Verslag van een schriftelijk overleg



Dovnload 40.41 Kb.
Datum07.11.2017
Grootte40.41 Kb.

32 620 Beleidsdoelstellingen op het gebied van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport
Nr.
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld -------------------------2011


In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 6 juni 2011 inzake vrije prijsvorming mondzorg (Kamerstuk 32 620, nr. 13).

De op 22 juni 2011 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ----- toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Smeets
Adjunct-griffier van de commissie,

Clemens

Inhoudsopgave blz.

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

II. Reactie van de minister

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister waarin zij haar voornemen voor de introductie van vrije prijzen in de mondzorg kenbaar maakt. Deze leden steunen het voornemen van de minister. Zij hebben echter nog enkele vragen.
Volgens de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot het doorberekenen van tandtechnische kosten is het zo dat tandartsen aan de productie in eigen beheer kunnen verdienen. Wanneer de tandarts de techniekstukken inkoopt bij een tandtechnicus of tandtechnisch laboratorium mag hij alleen de kosten die de tandtechnicus hem in rekening heeft gebracht doorberekenen aan de consument.

Gaat van deze wet- en regelgeving geen verkeerde prikkel uit omdat tandartsen geneigd zijn in eigen beheer tandtechniekstukken te produceren?

De inkoopkosten van tandtechniek zullen dalen door scherpere inkoop door tandartsen wanneer zij hierop zouden kunnen verdienen. Deelt de minister deze stelling, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Is de minister bereid om het verbod op het verdienen op de inkoop van tandtechniek per 1 januari 2012 op te heffen?
Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie
De leden van de fractie van de PvdA hebben kennisgenomen van het besluit vrije prijzen te introduceren in de mondzorg.

Zoals al eerder betoogd, zijn deze leden tegen dit experiment, vanwege het gebrek aan transparantie wat betreft kwaliteit en het beperkte aanbod van tandartsen. De prikkel om prijzen laag te houden ontbreekt daardoor. Voor veel mensen is een bezoek aan tandarts of orthodontist nu al een behoorlijke aanslag op de portemonnee. Met het vrijgeven van de prijzen, zoals de minister wil, wordt een gezond gebit voor veel mensen onbetaalbaar.



Kwaliteit

Voor het experiment is transparantie van de kwaliteit essentieel. Kwaliteit monitoren kan alleen op basis van goede kwaliteitsindicatoren. De leden van de PvdA-fractie zijn niet gerust op dit punt.

De minister stelt dat de planning is dat de kwaliteitsindicatoren aan het eind van 2011 zijn getest en gereed zijn om te worden uitgevraagd. Dat betekent dat zij op zijn vroegst vlak na de zomer van 2012 voor consumenten en zorgverzekeraars beschikbaar komen. Dan is het experiment al van start gegaan.

De leden van de fractie van de PvdA vragen waarom de minister er dan toch voor kiest het experiment met vrije prijzen al per 1 januari 2012 in te voeren. Hoe kan de consument kiezen voor kwaliteit als die kwaliteit nog niet transparant is?

De minister stelt dat zij kiest voor een experiment van drie jaar in plaats van vijf jaar om druk uit te oefenen op de beroepsgroepen om versneld een toegankelijk en kwalitatief adequaat systeem voor mondzorg neer te zetten. Zou de druk op deze beroepsgroepen niet groter zijn als het experiment pas ingevoerd wordt nadat een toegankelijk en adequaat systeem is ingevoerd?

Ook de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en de Consumentenbond hebben hun zorgen geuit over de (te) late beschikbaarheid van kwaliteitsnormen. De leden van de PvdA-fractie willen graag een reactie van de minister op de opmerkingen dat de huidige registratiesystemen van mondzorgverleners niet zijn toegerust om de benodigde gegevens over kwaliteit te leveren, zoals onder andere vastgesteld in het onderzoek ‘Zorg voor kwaliteit, ICT in beeld’ van PricewaterhouseCoopers in 2009.


De leden van de fractie van de PvdA willen ook graag een reactie op de opmerkingen van prof. dr. A.J. Feilzer, decaan van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), in een artikel in de Volkskrant van 28 mei 2011. Hij stelt dat bij de prestatieomschrijvingen voor de tandarts van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de nadruk ligt op het herstel van schade en niet op een langdurige zorgrelatie die gericht is op preventie. Het experiment zou daarmee uitgaan van een verouderde tandheelkundige aanpak, en onvoldoende ruimte geven aan zorgverlening die gericht is op het bereiken en behouden van mondgezondheid. Is de minister het met deze opmerkingen eens? Zo ja, wat heeft dat voor gevolgen voor het experiment? Zo nee, waarom niet? Hoe verhouden de opmerkingen van de heer Feilzer zich tot de verwachting van de minister dat het experiment met vrije prijsvorming juist meer ruimte geeft voor innovatie? Welke prikkel is er nog voor tandartsen om preventie uit te voeren?

De leden van de PvdA-fractie erkennen dat innovatie in de tandheelkunde en mondzorg belangrijk is. Maar deze leden vragen of de minister ook andere mogelijkheden voor het faciliteren van innovaties heeft onderzocht, zoals keuzevrijheid voor de patiënt en innovatiebudgetten.


Prijsvorming

De leden van de fractie van de PvdA hebben ook een aantal opmerkingen en vragen over de prijsvorming. Verzekeraars onderhandelen niet met tandartsen over hun tarieven. Richtlijnen voor prijzen ontbreken en komen er ook niet. Patiënten zullen dus zelf bij verschillende tandartsen offertes moeten aanvragen. Afhankelijk van het eigen onderhandelingsvermogen zal per keer de prijs worden vastgesteld. Genoemde leden vragen hoe consumenten/patiënten nu kunnen weten wat een redelijke prijs voor welke behandeling is. Waar kunnen consumenten terecht met geschillen en klachten? Welke sanctiemogelijkheden zijn er voor het niet transparant zijn van tandartsen over kwaliteit en prijs, en wie kan die sancties opleggen?

Welke voordelen van vrije prijzen zijn er volgens de minister voor de consument? In hoeverre is de prestatielijst tandheelkundige behandelingen voor consumenten inzichtelijk?
De minister heeft recent ook besloten om alle GGZ-aanbieders, waaronder de vrijgevestigde zorgaanbieders, te budgetteren. Haar motivatie hiervoor is dat het volume en de prijs beheerst moeten worden. De leden van de PvdA-fractie vragen of de minister deze motieven ook niet mee moet wegen in het besluit tot vrije prijsvorming in de mondzorg over te gaan.
Communicatie

Deelt de minister de mening van de leden van de fractie van de PvdA dat een goede publieksvoorlichting van belang is om mensen bewuste keuzes te kunnen laten maken in de mondzorg en daarmee voor het slagen van het experiment met vrije prijzen essentieel is? Op welke wijze wordt communicatie over de introductie van vrije prijsvorming in de mondzorg naar de Nederlandse bevolking voorbereid, en door wie? Werkt de minister op dit punt samen met mondzorg-, patiënten- en consumentenorganisaties en met verzekeraars? Is de minister bereid hieraan een substantiële bijdrage te leveren? Zo ja, op welke wijze?


De leden van de PvdA-fractie delen de zorgen van de NPCF over kwetsbare groepen en mensen met een verminderde zelfredzaamheid. Financiële drempels en onduidelijkheid kunnen voor deze groepen tot onwenselijke keuzes als ‘niet behandelen’ leiden en het is maar zeer de vraag of deze groepen wel altijd in staat zijn een afgewogen oordeel te maken. Deze leden vragen de minister hoe zij denkt dat de vrije prijsvorming voor deze groepen zal gaan uitwerken.
Capaciteit

De leden van de fractie van de PvdA zien ook problemen aan de kant van het aanbod. Het aantal tandartsen is in vergelijking met andere landen om ons heen beperkt en vooral in bepaalde regio’s zijn er tekorten. Bovendien neemt de vraag naar tandartszorg niet af maar nog steeds toe.


In welke regio’s precies is er momenteel sprake van ondercapaciteit binnen de mondzorg? Waarom biedt vrije prijsvorming juist voor deze regio’s een oplossing? In welke regio’s is sprake van overcapaciteit? Welke verwachtingen zijn er ten aanzien van de ontwikkeling en verdeling van de capaciteit door het invoeren van vrije prijzen?

 

Het Capaciteitsorgaan heeft berekend dat er extra mensen in de mondzorg nodig zijn. Met name om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse toestroom en van tekorten in bepaalde regio’s. De leden van de PvdA-fractie vragen de minister hoe zij gaat bewerkstelligen dat deze mensen er ook daadwerkelijk komenOp welke wijze wordt de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg gegarandeerd, wanneer buitenlandse tandartsen in Nederland gaan werken?


De minister wil een experiment van drie jaar. Hoe gaat de NZa-monitor naar de effecten van vrije prijsvorming op het gebied van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid er precies uitzien? Wat zijn de precieze toetsingscriteria? Is de NZa voldoende in staat om tekorten in een regio te constateren? Welke concrete mogelijkheden heeft de NZa om in te grijpen op het moment dat de prijzen in een regio sterk stijgen?

De NZa heeft aangegeven dat consumenten op dit moment 32% te veel betalen voor orthodontiebehandelingen. De eerste tariefverlaging vindt per 1 juli plaats en de tweede korting van 16% zou per 1 juli 2012 plaatsvinden. Deze leden vragen wat de invoering van vrije prijzen voor gevolgen heeft voor de tweede korting, zal deze wel of niet doorgevoerd worden? Moeten consumenten zelf met hun orthodontist gaan onderhandelen om meer korting te krijgen? Hoe groot wordt de kans geschat dat consumenten een zelfde korting kunnen bedingen als de korting die anders via het maximumtarief gehanteerd zou worden?


Het Capaciteitsorgaan voorspelt dat binnen tien jaar een ‘aanzienlijk deel van de tandartsen’ met pensioen gaat. De minister zegt hier in haar brief niets over, maar stelt dat zij geen grond ziet om nu of in de nabije toekomst rekening te moeten houden met ernstige capaciteitstekorten. De leden van de fractie van de PvdA willen graag een reactie van de minister op deze opmerking van het Capaciteitsorgaan. Hoe groot is ‘een aanzienlijk deel’ en hoe wordt dit opgevangen?
Uit een onderzoek dat de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) heeft gepresenteerd (februari 2011) blijkt dat slechts 24% van de tandartsen zonder voorwaarden nieuwe patiënten opneemt. 60% van de tandartsen neemt nieuwe patiënten alleen aan op basis van bepaalde voorwaarden. De leden van de PvdA-fractie willen graag een reactie van de minister op deze cijfers. Wat betekenen deze cijfers voor de keuzevrijheid van patiënten? Is bekend hoe de regionale spreiding is van tandartsen die zonder voorwaarden nieuwe patiënten opnemen?  
Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het besluit van de minister. Zij zijn zeer tevreden over de behoedzame stappen die de minister wil zetten. Enerzijds ruimte geven aan de sector, anderzijds vinger aan de pols om bij eventuele ontoelaatbare effecten het experiment desnoods voortijdig te beëindigen. Dit komt tegemoet aan de randvoorwaarden die namens genoemde leden naar voren is gebracht in het algemeen overleg van14 april jl.
De leden van de CDA-fractie hebben nog de volgende vragen en opmerkingen. De kwaliteitsindicatoren zijn aan het eind van het jaar getest en gereed om te gebruiken. Pas na de zomer van 2012 komen ze beschikbaar voor zorgverzekeraars en consumenten. Hoe zal dan voor 1 januari 2012 de contractering plaatsvinden? Hoe worden de patiënten betrokken bij de kwaliteitsindicatoren?
Kan de minister aangeven wanneer er sprake is van ontoelaatbare effecten? Horen daarbij ook hoge tarieven? Deze leden willen dat bij de beoordeling van de effecten ook meegenomen wordt dat er echt voldoende spreiding van tandartsen over het land gewaarborgd is.
Er moet voldoende transparantie zijn over kwaliteit, prestatie en prijs. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de consumenten goed geïnformeerd worden over de verschillende opties. Vanuit het oogpunt van taakherschikking en toegankelijkheid, maar ook uit kostenoverweging voor de consument, is het belangrijk dat hij weet wanneer hij een mondhygiënist dan wel tandarts zal bezoeken.
Vragen en opmerkingen van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie begrijpen niet de reden van het kabinet om met ingang van 2012 de vrije prijsvorming door te voeren in de gehele mondzorg. Vrije prijsvorming gaat immers uit van de misvatting dat mensen voor het ondergaan van een medische behandeling van hun tanden dezelfde afwegingen kunnen maken als bij het kopen van een auto of televisie.
De kennisasymmetrie en afhankelijkheid die ook de relatie tussen patiënt en tandarts, orthodontisten, mondhygiënisten, tandprothetici kenmerken verhinderen het werkelijk functioneren van de tandzorg als markt.

Op grond waarvan komt de minister tot de opvatting dat deregulering in de prijsvorming wenselijk is?

Kan de minister ook ingaan op de volgende zaken en de risico’s die de leden van de SP-fractie signaleren:

- Een toename van de controle en bureaucratie. Deregulering in de zorg gaat immers gepaard met de noodzaak tot meer toezicht vanwege een groeiend wantrouwen door mogelijke belangenverstrengeling en toenemende kwalitatieve verschillen tussen tandzorgaanbieders, en met een toenemende behoefte aan registraties/prestatie-indicatoren.



  • Stijgende kosten door volume- en/of prijsstijgingen.

  • Tweedeling in de behandeling van patiënten. Keuze voor lucratieve dure behandelingen en eventuele overbehandeling/te vroege behandeling. Hoe voorkomt de minister dat de verschillen in kwaliteit te groot worden? Betere zorg voor diegenen die het kunnen betalen versus mindere zorg voor diegenen die het niet kunnen betalen? Worden de financiële drempels niet te hoog mede gezien het feit dat bijna 80% van de mondzorg niet verzekerde zorg betreft?

  • Hoe controleert de minister de effecten op de gezondheid van de Nederlandse gebitten in het algemeen? Is er controle op zorgmijdend gedrag en een eventuele toename daarvan als gevolg van deze marktwerking?

  • Hoe zijn de te verwachten ontwikkelingen in het verplichte verzekerde pakket? Hoe gaat de minister controleren dat alle mondzorgbehandelingen voldoende worden aangeboden?

  • Wat zijn de te verwachten ontwikkelingen in het aanvullende pakket/onverzekerde deel van de tandzorg?

  • Is het verantwoord om de vrije prijsvorming in te voeren per 1 januari 2012 als de kwaliteitsindicatoren voor consumenten en verzekeraars pas na de zomer van 2012 ter beschikking komen? Is dit niet in strijd met de voorwaarden zoals de NZa deze in haar advies heeft aangegeven? (Advies vrije prijsvorming mondzorg 2009)

  • Zal de vrije prijsvorming niet leiden tot een erodering van de solidariteit, omdat onderhandelingen over de prijs van de behandeling leiden tot een perceptie dat zorg te koop is in plaats van een recht?

  • Is het niet onwenselijk dat patiënten frequent wisselen van behandelaar?

  • Is er niet sprake van een tekort aan tandartsen, zie bijvoorbeeld de enorme instroom van buitenlandse tandartsen (180 ten opzichte van 255 die de Nederlandse faculteiten jaarlijks uitstromen)? In hoeverre is de minister bereid de capaciteit fors uit te breiden, ook nog voor komend studiejaar? Vindt de minister niet dat Nederland wat betreft de mondzorg zelfvoorzienend moet zijn en zelf haar mensen moet opleiden? Uiteraard met inachtneming van de Europese regels die gelden voor het vrije verkeer van mensen en goederen. Onderkent de minister dat het spreidingsprobleem dat er is voor de tandzorg niet met marktwerking kan worden opgelost maar dat het opleiden van meer tandartsen geboden is?

De leden van de SP-fractie maken zich zeer grote zorgen over de gevolgen van dit experiment. Kan de minister aangeven wanneer voor haar het experiment dient te worden gestaakt? Welke stijging van de macrokosten van de tandzorg in Nederland is voor haar niet meer acceptabel?



De minister stelt voor het experiment tot drie jaar te beperken, is dit omdat zij de risico’s te groot acht om het experiment voor vijf jaar toe te staan? De Nederlandse mondzorg behoort tot de betere en meest betaalbare in Europa. Waarom dan toch een voorstel tot dit experiment van vrije prijsvorming?
Hoe beoordeelt de minister het standpunt van de NPCF die ook vrije prijsvorming op dit moment te riskant vindt gezien de resultaten van een enquête die zij heeft gehouden over de voorlichting door tandartsen? Ook maakt zij zich ernstig zorgen over de toegankelijkheid tot mondzorg voor kwetsbare groepen zoals patiënten met een schisis, trauma of mondkanker.
De leden van de SP-fractie vragen of het al met al niet verstandig is in te zetten op het opleiden van meer tandartsen en andere mondzorghulpverleners om zo de bereikbaarheid en dienstverlening te vergroten in plaats van dit risicovolle experiment aan te gaan, temeer daar een aanzienlijk aantal tandartsen vanwege de leeftijd zal stoppen in de komende jaren (zie advies Capaciteitsorgaan).
Vragen en opmerkingen van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie steunen de minister bij het invoeren van vrije prijsvorming en prestatiebekostiging in de mondzorg. Prestatiebekostiging zorgt ervoor dat zorgaanbieders concurreren op prijs en kwaliteit, waardoor de prijs daalt en de kwaliteit van de mondzorg verbetert. Uiteindelijk verkrijgt de patiënt meer inzicht in de prijs-kwaliteitsverhouding van de verschillende aanbieders van mondzorg. Echter, de voorgestelde maatregelen dienen met grote zorgvuldigheid geïmplementeerd te worden. Deze leden constateren dat de minister veel onduidelijkheden heeft weggenomen. Zo zijn de randvoorwaarden voor het experiment verhelderd en zijn er duidelijke doelen opgesteld om het experiment te kunnen beoordelen. De leden van de D66-fractie onderschrijven deze randvoorwaarden en doelen.
Echter, er is één punt waarop de minister volgens de leden van de D66-fractie nog uitleg verschuldigd is. Het experiment heeft een looptijd van drie jaar met een mogelijke uitbreiding tot een totaal van vijf jaar. Het doel van het experiment is om op verantwoorde manier vrije prijsvorming en prestatiebekostiging in te voeren in de mondzorg. Voor prestatiebekostiging is het zeer belangrijk dat de aanbieders en ontvangers van mondzorg duidelijke inzichten hebben in de kwaliteit. Hiervoor zijn heldere kwaliteitsindicatoren nodig. De minister stelt in haar brief dat het experiment wordt gestart op 1 januari 2012. Deze leden vragen hoe dat kan, als de kwaliteitsindicatoren op zijn vroegst vlak na de zomer van 2012 voor consumenten en zorgverzekeraars beschikbaar komen. Hoe kunnen consumenten en zorgverzekeraars de kwaliteit van de aangeboden zorg beoordelen en/of monitoren, als die indicatoren niet beschikbaar zijn bij aanvang van het experiment? De leden van de D66-fractie vinden dat niet kan worden overgegaan tot het experiment van vrije prijsvorming in de mondzorg, als de prestaties van verschillende zorgaanbieders niet inzichtelijk kunnen worden gemaakt.

II. REACTIE VAN DE MINISTER





Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina