Verslag debat (toekomstige) zorg voor allochtone ouderen



Dovnload 48.42 Kb.
Datum20.05.2018
Grootte48.42 Kb.




kenniscentrum interculturele geestelijke gezondheidszorg


Verslag debat ‘Zorg om oudere migranten’

Mikado in samenwerking met NIZW Zorg, Kenniscentrum Ouderen

21 april 2006

Welkom door Indra Boedjarath, directeur van Mikado

Dit debat gaat over allochtone ouderen. In 2006 is 2,9% van de (oudere) bevolking van allochtone afkomst. De komende jaren zal dit aantal zich verdubbelen. De grootste groep is van Surinaamse afkomst, gevolgd door ouderen van Turkse en Marokkaanse afkomst. De overige ouderen komen uit alle windstreken: de arbeidsmigranten uit de landen rond de Middellandse Zee, de ouderen die na de Tweede Wereld oorlog uit Indonesië zijn gekomen en, tot slot, de vluchtelingenouderen die uit Oost-Europa, Azië en Afrika de afgelopen decennia naar Nederland zijn gekomen.

Er zijn veel verschillen onder en tussen de groepen allochtone ouderen: de mate van beheersing van de Nederlandse taal, de culturele verschillen (relatie man/vrouw), de mate waarin religie een rol speelt in het dagelijkse leven etc.

Wat veel allochtone ouderen met elkaar gemeen hebben is hun sociaal economische positie: laag inkomen, lage opleiding en een slechte, vaak ongeschikte, huisvesting.

Bij bijna alle groepen spelen twee belangrijke dilemma’s bij het ouder worden:
Het terugkeer dilemma

Vooral de arbeidsmigranten zijn naar Nederland gekomen met de gedachte naar verloop van tijd weer terug te keren naar hun geboorteland. Vaak hebben zij daar een huis laten bouwen of gekocht. Maar nu wonen hun kinderen en kleinkinderen in Nederland en is het dilemma: gaan we terug of blijven we in de buurt van onze kinderen en kleinkinderen in Nederland wonen? De nabijheid bij hun kleinkinderen is vooral voor vrouwen belangrijk, terwijl mannen de voorkeur hebben om terug te gaan.


Het zorgplicht dilemma

Bij veel allochtone ouderen leeft nog de verwachting dat de kinderen voor hen zullen zorgen als zij ouder worden en hun gezondheid te wensen over laat. Ook de kinderen voelen de verplichting om voor hun ouders te zorgen maar tegelijk voelen de kinderen de druk van hun alledaagse leven: een betaalde baan, de zorg voor hun eigen kinderen. De mantelzorgers staan onder grote druk en kunnen de zorg vaak niet aan.


De gezondheid van allochtone ouderen is slecht. Dit heeft in de eerste plaats te maken met hun sociaal-economische positie. Zij hebben vaak jarenlang zwaar lichamelijk werk verricht. Veel allochtone ouderen (mannen) zijn in de WAO terecht gekomen. Zij hebben veel somatische aandoeningen zoals diabetes, rugklachten, hypertensie. Zij ervaren hun gezondheid slecht. Hun psychisch welbevinden is slecht. Veel allochtone ouderen zijn somber en hebben depressieve gevoelens. Onderzoek laat zien dat ruim 30% van Marokkanen en ruim 65% van Turken depressief.
Daar staat tegenover dat allochtone ouderen weinig gebruik maken van de zorgvoorzieningen. Zij komen nauwelijks bij de GGZ terecht ondanks hun psychische problematiek.
In de zaal zijn een aantal vertegenwoordigers van de allochtone ouderen aanwezig.

Hoe kijken ze zelf aan tegen hun positie?

Er zijn, vooral in de grote steden, voorzieningen voor specifieke groepen ouderen. Surinaams-Hindostaanse en Chinese ouderen vertellen hoe belangrijk het is dat er mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten en samen te wonen: dagopvang en groepswonen. Het schept ruimte om met elkaar te praten in de eigen taal, dezelfde cultuur en ervaringen te hebben, elkaar onderling te helpen en samen dingen te doen.

De ‘oude’ migrantengroepen die in de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw naar Nederland komen voelen zich vaak vergeten. Men gaat ervan uit dat Spaanse, Italiaanse en Portugese ouderen geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving maar dat is niet altijd zo. Er is heel weinig aandacht voor de problematiek van deze ouderen. Ook bij deze groepen speelt een slechte beheersing van de Nederlandse taal een belangrijk probleem. Ook onder de Spaanse ouderen komt veel depressiviteit en alcoholisme voor.

Dat allochtone ouderen weinig gebruik maken van de GGZ ondanks hun psychische problematiek heeft enerzijds te maken met het feit dat zij weinig worden doorverwezen door de huisarts maar ook door de beeldvorming bij ouderen en hun omgeving over de GGZ. Mensen die gebruik maken van de GGZ zijn gek en ik ben niet gek en als ik gebruik maak van de GGZ zal mijn omgeving mij beschouwen als gek!
In aanvulling op de inleiding noemen de allochtone vertegenwoordigers de problematiek van de AOW. Veel ouderen hebben geen volledige AOW opgebouwd. Dit betekent dat zij onder het bestaansminimum zitten. Zij kunnen een aanvullende bijstanduitkering aanvragen maar als zij deze uitkering krijgen mogen zij maar 6 weken per jaar op vakantie naar hun geboorteland. Dit betekent dat het te duur is voor deze korte tijd terug te gaan naar hun geboorteland of men besluit geen aanvullende uitkering aan te vragen waardoor zij moeten rondkomen met een zeer klein inkomen.

Een Turkse vertegenwoordiger wijst op de slechte gezondheidszorg in Turkije. Ook daarom durven ouderen niet terug te gaan naar Turkije.


Reactie van de Forumleden

Henriëtte de Bruyn, RIAGG RNW

Het is waar dat allochtone ouderen nauwelijks bij de GGZ hulp vragen. Overigens geldt dit voor alle ouderen. GGZ moet extra aandacht besteden aan deze groepen. Wij doen dit op verschillende manieren. In de eerste plaats is het een kwestie van voorlichting geven. Wij zoeken de zelforganisaties op en proberen via hen de beeldvorming over de GGZ te veranderen. In de tweede plaats proberen we de voorlichting aan huisartsen te verbeteren zodat zij meer verwijzen naar de GGZ. Op de derde plaats hebben wij een actief multicultureel personeelsbeleid om meer allochtone hulpverleners aan te stellen. Belangrijke problemen zijn de taalbarrière en cultuurverschillen. Het is erg moeilijk voor cliënten om hun problemen aan te kaarten als zij de taal niet goed beheersen en als er bij de hulpverlener geen begrip is voor de cultuurverschillen.


Liesbeth Boerwinkel, ANBO

De ouderenbonden in Nederland (ANBO, UnieKBO en PCOB) zijn witte bonden. Alleen in Amsterdam en Rotterdam zijn er allochtone ouderen lid van de bond.

Afgelopen jaar hebben we in het kader van de nieuwe zorgverzekeringwet een voorlichtingsproject opgezet. We hebben 100 migrantenvoorlichters opgeleid, we hebben een telefonische hulplijn opgezet waar ouderen in hun eigen taal te woord werden gestaan en we hebben een voorlichtingsfilm gemaakt in 7 talen. Deze campagne heeft voor impact gehad. We gaan daarmee verder. Er is een klankbordgroep opgericht.

Onlangs heeft de ANBO een onderzoek gedaan naar zelforganisaties van allochtone ouderen. Uit dit onderzoek blijkt dat er op lokaal niveau veel ouderengroepen zijn (ongeveer 7000) maar op landelijk niveau zijn er maar drie organisaties en dat is te weinig. De lokale groepen hebben het echter erg moeilijk om zich staande te houden. We willen nu op lokaal niveau meer Platformen allochtone ouderen oprichten en, als dat lukt, kunnen we op landelijk niveau een ‘vuist’ gaan maken.


Frits Rijsemus, directeur Zorgcentrum Transvaal

In Transvaal is een zorgcentrum voor allochtone ouderen: 80% van de bewoners is Hindostaans en 20% Nederlands. Dit was een aantal jaren geleden anders: ondanks dat het zorgcentrum in een kleurrijke buurt stond waren er nauwelijks allochtone bewoners in het centrum.

We zijn begonnen met een dagopvang en dit was zeer succesvol en na verloop van tijd vroegen de deelnemers of zij ook in het centrum konden komen wonen.

In Nederland bestaat de cultuur dat alles eerst goed geregeld moet zijn voordat er iets kan starten. Veel belangrijker is om gewoon te beginnen, zelf te investeren (en niet beginnen met je hand op te houden) en de zelforganisaties erbij te betrekken. We hebben ook een actief multicultureel personeelsbeleid gevoerd en dat is zo succesvol dat we nooit personeelsgebrek hebben. Via het informele circuit vinden we voldoende personeel en als ze onvoldoende opleiding hebben, bieden we ze een opleiding.

Het verschil tussen ‘Nederlandse’ zorgcentra is dat we veel feesten. We vieren niet alleen Kerstmis, Pasen etc maar ook alle feesten van onze bewoners. Verder is het een georganiseerde chaos. In principe kan alles en als bewoners ideeën hebben, dan gaan we er met z’n allen mee aan de slag. Ten slot is de bejegening van de bewoners er belangrijk.
Lex Staal, Arcares (brancheorganisatie verpleging & verzorging)

In de grote steden is er de afgelopen jaren al veel aandacht voor de allochtone ouderen. In de rest van Nederland is het nog beperkt maar dat heeft ook met hun aanwezigheid/aantal te maken. In de grote steden wonen al veel allochtone ouderen en de rest van Nederland nog niet, daar zal hun aantal de komende jaren groeien. Arcares geeft toe dat er weinig aandacht was voor allochtone ouderen maar er zijn nu plannen voor de komende jaren. De markt verandert ook, instellingen zullen gedwongen worden zich aan te passen en meer aandacht geven aan de wensen en behoeften van (potentiële) cliënten.


Harry Mertens, NIZW Sociaal Beleid

Er zijn de afgelopen jaren veel initiatieven geweest en er zijn leuke dingen gebeurd maar het is op kleine schaal. Vanuit het beleid is het de afgelopen jaren erg stil geweest rond multiculturaliteit. Het is erg belangrijk dat initiatieven van onderop komen. Ouderen willen in hun eigen buurt blijven wonen, initiatieven moeten opgezet worden in de buurt waar de ouderen wonen.


Het debat

Het debat spitst zich vervolgens toe op drie vragen:



  • hoe kunnen allochtone ouderen geactiveerd worden voor (beter/meer) zichzelf op te komen?

  • wat moet er bij instellingen veranderen om de zorg beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van allochtone ouderen?

  • wat moet er op politiek niveau veranderen?


Hoe kunnen allochtone ouderen geactiveerd worden (beter/meer) voor zichzelf op te komen?

    1. Zelforganisaties zijn nu te veel naar binnen gericht. Zij moeten meer participeren in overlegorganen die zich bezig houden met zaken die voor ouderen belangrijk zijn: ouderenplatforms, seniorenraden etc. Daarbij wordt opgemerkt dat zelforganisaties vooral bezig zijn te overleven. Vroeger kregen zij vaak financiële steun, deze steun (subsidie) is grotendeels verdwenen. Ook al werk je met vrijwilligers, er is toch geld nodig om de organisatie draaiende te houden. Dan kunnen deze organisaties cursussen geven, informatie verstrekken, als tussenpersonen optreden.

    2. Ouderen moeten uit hun sociaal isolement gehaald worden door activiteiten te organiseren, te zorgen voor zorg die aansluit bij hun culturele achtergrond.

    3. Zorg dat ouderen zich aansluiten bij de bestaande ouderenbonden. Allochtone ouderen die nu al lid zijn zouden daarbij een rol kunnen spelen: folders geven (in de eigen taal), meenemen naar activiteiten van de bonden, een praatje maken en vertellen over de activiteiten van de bonden etc.

    4. De slechte financiële situatie van de oudere allochtonen leidt ertoe dat zij zich terugtrekken, niet de ruimte hebben om mee te doen. Doe wat aan de financiële positie van de ouderen, vb met betrekking tot hun AOW-problematiek.

    5. Schakel toekomstige groepen allochtone ouderen die nu 40-60 jaar zijn in. Deze mensen zijn makkelijker te bereiken en kunnen optreden als tussenpersonen voor de oudere groep.

    6. Geef meer voorlichting (in hun eigen taal) over wonen, welzijn en zorg.

    7. Zorg dat de welzijns- en zorgorganisaties aandacht hebben voor multiculturaliteit.


Wat moet er bij instellingen veranderen om de zorg beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van allochtone ouderen?

  1. Zorginstellingen moeten ondernemers willen worden, die marktgericht werken. Uitgaan van de wensen en behoeften van hun cliënten. Allochtone ouderen zijn ook cliënten, dus de zorg aansluiten bij hun wensen en behoeften.

  2. Het zijn nu vaak hulpverleners die zich inzetten voor deze groepen ouderen. Het management moet de noodzaak inzien en in hun visie over de organisatie prioriteit geven aan multiculturaliteit. Zolang het management zich niet uitspreekt en keuzes maakt, blijft multiculturele zorg marginaal.

  3. Als instellingen aandacht besteden aan multiculturaliteit is het vaak in de vorm van tijdelijke projecten met tijdelijke financiering. Multiculturele zorg is basiszorg en moet gewoon vanuit de basisfinanciering plaatsvinden: instellingen moeten de deur opengooien zowel voor allochtone cliënten als hulpverleners.

  4. Werk buurtgericht en werk samen met zelforganisaties en geef voorlichting aan deze organisaties. Een goed alternatief is gezaghebbende, bekende allochtone ouderen in de buurt in te schakelen. Zij kennen veel andere allochtone ouderen en kunnen hun netwerk activeren.

  5. Voor instellingen geldt op dit moment vooral productie maken. Dit werkt niet bij allochtone groepen. Als men deze groepen wil bereiken dan moet daarvoor de tijd worden genomen, veel en intensief communiceren, accepteren dat het een lange(re) weg is. Hierbij wordt opgemerkt dat zorgverzekeraars die veel allochtone klanten hebben, belang hebben bij een goede zorg voor deze groepen. Zij willen daar best wel geld in stoppen.

  6. De ervaring is dat het vaak al mis gaat bij de intake (indicatiestelling) omdat de protocollen en vragenlijsten niet aansluiten bij de beleving van de oudere allochtonen. Pas intakeprotocollen en –vragenlijsten aan en neem de tijd voor de intake.

  7. Allochtone ouderen leunen nu sterk op hun eigen kinderen (mantelzorgers). Over tien jaar als de ouderen ouder worden en meer zorg nodig hebben, zal de mantelzorg een groot probleem worden. Vermijd dat de mantelzorg overbelast raakt en afhaakt.

  8. Er zou een in-service-opleiding moeten komen bij de instellingen. In de discussie komt naar voren dat er te weinig allochtone hulpverleners zijn omdat het beroep niet aantrekkelijk is maar ook vanwege culturele achtergronden. Vrouwen mogen geen intieme handelingen verrichten bij mannen. Deze constatering wordt niet door alle aanwezigen gedeeld. Het is ook vaak dat er wel belangstelling is maar dat hulpverleners niet voldoende gekwalificeerd zijn. Deze mensen moeten binnen instellingen de mogelijkheid krijgen zich te scholen.


Wat moet er op politiek niveau veranderen?

  1. Verander het politieke klimaat wat betreft allochtone medemensen. Er heerst nu een negatief klimaat ten aanzien van allochtonen. Ouderen die hier al decennia wonen, voelen zich niet meer welkom, niet meer geaccepteerd.

  2. De overheid wilde de afgelopen jaren geen doelgroepenbeleid willen voeren. Hierdoor zijn ook veel subsidiekanalen verdwenen. De aandacht voor de specifieke positie van de allochtone ouderen de laatste jaren weggeëbd.

  3. De boodschap van de overheid is tweeslachtig. De Wmo gaat ervan uit dat mensen meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor hun eigen omgeving (meer mantelzorg) tegelijkertijd moeten vrouwen (de mantelzorgers) meer arbeid verrichten. Dit staat op gespannen voet met elkaar.

  4. De politiek beschouwt allochtone ouderen als een afgeschreven groep. Er zijn veel ouderen die graag de Nederlandse taal willen leren maar dit wordt alleen vergoed in het kader van arbeid. Ouderen die niet meer werken kunnen geen gebruik maken van taalcursussen maar moeten het zelf betalen.

  5. Doe iets aan de inkomenspositie van allochtone ouderen.

  6. De aandacht in de politiek ligt op dit moment op zorg, terwijl welzijn veel belangrijker is en kan zorg voorkomen of uitstellen. Het welbevinden van ouderen moet meer aandacht krijgen.


Tot slot

Sommige aanwezigen in de zaal geven aan de discussie die tijdens het debat plaatsvond al 20 jaar gaande is.

Wat is er anders dan 20 jaar geleden?

De kwestie is nu meer urgent dan 20 jaar geleden vanwege de vergrijzing in de samenleving, ook onder allochtone groeperingen.

Er zitten in de zaal meer jonge mensen, ook zij zetten zich in voor de ouderen.

Er zijn de afgelopen 20 jaar veel goede initiatieven opgebloeid. Helaas vinden de initiatieven nog te weinig navolging. Aan de andere kant kan geput worden uit de deskundigheid en de ervaringen die deze hebben opgeleverd.



Riki van Overbeek, NIZW Zorg / Kenniscentrum Ouderen

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina