijv. afdekken of onder dak plaatsen). (Geldt niet voor suikerbieten, zetmeelaardappelen en (industrie)groente (voor zover het product nog geschoond en verwerkt wordt)). Let op: uw afnemer kan afdekken verbieden in verband met broei!








3.1.3

Voorkom vervuiling van het product door opspattend vocht en vuil tijdens transport (bijv. afdekken bij nat wegdek). (Geldt niet voor suikerbieten en zetmeelaardappelen).






















3.1.4

Geen gebruik maken van machines die eerder in het seizoen in contact zijn geweest met GGO-producten, tenzij zeer grondig gereinigd.











3.2 Verpakking van diervoeders (alleen van eigen oogst)

3.2.1

Gebruik voor diervoerders uitsluitend geschikt, schoon en voldoende (lagen) verpakkingsmateriaal (folie, big bags).











3.2.2

Voorkom beschadiging van verpakkingsmateriaal (en repareer indien nodig).












4. OPSLAG / BEWARING

Voldoet?

ja

nee

nvt.

4A. Niet overdekt bewaring (in veld, op betonplaat of erf)


4.1 Niet overdekte bewaarplaatsen


4.1.1

De bewaarplaats is schoon en goed onderhouden, vrij van verontreiniging zoals olie, chemicaliën, hout, los freesasfalt en los puin. Kisten en containers gebruikt voor opslag zijn in goede staat (niet beschadigd).











4.1.2

Geldt alleen voor GZP: Product afdekken bij regen van betekenis en bij risico op verontreiniging. Het belang van afdekken neemt toe met de duur van de opslag/bewaring. Herhaalde en langdurige blootstelling aan regen en verontreiniging (door ongedierte, vogels, huisdieren, enz.) is ongewenst.








4.2 Diervoeders (alleen van eigen oogst)




De kuilkwaliteit (optimale pH: 4,5-5,4) wordt bewaakt en schimmelgroei wordt voorkomen. Gebruik alleen toegestane toevoegingsmiddelen (bij levering en toepassing door VKL gecertificeerde loonwerker wordt hieraan voldaan). Bij twijfel zie groep 1K op http://ec.europa.eu/food/food/animalnutrition/feedadditives/comm_register_feed_additives_1831-03.pdf.










Verpakte balen bewaren op verharde ondergrond. (=should)








      1. .

Bij gebruik folie: voldoende folie gebruiken, beschermen tegen beschadiging (bijv. door net, zeil of zand) en beschadigingen repareren.








4B. Overdekte bewaring

(Deze eisen gelden uitsluitend als de geoogste producten zelf worden opgeslagen in een overdekte bewaring, anders niet van toepassing (ga door naar 5))




4.3 Overdekte bewaarplaats

4.3.1

Zorg jaarrond voor een schone bewaarplaats. Niet voor andere doeleinden zoals machineonderhoud, stalling of opslag gebruiken, tenzij verontreiniging van de vloer of wanden wordt voorkomen (bijv. afdekken met plastic of zeil; bij opslag van hulpstoffen is intacte verpakking ook voldoende).








4.3.2

De bewaarplaats (dak, wand, enz.) is goed onderhouden, zodat geen vervuiling van het product kan optreden.








4.3.3

Kisten en containers die gebruikt worden voor opslag zijn in goede staat (niet beschadigd).








4.3.4

De bewaarruimte met geoogst product is afgescheiden van machineberging, werkplaats en opslag van materialen en hulpstoffen, om verontreiniging van geoogst product (met bijv. slijpsel, chemicaliën, meststoffen en olie) te voorkomen.








4.3.5

Product in tussenopslag (ook bij derden) wordt volgens dezelfde (VVAK, GlobalGAP of ander gelijkwaardig schema) voorschriften of GMP+ B1, B5 of B6 (bij afzet/gebruik als diervoeder) opgeslagen.








4.3.6

Geen opslag in bewaarruimte / kisten waar in het betreffende teeltjaar ggo-gewassen in zijn opgeslagen, tenzij zeer grondig gereinigd.








4.3.7

Geen opslag van GZP in bewaarruimte / kisten waar in de voorgaande 10 jaar chloorprofam is gebruikt als kiemremmer van consumptieaardappelen.








4.4 Geen direct daglicht in bewaarruimte


4.4.1

Er komt geen direct daglicht boven het product in de bewaarplaats, waardoor groene knollen / productverkleuring wordt voorkomen.

(Geldt niet voor GZP en is “shouldvoor zetmeelaardappelen).













4.5 Ongediertebe-strijding, vogels en huisdieren


4.5.1

Voorkom ongedierte, vogels, huisdieren en insecten in het product, door de opslagplaatsen hiervoor af te schermen (sluit toegangen; gaas voor openingen). Bestrijd -indien nodig- ongedierte en insecten door bijv. het plaatsen van lokdozen/vallen. (=should voor zetmeelaardappelen). Een bedrijfskat is een acceptabel alternatief om ongedierte te bestrijden.

Let op: bij ratten kan verminderde gevoeligheid optreden voor bepaalde chemische bestrijdingsmiddelen!











4.6 Voorraadbescher-mingsmiddelen / kiemremming / ontsmetting


4.6.1

Uitsluitend gebruik van wettelijk toegestane middelen. Gebruik middelen uitsluitend volgens wettelijk gebruiksvoorschrift (etiket): let vooral op de maximale dosering, veiligheidstermijn en de frequentie van toediening. Gebruik registreren. Tip: op www.ctgb.nl/toelatingen kunt u checken of een middel (nog) is toegelaten.








4.6.2

Geldt alleen voor GZP: gebruik van deze middelen vooraf afstemmen met afnemer.








4.6.3

De toepasser van deze middelen beschikt over een geldige spuitlicentie, ten minste licentie 1 (ook loonwerker).








4.7 Klimaatbeheersing/ conditionering van het product





Algemeen:

  • optimale klimaatbeheersing nastreven.

  • product voldoende conditioneren (temperatuur, vocht, beluchting).

  • voorkom schimmelvorming (mycotoxinen), let op kwaliteit van product.













4.7.1

Gebruik alleen goed onderhouden en goed afgestelde apparatuur.










4.7.2


Gebruik alleen geschikte brandstoffen (bij directe droging of verwarmen van het product: aardgas, bio-gas, LPG, propaan/butaan, petroleum, lichte stookolie, dieselolie, zware stookolie (mits deze aan wettelijke normen voldoet)). Andere brandstoffen uitsluitend na overleg met afnemer.












4.7.3

Geldt alleen voor producten van eigen oogst met bestemming diervoeder: Specificaties van de apparatuur zijn beschikbaar en bij directe droging het type brandstof registreren.












4.7.4

Geldt alleen voor GZP: Registratie van conditionering is volledig en actueel (zie bijlage E).











4.8 Thermometer


4.8.1

Gebruik uitsluitend breukvrije thermometer zonder kwik.










4.9 Lampen

4.9.1

Zorg voor aanwezigheid van een beschermplaat of gebruik breukvrije lampen of beschermkousje voor verlichting boven het product en in de werkzone. Dit is niet verplicht voor lampen in de werkzone, buiten bereik van machines of werktuigen. (Geldt niet voor zetmeelaardappelen)











4.10 Koelapparatuur


4.10.1

Gebruik goed onderhouden apparatuur en afdekplaat boven het product, ter voorkoming van lekkage van koelvloeistof in product.














4.10.2

Koelapparatuur is voorzien van een STEK rapport (niet ouder dan 2 jaar).











Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina