Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina49/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   ...   148

promittent hij die de promesse ondertekend, die belooft

promittere, promisi, promissum III beloven

promitteren toezeggen, beloven

promi¯io belofte, toezegging

promocondus keldermeester

promoteur voorsteller, voordenaar ?,

promotie bevordering, voorzetting, rang verhoging

promotor bevorderaar, hoogleraar bij promotie

promoveren bevorderen, voorzetten

prompt gezwind, zonder hakkelen

promptitude vaardigheid

promptuarium opslagruimte (Smetius)

promptum est + inf het is gemakkelijk (Smetius)

promtorium, promptuarium a buttery; a storehouse

promulgatie verkondiging

promulgatio afkondiging van een huwelijk

promulgatio, ‑ionis F afkondiging

promulgeren verkondigen

promus keukenmeester

pronepos achterkleinzoon

pronepos great‑grandson

pronepos achterkleinzoon, achterneef

proneptis great‑granddaughter

proneptis achterkleindochter

proneptis achterkleindochter, achternicht

proneptus grand niece

prononceren uitspraak doen van vonnis, bekendmaken

pronunciata getuigenissen

pronunciatie uitspraak, uitspreken

pronunciÙren uitspreken, vonnis geven, uitwijzen

pronuntiatie uitspraak

pronuros vrouw van een kleinzoon

pronurus vrouw van een kleinzoon

proosdij woonhuis van de proost

propagatie voortplanting, uitbreiding, verbreiding

propaginis van het nageslacht

propago nageslacht

propago nageslacht, nakomelingschap

propalare to publish

propars, propartia pourparty, purparty

propatruus broer van een overgrootvader

propatruus broer van de overgrootvader

prope near

prope + acc. dichtbij

proper klein, dun, net

propheet godstolk, voorbode, voorzegger

prophetare to prophecy

propheteren voorzeggen, waarzeggen, preken, voorboden

prophetie voorzegging, openbaring, voorboden

propia persona in eigen persoon

propia persona in eigen persoon

propiare See propriare

propice goedgunstig, toegedaan

propina salutation

propinqui relations, relatives

propinquitas nabijheid, bloedverwantschap, verwantschap

propinquitas verwantschap, (nabuurschap, buurt, nabijheid

propinquus verwant

propinquus (vrw.‑a) bloedverwant

propola opkoper, oudeklerenkoper

proponent nog niet beroepen theoloog, ook; voorsteller, beginnend leraar

proponeren voorzetten, voorslaan ( voorstellen), voorhouden,

propoost voornemen, voorhebben, onderwerp van gesprek

proportare to purport; to show

proportatio a verdict; a declaration

proportie evenredigheid, gelijkmatigheid, voordeling, evenheid, evendedeling

proportionabiliter proportionally

proportionare to divide

proportionatio proportion

proportioneren evenredigen

proportum purport

proposeren voorstellen

propositie voorstel, voorstelling, uitgesproken oordeel, stellingl

proposten uiteenzetting, voorstelling van zaken

proprestura the 12th century form of purprestura

propriare to claim; to appropriate; to make fit for use; to grind (of tools)

propriatio appropriation

propriator an impropriator

proprie eigenlijk

proprietaris eigenaar

proprietarius eigenaar

proprietas eigenschap

proprium eigen, eigenschap, ook; wissellende gezangen van de mis, deel van het brevier

proprius eigen

proprius/ipsius/suus als 'eigen' wordt door elkaar ge­bruikt (Smetius)

propriÚtaire zie proprietarius

propriÚtÚ eigendom

propter wegens, om, volgens,

propunctum a doublet

proquibus voor wie

prorare vexilla patriotic

proreta kapitein

proretha a master of a ship

prorogatie uitstel, verlenging. ook; een voorovergeefverzoek, verdaging

prorogatie van jurisdictie overdracht van rechtsdwang, daar bij men in de rechtsdwang, van een hogere rechter bewilligt opschuiving van een geschil naar een hogere rechter

prorogeren uitstellen, verlengen

prorogieren verdagen, verlengen, verschuiven

prosapia verwantschap, geslacht

prosapia verwantschap, familie, geslacht, nageslacht, nakomelingschap

prosateur prozaschrijver

proscinderen afsnijden

proscriberen verbannen, wegzenden, vogelvrij verklaren, uitsluiten

proscript vogelvrij verklaarde, door de ban getroffen

proscriptie ban, verbanning, vogelvrijverklaring

prose rijmloos, onberijmd, onrijm

prosectie ontleding opensnijden van lichaamsdelen

prosecutie gerechtelijke vervolging

prosecutor a prosecutor; a pursuivant

proseliet bekeerde, door een ander overgehaald om tot ander geloof over te gaan

proselitismen bekeringsijver, zieltjes winnerij

prosocer overschoonvader, grootvader van de echtgenote

prosocer grand father‑in‑law

prosocera overschoonmoeder, grootmoeder van de echtgenote

prosocrus wife's grandmother

prospereren prospereren, welvaren, veroveren

prosperiteit voorspoed, welvaart, voorspoedigheid

prostat (venalis), prostant (venales) for sale (Prostat venalis apud T. Payne et filium = For sale at the shop of T. Payne and Son; Vaenales prostant ex officina Henr. Knox = For sale at the office of Henry Knox) (technische term boekdrukken)

prosterneren neerwerpen, neder knielen, een voetval doen

prostrare to throw down

prostratie voetval, eerbiedig neerknielen

protavus bet‑overgrootvader

protavus bet ‑overgrootvader

protecteur beschermer

protectie schut, beschut, bescherming

protegeren beschermen, beschutten

protest voorbetuiging, wederspraak, aantijging, tegen getuigenis, beklag

protestatie tegenspraak, onschuldgetuigenis, vrijwaring betuiging, betuigkennis, protest,

protesteren voortuigen, weerspreken, verwerpen, zich zelve ergens tegen beklagen

protestieren protesteren, tegenspreken

protexie, zie protectie,

prothocol schrijfboek, kladboek, schrijfrol, beworpbouk ?

prothocolleren te boek stellen

protocollum a preface; a charter

protoforestarius a chief forester

protonotarius, protonotator a prothonotary

protractura drawing a picture before colouring

protribunus bevelhebber, commandeur, opperofficier, overste

prouffyten voordelen, opbrengst(en)

prout al naar gelang

prout inde selve (ibidem) zoals in de zelfde

prout numero onder nummer....

prouveren bewijzen, aantonen, doen blijken

prouwelijzer wafelijzer voor de prouwel‑wafel op te bakken

provectus (a aetas) gevorderd(e leeftijd)

provenue inkomst

proverbe spreekwoord, spreekwijs, spreuk, bijspreuk, wijszaak

proviant voorraad

provident voorzienig

providentia provision

providentie voorzienigheid, voorziening

provideren voorzien

provincia landschap, verheerd landschap ?

provincia province

provincialen‑raad landzatigen raad, landschapsraad

provintie provincie

provisie voorziening, voorraad, zaak voerloon, vooreerst, tijdelijke voorziening, vergoeding

provisie (bij) voorlopig, bij voorlopige voorziening

provisio a grant by the Pope of the succession to a benefice

provisioneel bij voorraad, vooreerst, tot opzeggen toe

provisionele voorlopige

provisoor opsiender ?

provisor a purveyor

provisor puerorum voogd

provisoren voogden

provisus het vooruitzien, de voorzienigheid; mits, vooropgesteld dat

provisus voorzien van (de sacrament van de stervenden)

provisus + abl. voorzien van

proviteiten voordelen

provocatie provocatie, uitdaging, porring, beroep

provoceren in hoger beroep gaan

provoost gerechtelijk ambtenaar, zoals ambtman en baljuw ook; gevonden opzichter van orde en tucht in een legerplaatsook; militaire gevangenis, (onder streng arrest)

provoqueren, provoceren, uitdagen, porren

proxeneta tussenhandelaar

proximo die de volgende dag

proximo, prox. of the next month

proximus consanguineus nearest relation

proye buit, roof

prÚ‑gelt soldij

prudent voorzichtig

prudentia voorzichtigheid

prurietschap ontucht plegen

prurire jeuken, kriebelen; tuk zijn op, trek hebben in, veel zin hebben in; geil zijn (Smetius)

prybende kerkelijke titel waaraan inkomsten uit kerkgoederen verbonden zijn

pryculeus gevaarlijk

prysenteren. voor te stellen

psaligraphie de kunst om figuren uit papier te knippen

psalterium a psalter

pubertas puberteit, huwbaarheid, rijpingstijd

pubertas puberty, marriageable, of age

pubertas huwbaar

publi publiek (bij notaris vermeld)

publicanus tollenaar (Smetius)

publicatie afkondiging

publiceren afkondigen, aflezen, bekendmaken

publijcq public, openbaar, het gemeeneigen, gemeentelijk, wereldkundig

puca a gown. O.E. pewke

pucellagium maidenhood

pucha a pouch

puchea a pouch

puchveler perkamentbewerker

pucio a child

puckel van wilgentenen gevlochten visfuik

puctura See putura

pudicus/a chaste

pudiek eerbaar, kuis

pudijk beschamend, schaamachtig, eerbaar

puella meisje

puella meisje

puella meisje

puella girl

puella publica prostituÚe

puella pudica eerbare jonkvrouw

puella, puer meisje, jongen/kind

puellagium See pullagium

puellaris meisjesachtig, maagdelijk

puellula klein meisje

puellula klein meisje, aardig meisje

puellula young girl

puellus young boy, youth

puer boy, child

puer kind, knaap

puer, ‑i jongen, kind

puera meisje

pueri kinderen

puerinus knaapje, jongetje

puerinus kind, knaap

pueritia kindsheid, eerste jeugd, kinderjaren (tot 17 jaar)

puerpera kraamvrouw

puerpera zie puerperia

puerpera booth woman

puerperia kraamvrouw

puerperia (in _) in child labor

puerperis tijdens de bevalling

puerperis (in‑) tijdens de bevalling

puerperium bevalling, het baren, kraambed

puerperium childbirth

puerulus baby

puerulus jongetje

pugna veldslag

pugnalis the size of a fist

pugnata a handful

pulcinus a chicken

puletarium a poultry yard

puletarius a poulterer

pullagium a tax or rent paid in fowls

pullanus a foal

pullarius an officer of the royal household in charge of the poultry

pullemaat inhoudsmaat, 1 pullemaat = 1/120 ton = 1,4 ltr. ook; bekend als kroes

pullenata a mare which has foaled

pulletarius a poulterer

pulletria poultry

pulletrus a foal

pulliolus, pullus a young horse

pulo a foal

pulpetum ladenkastje / secretaire

pulsare to accuse; to ring a bell

pulsatio bell ringing

pultrella a filly

pultura poultry

pulveren fijnstampen

pulveris, pulverisati pedis, curia Court of Piepowder

pulverizare to powder

pulvis tormentarius gunpowder

pulvis pyrius buskruit

pumata a handful

pumeel sierknop

punctueel geschikt, net op zijn stuk,zeer nauwkeurig

punctum the fourth or fifth part of an hour

punctum stip

punctuÙren aftekenen, afstippen

pundfalda a pound, a pinfold

pundo a pinder

punfauda See pundfalda

puniata a handful

punicare to paint red

punio See punzunus

punitie straf

punt lengtemaat, 1 punt = 1/12 rijnlandse lijn =0,18 mm, na 1820 = 1,1 mm

punt artikel van een verordening

puntdeuren sluisdeuren

puntum a point; the chape of a scabbard

punzunus a punshion, stud or quarter, an upright timber used in building houses

pupil pleegzoon, wees, pleegkind

pupill halve wees, moederloos, pleegzoon

pupilla moederloos, halve wees van moederszijde, pupil, pleegdochter

pupillaris van de wees, van de pupil

pupillariteit onmondigheid

pupillus moederloos, (halve) wees van moederszijde

pupula klein meisje, oogappel, poppetje, = pupa

pupulus jongetje, knaapje, = pupus

puralla purlieu

purare to clear (ground)

purcachium, purchacia purchase, acquisition

purcivandus a poursuivant

purgacium purchase

purgatie zuivering, lossing, bevordering van de ontlasting, buikzuiveringr

purgatus/a cleansed, baptized

purge verschoning van noodzuim ?, zuivering (voor het gerecht, van een beschuldiging)

purge zuivering

purgeren zuiveren, lossen, verschonen

purificatie reinmaken, vervulling, zuiveren, zuivering

Purificatio Maria Lichtmis, 2 februari

purificeren reinmaken, vervullen, zuiveren

purila the tip of the nose

puritein zuiver, zuivergeest, vrijgeest

puriteit zuiverheid

purportare to extend

purportum purport

purprestura pourpresture, encroachment

purprisa, purprisum an enclosure

purpunctus a doublet (Fr. pourpoint.)

purpur heraldiekteken, kleur, aangegeven door lijnarcering van linker schuinlijnen

pusio, ‑nis kleine jongen, knaapje, jongetje

pustula puist

pustulae puisten

pusus knaap, jongen

puta namelijk, bijvoorbeeld (Smetius)

putacius a polecat

putagium fornication

putaker putemmer

putaker zie aker

putatief zie putatyf

putatyf achtenderwijs, vermeintelijk?( vermeend), ingebeeld, ondersteld

puteus put, gat

putgalge houten paal naast waterput met V vork aan bovenzijde, waarin stok om water op te halen

putimo orto dadelijk na de geboorte

putura food for cattle, &c.; food for men, horses, and hounds, exacted by officers of a forest from the inhabitants; timber

putus knaapje, jongetje

puuc beste soort laken of wol

puur puur, zuiver, helder, onschuldig

puÙril kinderlijk

puut kikvors

puutbeitel puntijzer om kleine gaten in natuursteen te maken

pynkelder folterkelder

pynychbanck pijnbank

pypkanne pijpenrek in de vorm van een kan ?

pyrgus a dice‑box

pyritegium curfew

pyxis a pyx, a casket to contain the Host

p³tner kuiper

Q afk. geQualificeerde

q.q. afk. qualitate qua, in hoedanigheid van

qadrese slechte vrouw

qmer afk. commer, belemmering , last, belemmering in rechte

qou waarheen

quaart kwart

quaccum cream

quactum cream

quad attestor uitvoerend vaststeller, opsteller

quade schulden oninbare schulden

quaden in waarde verminderen

quadertiere veertigtal

quadra a square loaf; a quarter of a loaf

quadragena forty; a period of forty days

quadragenarius veertigjarige

quadragenarius veertigjarige, veertiger

quadragesima veertigdagentijd, vastentijd

quadragesima de 40e dag voor Pasen, ook bekend als Aswoensdag, het begin van de vaste. Eigenlijk zijn het 46 dagen tot paaszaterdag, maar de 6 zondagen zijn vastenvrij

quadragesima ook: Vasten

quadragesimalia Easter offerings; or a rate paid in their stead

quadragesimus 40e

quadragesimus (vrw.‑a) veertigste

quadragies veertigmaal

quadraginta veertig

quadraginta, ‑gesimus veertig(ste)

quadrans kwart, vierde deel

quadrans a farthing

quadrans vierkant, vierendeel, kwart, vierde deel

quadrant vierendeel

quadrantata the quarter of an acre, a farthingdeal

quadrante met een kwart, op een kwart

quadraria a quarel or quarry of glass; a stone quarry

quadrellus a quarel, a square‑headed bolt; a carrell, a small chamber for study in the cloister of a monastery

quadreren voegen, passen

quadriennis vierjarig

quadrigarius wide enough for a waggon

quadringentesimus 400e

quadringenti, ‑ntesimus vierhonderd(ste)

quadriporticus a peristyle

quadruplijque antwoord op het derde inbrengen van de aanklager

quae declaravit ... die verklaarde, en zij verklaarde ...

quae nominavit patrem die als vader noemde

quae patrem declaravit die als vader noemde

quae patrem designare recusavit die weigerde de vader te noemen

quaecbert bordspel

quaedlike op ondeugdelijke wijze

quaehetus a sort of bread used in Scotland

quaerten bijeenroepen, ter vergadering oproepen

quaesitor causarum militarium rechter van militaire aangelegenheden (Smetius)

quaesta an indulgence; a tax

quaestabilis taxable

quaestionarius a collector of alms; a seller of indulgences



quaestor thesaurier (Smetius), penningmeester, ontvanger, beheerder staatskas

quaestrix penningmeesteres

quaestus acquired by purchase

quaestuur ambt, waardigheid van quaestor

quaet vuilnis, drek

quaet geld vals geld

quaetbeleijders verleider ( in bordeel)

quaetheit misdaad

quaetie ende verschil verschil van mening

quahier opschrijfboek, gebedenboek

quaken dobbelsteenspel

qualificare to entitle; to describe

qualificatie hoedanigmaking, toekening van een eigenschap, benaming, grootheid

qualificeert persoons een man van aanzien

qualificeren hoedanig maken, titel geven

qualitate qua in hoedanigheid van, gevolmachtigd als

qualitate qua in hoedanigheid van, ambtshalve

qualiteit aanzien, hoedanigheid, gedaante, staat, titel, eigenschap, zoals

qualiter zoals, hoe

qualiter taliter hoe dan ook, het zij zo æt wil

qualiteyten hoedanigheid

qualus a thread, a strainer used in brewing

quam cito zodra

quam cito zodra

quam, quem welk (bij kind) m, vr.

quamquam ofschoon

quamquam ofschoon

quantelaer knoeier, bedrieger

quanti minoris is een acte die ingebracht werd als iets te veel, of boven de waarde gekocht is, daar bij men verzoekt om de teveel gegeven penningen terug te ontvangen

quanti plurimi als de verkochte zaak meer waart is als dezelve is verkocht, en men verzoekt zo veel meer als bevonden zal worden te behoren

quantiteit grootheid, menigvuldigheid, menigte, hooggrootheid, hoe vermogendheid, veelheid

quantum hoe groot, hoeveel, zo

quantus (vrw.‑a) hoe groot, hoeveel, zo groot als, zo veel als

quantus zo veel als

quareel pijl voor uit de balist werd geschoten, was kort en dik met vierkante schacht

quarellus See quadrellus

quarentena quarentine, a space of forty days; Lent; a shot or shute, i.e., a square furlong, a space of 40 perches

quarrera a stone quarry

quarrerius a stonecutter

quarruria a stone quarry

quart munt

quarta a quart

quarta (feria) woensdag

quarta falcidia is het vierendeel van de gehele erfenis, het welk den erfgenaam, met al te veel makingen (erfstellingen en legaten) belast, voor hem vrij mag behouden en aftrekken, en de rest aan de makingbeurders overgeven

quartale a quart

quartarium a quarter of corn

quartarius terrae eight acres

quarteleren in de wapenkunde een kwartier, een der vier vakken van een gequarteleerd wapenschild, bepaaldelijk de rechterbovenhoek, het eerste kwartier van een schild

quartenarius suffering from quartan ague

quarteragium quarterage, quarterly payment

quarteria a quarter of land

quarterisare to cut into four quarters

quarterium a quarter; a soam of corn

quarterizatio quartering, part of the punishment of treason

quarteronus a quarter; a quarter of a hundredweight

quartier vierendeel, een wijk, gewest,

quartier‑meester kwartiermeester, wijkmeester

quartieren in de geslachtkunde, kwartier van een stamtabel of kwartierstaat, ter aanwijzing van de afstamming van vaders ‑ en moederszijde, vooral ten bewijze dat iemands kwartieren adellijk zijn

quartilatus divided into four parts

quarto op de vierde, met een vierde, door een vierde

quarto met een vierde, vier, 4,

quartus vierde

quartus a quart

quartus vierde

quartus vierde

quartus decimus veertiende

quartus gradus vierde graad (bloedverwantschap)

quarum zie: qui van wie, van welke (F)

quasi almost, as if

quasimatrimonium jozefs huwelijk, kuis huwelijk

quasimodo eerste zondag na Pasen

quasimodogeniti 1e zondag na Pasen

quassare to annul, to quash

quassillarius a pedlar



quatember (quatuor tempora) quatertember, quatertemperdagen, 4 vastenweken met nadruk op woensdag, vrijdag en zaterdag. Pinksterweek, na 14 september, na derder zondag Advent en na eerste zondag Vasten. [NB deze dagen verschillen volgens verschillende bronnen.] Tegenwoordig Nederland: vier woensdagen: 2e woensdag maart (prot. Biddag), woensdag na Pinksteren, wo na 3e zondag september, wo in eerste week Advent

quaterdecies veertienmaal

quaterne tot een boekje gevouwen en gebonden (4) vellen perkament of papier

quaternelle uitstel van betaling voor vier jaarook; de akte hiervoor

quaternio, quaternum a folded sheet of paper (Fr. cahier); a quire

quaternis, in in quarto

quaterno, in in quarto

quaternum a quire

quatriplicare to quadruple

quattuor vier

quattuordecennis veertienjarig

quattuordecim veertien

quaxillarius a pedlar

‑que (achter een woord geplaatst) en

queckelhovet domoor, iemand met weinig verstand

queen vrouw in kaartspel

queenensondach veertien dagen na Pasen

queeste speurtocht door een ridder naar de ôgraalö

quelen praten

quellen pijnigen, folteren, martelen

quelnisse zie quellen

quene een vrouw op leeftijd, een vrouw met ervaring en levenswijsheid, oud wijf

quenicum oudewijvenpraat, volkswijsheden

quentesia a device

querel krakeel, klacht

querela a party; a faction; a fine

quereleren krakelen, beklagen, klagen

querelleus krakelig, twisten, kibbelen

quernsteen de kleine molensteen

querquera ague

querraria a quarry

querulare to complain

queruleeren tegenspreken

questa an inquest or inquisition

questeren geld bijeenbrengen, giften verzamelen

questie geschil, vraagstuk

questionarius a palmer. O.E. "quistron."

questioneren ondervragen, verhoren

quetsen verwonden, pijnigen

quetsende verwondende

qui die

qui (achter een woord geplaatst) en, aan wie, waaraan, wiens, wier, welke, die



qui a dit Ûtre.... (pere de la) ...... dÚfunt die verklaart te zijn .de vader van de......... overledene, vervlogene

qui fuit hoe komt het dat (Dordrecht, Ov.Fasti) (Smetius)

qui fuit 55 annis die 55 jaar oud was

qui fuit à.annis die à. jaar oud was

qui M, quae F, quod N die (betrekkelijk voornaamwoord)

qui mecum die met mij

qui mecum die met mij

qui, quae, quod who, which, what

quia omdat

quia omdat

quia omdat

quibus zie: qui aan, voor, door wie/welke

quicbeeste gehoornd vee

quicsant drijfzand

quid pro quod het een voor het ander

quid? quod ... je kunt je toch niet voorstellen dat ... (Smetius) / sterker nog



Deel met je vrienden:
1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina