Versie mei 2008



Dovnload 305.01 Kb.
Pagina1/2
Datum20.05.2018
Grootte305.01 Kb.
  1   2


VEILIGHEIDSPLAN



Scholen Cambium


Datum

16 februari 2012

Concept vastgesteld in:

Directeurenberaad d.d. 17 januari 2012

GMR d.d. 7 februari 2012

Samensteller/auteur

Irene van de Weg

Hernieuwd in:

DT d.d. 24 september 2015

GMR d.d. 10 november 2015

Inhoudsopgave
Gebruikte afkortingen en begrippen Pag. 4
Hoofdstuk 1 Doelen en uitgangspunten Pag. 5

  • Prioriteiten

  • Wettelijke verplichtingen

  • Verantwoordelijkheden


Hoofdstuk 2 Medewerkers en organisatie Pag. 6

  • Organisatie

  • Taken diverse medewerkers

  • Samenwerking met externe partners

  • Klachten

  • Financiën


Hoofdstuk 3 Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) Pag. 8

- RI&E en plan van aanpak
Hoofdstuk 4 Veiligheid & Gezondheid schoolgebouwen en gymnastieklokaal Pag. 9

  • Schoolgebouw

  • Speellokaal

  • Schoolplein

  • Gymnastieklokaal

  • Buiten schooltijden en buiten schoolomgeving


Hoofdstuk 5 Personeelsbeleid en ziekteverzuim Pag. 10
Hoofdstuk 6 Agressie en geweld Pag. 11

  • Personeel

  • Leerlingen en wet sociale veiligheid


Hoofdstuk 7 Bedrijfshulpverlening (BHV) Pag. 13

  • BHV’ers

  • Ontruimingsoefeningen

  • Inhoud verbandtrommel

  • Medicijnen en ziekte


Hoofdstuk 8 Melding en registratie Pag. 14


Hoofdstuk 9 Communicatie en implementatie Pag. 17

- Communicatie

- Implementatie
Bijlage 1: wettelijke aansprakelijkheid

Bijlage 2: stappenplan agressie en geweld

Bijlage 3: incidentregistratieformulier voor intern gebruik

Bijlage 4: inhoud verbandtrommel

Bijlage 5: protocol medicijnen incl. formulieren

Bijlage 6: ongevallenmeldingsformulier Arbeidsinspectie

Bijlage 7: overzicht incidentenregistratie

Bijlage 8: adressen

Bijlage 9: NEN 3140, NEN 50110/1010, NEN 1176

Bijlage 10: jaarplanning

Gebruikte afkortingen en begrippen
Arbomeester: dit is een erkend branche-instrument voor de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) in het primair onderwijs, waarmee voldaan wordt aan de arbo-verplichtingen. Een plan van aanpak volgt uit het invullen van de diverse vragenlijsten.
BHV’er: bedrijfshulpverlener met als taken o.a. het verlenen van EHBO, zorgdragen voor ontruimingsoefeningen e.d.
Preventiemedewerker: verleent medewerking aan het verrichten en opstellen van een RI&E, het uitvoeren van arbomaatregelen en het adviseren aan en overleggen met de MR.
Interne contactpersoon/vertrouwenspersoon: zorgt voor de eerste opvang van vragen en klachten binnen de school.
Gebruiksvergunning: een preventieve beoordeling van de brandveiligheidsvoorschriften van de school, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van brandblussers, nooduitgangen en brandmelders.
IB’er: intern begeleider (begeleiding van leerkrachten en leerlingen op didactisch vlak).
NEN-norm: de organisatie NEN bestaat uit fabrikanten, ontwerpers, testinstituten en de Voedsel en

Warenautoriteit en heeft experts afgevaardigd die op Europees niveau vrijwillige normen hebben gemaakt m.b.t. veiligheid van producten.
RI&E: Risico Inventarisatie en Evaluatie. Overzicht m.b.t. (preventie van) alle onveilige zaken, resulterend in een plan van aanpak om tot een veilige situatie te komen.
Hoofdstuk 1 Onze doelen en uitgangspunten
Het schoolveiligheidsplan beoogt het vergroten van de sociale (immateriële) en fysieke (materiële) veiligheid. Sociaal wil zeggen dat het plan zich richt op alle vormen van agressie, geweld, seksuele intimidatie, discriminatie en pesten, die binnen of in de directe omgeving van de school kunnen voorkomen. Fysiek wil zeggen dat het schoolveiligheidsplan zich uitspreekt over zaken als veiligheid m.b.t. de gebouwen en apparatuur (en daarmee de veiligheid van personen zelf).
Prioriteiten

  1. Het inrichten van de arbo-organisatie.

  2. Zorgen voor een goede implementatie van dit schoolveiligheidsplan en de RI&E.

Hierdoor verbeteren we de beveiliging en brandveiligheid van de schoolgebouwen en de fysieke en sociale veiligheid van personeel en leerlingen.
De wettelijke verplichtingen

Bij het ontwikkelen van onze visie op het terrein van schoolveiligheid is rekening gehouden met de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet, die sinds 1 januari 2007 van kracht is, de CAO PO, diverse wettelijke verplichtingen zoals de wetgeving m.b.t. registratie van incidenten, sociale veiligheid en de meldcode huiselijk geweld.
Verantwoordelijkheden

Het bestuur, de schoolleiding en het personeel zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid met betrekking tot veiligheid. Wij nemen onze zorgplicht serieus. Het centraal bureau van Stichting Cambium zorgt in de eerste plaats voor het opzetten van een algemeen schoolveiligheidsplan voor de hele organisatie en voor een adequate overlegstructuur. De schoolleiding en het personeel zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. Het plan van aanpak dat voortvloeit uit de RI&E wordt in overleg met de MR vastgesteld.

Bij dit alles worden de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens in acht genomen.



Hoofdstuk 2: Medewerkers en organisatie
Organisatie

Binnen Cambium wordt het veiligheidsbeleid in de school als volgt georganiseerd: vanuit het centraal bureau wordt het beleid en het schoolveiligheidsplan opgesteld dat vervolgens besproken wordt in de diverse geledingen. Binnen de scholen zijn alle betrokkenen samen verantwoordelijk voor het realiseren van de fysieke en sociale veiligheid en draagt de directeur de eindverantwoordelijkheid hiervoor. Een en ander is verwoord in dit schoolveiligheidsplan, dat vastgesteld is in de GMR van Stichting Cambium. Een aantal personen heeft hierin een bijzondere taak gekregen. Hieronder wordt nader ingegaan op deze taken.
Taken van de diverse medewerkers

- Bedrijfshulpverleners (BHV’ers) zorgen dat er snel en effectief eerste hulp wordt geboden bij incidenten, zo nodig totdat brandweer, ambulance en politie zijn gearriveerd. Hij/zij heeft kennis van EHBO, controleert de verbandtrommels en coördineert de ontruimingsoefeningen. Deze taak wordt in het takenbeleid van de school opgenomen (richtlijn 10 uur per jaar).

- Preventiemedewerkers verlenen hun medewerking aan het verrichten en opstellen van een RI&E, het uitvoeren van arbomaatregelen en het adviseren aan en overleggen met de MR. Alle taken zijn erop gericht ongelukken zoveel mogelijk te voorkomen. De controlelijst van Arbomeester wordt door hen ingevuld. Deze taak wordt in het takenbeleid van de school opgenomen (richtlijn 40 uur per jaar).

- De Interne Begeleider vormt een belangrijke schakel naar het maatschappelijk werk en naar het netwerk van schoolexterne voorzieningen, zoals het maatschappelijk werk, de leerplichtambtenaar, de jeugdzorg en de politie.

- De interne contactpersoon/vertrouwenspersoon zorgt voor de eerste opvang van vragen en klachten binnen de school. Zij kunnen klagers doorverwijzen naar de leidinggevende (schooldirecteur) of de externe vertrouwenspersoon en adviseren het management gevraagd en ongevraagd over discriminatie, pesten, machtsmisbruik, seksueel misbruik, seksuele intimidatie en geweld. Richtlijn voor reservering in het takenbeleid: 10 uur per jaar.

- De conciërge controleert de elektrische apparaten, de noodverlichting en het gereedschap minimaal 1 x per jaar op basis van NEN 3140. Ook de controle van de speeltoestellen op plein wordt door hen gedaan op basis van o.a. NEN 1176 en 1177. Het centraal bureau zorgt voor een goede opleiding. Zie ook bijlage 9.

- De externe vertrouwenspersoon kan door ouders, personeel, vrijwilligers en leerlingen worden ingeschakeld. Deze zal de klager begeleiden (maar niet diens belangenbehartiger zijn) en binnen 24 uur na het eerste contact een antwoord geven op de vraag.

- De anti-pest coördinator is het eerste aanspreekpunt voor kwesties rondom pestgedrag voor ouders, leerlingen en personeel. Deze coördinator zet dit punt geregeld op de agenda van het schoolteam en zorgt m.b.v. de anti-pest methode voor preventie en monitort de leerlingentevredenheid m.b.v. enquêtes.

- De stafmedewerker van het centraal bureau stelt het veiligheidsbeleid en het schoolveiligheidsplan op, voert de coördinatie van het veiligheidsbeleid binnen de organisatie uit en bewaakt de voortgang. Hij/zij zorgt voor een passend scholingsaanbod voor de diverse medewerkers, waaronder preventie- en BHV-cursussen, trainingen voor de interne contactpersoon/vertrouwenspersoon en voor de meldcode huiselijk geweld. Hij/zij heeft kennis van arbowetgeving, fysieke belastingen (tillen, RSI) en werkplekken (meubilair, inrichting speelpleinen, gym- en speellokalen en evt. techniekruimtes).

- Verkeersouder: een vrijwilliger die de verkeerssituatie rondom de school in de gaten houdt en aan de preventiemedewerker gevaarlijke situaties doorgeeft.


Al deze medewerkers koppelen hun ervaringen terug met hun direct-leidinggevende.

In de schoolgids worden hun namen en functies/taken opgenomen en op welke manier zij te bereiken zijn. Zie ook bijlage 8: adressen.
Samenwerking met externe partners

De school werkt samen met de gemeente, de politie en jongerenwerk. De gemeente maakt afspraken met de politie en met instanties in de buurt over de veiligheid in de omgeving van de school. Ook kan de gemeente zorgen voor voorzieningen zoals straatverlichting, verkeerslichten, surveillance en verkeersdrempels. In het LEA van de betreffende gemeentes stellen we de meldcode huiselijk geweld en het inventariseren van de veiligheid in de gymlokalen aan de orde.

Klachten

Stichting Cambium is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie van Verus. Gegevens hierover staan vermeld in de schoolgids. De school informeert de medezeggenschapsraad (MR) van de school meteen over elk gegrond oordeel van de klachtencommissie en de maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen.

Stichting Cambium heeft een meldingen- en klachtenregeling waarbij er voor gekozen is onderscheid te maken tussen:

- een melding (mondeling of schriftelijk, maar nog geen klacht;

- een mondelinge klacht;

- een schriftelijke klacht.

De meldingen- en klachtenregeling is gepubliceerd in de schoolgids en staat vermeld op de schoolsite.
Financiën

In de jaarlijkse begrotingsronde worden de activiteiten in het kader van veiligheid begroot m.b.v. het plan van aanpak uit Arbomeester dat door de preventiemedewerker aangemaakt is. De omvang van de kosten wordt mede bepaald door het aantal te ondernemen verbeteractiviteiten die zijn opgenomen in het plan van aanpak.

Hoofdstuk 3: Risico Inventarisatie & Evaluatie

RI&E en Plan van Aanpak

De school beschikt over een up-to-date RI&E (Risico Inventarisatie en Evaluatie) met een bijbehorend Plan van aanpak. Deze worden opgemaakt door de preventiemedewerker via Arbomeester. De preventiemedewerker past ieder jaar een kwart van de RI&E-lijsten aan, zodat deze up-to-date blijft en om de vier jaar volledig hernieuwd is. Direct na een verbouwing wordt het verbouwde deel van de school toegevoegd aan de RI&E. Het plan van aanpak dat hieruit vloeit wordt minstens 2 x per jaar in de teamvergadering besproken en 2 x per jaar met de MR, waarbij het stappenplan aangepast kan worden.


Arbomeester

Voor de uitvoering van het veiligheidsbeleid werken we met Arbomeester, het systeem van het Vervangingsfonds. Arbomeester stelt scholen in het primair onderwijs zelfstandig in staat de arborisico’s te inventariseren en analyseren. Daarnaast kunnen de preventiemedewerkers en bedrijfshulpverleners materiaal uit Arbomeester gebruiken bij het invullen van hun specifieke taken en verantwoordelijkheden in de school. De vijf w’s staan hierbij centraal: willen, weten, wegen, werken en waken.




  1. Willen. Het bevoegd gezagsorgaan, de schoolleiding én de medewerkers van de school spreken gezamenlijk de intentie uit om te werken aan verbetering van de arbeidsomstandigheden.

  2. Weten. Dit deel brengt de eigen situatie in kaart: wat zijn de problemen en wat zijn de mogelijke oplossingen? Door middel van controlelijsten worden de knelpunten op gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn opgespoord.

  3. Wegen. Als de knelpunten zijn geïnventariseerd moet er een afweging worden gemaakt: wat is de beste en de meest reële oplossing voor een specifieke situatie? De Arbomeester reikt een model aan om deze prioritering op een adequate en wettelijk verantwoorde manier uit te voeren. Meestal is een tweede afweging nodig om te bepalen of de gekozen oplossing ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Het eindresultaat is een plan van aanpak dat is toegesneden op de eigen situatie.

  4. Werken. Dit onderdeel geeft aanwijzingen om het plan van aanpak daadwerkelijk uit te voeren en oplossingen te implementeren.

  5. Waken. Als laatste stap in het arbozorgsysteem staan het waken over de uitvoering en het bereikte resultaat centraal. Deze stap is het eindpunt van de cyclus maar tevens de start van een nieuwe cyclus. Het doel is het evalueren van het plan van aanpak en het op basis daarvan opstellen van een nieuw plan.

In de navolgende hoofdstukken komen de diverse onderdelen van deze RI&E terug.


Hoofdstuk 4: V & G schoolgebouwen en gymnastieklokaal
Schoolgebouw

Gebruiksvergunning: de brandweer controleert of de school zich houdt aan de brandveiligheidsvoorschriften en de gemeente verstrekt de gebruiksvergunning. De brandbestrijdingsmiddelen worden jaarlijks gecontroleerd. Ook de noodverlichting wordt jaarlijks gecontroleerd.


Legionellabacterie: de school gaat na of er in het leidingwatersysteem factoren aanwezig zijn die de groei van legionellabacteriën bevorderen. Na een vakantie wordt de waterleiding doorgespoeld om het risico op besmetting te verkleinen. De brandslang wordt niet gebruikt bij een waterfestijn op het schoolplein, omdat het stilstaande water in de vaak tientallen meters lange slangen en aanvoerleidingen een broeinest is voor de legionellabacterie. Een uitgebreidere versie van onze maatregelen m.b.t. legionellapreventie is op de school aanwezig.
Verder worden alle punten zoals genoemd in de controlelijsten van Arbomeester bekeken en indien nodig opgenomen in het plan van aanpak.
Op school zijn afspraken gemaakt over de toegankelijkheid van het gebouw en het sleutelbeheer.
Speellokaal

Voor wat betreft het speellokaal, dat zich meestal in het schoolgebouw zelf bevindt, worden de regels als bij het gymnastieklokaal aangehouden. De veiligheidscontrole van de toestellen wordt jaarlijks gehouden.


Schoolplein

De speeltoestellen op het schoolplein worden jaarlijks gecontroleerd, evenals het schoolplein zelf (op bv. losliggende tegels). De conciërges nemen deze taak op zich.


Gymlokaal

De Arbo-wet geeft aan dat de werkgever (het bestuur) verantwoordelijk is voor de veiligheid van de werkplek van haar personeel en de leeromgeving van de leerlingen en moet deze controleren (verplichte RI&E). Met behulp van de checklist van Arbomeester worden de gymlokalen gecontroleerd. De gemeente krijgt van ons bericht, wanneer er een onveilige situatie blijkt te zijn. In het uiterste geval wordt de gymles tijdelijk stopgezet door de leerkracht (bijvoorbeeld bij lekkage of een gladde vloer) en meldt dit direct aan de preventiemedewerker en de beheerder van de gymzaal.

Alleen een bevoegde leerkracht geeft bewegingslessen aan de groepen 3-8. Wanneer de trampoline gebruikt wordt, is de docent opgeleid in het veilig omgaan hiermee.
Voor het melden en registreren van ongevallen in de school, op het plein of in de gymzaal: zie hoofdstuk 8.
Buiten schooltijden en buitenschoolse activiteiten

- BSO, TSO: voor alle activiteiten die in de school zelf gegeven worden buiten de reguliere schooltijden om, gelden dezelfde regels. Zo worden er ontruimingsoefeningen gehouden, etc.

- Buitenschoolse activiteiten: deze activiteiten vragen hun eigen benadering met betrekking tot het onderwerp veiligheid. Om de veiligheid te bevorderen liggen er op school draaiboeken m.b.t. de diverse activiteiten. Zie ook bijlage 1, wettelijke aansprakelijkheid.

- Schoolomgeving: voor de veiligheid buiten het terrein van de school heeft de school geen verantwoordelijkheid. Toch heeft de school voor de veiligheid rondom de school een verkeersouder aangesteld. Deze heeft minimaal 1 x per jaar overleg met de preventie-medewerker.

Hoofdstuk 5: Personeelsbeleid en ziekteverzuim
Dit schoolveiligheidsplan sluit aan op het integraal personeelsbeleid en het strategisch beleidsplan.

Voor wat betreft het ziekteverzuim wordt er verwezen naar het ziekteverzuimbeleidsplan dat een onderdeel is van het integraal personeelsbeleid.

In de loop van het schooljaar 2015-2016 wordt gewerkt aan vernieuwing van al het personeelsbeleid, waarbij het ziekteverzuimbeleid vervangen gaat worden door inzetbaarheidsbeleid. Een en ander zal plaatsvinden op basis van de nieuwe cao.
De RI&E-vragenlijsten van Arbomeester over personeelsbeleid en ziekteverzuim (onderdeel 5 en 8) worden ingevuld, door de school (preventiemedewerker of directeur) of de stafmedewerker van het centraal bureau.
De quickscan welzijn personeel uit Arbomeester en onderdeel van de RI&E wordt 1 x in de 2 jaar uitgevoerd door de arbo-coördinator.

Hoofdstuk 6: Agressie en Geweld


Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is iedere instelling in Nederland - en dus ook elke school -verplicht om beleid te voeren op het terrein van agressie en geweld, seksuele intimidatie, pesten en discriminatie op het werk. Ook vanuit artikel 1 van de Grondwet is aandacht voor discriminatie vereist. De CAO Primair Onderwijs schrijft daarnaast beleid ten aanzien van seksuele intimidatie, agressie en geweld en ook racisme voor (CAO PO artikel 11.5.lid 2 sub b).

Personeel

Via de quickscan welzijn personeel van Arbomeester wordt geïnventariseerd in welke mate ons personeel wordt geconfronteerd met agressie, geweld, ongewenste seksuele intimiteiten en discriminatie. Vervolgens wordt hier een rapportage van gemaakt door de arbo-coördinator. Mede op basis van deze enquête nemen we eventueel gerichte maatregelen ter voorkoming van agressie en geweld.


Naast de aparte onderzoeken onder personeel en leerlingen, stellen we problemen met betrekking tot agressie, geweld, seksuele intimidatie, discriminatie en pesten aan de orde tijdens:

  • individuele gesprekken met medewerkers (functioneringsgesprekken, loopbaangesprekken);

  • teamvergaderingen;

  • het directeurenberaad;

  • overleg met en van de medezeggenschapsraden.

We hanteren het stappenplan agressie en geweld (zie bijlage 2) wanneer zich een situatie voordoet m.b.t. dit onderwerp. Hierin staat o.a. hoe incidenten gemeld kunnen worden (bijlage 3, incidentenregistratieformulier voor intern gebruik) en hoe de nazorg geregeld is. In dit kader verwijzen wij ook naar ons beleid aanname en verwijdering.
Al ons personeel maakt op een zorgvuldige wijze gebruik van de zogeheten social media op het internet, zodat hieruit geen ongewenste gevolgen voortvloeien. Hiervoor is op school een protocol aanwezig, dat ook door stagiaires gevolgd wordt.
Leerlingen en wet sociale veiligheid

Basisuitgangspunt is dat er binnen de school respect is voor elkaar. Meer uitgewerkt betekent dit dat het personeel, de leerlingen en de vrijwilligers discriminerend, gewelddadig en seksistisch taalgebruik en gedrag vermijden en bestrijden.


Op onze scholen is afgesproken dat actief beleid wordt gevoerd ter voorkoming van pesten. Op het gebied van preventie is er met name een rol weggelegd voor de leerkracht en de anti-pest coördinator. Op schoolniveau zal de anti-pest coördinator nadrukkelijk dit onderwerp op de agenda van het team plaatsen.

Tevens is er op de scholen een anti-pest protocol aanwezig. In dat anti-pestprotocol is minimaal aandacht besteed aan:

- het verschil tussen plagen en pesten,

- preventie van het pesten,

- hulp aan gepeste leerlingen en hun ouders,

- hulp aan de pesters en hun ouders,

- cyberpesten.

Onderzoek en monitoren sociale veiligheid: jaarlijks wordt de leerlingentevredenheid gemonitord bij iedere leerling, door het houden van enquête. Een groot onderdeel van deze enquête bestaat uit vragen rondom het leefklimaat in de groep en op school en de aanvaarding door klasgenoten. De anti-pest coördinator zorgt voor verwerking en analyse van de gegevens en geeft de uitkomsten door aan het team.


Preventie: de school beschikt over een anti-pest methode of een methode sociaal-emotionele ontwikkeling waarin veel aandacht wordt besteed aan pestgedrag. In alle groepen worden uit de methode lessen gegeven waardoor preventief de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt ondersteunt en een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan een positief en veilig leerklimaat.
Verzuim: veiligheid en verzuim hebben met elkaar te maken. Duidelijke regels en een goede toepassing zorgen voor transparantie en bevorderen de veiligheid voor alle betrokkenen. Daarnaast wordt voorkomen dat leerlingen ongemerkt van school worden gehouden en in een isolement terecht komen. Dit betekent dat op school navraag wordt gedaan in situaties waar kinderen om onduidelijke redenen verzuimen en dat er voldoende toezicht is wanneer kinderen op school zijn. De school voert een goede verzuimadministratie. Daarnaast geeft zij/hij uitvoering aan de wettelijke regels omtrent het verlenen van het verlof en het melden van ongeoorloofd verzuim. Om te voorkomen dat de kinderen te veel verzuimen en om zicht te houden op verzuim worden door de school de regels zoals opgenomen in de ‘Algemene folder over de leerplicht’ gehanteerd.
De interne contactpersoon/vertrouwenspersoon en de anti-pest coördinator stellen zich (via de schoolgids) jaarlijks voor aan ouders, leerlingen en leerkrachten en vervullen een coachende rol naar collega’s.
De preventiemedewerker, anti-pest coördinator en interne contactpersoon/vertrouwenspersoon overleggen tweejaarlijks met elkaar over het onderwerp agressie en geweld en pesten aan de hand van het plan van aanpak en de ingevulde incidentenregistratieformulieren voor intern gebruik uit bijlage 3.

Hoofdstuk 7 BHV


Om de gevolgen van ongelukken zoals een val van een gymtoestel en incidenten zoals een beginnende brand te beperken, is het bevoegd gezag van iedere school verplicht de bedrijfshulpverlening (BHV) te regelen. De RI&E is het uitgangspunt om te bepalen wat er op het gebied van BHV nodig is.
BHV’ers

Het uitgangspunt is dat er minimaal 1 BHV’er aanwezig is per 100 leerlingen (en indien van toepassing is er op iedere verdieping minimaal 1 BHV’er aanwezig). Er worden dus meer personeelsleden opgeleid vanwege het aantal personeelsleden dat in deeltijd werkt, compensatieverlof heeft, ziek wordt etc. Iedere BHV’er is voor de bedrijfshulpverleningstaken opgeleid. Ook tijdens het overblijven zijn voldoende BHV’ers aanwezig.


Ontruimingsoefeningen

Deze oefeningen worden minimaal 1 x per jaar gehouden tijdens de les en 1 x per jaar tijdens het overblijven. Wanneer er meerdere gebruikers zijn in het gebouw, worden deze oefeningen samen met de andere gebruikers gehouden. Op school is een ontruimingsplan aanwezig.


Verbandtrommels

We houden m.b.t. de verbandtrommels onderstaande regels aan.



  • Als er verbandtrommel(s) worden aangeschaft voor de school is het belangrijk om voor een goedgekeurde verbandtrommel te kiezen. Deze is te herkennen aan de tekst ‘goedgekeurd door’ en het logo van Het Oranje Kruis. In bijlage 4 is de inhoud van een verbandtrommel opgenomen.

  • Het is niet alleen belangrijk om verbandtrommels op school te hebben, maar ook in de gymzaal en voor buitenschoolse activiteiten, zoals sportdagen en kampen. Na elke buitenschoolse activiteit wordt de inhoud van de verbandtrommel gecontroleerd en eventueel aangevuld door de BHV’er die dit in het takenpakket heeft.

  • Personeel, ouders en de kinderen, weten waar de verbandtrommels hangen in de school. De trommels hangen in het zicht.

  • Verbandtrommels worden regelmatig gecontroleerd door één van de BHV’ers, minimaal één keer per jaar, mits ongebruikt. Daarbij wordt ook op de houdbaarheidsdatum van bepaalde middelen gelet.


Medicijnen en ziekte

In ons protocol medicijnen (zie bijlage 5) staat vermeld hoe wordt omgegaan met ziekte en medicijngebruik. Zonder toestemming van ouders wordt geen enkel medicijn toegediend. TSO-medewerkers en andere vrijwilligers mogen geen medicijnen toedienen, zelfs niet met toestemming van de ouder/verzorger.


Hoofdstuk 8: Melding en registratie
Per september 2012 wordt de registratie van incidenten verplicht voor alle scholen. Daarom komen er eenduidige en duidelijke definities van verschillende incidenten. Scholen moeten zich houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. De registratiegegevens blijven in bezit van de school en zijn niet openbaar. De Inspectie van het Onderwijs krijgt wel inzage in deze gegevens tijdens haar schoolbezoek. Wanneer voor de registratie standaardformulieren komen, vervallen de formulieren in de bijlagen 4, 6 en 7.
Incidenten en arbeidsongevallen

Melding: onze school is wettelijk verplicht om bepaalde ongevallen te melden aan de Arbeidsinspectie. Iedereen op onze school heeft de verantwoordelijkheid om aan de directie door te geven wanneer een ongeval heeft plaatsgevonden. Artikel 9, lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet luidt in dit kader als volgt: de werkgever meldt arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een

ziekenhuisopname direct aan de daartoe aangewezen toezichthouder en rapporteert hierover



desgevraagd zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze toezichthouder. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van het Ongevallenmeldingsformulier Arbeidsinspectie (zie bijlage 6). Het niet melden van zo’n arbeidsongeval kan een boete van duizenden euro’s betekenen.
Stichting Cambium heeft besloten om ook de minder ernstige incidenten te laten registreren door de preventiemedewerker (fysieke/materiële) en de interne contactpersoon/vertrouwenspersoon (sociale/immateriële), zie bijlage 3. Afgesproken is om dit gedurende één schooljaar te doen en driemaandelijks de voortgang en opbrengst te evalueren i.s.m. de MR. Na dit jaar wordt besloten of het nodig is om met deze registratie door te gaan of ons te beperken tot de wettelijke verplichtingen. Deze registraties worden zorgvuldig bewaard waarbij alleen de preventiemedewerker en directeur toegang hebben tot de formulieren.
Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van het aantal meldingen op het incidentenregister, zie bijlage 7. Dit overzicht bevat algemene (dit wil zeggen: geen individuele) gegevens, die in de diverse overlegvormen (directeurenberaad, MR en teamoverleg van de school) worden besproken.
Seksueel geweld

Medewerkers in het primair onderwijs zijn wettelijk verplicht het schoolbestuur onmiddellijk te informeren als zij informatie krijgen over een mogelijk zedendelict door een medewerker van de school. Hieronder vallen ook contactpersonen/IB’ers die binnen hun functie informatie krijgen over mogelijk seksueel misbruik. Geen enkele medewerker kan zich beroepen op de geheimhoudingsplicht. Het is niet voldoende een tussenpersoon te informeren, zoals een lid van de schoolleiding. Het gaat dan om (het vermoeden van) een strafbaar feit waarbij een medewerker van de school een minderjarige leerling seksueel heeft misbruikt of geïntimideerd. De aangifteplicht houdt in dat het bestuur van de school verplicht is aangifte te doen bij de politie als een vermoeden bestaat dat een zedendelict is gepleegd. Als de medewerker zijn verantwoordelijkheid hiervoor niet neemt, kan het bestuur strenge maatregelen nemen. Zwijgt een medewerker over bij hem/haar bekend seksueel misbruik, dan kunnen het slachtoffer en/of zijn ouders een schadeclaim indienen tegen de medewerker.
Als het schoolbestuur een melding heeft ontvangen van een mogelijk zedendelict door een medewerker van de school, is het schoolbestuur verplicht direct te overleggen met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. De vertrouwensinspecteur stelt vast of er sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Als na het overleg met de vertrouwensinspecteur blijkt dat er een redelijk vermoeden is van een zedendelict, is het schoolbestuur altijd verplicht aangifte te doen bij de politie. Ook als de betrokkenen misschien hun bedenkingen hebben. Het bestuur informeert ook de betrokkenen. Voorop staat dat herhaling van het seksueel misbruik wordt voorkomen. De aangifteplicht geldt niet voor vertrouwensinspecteurs van de Inspectie van het Onderwijs. Zij zijn daarvan wettelijk vrijgesteld. Wel zijn ze wettelijk verplicht geheim te houden wat leerlingen, ouders of personeelsleden van een school hen toevertrouwen.
Wanneer er een melding komt van een zedendelict, gepleegd door een leerling, wordt het vijfstappenplan gevolgd, zoals hierna beschreven.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Wat te doen met vermoedens van kindermishandeling is geregeld in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Onderwijsorganisaties zijn verplicht om een meldcode in de eigen organisatie te implementeren en het gebruik en kennis hiervan te bevorderen. De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een stappenplan waarin staat wat professionals kunnen doen als zij een vermoeden hebben van huiselijk geweld of kindermishandeling. Ons personeel is hiervoor opgeleid.
Vijfstappenplan: een meldcode beschrijft in stappen wat bijvoorbeeld een arts, verpleegkundige of leerkracht moet doen. In het Basismodel meldcode is toegelicht welke 5 stappen in elk geval in de meldcode moeten staan. Onze school neemt dit basismodel over.

Stap 1: in kaart brengen van signalen.



Stap 2: overleggen met een collega en eventueel raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld.

Stap 3: gesprek met de cliënt.

Stap 4: wegen van het geweld of de kindermishandeling.

Stap 5: beslissen: hulp organiseren of melden.


Op de school is een volledige meldcode aanwezig waarin deze vijf stappen uitgebreider aan bod komen en aangegeven is welke vormen van mishandeling er zijn.
Wanneer geldt de meldcode en wanneer een meldplicht?

Een verplichte meldcode is iets anders dan een meldplicht. De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is bedoeld voor professionals in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en bij justitie. De meldcode ziet toe op kindermishandeling en geweld waarbij de pleger afkomstig is uit huiselijke kring.


Wanneer de pleger een professional is die tijdens het uitoefenen van zijn functie kinderen mishandelt, geldt in een aantal sectoren een meldplicht (zoals in de jeugdzorg en de medische sector). Voor het onderwijs en de kinderopvang geldt een meldplicht bij seksueel misbruik (zie ook pag. 13, onder het kopje seksueel geweld).
Wanneer een professional een vermoeden heeft dat een collega een kind (of volwassene) mishandelt dan wel seksueel misbruikt, dient hij dit te melden bij het bestuur van de instelling. Deze meldt het misbruik vervolgens bij de desbetreffende Inspectie (Jeugdzorg, Gezondheidszorg of Onderwijs).

Hoofdstuk 9: Communicatie en implementatie
Communicatie

Voorlichting vormt een belangrijk onderdeel van het schoolveiligheidsplan. Hiervoor zijn twee redenen:

  • het geven van voorlichting over ons sociaal veiligheidsbeleid is een wettelijke verplichting (artikel 8 Arbowet);

  • door middel van voorlichting kunnen we meer draagvlak realiseren.


Het is daarbij belangrijk dat voorlichting niet uit eenrichtingsverkeer bestaat, waarbij het personeel alleen geïnformeerd wordt over het beleid. Het schoolveiligheidsplan en de RI&E zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolleiding en personeel, MR, leerlingen, ouders, vrijwilligers etc.
In het kader van deze voorlichting wordt iedereen geïnformeerd over:

  • de noodzaak en de achtergronden van ons veiligheidsplan;

  • de bevindingen van de RI&E en ander onderzoek naar de veiligheid op onze school;

  • de manier waarop we het beleid voeren (willen, weten, wegen, werken, waken);

  • consequenties van de meld- en aangifteplicht;

  • de gedragsregels van de school;

  • de functie van de diverse personeelsleden op het gebied van veiligheid.


Ook ouders en leerlingen worden bij de voorlichting betrokken. Dit doet de school door een samenvatting van het veiligheidsplan en de gedragsregels in de schoolgids op te nemen. Binnen het team is afgesproken dat onze leefregels op de eerste schooldag met de leerlingen worden besproken. Het is belangrijk dat hier regelmatig op wordt teruggekomen.
Implementatie

De school evalueert de voortgang van het plan van aanpak (behorend bij de RI&E) regelmatig, tenminste 2 x per jaar. Om een goede evaluatie mogelijk te maken, is het van belang dat bij aanvang de doelen duidelijk zijn. Daarom wordt bij het opstellen van het plan van aanpak duidelijk omschreven wat het probleem is, welk doel met de te ondernemen actie wordt nagestreefd en wat de deadline hiervoor is. Eén maal in de vier jaar wordt het schoolveiligheidsplan geëvalueerd in het directeurenberaad van Stichting Cambium.

Per actie wordt vastgesteld of de school de evaluatie zelf uitvoert dan wel uitbesteedt.
De preventiemedewerker loopt minimaal 2 x per jaar het plan van aanpak door dat uit de RI&E voort is gekomen, past dit waar nodig is aan en bespreekt de uitkomsten hiervan met de directeur, het team en de MR.
Om de implementatie te vergemakkelijken is in bijlage 10 een jaarplanning opgenomen, waarin de diverse jaarlijkse activiteiten genoteerd staan.



Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina