Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina52/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   48   49   50   51   52   53   54   55   ...   148

revolveren omwenden, omlopen

revoveer herroep

revyerviscooper rivierviskoper

rewardum See regardum

rewennio rennet

rex koning

rex koning

reyhier smal schiet‑ of lichtdoorlaat gat in buitenmuur

reysa a journey; a campaign

RG afk. Remonstrantse Gemeente

rhedarius wagenmaker

Rhena / Hreni Rhenen

rhenanus van, aan de Rijn

Rhenus Rijn

rhetorijcque de kunst om deftig te spreken

rhetorizijn rijmer, dichter

rheuma, tis N reumatiek

rheumate door rheumatiek

rheumate door reumatiek

ribaldus landloper, vlegel, deugniet

ribaldus a light‑armed soldier; a rogue, a vagrant

ribaldus landloper

ribaut zie ribaldus

ribinare to bank up (?)

ribout deugniet, dief, landloper

richel dunne plank ca 4x 8 cm

richtinge zie; rechtinge

richtmei kleine boom in de top als hoogste punt van het gebouw is bereikt

ricsdaalder rijksdaalder

ridare to clean

ridellus a curtain

ridicule belachelijk, bespottelijk

ridiculeus, zie ridicule

ridmicus (rhythmicus) in metre; in rhyme

riedenmakere weefkammen ‑maker

riedmarch rietland

riedmeed land of weide met veel riet begroeid

riedmeersch zie riedmarch

riembeslach versiersels op een riem

rietmaet zie riedmeed

rifflare to take away by force; to plunder

riffletum an osier bed

rifflura plunder See also rufflura

riga a ridge

rigeur strafheid, strengheid

riggelen grendellat afsluiting

rigoreux streng

rijcman vermogend persoon

rijder betaalmiddel, waarde 1 rijder =??

rijgenoten naastgelegen

rijglijf korset

rijksdaalder (Ned) muntsoort, waarde gelijk aan 47 stuivers

rijlijf zie rijglijf

rijshuus opslagplaats voor rijs(brand)hout

rijsmeyer opzichter over het rijs‑ en hakhout

rijst hoeveelheid leien ca. 56 st.

rijten zie reet

rima rhyme

rimagium error for riviagium (?)

rindsschuster leerlooier

ringa a soldier's belt

ringeldus, ringildus a bailiff. (Welsh rhingyll.)

ringildria office of ringildus

rinsel deel van een watermolen waar het water naar beneden loopt

rinsura washing

rintvleesch rundvlees

riole (open)goot, verlaat

riota a riot

riotosus riotous

riottum a riot

riparia water flowing between banks

riparius one who conveys fish from the coast to inland towns

ripator a reaper

ripelijjck rijp, aanzienlijk

rippe vrouw

risa rice

risique risico, gevaar

rismus rhyme

ristrictus stiefvader

ristrictus stiefvader

ritare See rectare

rite naar behoren, plechtig, volgens de godsdienstige gebruiken

rite volgens de gewoonte, naar behoren

rite naar behoren

rite munitus (vrw.‑a) Heilig Oliesel ontvangen hebben

rite munitus(a) Heilig Oliesel ontvangen

ritus rite

rivagium toll taken on rivers for the passage of boats, or on the shore for landing goods

rival medevrijer, medeminnaar

rivaria a river bank

riveare, riviare to fish and fowl on a river; to have the right of doing so

rivera a river

riviagium the above‑mentioned right See also rivagium

rivola a stream, a rivulet

rixa rice

RK afk. Rooms ‑ Katholiek

roba a robe

robare to rob

robaria robbery

robator, roberator a robber

roberia robbery

robigalia Rogation week

roborare to confirm

roboratie sterking

roboreren sterken, versterken

robur often means a dead oak for firewood, while quercus is used for a live one, to be cut down for timber

robust sterk

rocca a spinning rock, or distaff

rochea a roach

rochettum a rochet, a frock of white lawn without or with tight sleeves

rochia, rochus a roach (leuciscus rutilus)

rocht zittingdag van de schout, om getuigen te horen, bewijzen te verzamelen

rockener zwartbroodbakker

rocmaker kleermaker

rocus a rook or castle at chess

roda a perch, 16 1/2 feet; a rood, a quarter of an acre

Rodembergum Aardenburg

roede de staf des schouten, het symbool van het gezag vroeger op de omgang rondgedragen, later in plaats daarvan van het schepenhuis uitgestokenook; landmaat (roede=14 m2), ook; oppervlakte maat, groot ca 12,569 ca, in elk deel van het land anders van oppervlak

roede (lengtemaat) lengtemaat, in elk deel van het land anders van lengte. In Limburg was de strekkende roede verdeeld in 16 voet, 20 van deze >kleine= roede vormde ÚÚn >grote > voet. 20 van deze grote voet vormde weer ÚÚn >bunder= de aanduiding 53‑10‑0 betekende dus 53 bunder, 10 grote roeden en 0 kleine roeden, ofwel 53,5 bunderRijnlandse roede 3,767 m Blooise roede 3,617 m Drentse roede 4,12 m Duivenlandse roede 3,667 m Schouwse roede 3,727 m

Roede 3,6807 meter (Amsterdamse roede) 3,7674 meter (Rijnlandse roede). Later 10 meter. (lengte maat maten gewichten)

Roede 15,3 m2 (Voornse roede). Later 1 are. (oppervlakte maat maten gewichten)

roededrager mannelijk teellid

roedetale bepaald aantal roeden land met betrekking tot de omslag

roefbart zolderplank

roepambacht ambtelijk stadsomroeper

roeren aanraken

roerende betreffende, reeds genoemd

roers geweren

roetsijdich scharlakenrood

rogate 5e zondag na Pasen

rogationes de 3 dagen voor Hemelvaart. Ook; de gehele Hemelvaartsweek. Eigenlijk de in deze dagen gehouden processies.

rogationes public prayers or processions

rogatorium an almonry

rogatorius a beggar; an almoner

rogus a pile of wood; a beacon; a rogue

rokelstock pook

rolla a roll

rollagium rolling; money paid therefor

rollare to enrol; to roll

Rollarium / Roslara Roesselaere

rollenaer voerman

rolliare to roll

rolsmeer vet, smeervet

rolwagen ronde hoge vaas van chineesporselein

roman lang verhalend epos in de volkstaal ( Romaans = in de volkstaal)

romancium a French book; a romance

romano ‑catholicae religionis van Rooms ‑Katholieke godsdienst

Romano‑Catholicae religionis van de Rooms‑Katholieke godsdienst

Romano, in in French

romea a room

romipeta one who has appealed to Rome

roncalis, roncaria See runcalis

rondeel waltoren, 3/4 cylinder buiten de muurook; rederijkersvers vaak achtregelig met twee rijmklanken

rondel steenhouwers beitel

rondella a roundel

rondgast zie rontganger

rondooghe rozetvenster, roosvenster

rong zware ijzeren nagel

rontganger nachtwacht, nachtwaker

rontgat vensteropening

roocgat schoorsteen, gat in dak boven stookplaats voor afvoer van rook

roocgaten schoorstenen

roocpenning belasting op schoorstenen

rood heraldiekteken, kleur, weergave met verticale strepen arcering

rood trijp matrassen met rode trijp(stofsoort) overtrokken

roode roede staf die de pestlijder moest dragen als herkenningsteken

rooden loop buikloop, difterie

roodscharlaken kleur, scharlakenrood

roofkot rovershol

rooi rechte lijn

rooien de rooilijn bepalen

roomelisoen dysenterie, pest

roomermaent meimaand

roopastoor pastoor van de pestleiders,

roos heraldiekteken, bloem als wilde roos weergegeven met meestal 5 bloembladeren in de bloem

roosdach zondag voor half vasten

roossteenen stenen behorende bij een tafelspel

root graanziekteook; rood

ropa a rape, a division of a county

rosa roos

rosa, rosarius base money imported from abroad in the reign of Edw. I. A penny of base money in Q. Mary's reign bears a rose instead of the Queen's head; a rosette

Rosae Vallis, Rosarum Vallis Roosendaal

rosaevallensis uit Roosendaal

rosatum vinum vin rosetique from Nerac in Gascony

roscher wolwever

roselmaent zie reuselmaent

rosenkranzfest rozenkransfeest, 1e zondag in oktober

rosenmontag carnavalsmaandag, maandag voor vastenavond

rosenobel betaalmiddel, goudstuk van ca 8 guldenook; bepaalde goudkleur.,

rosenoblen gouden munt

rosensontag Rozenzondag, 3e zondag voor Pasen

rosera auca a species of wild goose

roserellum a rosary (?), a rosette (?)

rosetum a rushy place; thatch

roskam paardenkam

rosmolen door paard(en) voortbewogen tredmolen

rossinum rosin

rossus red

rotabulum a firefork

rotagium wheelage, toll on wheeled vehicles

rotarius wagenmaker

rotarius a soldier; a robber; a wheelwright

rotarius wagenmaker

roten rotten van vlas

Roterodamum, Roterodami Rotterdam, te

rotmeester hoofdman van een rot, meestal 10 man

rotting wandelstok van rotan

rotula a roll; a rowel; a mullet (heraldic); a candle

rotulare to turn round; to enrol

rotularius a notary; a secretary

rotulus a roll

roucamer opbaarkamer overledene

roufbart zolderplanken

routa, routum a rout; an unlawful assembly

route verstrooiing

rouwerck ruwwerk, grof werk

royeermeester ambtenaar voor nazien stadsrekeningen

ro´eren uitdoen, uitschrabben, uitschrijven

rubbosa rubbish

rubea, rubettus, rubetus a ruby

ruber, rubri rood

rubiginator a furbisher

rubius red

rubrica a rubric

rubricella a little rubric

rubrijk aftekening

rubro sigillo met rood zegel (tegen betaling kon officiele vrijstelling van de huwelijksafkondigingen worden verkregen)

rubro sigillo met rood zegel (geen roepen als men betaalde), zonder roepen trouwen als men wel er extra voor betaalde

rucha See rutta

rucillaria a skep (?); same as ruscatia (?)

rude hart, rouw

rudera rubbish

ruellum a taper

ruffian koppelaar

rufflura a scratch

rÚgion streek, gebied, gewest, regio

rÚgion judiciaire rechtsgebied

rugleggende stoelen vermoedelijk leunstoelen?

ruim (in het) plaats in de kerk waar de stoelen van de vrouwen stonden

ruine vernieling, neerstorten

ruineren vernielen, nederstaan ?, te gronde werpen

ruineus bouwvallig

ruinus ruinous

ruit aanspoelsel uit zee

rumagium rummaging, unloading a ship

rumigerulus bearer of tidings

ruminatie herkauwing, herhaling

ruminge het bevel tot ontruiming van een perceel door de schout op verzoek van de nieuwe eigenaar aan de oude, voorafgaande aan de "levering" daarvan aan de nieuwe ei‑genaar . ook; het bevel tot afbraak van een gedeelte van een gebouw, dat op andermans grond getimmerd is, door de schout op verzoek van den eigenaar van dien grond

rumoer gerucht

rumoermeester bendeleider

rumphea a dart

runagium error for riviagium (?)

runcalis, runcaria land overgrown with brambles, &c

runcilus, runcinus a draught‑horse, or pack‑horse

runsus See runcilus

rÚportation, Ó la toeschreven wordt aan

ruptarius a husbandman; a mercenary soldier; a robber

ruptura arable land

rupture breuk

rÚquisition vordering b v. door ministerie ge ‑eist

ruraemundensis van Roermond

Ruraemundus / Roermonda / Munda Rurì etc. Roermond

Ruremunde Roermond

rurensis boer, landbouwer

ruricola landbouwer

ruricola landbouwer, boer

ruricolus zie ruricola

rus‑leeren armstoelen vermoedelijk. gevlochten leren armstoelen

rusca a skep; a hive

ruscatia a place where broom grows

ruscubardum some kind of broom

ruscum filth; gorse

ruse moeite

russetus russet

russus red

rusticus used as the opposite to liber in the 12th century

rusticus landbouwer, boer

rusticus boer, landbouwer

rusticus landbouwer, landman

rustijk boers

rustleeren leren bekleding

ruta See routa, rutta

rutta a troop of mercenary soldiers

ruutmolen schorsmolen

ruwaard waarnemend graaf, bv bij krankzinnigheid

ruyminge zie; ruminge

ruyn ontmande hengst, paard

ru´ne des boedels vernielen van de inboedel

rybaude zie ribout

rysenbrys ondercleeren gebreide ondergoed.?

r³sttag goede vrijdag



r¯ler paardenstalknecht

s afk. sabel, heraldiekteken, kleur, zwart, weergave met horizontale en verticale arcering of effen zwart.

s afk. semis, half,

S afk. sterbefõlle, sterfgeval, overledenen

S

S afk. schepen, wethouder



S afk. susceptores, doopgetuigen, doop‑ heffer, peter en meter

S. Sanctus

S.(S.) susceptores

S.(S) afk. susceptores, doopgetuigen, doopheffer, peter en meter

s.a.a afk. sans alliance actuele, zonder actuele huwelijk(sverbintenis), verwantschap

s.g., s.m. afk. zaliger gedachtenis

s.p. afk. sans postÚrite, zonder nageslacht, nazaten

S.P.Q. senatus populusque ...

S.R.E. Sancta Romana Ecclesia

S.R.E. afk. Sancta Romana Ecclesia, Heilige Romeinse kerk

s.s. sancti

s.s.t.t. afk. van salvis titulis, met voorbehoud van de titels

S.T.D. sanctae theologiae doctor

sa afk. sans alliance, zonder huwelijks‑ verbintenis, verwantschap

saai gekeperde wollen stof, kamgarenstof

saaien zie saai

saaihal gebouw voor het keuren van de saai

saaiwerker wever van saaiweefsel

saaiwever zie saaiwerker

saaywerker de zaaier

sabaia small beer

Sabaudia Savoye

sabaudus Savoois

sabbatarius a Jew

sabbathi dies op zaterdag

sabbati dies zaterdag

sabbatis dies Saturday

sabbatum zaterdag

sabbatum zaterdag

sabbatum sometimes means peace

sabbatum luminum (magnum sanctum) zaterdag voor Pasen, op deze dag wordt de Paaskaars ontstoken

sabel heraldiekteken, kleur, zwart, weergave met horizontale en verticale arcering of effen zwart.

sabelinus (adj.) of sable fur

sabellum, sabelum a sable (mustela zibellina)

saber (adj.) rough; (subst.) gravel

sablinus See sabelinus

sablona sand

sablonare to strew with sand

Sablones Venlo

sabotier blokmaker, houten schoenmaker

sabracia sabras, a mixture used in dressing parchment

sabulonarium a gravel pit; liberty to dig gravel, and money paid for the same

saca sac, a lord's right of holding a court for pleas of trespass among his tenants

sacage(e)ren beroven, plunderen

saccage plundering

saccare to pack

saccellarius schatmeester, penningmeester

saccha See saca

saccinus wearing sackcloth; a monk

sacculus a satchel; a hood

saccus a sack; a cloak

sacel afk. sacellanus, kapelaan, onderpastoor, hulp priester

sacel. sacellanus

sacellani kapelanen, onderpastoors, geestelijken die de kapelanijen bedienen

sacellanus kapelaan, onderpastoor, hulppriester

sacellarius a keeper of a purse

sacellum kapel

sacer a female saker falcon (falco sacer), the male being called a sakerett; a cannon, of various sizes

sacer heilig, gewijd, heilige zaken, heiligdommen

sacer, ‑cri heilig, gewijd

sacer, sacra, sacrum sacred

sacerdos priester, kapelaan

saclaken zaklinnen

sacra zie sacer

sacra baptismatis unda ablutus gezuiverd door het Heilig Water van het doopsel

sacra communio de Heilige Communie

sacraal geheiligd, gewijd

Sacrae Scripturae Heilige Schrift

sacrament heilteken, eedbond, genademiddel

sacramentalis a compurgator

sacramentaliter sacramenteel

sacramentaliter sacramenteel, voorzien van de sacramenten

sacramentis munitus voorzien van de sacramenten

sacramentis totis munitus/a fortified by all the last rites

sacramento sacri olei munitus voorzien van het Heilig Oliesel

sacramento sacri olei munitus voorzien van het sacrament van het Heilig Oliesel

Sacramentsdag tweede zondag na Pinksteren

sacramentum sacrament

sacramentum extremae unctionis het sacrament van het Laatste Oliesel

sacramentum matrimonii het sacrament van het huwelijk

sacramentum poenitentiae het sacrament van de Biecht

sacrarium a small lavatory near the altar in a church

sacrarium gewijde ruimte, putje voor afvoer gewijd water

sacreren sacreren, heiligen, wijden

sacrificie toe‑heiliging?, heiliging, offerande

sacrifiÙren offeren

sacrifugus some trade

sacrilegie kerkroof, diefstal uit kerk

sacrilÞge heiligschennis

sacrista a sacristan; a sexton

sacrista koster, kerkbewaarder

sacrista koster

sacrista(nus) misdienaar, koster

sacristain zie sacrista

sacristaria, sacristia a sacristy or sextry

sacristie heiligdom, kerkkamer

sacro ledo copulati in de gehouden mis getrouwd

sacro oleo met het H. Oliesel

sacro oleo provisus voorzien van het H. Oliesel

sacro oleo provisus voorzien van het Heilig Oliesel

Sacrum Romanum Imperium het Heilige Roomse Rijk

sadelaere zadelmaker

sadelhof zie sadelhofstat

sadelhofstat de woning, boerderij, het hof van de leenheer

sadelhuus zadelschuur

sadelijchijt het volle genot

sadinge het zaaien op het land

saecschaffer zaakwaarnemer

saecularis wereldlijk

saecularis not belonging to a monastic order

saeculum generatie ed (zie ook wrdnbk) (Smetius)

saei zie saai

saeiaerde zaailand

saeier zaaier

saeiwaerp kettingdraad van saai

saeiwerc saaiweefsel, gekeperde stof

saelhof zie sadelhofstat

saelhonttouwere zeehondenleer bewerker

saelstoelmaekers zit ‑stoel makers

saementlijke leeden de gezamenlijke leden

saenna a seine net; a fishery

saepius vaak, meerdere malen

saepius herhaaldelijk

saepius meerdere malen, vaak

saetacker te bezaaien land

saetcoren korenzaad

saeygewandt weeftoestel, weefgetouw voor het weven van saaiwerc (gekeperde stof)

Saeykam kam, onderdeel van weeftoestel

saga say, fine serge

sagemannus See sagibaro

sagena See saenna

sagibaro an elder, a judge

sagimen fat, lard

saginarius See sagmarius

sagitta an arrow; the shaft of a cart; a small swift ship

sagittamen a stock of arrows

sagittaria a small swift ship

sagittarius pijl en bogen maker

sagittarius a bowman; a fletcher; a shafter, i.e., the horse next the cart in a team

sagma a soam See summa

sagmarius a packhorse

sagmen fat, lard

sagum say, fine serge

saietmaker wollen garen fabrikant, sajetspinner

sainteurs vrije boeren die zich, in de vroege middeleeuwen, onder de hoede stelden van kerk of klooster

saio a tipstaff

saiseren vatten, vast houden, in het bezit stellen

saisie genieting, bezit

saisio season

saisire, &c See seisire

saisoen jaargetijde, seizoen

saisona season

sakeloos niet beschuldigd

sakristan (vermoedelijk) landmeter

sala a hall

salare to salt

salaria See salarium

salariare to ebb

salaris wedde, loon, bezoldiging

salarium a saltcellar; pay, salary

salarium zoutziederij; salaris

salariÙren bezoldigen, lonen

salarius zoutzieder, zouthandelaar

salarius zoutbewerker

salcia a sausage

salde(e)ren effenen, rekening opmaken, rekening afsluiten

saldus waardeloos, ongebruikt, schuldig

saldus waardeloos, ongebruikt

salet salon

salette kleine salon, ontvangkamer

salff behoudens

Salia Vetus Oldenzaal

salifex zouthandelaar

salina a salt pit; a tax on salt

salinare to salt

salinarius a salter

salinator zie salifex

salire to salt

salitus salted

salix active

salm psalm, kerkelijk lied

salma a seam of corn, 8 bushels

salmiator slijper, gereedschappolijster

saloppe voorschoot voor vuil werk

salpista trompetter, trompetblazer, trompettist

salsa a salt marsh; seasalt; sauce

salsaria, salseria a salt pit; the saucery, an office in the royal household

salsarium a saltcellar; a saucer; a measure of dry goods

salsarius the officer in charge of the saucery, "le sauser."

salsatio, salsatum salting

salsea sauce

salsinia, salsutia a sausage

saltatorium a deer leap, a leapyeat; a stirrup; a saltire

salteria a salt house; a saltery

salterium used for psalterium

saltorium, salturum See saltatorium

salus populi (ego sum) 18e zondag na Drievuldigheid, ook; 4e donderdag voor Pasen

salus, ‑utis (vr.) heil

salus, ‑utis F heil

salut zaligheid, groeten

salutair heilzaam

salutatie begroeting, heilwensen, groet

saluteren groeten

salutia, salutium a salute, a French gold coin of the 15th century, with the Annunciation or Salutation on the obverse, weight 60 grains Troy, coined also by Henry V and Henry VI

saluÙren begroeten

salva inthimatione behoudens gerechtelijke aanzegging

salvagardia safeguard, safe keeping

salvagina deer; venison

salvagium salvage

salvagius wild, savage

salvatie bewaring, beschut

salvatien weerleggen van de bezwaren tegen getuigen, getuigenis of geschriften

salvator redder, heiland

salve wees gegroet, welkom

salve(e)ren bergen, in veiligheid brengen, behouden

salveconduit vrijgeleiding, þeel?

salvis met voorbehoud van

salvis omissis behoudens het wat vergeten of overgeslagen is

salvistrum saltpetre

salvo (in) in behouden haven

salvus conductus a safe conduct

salwirth plaatbewerker, smid

samaar lang slepend vrouwengewaad

samba a cittern

samblant ogenschijn (schijnbaar?)

sambuÙ paardendek

samencoop een partij in zijn geheel, in een keer kopen

samenlovenisse trouwbelofte, verloving

samenrotten samenscholen met slechte bedoelingen

samentelijcke gezamenlijk

samenwerker verzochte getuige bij een huwelijksovereenkomst

samiator slijper, polijster (van wapens en gereedschap)

samictum, samitum samite, rich silk cloth, often woven with silver or gold

sammelen treuzelen

sammet fluweel

samo a salmon (salmo salar)

samoos schipper schipper die vaart op de Maas en Sambre

sampt gezamenlijkook; met

samt samen met

sancmeester kapelmeester

sancta hebdomada Goede week, ook; stille week voor Pasen genoemd

Sancta Gertrude Sint ‑Geertruide

Sancta Margaretha Margraten

sancta( ‑us) heilige

sanctae theologiae doctor doctor in de godgeleerdheid

sanctificatie heiligmaking, heilig verklaren

sanctificatori heiligmaker

sanctimonia heiligheid

sanctimonialis religieus, devoot, heilig persoon

sanctimonialis a nun

sanctis sacramentis met de heilige sacramenten

sanctis sacramentis met de Heilige sacramenten

sanctissimae theologiae tudiosus theologiestudent

Sanctorum omnium Aller Heiligen, 1 november

sanctuarium a sanctuary; consecrated ground

sanctum sanctorum het Heilige der Heiligen



Deel met je vrienden:
1   ...   48   49   50   51   52   53   54   55   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina