Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina63/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   59   60   61   62   63   64   65   66   ...   148

cohors, -tis cohort

cohortari aansporen

colligere (-legi, -lectum) verzamelen

collis, -is heuvel

colloquium gesprek

collum nek

colere (colui, cultum) verzorgen, eren

colonia provinciestad

colonus kolonist

color, -is kleur

coma haar

comes, -itis vriend, metgezel, volgeling

comitari vergezellen, begeleiden

commeatus, -us konvooi, (aanvoer van) proviand

committere (-misi, -missum) aangaan, begaan, toevertrouwen

commodum voordeel, gemak

commodus passend, gunstig

communis gemeenschappelijk

commutare verwisselen, veranderen

comparare vergelijken, verwerven

comperire (-peri, -pertum) ontdekken, te weten komen

complecti (complexus sum) omarmen, (be)grijpen

complere (ver)vullen

complexus, -us omarming

complures, -ium verscheidene, heel wat

componere (-posui, -positum) bij elkaar plaatsen, schrijven, opstellen, bijleggen

comprehendere (-prehendi, -prehensum) (be)grijpen

conari trachten

concedere (-cessi, -cessum) wijken, weggaan, zwichten, toestaan

concidere (-cidi) instorten

concilium vergadering

concipere (-cipio, -cepi, -ceptum) opnemen, zich voorstellen

concordia eendracht

concurrere (-curri, -cursum) te hoop lopen, op elkaar instormen

concutere (-cutio, -cussi, -cussum) schokken, hevig schudden

condemnare veroordelen

condere (-didi, -ditum) stichten, opbergen

condicio, -ionis voorwaarde, lot

conferre (-tului, -latum) bijeenbrengen, vergelijken

conficere (-ficio, -feci, -fectum) afmaken, vernietigen

confidere (-fisus sum) vertrouwen

confirmare versterken, bevestigen

conicere (-icio, -ieci, -iectum) werpen, gissen

coniugium verbintenis, huwelijk

coniungere (-iunxi, -iunctum) verbinden

coniunx, -iugus echtgenoot, echtgenote

conscientia medeplichtigheid, bewustzijn

conscius betrokken bij, zich bewust van

conscribere (-scripsi, -scriptum) inschrijven, recruteren, (be)schrijven

consensus, -us eenstemmigheid, overeenstemming

consequi (-secutus sum) volgen, inhalen, bereiken

considere (-sedi, -sessum) gaan zitten

consilium overleg, beleid, plan

consistere (-stiti) gaan staan, blijven staan

conspectus, -us gezicht, aanblik

conspicere (-spicio, -spexi, -spectum) ontwaren

constituere (-stitui, -stitutum) opstellen, bepalen, besluiten

constat (-stitit) het staat vast

consuescere (-suevi, -suetum) zich gewennen

consuetudo, -inis gewoonte, vertrouwelijke omgang

consul, -is consul

consularis tot de consul behorend, oud-consul

consulatus, -us ambt van consul

consulere (consului, consultum) beraadslagen, raadplegen, zorgen voor

consumere (-sumpsi, -sumptum) verbruiken, opmaken, besteden

contemnere (contempsi, contemptum) verachten, van geen belang vinden

contendere (-tendi, -tendum) zich inspannen, zich haasten, strijden

continere (-tinui, -tentum) (bijeen) houden

contingere (-tigi, -tactum) aanraken

contingit het overkomt, het valt te beurt

contio, -ionis bijeenkomst

contra (adv) er tegenover, daarentegen, anderszijds

contra (prep) tegenover, tegen

contrarius tegenovergesteld

conubium huwelijk

convellere (-velli, -vulsum) losscheuren, aan het wankelen brengen

convenire (-veni, -ventum) samenkomen, overeenkomen

convertere (-verti, -versum) (om)draaien, veranderen

cooriri (-ortus sum) ontstaan

copia voorraad, gelegenheid

cor, cordis hart

cornu, -us vleugel, hoorn

corona krans

corpus, -oris lichaam, lijk

corripere (-ripio, -ripui, -reptum) (haastig) vastgrijpen, wegslepen, vernietigen

corrumpere (-rupi, -ruptum) vernielen, bederven, omkopen

cortex, -icis bast, schil

cotidie dagelijks

creare scheppen, kiezen

creber talrijk

credere (credidi, creditum) geloven, toevertrouwen

crescere (crevi, cretum) groeien

crines, -ium haar

crudelis wreed

cruentus met bloed bevlekt

cruor, -is bloed

cubile, -is rustplaats, bed

culpa schuld

cultus verering, verzorging, levenswijze

cum...tum zowel...als

cum (prep) met

cum (cj + ind) toen, wanneer

cum (cj + conj) toen, omdat, terwijl, hoewel

cunctari aarzelen, talmen

cuncti, -orum alle(n)

cupere (cupio, cupivi, cupitum) begeren

cupido, -inis begeerte, verlangen

cur waarom

cura zorg

curare verzorgen, zorgen voor

curia senaatsgebouw

currere (cucurri, cursum) rennen

cursus, -us het hardlopen, loopbaan, koers

curvus gebogen, krom

custodia bewaking, gevangenis

custos, -odis bewaker

damnare veroordelen

dapes, -ium offermaal, feestmaal

dare (dedi, datum) geven

de (+ abl) vanaf, over

dea godin

debēre (debui, debitum) moeten, verschuldigd zijn

decedere (-cessi, -cessum) weggaan

decem tien

decernere (-crevi, -cretum) vaststellen, besluiten, toekennen

decet (decuit) het past

decimus tiende

decretum besluit

decurrere (-curri, -cursum) omlaag rennen

decus, -oris eer, sieraad

deditio, -ionis overgave

dedere (-didi, -ditum) overgeven, uitleveren

deducere (-duxi, -ductum) meenemen, (omlaag) brengen

deesse (-fui) ontbreken, te kort schieten

defendere (defendi, defensum) verdedigen

deferre (-tuli, -latum) (omlaag) brengen, belanden, aanbrengen

defícere (ab) (-ficio, -feci, -fectum) afvallen, in de steek laten, opraken

deicere (-icio, -ieci, -iectum) omlaag werpen

deinde vervolgens

delectare vermaken

delictum overtreding, wandaad

deligere (-legi, -lectum) (uit)kiezen

demere (dempsi, demptum) afnemen

demittere (-misi, -missum) laten vallen, naar beneden sturen

demum tenslotte, pas

denique tenslotte, kortom

dens, -tis tand

densus dicht opeen

depellere (-puli, -pulsum) verdrijven

deponere (-posui, -positum) neerleggen, deponeren

descendere (--scendi, -scensum) afdalen

deserere (-serui, -sertum) verlaten, in de steek laten

desiderium verlangen

desinere (-sii, -situm) ophouden

destinare vaststellen, aanstellen

deus god


dexter rechter

dicere (dixi, dictum) zeggen, spreken

dictator, -is dictator

dictum woord

dies dag, termijn

differre (distuli, dilatum) verspreiden, uitstellen, verschillen

digitus vinger

dignitas, -atis waardigheid

dignus (+ abl.) waard, geschikt

digredi (-gredior, -gressus sum) uiteengaan, afdwalen

dilabi (-lapsus sum) uiteenvallen, uiteengaan

dilectus, -us recrutering, keuze

diligere (-lexi, -lectum) houden van

dimicare strijden

dimittere (-misi, -missum) uiteenzenden, laten gaan

diripere (-ripio, -ripui, -reptum) verscheuren, plunderen

discedere (-cessi, -cessum) uiteengaan, weggaan

discere leren, vernemen

discordia onenigheid, tweedracht

discrimen, -inis onderscheid, kritiek moment, gevaar

dispergere (-spersi, -spersum) verspreiden

disponere (-posui, -positum) verspreid opstellen, ordenen

disserere (-serui, -sertum) uiteenzetten

dissimulare verbergen, doen alsof niet

diu lang(durig)

diversus tegengesteld, uiteenlopend

dives, -itis rijk

dividere (-visi, -visum) scheiden, verdelen

divinus goddelijk

docēre (docui, doctum) onderwijzen, uiteenzetten

doctus geleerd, kundig

dolēre (dolui) (be)treuren, pijn hebben

dolor, -is pijn, verdriet, wrok

dolus list, bedrog

domare (domui, domitum) temmen, bedwingen

domesticus van het huis, binnenlands

dominari meester zijn

dominatio, -ionis maatschappij, tirannie

dominus heer des huizes, heerser

domus, -us huis, woonplaats

donare geven

donec zolang als, totdat

donum geschenk

dubitare onzeker zijn, aarzelen, (be)twijfelen

dubius aarzelend, onzeker

ducenti, -ae, -a tweehonderd

ducere (duxi, ductum) leiden, doorbrengen, achten, beschouwen als

dulcis zoet, liefelijk

dum terwijl, zolang als, totdat, mits, als maar (+coni)

duo (duae, duo) twee

durare hard maken, uithouden, voortduren

durus hard, onbeschaafd

dux, ducis leider

ecce, en kijk!

edere (edi, esum) eten

edere (-didi, -ditum) voortbrengen

edictum verordening, edict

efferre (extuli, elatum) naar buiten dragen, uitspreken, verheffen

effícere (-ficio, -feci, -fectum) tot stand brengen, bewerken

effugere (-fugio, -fugi) wegvluchten, ontsnappen aan

effundere (-fudi, -fusum) uitgieten, uitstorten

egere (egui) missen, behoefte hebben aan

ego ik

egredi (-gredior, -gressus sum) weggaan



emere (emi, emptum) kopen

enim immers, want

ensis, -is zwaard

eo (adv) daarheen, hierom, des te

epistula brief

epulae, -arum maaltijd, feest

eques, -itis ruiter, ridder

equidem stellig, ik voor mij

equitatus, -us ruiterij

equus paard

ergo dus, dan

eripere (-ripio, -ripui, -reptum) wegrukken, ontroven

errare dwalen, zich vergissen

error, -is zwerftocht, dwaling, misvatting

erumpere (-rupi, -ruptum) (laten) uitbreken

esse (fui) bestaan, zijn

et en, ook, zelfs

et … et niet alleen … maar ook, zowel … als

etiam ook, zelfs

etsi hoewel

Eurus (zuid)oostenwind

evadere (-vasi, -vasum) ontsnappen, te voorschijn komen

evenire (-veni, -ventum) gebeuren

e, ex uit, sinds, ten gevolge van

exagitare opjagen, geen rust laten

excipere (-cipio, -cepi, - ceptum) uitnemen, uitzonderen, opnemen, opvangen

excitare in beweging brengen, opjagen

excutere (-cutio, -cussi, -cussum) afstoten, afschudden

exemplum voorbeeld, precedent

exercere (exercui, exercitum) afmatten, intensief bezig houden

exercitus, -us leger

exigere (-egi, -actum) uitdrijven, verjagen, opeisen, verlangen, volbrengen, doorbrengen

exiguus gering, klein

eximere (-emi, -emptum) ontnemen

existimare oordelen, menen

exitium ondergang, verderf

exitus, -us het uitgaan, uitgang, afloop, einde

expedire losmaken, bevrijden

expedit het is dienstig, bruikbaar

expeditus onbelemmerd, lichtbewapend

expellere (-puli, -pulsum) uitdrijven ,verdrijven

experiri (-pertus sum) beproeven, proberen, ervaren, ondervinden

expers, -tis (+ gen) zonder, geen deel hebbend aan

explere vullen, voltooien

explorare onderzoeken

exponere (-posui, -positum) eruit zetten, uiteenzetten

exprimere (-pressi, -pressum) uitdrukken, afpersen

exquirere (-quisivi, -quisitum) opsporen, onderzoeken

exsequi (-secutus sum) volgen, nastreven, ten uitvoer brengen

exsistere (-stiti) te voorschijn komen

exspectare afwachten, verwachten

exstinguere (-stinxi, -stinctum) uitblussen, vernietigen

extemplo terstond

externus uitwendig, uitheems

exterrere (-terrui, -territum) schrik aanjagen

exterus, exterior, extremus zich buiten bevindend

extremus buitenst, uiterst

extollere (extuli, elatum) opheffen, oprichten, ophemelen, prijzen

fabula verhaal, toneelstuk

facere (facio, feci, factum) maken, doen

facies gedaante, uiterlijk, gezicht

facilis gemakkelijk

facinus, -oris (n) daad, wandaad

factio, -ionis groep, groepsvorming

factum daad, feit

fallere (fefelli, falsum) ontgaan, misleiden

falsus ongegrond, onwaar

fama gerucht, reputatie

fames, -is honger

familia huishouden, (slaven) personeel

familiaris (tot het huis behorend), goede vriend

fari spreken

fas (goddelijk) recht

fateri (fassus sum) bekennen

fatigare vermoeien

fatum (nood)lot

fauces, -ium keel

fax, facis fakkel

felix, -icis gelukkig, welvarend

femina vrouw

fera wild dier

fere, ferme ongeveer, bijna (altijd)

ferox, -ocis wild, strijdlustig, hooghartig

ferre (tuli, latum) dragen, brengen, zeggen

ferrum ijzer, zwaard

fertilis vruchtbaar

ferus wild, ruw

fessus moe, uitgeput

festinare zich haasten

festus feestelijk

fides trouw, vertrouwen, betrouwbaarheid, bescherming

fidus trouw, betrouwbaar

fieri (fio, factus sum) (gemaakt) worden, gebeuren

figere (fixi, fixum) vasthechten, doorboren

figura vorm, gedaante

filia dochter

filius zoon

fingere (finxi, fictum) vormen, verzinnen

finire (be)eindigen, begrenzen

finis, -is (m!) grens, eind, doel

finis (pl.) gebied

finitimus naburig, omwonend

firmus stevig, sterk

flagitium schanddaad, wandaad

flamma vlam

flavus goudgeel, blond

flectere (flexi, flexum) buigen, veranderen

flere (be)wenen

fletus, -us geween, tranen

flos, floris bloem, bloei

fluctus, -us golf

fluere (fluxi) (voort)stromen

flumen, -inis rivier

fluvius rivier

foedus, -eris (n.) verdrag, verbond

foedus afschuwelijk, schandelijk

folium blad

fons, fontis (m!) bron

fores, -ium deur

forma vorm, uiterlijk, schoonheid

formido, -inis angst

fors, fortis lot, toeval

fortasse misschien

forte (adv) toevallig

fortis sterk, dapper, krachtig

fortuitus toevallig(e)

fortuna lot, toeval, geluk

fortuna (pl) fortuin, bezit

forum markt, plein, het openbare leven

fovere (fovi, fotum) koesteren, warmen, steunen

fragilis breekbaar, teer

frangere (fregi, fractum) breken, vernietigen

frater, -ris broer

fraus, fraudis bedrog, misleiding

fremere (fremui, fremitum) (een dof) geluid maken

fremitus (dof) geluid

frenum (pl. freni of frena) bit, teugel

frequens, -tis regelmatig (voor)komend, talrijk

fretum zee(straat)

frigidus koud, koel

frigus, -oris (n) kou, koelheid

frons, frontis loof, bladeren

frons, frontis voorhofd, gezicht, voorzijde

frui (fructus sum) (+ abl.) genieten (van)

frumentum koren, voedsel

frustra (adv) tevergeefs, zonder reden

frux, frugis (veld)vrucht

fuga vlucht, verbanning

fugere (fugi) vluchten

fulgere (fulsi) schitteren, blinken

fulmen, -inis bliksem

fundere (fudi, fusum) gieten, storten, uiteenslaan

fungi (functus sum) vervullen

funus, -eris (n.) dood, begrafenis

furere bezeten zijn

furor, -is razernij, hartstocht

gaudēre (gavisus sum) blij zijn

gaudium blijdschap

gelidus ijskoud

geminus tweeling-, dubbel, twee

gemitus, -us gezucht, gekerm

gemere (gemui, gemitum) zuchten, kermen

gener schoonzoon

genitor, -is vader

gens, -tis geslacht; volk, land

genus, -eris (n) afkomst, geslacht; soort

gerere (gessi, gestum) dragen; zich gedragen (met se)

gignere (genui, genitum) voortbrengen

glacies ijs

gladius zwaard

glaeba kluit, aarde

gloria roem

gradus, -us trap, trede

gramen, -inis kruid, gras

grandis groot

gratia gunst, charme; dank

gratia (+ gen.) omwille van

gratus dankbaar, aangenaam

gravis zwaar, ernstig

grex, gregis kudde, groep

gurges, -itis draaikolk

habena teugel

habēre hebben, houden; beschouwen

habitare wonen, bewonen

habitus toestand, houding; kleding

haerēre (haesi, haustum) vast blijven zitten

haud niet

haurire leegscheppen, doorboren

hedera klimop

herba gras, kruid

heros, -ois held

hiberna, -orum winterkamp

hic, haec, hoc deze, dit

hic (bijw.) hier

hiems, -is winter, storm

hinc hiervandaan, hierdoor

homo, -inis mens, man

honestus eervol, aanzienlijk

honor, -is eer, aanzien; hoger ambt

hora uur, seizoen

horridus ruw, huiveringwekkend

hortari aansporen

hospes, -itis gastheer, gast

hostis, -is (staats)vijand

huc hierheen

huiusmodi van deze aard, dergelijke

humanus menselijk; beschaafd, ontwikkeld

humilis laag, onaanzienlijk

humus (f) grond

iacēre (iacui) liggen

iacere (iacio, ieci, iactum) werpen

iactare werpen, slingeren; pochen op

iam reeds, weldra

iam amplius nog meer, nog verder

ianua deur

ibi daar


ictus, -us stoot, slag

ideo daarom

idoneus geschikt

igitur dus

ignarus onwetend

ignavia lafheid, slapheid

ignavus slap, laf

ignis, -is (m) vuur

ignotus onbekend

ille, illa, illud die

illic daar

illuc daarheen

illustris helder, stralend; vooraanstaand

imago, -inis beelt, gestalte

imbellis weerloos

imber, -ris regen(bui)

immanis ontzaglijk

immensus onmetelijk

imminēre (-minui) bedreigen, zich verheffen boven

immittere (-misi, -missum) erop af sturen, laten gaan

immo integendeel, liever gezegd, sterker nog

impedimentum belemmering (pl.: bagage)

impedire belemmeren

impellere (-puli, -pulsum) in beweging brengen

imperare bevelen

imperator, -is opperbevelhebber, keizer

imperium heerschappij, opperbevel, rijk

impetus, -us aanval, aandrang, opwelling

implēre (ver)vullen

imponere (-posui, -positum) plaatsen op, -in, opleggen

impotens, -tis onbeheerst, hartstochtelijk

improbus slecht

improvisus onvoorzien

impune (adv.) ongestraft

in (+ abl.) in, op

in (+ acc.) naar; jegens, tegen

inanis leeg, ijdel

incedere (-cessi, -cessum) voortgaan, binnengaan

incendere (-cendi, -censum) in brand steken

incendium brand

inceptum begin, onderneming

incestus onkuis, onrein

incidere (-cidi) gebeuren, vallen op

incipere (-cipio, -cepi, -ceptum) beginnen

incitare aansporen

includere (-clusi, -clusum) in-, opsluiten

incolere (-colui, -cultum) bewonen

incolumis ongedeerd

incumbere (-cubui, -cubitum) gaan liggen op, zich toeleggen op

inde daarvandaan, daarna, ten gevolge van

indicium teken, aanwijzing; aangifte

inducere (-duxi, -ductum) brengen naar, tot iets bewegen

iners, -tis traag, zwak

inesse (-fui) zijn in, - op

inferre (-tuli, -latum) brengen naar, bezorgen

inferi, -orum bewoners van de onderwereld

inferior, -is lager, minder

infestus vijandig, dreigend

ingenium aanleg, karakter, talent

ingens, -tis reusachtig

ingredi (-gredior, -gressus sum) binnengaan, beginnen

inimicus vijand(ig)

iniquus ongunstig, onrechtvaardig

inire binnengaan

initium begin

iniuria onrecht

inopia gebrek, armoede

inquam, inquit ik zeg, hij zegt, - zei

insequi (-secutus sum) volgen

insidēre (-sedi, -sessum) zitten op, - in, bezet houden

insidiae, -arum hinderlaag

insignis opvallend, bekend

instare (-stiti) op de hielen zitten, aandringen

instituere (-stitui, stitutum) instellen, oprichten, beginnen, onderwijzen

institutum gebruik

instruere (-struxi, -structum) ordenen, voorzien van

insula eiland

integer ongedeerd, niet aangeraakt

intellegere (-lexi, -lectum) bemerken, begrijpen

intendere (tendi, tentum) spanne, richten

inter tussen, tijdens

interdum soms

interea intussen

interesse (-fui) liggen tussen, verschillen; aanwezig zijn

interest het maakt verschil, het is van belang

interficere (-ficio, -feci, -fectum) doden

interim intussen

interior, -is meer naar binnen

interire (-ii, -itum) te gronde gaan, sterven

interitus, -us ondergang, dood

interrogare (onder)vragen

intervallum tussenruimte

intra (+ acc.) binnen

intuēri kijken naar

intus binnen

invadere (-vasi, -vasum) aanvallen, binnendringen

invenire (-veni, -ventum) vinden, ontdekken

invidēre (-vidi, -visum) misgunnen, jaloers zijn

invidia afgunst, haat

invisus gehaat

invitus niet willend

inultus ongewroken, ongestraft

iocus grap

ipse zelf; juist, precies

ira woede

ire (ii, itum) gaan

irritus ongeldig, vergeefs

is, ea, id deze, dit; hij, zij, het

iste, ista, istud die, dat

ita zo


itaque (en) daarom, dus

item op dezelfde wijze

iter, itineris reis, mars; weg, route

iterum weer

iubēre (iussi, iussum) bevelen

iucundus aangenaam, aantrekkelijk

iudex, -icis rechter

iudicare oordelen

iudicium proces, oordeel, vonnis

iugum juk, bergrug

iungere (iunxi, iunctum) verbinden

ius, iuris (n) recht

iusiurandum, iurisiurandi eed

iustus rechtvaardig

iuvare (iuvi, iutum) helpen

iuvat me ik heb plezier in

iuvencus jong(e stier)

iuvenis, -is jonge man (tussen 20 en 40 jaar)

iuventus, -utis jeugd, jonge mensen

iuxta naast (prep.); op dezelfde wijze (adv.)

labi (lapsus sum) (weg)glijden, instorten

labor, -is inspanning, beproeving

laborare zich inspannen, het zwaar te verduren hebben

lac, lactis (n) melk

lacerare verscheuren

lacessere (lacessivi, lacessitum) uitdagen

lacrima traan

lacus meer

laedere (laesi, laesum) kwetsen, beledigen

laetus vrolijk, glanzend

laevus linker

lana wol


languidus loom

lapis, -idis steen

largus overvloedig

latere (latui) verborgen zijn

latus, -eris zijde, zijkant

latus ruim, uitgestrekt

laudare prijzen

laus, laudis lof, roem

legatio, -ionis (f) gezantschap, het ambt van legatus

legatus onderbevelhebber, gezant, gouverneur keizerlijke provincie

legere (legi, lectum) lezen, verzamelen, kiezen, uitkiezen

legio, -ionis legioen (6000 man)

lentus langzaam, traag

leo, leonis leeuw

lepos, -oris charme

letum (gewelddadige) dood

levis licht, gering

levis glad

levare oprichten, ondersteunen, verlichten, verminderen

lex, legis wet(svoorstel), voorschrift, regel, voorwaarde

libare plengen, offeren

libenter graag

liber, libri boek

liber, liberi vrij

liberare bevrijden

liberi, -orum (pl.) kinderen

libertus vrijgelaten slaaf

libet (libuit, libitum est) graag willen

libido, -inis begeerte, willekeur

licentia (onbeperkte) vrijheid

licet (licuit, licitum est) het is geoorloofd, het is mogelijk

licet (voegwoord) ook al

lictor, -is dienaar van een (hoge) magistraat, drager van de fasces

lignum hout

limen, -inis (n) drempel

lingua tong, taal

linquere (liqui, lictum) (achter)laten, verlaten

liquidus vloeibaar, helder

lis, litis strijd, proces



Deel met je vrienden:
1   ...   59   60   61   62   63   64   65   66   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina