Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina57/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   53   54   55   56   57   58   59   60   ...   148

suppoost ondergestelde\?, onderhorig, bediende van een magistraat

support steun, stut

supportare (bezit) overdragen

supporteren verdragen, onderstutten, onderschragen

supposeren ondersteken, onderstellen, uitmaken, toestellen, versieren

suppositie uitmaken, onderstelling

suppositio a support; a prop; a hypothesis

suppre¯ie verdrukking, onderdrukking

supprimeren verdrukken, onderdrukken, onderhouden, dempen

supprior See subprior

suppriserunt they surprised

supprisia used for superprisia

supra boven (genoemd)

supra before, in a reference in a book. This meaning and the corresponding meaning of infra and inferius were originally used for a roll

supra octavas na afloop van de 8 dagen

supradictus bovengenoemd

supradictus bovengenoemd

supravisor an overseer

sura a coarse loaf

surceance schorsing, opschorting

surceren (iet) opschorten, uitstellen.

surcheren schorten, opschorten

surcket overkleed

surdaster hardhorend, doof, dovig

surdus doof

surdus stom

surdus et mutus doofstom

surigicus a surgeon (chirurgicus)

surplus overschot

surplusagium See superplus

surrejunctio a surrejoinder

surreptie aftroning (door mooi praten verkrijgen), ontfutseling

surrogatie in de plaats stelling

surrogatus a surrogate, one appointed in the room of another

surrogeren in de plaats stellen

sursa a spring, a fountain

sursumreddere to surrender

sursumredditio a surrender

survivantie overleving, toezegging om naar iemands dood in zijn ambt, of officie te komen, of te blijven

sus afk. suceptor, suceptrix, doopheffer, peter en meter

susanus worn out

susc afk. susceperunt, zij namen de zorg op zich, wij hebben ten doop gehouden, hij, zij verhief ten doop

susc. susceperunt, suscepit, susceptor

susceperunt hebben ten doop gehouden, waren getuigen

susceperunt zij namen de zorg op zich, zij hebben ten doop gehouden, hebben ten doop gehouden

susceperunt de fonte zij hieven op van de doopvont

susceperunt eum de sacrofonte die zij opnamen van het Heilig doopvont

suscepit heeft ten doop gehouden, was getuige

suscepit beschermer, Peter of Meter bij doop

suscepit, susceperunt, (hij/zij) hief ten doop, (zij) hebben ten hoop geheven

suscepto prius baptismate ab obstetrice na eerst het doopsel ontvangen te hebben van de vroedvrouw (nooddoop)

suscepto prius baptismate ab obstetrice na eerst het doopsel ontvangen te hebben van de vroedvrouw



susceptor doopheffer, peter, doopgetuige, doopvader, susceptrix

suscipere ontvangen, dragen, heffen, ten doop houden, doopgetuige zijn

susciteren opwekken

susdit bovengenoemd, voornoemd,

suspect verdacht

suspect allegeert als verdachte aangemerkt

suspect de fuga van voorvluchtige verdacht

suspecteren verdenken, nadenken, achterdenken

suspeditare to trample on

suspenderen opschorten, afstellen

suspendicula hangings

suspendium hanging

suspensie opschorting, tijdelijke ontzegging, schorsing

suspicie achterdocht, argwaan, nadenken, achterdenken, vermoeden, afterkousigheid ?, verdenking

sustentatie onderhoud

sustentatio, ‑ionis ondersteuning

sustentatio, ‑nis F ondersteuning

sustineeren beweren, staande houden

sustineren staande houden, drijven

sustinue staande houding, drijving, gevoelen, bewering

Sustula / Suestra Susteren

sutor schoenmaker

Sutphania / Zutfania Zutphen

suus/proprius/ipsius als 'eigen' wordt door elkaar ge­bruikt (Smetius)

suwe sloot, gracht, afwatering

suyckerdose suikerdoos

suyker stroyers suiker strooipotjes

swaartvager wapensmid, die steek- en slagwapens smeed

swaelyck zeer zwaar

swaertveger zie swaartvager

swager ieder door een huwelijk vermaagschapt manspersoon

swagerse ieder door een huwelijk vermaagschapt vrouwspersoon

swagium aid

swainmotus, swanemotus a swainmote, a forest court

swanger zwanger

swaricheyt probleem, last

swart zwart

swart van swaerde onbegroeid, maar weinig begroeid, (letterlijk met zwarte aardkleur)

sweer schoonvader

sweeren zweren, bij de rechtbank

swegersse schoonzuster

swegher schoonmoeder

swehir zwager

swelen omkeren van gemaaid gras

swere zie sweer

sweren een eed afleggen

swerre zie sweeren

swertside. de mannelijke zijde.

sweserik zwezerik

swetland grensland

swetnoot buren met de zelfde erfafscheiding

swieher schoonvader

swinre varkenshoeder

swolinga, swulinga See sullinga

Swoll Zwolle

Swollis / Zwolla Zwolle

sx afk. sexe, geslacht

sya a load; a seam See summa

sychte zeis

sydehaudentheyd bepaling in een huwelijkscontract waarbij de in het huwelijk ingebrachte goederen na de dood teruggaan naar de familie waarvan ze afkomstig waren

syllabus register (Spanoghe)

sylva zie: silva bos

sylveren zilveren

synagoge school, vergaarplaats

synaxis an assembly, a congregation; church service or office



synaxis sacra synaxis, heilige communie (Spanoghe / Ravenstein)

syndicus leider, voorzitter

syndicus an advocate; a burgess

syndicus pensionaris (Smetius)

syngraphus a deed signed by all the parties

synodale payment by the clergy to the bishop or archdeacon at a visitation

synode kerken landraad, kerkelijke vergadering

synodus a meeting of ecclesiastical persons

syra See schira

syrografum a chirograph

syua See summa

t afk tomus, deel van een band of handschrift

T afk. trouw‑ en ondertrouwregister

t. afk. testes, testis, getuigen

T. afk. taufen, dopen

T(h)iela / Tillium Tiel

taak inhoudsmaat voor graan, 1 taak = 1/4 schepe, ook; als wijnmaat bekend, 1 taak = 1/40 aam en 2,5 kan

taan verfstof uit eikenhout

tabacum tobacco

tabaert lang overkleed voor mannen en vrouwen

tabaksconfoir tabaktafel

tabbert lang neerhangend kleed met wijde mouwen

tabe wegens tering

tabelje zie tablier

tabellarium a board for the game of tables

tabellarius (post)bode, loper, brievenbesteller

tabellatum a boarded partition

tabellioen bondschrijver

tabellionatus the office of notary

taberna taveerne, herberg, kroeg

tabernaculum a tabernacle or pyx for reserving the sacrament

tabernakel een tent, een hut

tabernarius winkelier, herbergier

tabernator waard, kastelein



tabes tering, plague, tuberculose; door TBC

tablier voorstrook; in een vrouwenrok, ook; voorschoot voor de koetsier

tabula a board; the cover of a book

tabulamentum a tablement, a projecting course of stone to hold a roof

tabularium a chess‑board, or board for the game of tables

tabulatus boarded

tabuletta a tablet

tabum plague, infectious disease

taburcinum, taburcium a drum

tabure trommel

tacella a tassel

tache nagel met brede kop

tachiamentum attachment

tachteren te vorderen hebben.

tacite Stilzwijgend, stilzwijgende, bedekelijk (niet open?)

tactare to confirm

tactu apoplexico door een beroerte, door een aanval getroffen

tactus getroffen, gewond, gebroken

tactus (fulmine) getroffen (door de bliksem)

taelbaer betaalbaar, kan betaald worden

taeldinger erfgenaam

taelgehout hakhout

taelgerie kleermakerswerkplaats

taelgerie kleermakerij



taeljoer bord, schotel, vleesschotel om vlees op te snijden

taelman advocaat

taelvrouwe vrouwelijke advocaat

taenhuus leerlooierij

tafelaker gewichtjes aan het tafellaken

tafelconfoir tafelconfoor ??

tafelet klein tafeltje

tafelhouder geldhandelaar, bankier

tafelloot daklood, afdichtingslood op dak

tafelslot nar, voor het vermaak onder een diner

tafelspel eenvoudig op een verhoging gespeeld toneelstuk

tafelspreed tafelkleed

tafelstede uitstaltafel voor de winkel

taft fijn geweven stof

taglohner daggelder, los ‑werkman, dagloner

tagrijn handelaar in (oud) ijzerwerk, oude scheepstuigage

tailla brushwood, a copse; a tally

taillagium See tallagium

taille lengtemaat, 1 taille = 1/16 el ook; belasting aangetekend op de kerfstok

taille personnelle hoofdgeld

taille reelle grondbelasting

taillehout hakhout

tailler omslag, omslaan, verdelen belasting leggen op het volk

taillia a tally

tailliare See talliare

tailliehout hakhout

tainus See thainus

tal aantal, meestal gevolgd door b.v. ‑‑ turf, betekend het voorwerp word per aantal verkocht

talare to cut; to devastate

talea a tally

taleator a teller

talemetarius bakker

talemetarius bakker

talen spreken, in rechte aanspreken

talentum sometimes a pound See marabotinus

talge omslag, aandeel in geldelijke lasten

talioor bord

talis pater, qualis filius zo vader, zo zoon

tallagium tallage, tax

tallator See talliator

tallea, tallia a tally; a tallage; a stated allowance of provisions, commons; tail (legal)

talliare to cut; to limit; to tax

talliator a teller; a cutter of tallies; a tailor

talliatum feodum feetail

talliatura talwood; firewood

talliatus in tail

talliehout zie taillehout

tallium entail; retail

talmus an eye (ophthalmus)

tamen toch

tamen toch

tamenetallum See tenemenetallum

tamquam alsof, als

tanaliter mortally

tanator a tanner

tancardus a tankard

tandem eindelijk, tenslotte

tanen loien

taneur leerlooier, huiden invetter. iemand die met huiden werkt.

tangere, tetigi, tactum III (aan)raken, treffen

tannare to tan leather

tannarius, tannator a tanner

tanneid bruingeel

tanneria a tannery

tannerius a tanner

tannum, tanum oakbark for tanning

tanquam in the Universities, "a person of worth and learning, fit company for the fellows of colleges."

tanquam als, zoals

tanquam (zo)als

tanthamer punthamer

tantum non bijna (Smetius)

tapatium tapestry work

tapboor boor om gaten te verzinken (schuine kant maken)

tapeet sprei



tapeta, tapetium a carpet; used for covering tables, benches, or beds, not the floor

tapetium artifex tapijtwerker

tapheta taffety, a thin silk

tapiceria tapestry

tapicerius a tapestry maker

tapijt pel, behangsel

tapinagium concealment

tapisseur tapijtwever

tapisterium the tester of a bedstead

tappa a tap

taragium the foot of or a stand for a piece of plate

taratantarizare to boult flour

tarcha a targe; a target

tarderen vertoeven, benijden, ophouden

tarenus a Sicilian gold coin, 20 gr

targa a small shield, a target

targia a ship of burden; a target

targus See targa

tarida a ship of burden

tarifa a list of prices; customs

tarkosia a quiver

tarra onrein, onzuiver

tarta a tart, pastry

tartenus pannus cloth of tars, perhaps China silk crape

tasca, taschia a task; a tax

tashuus schuurtje. kleine loods zonder spanten

tassare to put hay into cocks

tassche buidel, ook; soort brood

tassellus a fringe; a tassel; a hood

tassene(e)ren afpersen

tassus, tassum a rick

tastare to try; to taste

tastum taste; choice

taswerc aanbesteed werk, op inschrijving verkregen werk

taswercnemer aannemer die inschrijft op aanbestede werken

taufen dopen

tautologia hatering ?, dubbelspreuk, met andere woorden het zelfde zeggen, herhalingen met andere woorden.

taux belasting

tauxatie aanslag (belasting) taxatie

tauxeren taxeren, schatten

taverne kroeg

taverner waard, herbergier

tavernier waard

tax verschuldigde portie, taak

taxa a tax; a task

taxacie begroting

Taxandria Turnhout

taxare to name; to describe; to heap up; to appraise; to tax

taxatie schatting, waardering

taxatio valuation, assessment

taxator an assessor; a tax collector

taxe de main morte belasting op goederen in de dode hand, (belasting die de overgangsrechten vervangt)

taxeren schatten, waarderen

taxus a badger

tdh afk. tailleur dÆ habits, kleermaker

te bouck te stellen op schrift stellen, opschrijven

te wijve had als vrouw, had als echtgenote

techa a chest (theca)

techellatus pied; spotted

Tectensis pagus Valkenburg

tector dakdekker, ook; stucadoor

tector dakdekker, stucadoor

tector a thatcher, not as in classical Latin, a plaisterer

tector diomorum dakdekker, dakmaker

tector domorum roofer

tector laterum tile roofer, tile layer

tector laterum ticheldekker, dakpannenlegger

tector stramineus strodaklegger, rietdekker

tector stramineus strodaklegger, rietdekker

tector straminium straw roofer, thatcher

tectot laterum (tichel) dakpannendekker

tedinga a tithing

teems zeef om melk te zeven

teerpenning fooi, drinkgeld

tegeldac pannendak,

tegnio a thane

tegnum apparently used for techne, art, fraud

tegula a tile; a slate; a brick

tegularius dakpannenbakker

tegularius dakpannenlegger, plateelbakker,tegelzetter

tegularius pannenbakker, steenbakker, dakpannenlegger

tegularius, tegulator a tiler, a bricklayer

teignus a thane

teirking dobbelsteen

teisteren pijnigen, folteren, brandmerken

tekeninge het merken van iets

tekeniser brandmerkijzer

tela a tile

telaria the tiller or stock of a balista, made of wood

telarius a weaver

telcken steeds

teldum a tent

teljoor schotel, bord

telligen twijghout

telligraphia written evidence

telljoer zie teljoor

telonei receptor ontvanger der belastingen

telonei receptor ontvanger der belastingen

teloneum tol, belasting

telonium toll

telum a tile

temantale a tax of 2s. on every plough‑land See tenemenetallum

temerair roekeloos, stout, vermeten, lichtvaardig, onbedacht

temmerman timmerman

tempeest onweer, storm

tempel kerk

tempelvaruwe een verfstof, niet oliehoudend

temperantie matigheid

tempestive tijdig

templarius a knight of the Temple

templum kerk

templum kerk

temporalia temporalities, the revenues, &c., held by a bishop as a baron

temporalis tijdelijk, wereldlijk

tempore clauso tempore in de gesloten tijd (waarin niet getrouwd mocht worden (o.a. advent en vastentijd)

tempore necessitatis in tijd van nood

temporeel tijdelijk

temptatie kwelling

temptatio trial; proof

tempteren kwellen

tempus time

tempus tijd

tempus clausum in de gesloten tijd (waarin niet getrouwd mocht worden (o.a. advent en vastentijd)

tempus clausum "gesloten tijd", waarin trouwen niet mag, d.w.z. Advent en Vastentijd



tempus, temporis N tijd

ten hondert, (4à) (bv 4) procent rente

ten principale wat de hoofdzaak van het geding betreft

Tenì Mons / Tillì Mons Tienen (Tirlemont)

tena a coif; a cap; the pendants of a mitre

tenaculum a hook or clasp

tenalia pincers

tenandria a vill, a town

tenatura a tenancy, a holding

tencellare to cover with metal

tenda a trace

tenderen strekken

tendicula a long net or tunnel for catching birds, esp. partridges

tenditor a man who attends to hawks

tenebras duisternis

tenebras duisternis

tenella tongs; pincers

tenellus a banqueting‑hall

tenematallum See tenemenetallum

tenemenetallum tenmentale, a tithing; frithburgh, frankpledge

tenementum a holding, a tenement

tenenciarius a tenant

tenendria a vill, a town

tenens a tenant

tenentia tenancy, tenure

Tenerì Munda Dendermonde

Tenera Dender

tenere, tenui, tentum II hebben, houden, innemen

teneur inhoud

teniludus tennis

tenisia tennis

tennenwerc zie tinnewerc

tennus a thane

tenor purport; a copy

tenorcula the stock of a crossbow

tenorculus a notch, a nock

tensabilis defended; prohibited

tensamentum a tax

tensare to protect, to defend; to exact, to extort

tensaria, tenseria tax; tallage; exaction

tensum toll

tenta a tent for a wound

tentatie beproeving, verzoeking, bekoring

tente paviljoen

tenteren beproeven, verzoek, bekoren

tentum a tent

tenuale a barbican

tenura tenure; a tenant's service

teoloneum toll

ter driemaal

ter driemaal

ter contrarie in strijd daarmee, in tegendeel, in tegenstelling tot

ter decies dertienmaal

ter decies dertienmaal

ter dendel het derde deel

ter eerster klocken bij de eerste gelegenheid, iets afgekondigd wordt. (b.v. na het klokluiden)

ter manisse ter aanmaning (van)

ter milesimus drieduizendste

ter milies drieduizendrnaal

ter onscout staen recht hebben om door aflegging van den zuiveringseed het proces te winnen

ter tydt heden. op dit moment

terbichetum a tumbrel, a cucking‑stool See trebuchettum

terceine gewone koorts

tercelettum a young tiercel

tercellus, tercillus a tiercel, a male hawk

tercionarius a farmer with a third share (?)

tereus earthen

terga a targe, a target

tergiversatie uitstel, tegenstribbeling

tergiverseren tegenstribbelen, uitstel zoeken

tergotenus on the back, endorsed

Tergum / Gaudanum / Gouda / Golda Gouda

termen bepaalde en gepaste woorden

termeschouwen schoorsteenschouw met zijstukken

termijn bepaling, paalteken, merkteken, talwortel, paal

terminarius a termor, one who holds lands for a term

terminatie einde, uiteinde, bepaling

terminatus a boundary

termineren eindigen, bepalen, uitten, vellen

terminis (in) ter zake dienende

terminus termijn, eind; grenspaal

terminus termijn, eind

terminus a term

termisium See tremagium

ternpestive tijdig, op de juiste tijd

ternplarius ridder van de Orde der Tempeliers,

terra decimalis tiendenland, een tiende deel van de oogst was voor de eigenaar

terra decimalis tiendenland (land waarvan men een tiende deel van de oogst aan de eigenaar moet afstaan, soort pachtsysteem, zie ook decima)

terragium land tax; groundwork

terrare to fortify with earth; to block up; to cover

terrarium a terrier, a landroll

terrarius a landholder; a terrier dog

terratus banked up

terreng tering, besmettelijke ziekte

terricidium fallen branches

territoria landpalen

territorium land

territorium land

tersorium a duster, a towel; a broom

tertia (feria) dinsdag

tertia (hora) het kloostergebed omstreeks 3 uur in de middag

tertiam derde

tertiam, tertius derde

tertio op de derde, met de derde

tertio op de derde

tertius derde

tertius (vrw.‑a) derde

tertius gradus derde graad (bloedverwantschap)

tesse versiersel op kleding

tessinge onrust, oproer

tesso a badger (meles taxus)

testa a head

testament uiterste wil, verbond

testament minus solennel nuncupatyff codicil donatio causa mortis een testament zonder de jaarlijkse nuncupatyff (afroepen van de namen)meestal toevoeging aan het testament voor schenkingen inzake na de dood

testament obtenu par captation testament bekomen door vleierij en arglist

testamentaire dispositie uiterste wilsbeschikking bij testament

testamentaire executeur testamentaire executeur, erfenis uitvoerder die de boedelzaken afhandelt

testamentalis devisable by will

testamentarijs executeur testamentair

testamenteur die aangesteld is tot de uitvoering van iemands uiterste wil (testament), ook vaak omschreven als executeur ‑testamentair

testamentum a will; testimony

testamentum will, testament

testateur uiterste wilmaker, willer, erflater, erflaatster

testator the maker of a will

testatrice zij die een testament laat opmaken, uiterste wilmaakster

testatrise vrouwelijke testament opsteller

testeren erfmaken (testament maken), betuigen, getuigen, beschikken, getuigen

testerium a tester, a flat canopy over the end of a bed, a tomb, &c

testes getuigen

testes witnesses

testes getuigen, doopgetuigen, huwelijksgetuigen

testes getuigen

testes fuerunt getuigen zijn geweest

testes)iierunt getuigen zijn geweest

testibus met als getuigen

testibus met als getuigen

testibus ... met als getuigen ...

testicare to testify

testificatie betuiging

testimonium getuigenis

testimonium getuigenis

testis zie testes

testis getuige, doopgetuige, huwelijksgetuige

testis witness

testis getuige

testis est blijkt uit (blom, huygens) (Smetius)

testor hac mea manu proria hierdoor, langs deze weg getuig ik met/door mijn eigen hand,

tetensonntag 3e zondag voor Pasen, in Prui¯en vanaf 1816 de laatste zondag van het kerkelijkjaar

tethinga a tithing

tetrizare to tether

tette vrouwenborst

teutonice in het Duits, in het Nederlands

teutonicus Duits, Nederlands

Teutonicus diets, Duits

teve vaak als scheldwoord gebruikt

texera the sign of the Chequers

Texla Texel

textor wever

textor wever

textor, ‑is wever

textores wevers

textoris textores wevers

textrix, textricis weefster

textus a copy of the gospels; a register; type

teysa, teysia a fathom

thainus a thane

thalamus a chamber, a room, as compared with aula

thalassiarcha an admiral

thanagium land belonging to the king of which the goveror was a thane

thaxa a tax; a task

thaynus a thane

theatre schouwburg, toneel, schouwspelplaats

thedinga a tithing

theloneum, thelonium toll

thelonmannus a toll‑collector

thema gestel, voorstel

themicium a hedgerow

themmagium a duty paid by inferior tenants to be free from the lord's jurisdiction

themum theam, the right of having and judging one's bondmen and their issue, or of following them to other lord's lands; vouching to warranty, part of the legal process for recovering stolen propery among the Anglo‑Saxons

thenecium a hedgerow

theninwerc zie tinnewerc

theodum error for feodum (?)

theologant zie theologus

theologie, godgeleerdheid, godsdienstkunde

theologus godgeleerde, schriftgeleerde

theoloneum, theolonium toll

Theophania the Epiphany



Deel met je vrienden:
1   ...   53   54   55   56   57   58   59   60   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina