Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina53/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   49   50   51   52   53   54   55   56   ...   148

Sanctum / Sancti / Ad Sanctos Xanten

sanctus heilig

sanctus (vrw.‑a) heilig

sanctus heilig

sanctus/a/um holy,sacred

sandalium cendal or sendal

sandax madder (sandix)

sandtstande kuip gevuld met zand

sanguin bloed

sanguinarius a bloodhound

sanguinem spuens bloed spuwend

sanguinem spuens bloed spuwend

sanguinis fluxum bloedvloeiing, bloedstroom

sanguinis fluxum verbloeding

sanguis, ‑guinis M bloed

sanna derision

santbusse busje gevuld met fijn zand om inkt te drogen

santee drinkglas

santhorste zandgronden met kreupelhout begroeid

sapc afk. sans alliance avec postÚritÚ connue,zonder huwelijks ‑ verbintenis, maar met erkend nageslacht

sape(e)ren ondergraven

sapientiei wijsheid

saponarius zeepzieder

saponarius a soap maker

sappus sap; moisture

sapr. afk. sans alliance mais avec postÚritÚ reconnue, zonder actuele huwelijks‑verbintenis, maar met erkend nageslacht

sarabaitae men calling themselves monks, who belong to no rule

sarabarda a pilgrim's cloak, O.E., slaveyne; coarse cloth

sarclare to weed, to hoe

sarclo a hoe

sarculare See sarclare

sarculatura a day's work at weeding

sargens See serviens

sargia serge; a mat

sargire to sift

sark zerk, lijkkistook; soort wollen stof

sarkellus an engine for catching fish

sarpeleria packing wool

sarpilarium coarse cloth; a cloak of such material

sarplare a sarpler of wool, half a sack; in France, larger than a sack

sarplerium See sarpilarium; sarplare

sarracum a tumbrel, a dung cart

sarrator a sawyer

sarrieshut. huis naast de molen waarin de cargier/chercer woonde

sartare to clear ground of wood, &c See assartare

sartatectum thatch

sartor kleermaker

sartor kleermaker, snijder

sartor a tailor

sartor, ‑is kleermaker

sartorium a tailor's shop; a room in a monastery where the clothes were made

sartrinum See sartorium

sartrix kleermaakster

sartrix kleermaakster

sartrix, sartricis kleermaakster

sartum woodland brought into cultivation See assartum

saserdos priester

satblauw donker blauw

sate zitting van een bestuursorgaanook; graanmaat

satelles vazal, leenman, gewapend bediende

satelles gerechtsbode, leenman, vazal, gewapende bediende

satellites knecht, slaaf

sater bemiddelaar, scheidsrechter

satertag zaterdag

satiare to impound

saticulum a seedlip

satifiare to ratify

satisfacere tevreden stellen

satisfacere + dat. bevredigen

satisfactiei voldoening, leiting?, gemoedehebbing (genoegdoening), voldoening

satitolum a seedlip

sator zaaier

satorium a seedlip, or basket used in sowing

satrapa drost (blom, huy­gens) (Smetius)

satrapa stadhouder, leenman

satrinum a bakehouse

satrix kleermaakster

saturni dies zaterdag

saufconduit vrijgeleide

saugma, sauma a soam See summa

saurus a hawk until her first moult

sausaria a saucer

sausisen vuurpijl, maar ook; kruidige worst

sauvegarde bescherming, beschutting, vrijwaring, vrijgeleiding, vrijgeleide

savelerde savel, zware kleigrond

savetier schoenlapperook; broddelaar

savina a measure. In some cases perhaps an error for saugma

saxifragium a stone quarry

saysire. &c See seisire. &c

saysoen getij, jaargetij

sayum serge; silk (?)

sc afk. sans contrat, zonder huwelijks‑ voorwaarden, zonder overeenkomst

sc afk scilicet, namelijk

sc. scilicet

scabel bank, voetbank

scabieus schurftachtig

scabinale akten schepenakten

scabini schepenen, wethouders

scabini zie scabinus

Scabini schepen (Smetius)

scabinus schepen

scabinus schepen, wethouder

scabinus schepen

scabinus alderman, sheriff

scabinus schepen, schepenen

scabinus the wardens of the town of Lynne were so called. (Fr. Úchevin.)

scabiosa bloem, werd gebruikt tegen de schurft

scabreus rouw, ruig, schrabbig?, schurft, gewaagd, schuin. onwelvoeglijk

scaccarium a chessboard; the Exchequer

scacci chessmen

scaccificare to play chess

scachia the body of a tally

scaelc knecht, bediende

scaeldeckere leidekker

scaemelhuus armenhuis

scaemelhuusweke arme uit het armenhuis

scaepbrake zie schaepbrake

scaepcoman schapenhandelaar

scaephettinc schapenweide

scaepsciere zie schaepschier

scafila a boat

scala a goblet; a scale for weighing

scalarium a staircase

scalatie strafwerktuig, ladder waarop men gebonden werd en dan uitgerekt

Scaldia Schouwen

Scaldis, ‑is Schelde

scaldria a scalding house

scalera, scaleria, scalerna a stile (?)

scalinga a slate quarry

scallacie zie scalatie

scambium, scambum See escambia

scamella a butcher's block or stall

scamellum a bench or stool (scabellum)

scamnarium a banker, a carpet or cloth to cover a bench

scandaal aanstoot, ergernis

scandaleus ergerlijk, aanstotelijk, ergerniswekkend

scandalum prejudicial report; scandal

scandeliseren ergeren, aanstoot geven

scandularius dakdekker

scandularius dakplankenmaker, dakdekker

scangium See escambia

scansile a stirrup

scansillum a stile

scantilio a piece; a sample

scaperiene schapenhoedster

scapha a measure of corn

scaphalda a scaffold

scapiere van schapenvacht

scapilus a measure of corn

scapperen ontkomen

scapulare a scapular, a garment worn by Benedictines when at work, instead of the cowl; a vestment made of two woolen bands, one down the breast, the other down the back

scapulare to beat

scara underwood; a troop

scareta a vine prop

scaria a troop of soldiers

scarificatie scherving, het aan de oppervlakte inkerven in de huid om lidtekens te maken

scarioballum the cog of a mill

scarlateus, scarlatus, scarletus scarlet

scarta a measure of corn, in use in Bordeaux, equal to an English quarter

scatarigo a spring of water

scatera a creek

scatten (enen) iemand geld afnemen, gewoonlijk als losprijs

scattinge. begroting

scautheete, scaut schout, gerechtelijk bestuurder

scavagium scavage or schewage, toll exacted from merchants for goods exposed for sale, or paid when imported goods are shown at the Custom‑house

scavaldus a collector of scavage

scawanga See scavagium

sceau Ó la cire lakzegel

scedule handschrift, þeel ?

sceell hebben in iet verschil over iets hebben

sceetgracht scheidingwater tussen twee stukken land

sceidinge boedelscheiding.

sceithmannus a pirate

scelda See selda

scelereus schelmachtig, schals, ondeugend

scelleren verzegelen, dichtlakken met een zegel

scema gestalte, voorstel

sceme zie scema

scene toneel

scenerium a courtyard (?)

scepencameraer de ambtenaar belast met het innen de door de schepenen uitgesproken boeten

scependom het gebied der schepenbank

scepenebrief een acte, opgemaakt van een handeling, voor het gerecht verricht en bezegeld met de zegels van de schout en vier schepenen.

scepenquitancie een acte, door schepenen opgemaakt van de voor hen gegeven kwijtschelding van een schuld.

sceppa a skep See esceppa

scepstock gevangenis

scepter koningsstaf, rijksstaf

scerpe examinatie verhoor op de pijnbank

sceurum a granary; a repository

sceversteyndecker vermoedelijk pannendakdekker

schaar oppervlaktemaat, ca 300‑ 400 vierkante roeden = ca 0,4 ‑ 0,65 ha, ook; gevonden 2 morgen

schabbelele bank zie schabel

schabel voetbankje

schabeltje knielbankje

schacherer venter

schacht veer, synoniem voor lengtemaat roede

schadde zode van veenachtige heide, als brandstof te gebruiken

schadeloosbrief brief waarin de schadeloosstelling is beschreven

schadeschout schuld op interesten

schaecman struikrover

schaecroof doel om iemand te beroeven

schaelc schelm, schurk

schaelgedac leiendak

schaepbrake braak liggende grond waarop schapen grazen

schaepschier grijs bruine wol van schapen

schaerbaer land om vee op te laten scharen

schaers scheermes

schaffa a sheaf

schalenschroder messenheftenmaker

schalie schrijflei, lei

schaliedekker leidekker

schalmei oud muziekinstrument, (houten) fluit

schamele jongen zie schortkandelaar

schap houten rek

schapijnre zie scapiere

schapraai kast voor etenswaren, provisiekast, spijskast

scharen scheren,ook; het aantal schapen, waartoe gerechtigd, op de gemeenschappelijke weide laten lopen

scharrebier scherp dun bier

scharrelen onzeker lopen, strompelen

scharrmacher wagenmaker

schat oppervlaktemaat, 1 schat = 1 mud = 6,8 are

Schat 4 spint 6,8 are. (oppervlakte maat maten gewichten)

schathuis veestallen

schatplichtig belastingplichtig

schatter taxateur

schavaldus See scavaldus

schaveldarius a moss trooper

schavelen slijten door schuren

schavotteren veroordelen tot het schavot of schandpaal, vooraf vaak gebrandmerkt op de kaken

scheenstuk plaat van metaal die de schenen bedekt bij harnas

scheepsbeschieter meubelmaker / aftimmerman op schepen

scheepsjager bestuurder van het paard dat de boot trok op het jaagpad

scheepsrol lijst van bemanningsleden aan boord van schepen

scheepston inhoudsmaat voor schepen = 1m3

scheepsverband hypotheek met als onderpand een schip

scheerweide zie schaar

scheet kleinigheid

scheiber zouthandelaar

scheidelpennic kleingeld

scheidepunt kruispunt van twee wegen

scheidesteen grenspaal

scheiding vanvastigheden niet meer op kunnen vertrouwen

scheidler messenmaker

scheidung unserer liebe frauen Maria Hemelvaart, 15 augustus

schela a bell; a strap

schelachtig in een proces verwikkeld, in een geschil

scheling(e) geschil, civiele rechtszaak

schelling munt 17e‑18e eeuw , gelijk aan 6 stuivers ook; betaalmiddel, 1 schelling = 12 denier (ca 11e eeuw)ook; betaalmiddel, 1/20 pond = 12 schellingen,

schelpkom kom, in de vorm van een schelp

schelpschaal schaal in de vorm van een schelp

schelter goochelaar, kunstenaar

schepampt kleermakersambacht

schepel inhoudsmaat bij graan, 1 schepel = 2 mud = ca 29‑34 ltr, ook; gezien; 1/4 mud en 1/8 mud. na 1820, 1 schepel = 10 ltr. oppervlaktemaat, 1 schepel = 1 schat = 1 mud = 6,8 are, ook; gezien; 1 schepel = 4 spint, 1/4 mud en 1/4 morgenook; gerechtelijk functionaris bij een lokale rechtbank, lid van de schepenbank

Schepel ongeveer 9 are. (oppervlakte maat maten gewichten)

Schepel (gewichtsmaat droge waren) 27,875 liter (Amsterdamse schepel) 41, 7 liter (Nijmeegse schepel). Na 1820 vastgesteld op 10 liter. (gewicht maat maten gewichten)

schepen ende raet het stadsbestuur

schepenbanc locale rechtbank

schepenboec wetboek gehanteerd door de schepenbanc

schepencamere kamer waar de schenen vergaderden en rechtspreken

schepencnape gerechtsbode

schepeneet ambtseed van de schepenen

schepenplecht gerechtelijke erkenning van een schuld, door de schepenen gepasseerd

schepenquitancie akte waarin opgetekend de kwijtscheldding van een schuld door de schepenen

schepensegel zegel van de schepenen

schepentuuch verklaring of getuigenis van de schepenen

scherfmes hakmes

scherfvat doodkist, ook; fig. lijkkist

scherpe examinatie verhoor op de pijnbank

scherprechter beul

schertmagen bloedverwanten in de mannelijke lijn

scheuk ontuchtige vrouw

scheuken wrijven vanwege jeuk

scheurbanden breukbanden

scheurmand prullenmand

scheurzichtig die op een scheuring uit is

scheversteen kiezelsteen, steengruis, lei

schijtputte beerput

schikken sturen, zenden

schilden betaalmiddel, 1 schilden = 20 stuivers (ca 14e eeuw). Ook; vaak klinkaart genoemd

schilderhuis wachthuisje voor de schildwacht

schilla a small bell; a dish

schillingus a shilling

schilt schattinge belastingvorm, voorloper van de grondbelasting

schiltleen leen, waarop het verrichten van krijgsdiensten

schindeldac dakvlak belegd met schindels

schindele houten dakpannen, dakplanken

schinder vilder, beul, slager

schippond gewicht, 1 schippond = 300 pond

schipsbrief schuldbekentenisbrief of rentebrief gevestigd op een schip

schira a shire; a shire court; payment for exemption from attending thereat

schirmannus the ruler of a shire; a sheriff

schirmer vechtersbaas, voorvechter

schirrmacher wagenmaker

schlotfeger schoorsteenveger

schnitter oogstarbeider

schnittker houtbewerker, fijnwerk timmerman

schnorrer landloper

schobberdebonk bedelen, klaplopen,

schoef bundel, bos, schoof

schoehouten wilgenhouten deel van een schoen

schoenbroet witbrood

schoenhoorn schoenlepel

schoenlinghen schapenvel, schapenvacht

schoerteldoek voorschort

schofhecke valhek in stadspoort

schofhek valhek in poortdoorgang

schoft werktijd tussen de pauze, maar ook; rust tussen de werktijdenook; ploert en schouder van een dier

schoften schaftijd

schofvenster schuivend luik in stadspoort

schoitstroy dekstro als dakbedekking

scholaris scholier, leerling, student

scholasticus scholaster, hoofd van kapittelschool

scholastijcq schools

scholder beul

schole school

scholebert uithangbord bij de school met de vermelding van de naam van de onderwijzer (es)

scholes leerplaats

scholtist schout

schonk grof been

schooien zie schooieren

schooieren zwerven, bedelen

schoolman kerkleraar

schoontjes geheel en al

schoorttecleet schort

schoot gewicht, 1 schoot = 2 pond

schopa a shop

schopenhauwer houten troggenmaker

schoren vastmaken

schorre ruwe steen (puin) voor de fundering

schorteldoek met valvulas voorschort met zakken

schortkandelaar staande kandelaar, voorzien van een schermpje tegen uitwaaien

schoteldoek vaatdoek

schotelhuis washok, bijkeuken

schotgaarder inner van de (opbrengst)belasting

schotgavel hooivork

schotgeld opbrengst

schotkerver belastinginner. De betaling werd op de kerfstok d.m.v. een inkerving aangebracht

schotschietende huysen belasting verschuldigde huizen

schotvarken mestvarken

schouboete boeten voor niet goed schoonmaken van de sloot

schoudach dag waarop geschouwd werd

schõufeler ventende marskramer met lastdier

schouhouder gevangenbewaarder

schout een rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer der heerlijkheid, rechterlijk ambtenaar, die in civiele zaken rechtsprak, hoofd van een ambacht.

schouteteboete boete aan de schout de voldoen

schoutetenbrief akte van een voor de schout geschiede rechtshandeling

schoutetendiener gerechtsdienaar

schoutetinne vrouw van een schout

schoutheete schout, vertegenwoordiger van de graaf als hoofd van politie en gerecht

schrede lengtemaat, 1 schrede = 2,5 voet, landmeterspas, ‑tree = 2 gemene schrede = 5 voet

schreiboom boom als grenspaal

schreur kleermaker

schriefboek kasboek, cahier

schriftuyre rechtstuk, pleitstuk

schriftuyren, zie feyten,

schrijfhout timmermansgereedschap

schriver persoon die kan schrijven en tegen betaling brieven schrijft

schriyfgerief schrijfgerij, schrijfbehoeften

schrobbelaar bediener van de schrobbemolen, onderdeel van de voorspinmachine voor het weven van lakenstof ook; visser die vist met schrobnet.

schrobber lijkverzorger van pestlijders

schrodere, kleermaker

schrooien verplaatsen door met touwen erom heen rollen

schruiven bankschroeven

schrter doekensnijder

schuddelkist gevangenis

schueren omploegen om bouwland in weiland te veranderen

schultellies schotelpan

schumer landloper, straatrover

schurre zie schorre

schutterij de vereniging welke in de middeleeuwen voor de verdediging van de stad zorgde

schuttinge het vangen en vast zetten vee dat op verboden plaatsen liep

schutzengelfest feest van de beschermengel, vanaf 1700, 2 oktober daarvoor 29 september, nu echter 2e zondag van september

schuyfspel sjoelbak

schuytenvoerder binnenschipper

schwager broeder van een echtpaar

schwertdegen jonge ridder

sciatica heup en lende pijn

scientia wetenschap

scieur houtzager

sciif. tafel; dikwijls de tafel, waarom de rechters bij hun beraadslaging buiten de schepenbank zaten.

scijnsgoit zie chijnsgoet

scilicet namelijk

scilicet namelijk

scilicet to wit

scilicet namelijk, te weten

sciltboortich. behorende tot een stand die de wapenen mag voeren, van ridderlijke geboorte

scindallum cendal

scindere uit‑, weghalen (bij een bevalling)

scindere weghalen (bij bevalling)

scindifaber a bladesmith

scinditorium trencher bread

scindula shingle for roofing; lath; a blade

scindularius a bladesmith

scintillatio glinstering, tinteling, fonkeling

sciper, sciprus a skipper, a captain of a ship

scipper schipper

scipwrictere scheepsbouwer, arbeider op een scheepswerf

scira See schira

scisellum a chisel

scisimus a fur, gris

scisma tweespalt, scheuring

scismatijcq scheurmaker

scissie zie scisma

scissor a tailor

scissorium a trencher

scissum eruitgerukt

scissum er uitgerukt

scissuur splijting, scheur

scitus site. For situs

sclatorius dakdekker

sclatorius dakdekker, leidekker

sclauma a cloak

sclavus a slave

sclopeta a gun

sclopetum a gun; an arquebus

sclopetus geweer, buks

sclopetus haakbus, handbus

sclopetus buks, geweer, geweerschot

sclusa a dam; a sluice

Sclusa / Slusa Sluis

scochia a scutcheon

scoeboeter schoenlapper

scoel zie scolescat

scoenewercstricghe schoenmaakster

scolaris scholier, leerling

scolas afk. scolasticus, hoofd van de school

scolas. scolasticus

scolasticus hoofd van de school

scolasticus scholaster, hoofdschoolmeester (vaak een geestelijke)

scolastizare to study

scolescat boete, voorschot

scolpetarius a musketeer

sconcha, sconsa a sconce

scoparius straatveger, bezembinder

scoparius straatveger

scopellus a knife; a chisel; a lancet; used for scapilus

scopeta a gun

scoppa a shop

scopus wit, doel, oogmerk

scorator verwekker van een onecht kind, hoerenloper, overspelpleger

scorcium bark

scoria dross; a score

scorium a mat

Scorla Schoorl

scorpionarius boogschutter

scorpionarius (kruis)boogschutter

scorta ongehuwde moeder

scorta unmarried mother, whore

scortatie hoerering hoererij

scortatio overspel, echtbreuk

scortator hoerenloper, verwekker van onecht kind

scortator hoerenloper, verwekker van een onecht kind

scortator, ‑is hoerenloper, verwekker van onecht kind

scorteren hoereren

scortum escort

scortum lichtekooi

scortum hoer

scortum lichtekooi, hoer

scota scot; tax

scotalla, scotallum a contribution for liquor for forest officers; a feast provided by contribution

scoticare to naturalise a man in Scotland

scotporte houten valpoort

scotta See scota

scottare to pay scot

scotum See scota

scoutetedoem ambt van schout in bepaald gebied

screuder zie scroeder

scriba secretaris ook; schrijver, klerk

scriba secretaris, klerk, schrijver

scriba klerk (Smetius)

scribania an office in Guienne, registry

scribere schrijven

scribere schrijven

scribere non posse verklarende niet te kunnen schrijven

scribtarius klerk

scrijfampt het ambt van den schepenklerk

scrijfgelt het loon van de schepenklerk voor het maken van een schepenbrief (te betalen door de verzoeker)

scrijnmakere zie scrinewerker

scrinea, scrineum a screen

scrinewerker timmerman, schrijnwerker, meubelmaker

scrinialis, scriniarius a scrivener

scriniarius schrijnwerker, meubelmaker; secretaris

scriniarius notarisassistent; kastenmaker

scriniarius schrijnwerker, panelenmaker, ook; geheimschrijver en zegelbewaarder

scrinifex zie scriniarius

scrinifex zie scriniarius

scrinium a shrine

scrips afk. scripsit, heeft geschreven

scrips. scripsit

scripsit heeft geschreven

scripto geschreven

scriptor schrijver, klerk, secretaris, opsteller (van testamenten)

scriptor schrijver

scriptorium a writing room

scriptura schrift

scriptus/a/um written

scrivabile paperum writing paper

scrivegelt zie; scrijfgelt

scrobula a robe worn by female pilgrims

scroeder kleermaker

scrofa a sow; a machine for digging at the base of the walls of a fortress

scrotula a scroll

scrupel medicinaal gewicht, 1 scrupel = 1/528 pond = 20 grein

scruptatie nazoeking, doorgronding

scrupul apothekersgewicht, ca 1,3 gram

scrupule angst, bekommering, gewicht van twintig greynen

scrupuleus angstig, achterkousig, angstvallig

scrutarius opkoper, uitdrager

scrutarius uitdragen, opkoper, oudeklerenkoper

scrutator an examiner; a watchman

scruteren onderzoeken, doorsnuffelen, nazoeken, doorgronden

scrutinium search; examination

scrutlanda land assigned for providing clothes

sct, afk. sanctus, heilig

sct. sanctus

scucheo an escutcheon

sculptor beeldhouwer

sculptor imaginum beeldhouwer

scultetia schoutenambacht

scultetia schoutambacht, schoutschap

scultetus schout

scultetus schout (vertegenwoordiger van de landsheer bij de lage gerechten), hoofd van gerecht en politie, politiebeambte

scultetus a governor, "schout."

scultetus schout

scultetus schout, villicus, scultetus, iudex, iusticiarius (Smetius)

scultetus schout, dorpsburgemeester

scupteur beeldhouwer

scura a stable

scurare to scour

scurellus a squirrel

scurgia a whip (?)

scuria a stable

scurio a stableman

scurre rabauw, guit, fielt (schurk)

scurriliteit fielterij, ,schurkachtigheid

scutagium a tax paid in lieu of military service by those who held lands by knight‑service

scutarius an esquire; a shield maker

scutella a dish; a scuttle; a basket; a coin (?)

scutellarium a scullery

scutellarius a scullion; a monk or other person in charge of crockery and other table things; a dealer in such ware



Deel met je vrienden:
1   ...   49   50   51   52   53   54   55   56   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina