Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina48/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   44   45   46   47   48   49   50   51   ...   148

praefectus aerarius penningmeester, thesaurier

praeferentia preference; the right of receiving firstfruits

praeferrementum a prerogative; a privilege

praegnans zwanger

praegnans, ‑ntis zwanger

praehabere II van tevoren hebben

praeintimare opzeggen, van te voren aankondigen

praelata an abbess

praelatia ecclesiastical dignity

praelatus a magistrate; a bishop; an abbot or abbess; a prior or prioress

praelibare to mention before

praelum (druk)pers

praelum, praelo, prelo, prelum press (praelo Sheldoniano paratur = prepared at the Sheldonian press; timidi committere praelo non impressores audebant = the frightened printers did not dare to commit [the book] to the press) (technische term boekdrukken)

praemasticare to discuss beforehand

praemiabilis deserving of reward

praemissis proclamationibus na de huwelijksafkondigingen

praemissis tribus bannis na de drie huwelijksafkondigingen

praemittendis nadat gezegd was, wat gezegd moest worden; nadat verzonden was wat verzonden moest worden

praemittendis nadat gezegd was, wat gezegd moest worden

praemittere, praemisi, praemissum vooraf laten gaan

praemunire to cite (for praemonere)

praemunitus voorzien van

praemunitus + abl. voorzien van

praenobilis edel

praenobilis zeer edel

praenobilis domina edele dame

praenobilis dominus weledele heer

praenobilis dominus edele heer

praepositura a reeveship, constableship; a district under the jurisdiction of such an officer

praepositus geestelijke in rang direct onder de abt (belast met kerkelijke rechtspraak), persoon met een leidende taak, proost

praepositus proost; a provost; a constable or reeve; a warden (of a church); a bailiff; the prior of a Benedictine Abbey

praerogativa prerogative

praesellum a saddle bow



praesens, ‑ntis aanwezig, tegenwoordig, deze (bij brieven bijvoorbeeld), mondeling

praesentare to present

praesentia aanwezigheid; a present, a gift; N.plur.: deze akte

praesentialiter immediately; in presence of; as a gift

praesentibus (testibus) in de aanwezigheid (van de getuigen)

praesentinus aanwezig

praeses stadhouder/bestuurder (Smetius)

praesidium garnizoen

praestare, praestiti, praestitum verlenen

praestitum an advance of money

praesul a chief; a bishop; an abbot; a judge

praesulatus a bishopric; an abbacy

praet, preet weide

praetendens aanstaande (echtgenoot/echtgenote)

praeter wegens, behalve

praeter propter ongeveer, nagenoeg, ten naaste bij (Smeti­us)

praetor burgemeester, schout, provoost (net als baljuw een gerechtsdienaar)

praetor magistraat/ambtenaar (Smetius)

praetorium stadhuis

praevia dispensatione (in tribus proclamationibus) na het verkrijgen van vrijstelling (van de drie huweljksafkondigingen)

praevie (Lat. praevius) tevoren

praevignus, zie privignus

praeviis sponsalibus et tribus bannis voorafgegaan door ondertrouw en door de drie huwelijksafkondigingen

praeviis tribus bannis voorafgegaan door de drie huwelijksafkondigingen, na de drie huwelijksafkondigingen

praevius voorafgaand

prairial mei

prama a prame, i.e., a barge or lighter

pramo a bargee

prata zie prati

prati wei, weide, weiland, weiden

praxator brouwer

praxis daad, doening, oefening

pre voor

pre, zie prae

prealable vooral, eerst

prebendarius zie prybende

prebende recht op proviand, mondkost, ook; op renteook; prove, inkomsten, priesterlijk inkomen

prebere aanbieden

precaria, precarium a request by a lord to his tenant for aid or tax; extra service performed by tenants in ploughing and harvest, boonday, benewerk See bedrepium

precario ter bede

precarium belasting

precedens voorafgaande

precedent voorgaande

precedente met het voorafgaande, voorrang, voortred

precederen voorgaan

precelleren te boven gaan, uit muiten, overtreffen

precentaria precentorship

precentor a precentor, a chanter

precept gebod

preceptie bevel, bevelen

preceptor meester, leraar, leraar klassieke talen

preceptoraat leraarsambt

precijs juist, stip

precipitaria a battering ram

precipitatie overijling, verhaasting

precipiteren overijlen, neerstorten, verhaasten

precis See precaria

precium de prijs, de waarde

precium zie: pretium

preciunt they cost

preco omroeper

preco a crier

preco zie praeco

precula a rosary

predecesseur voorganger, voorzaat

predestinatie voorschikking, voorbestemming, voorbeschikking

predestine(e)ren voorschikken

predicant voorganger, uitroeper, preker

predicatie voorlering, leerreden, preken, verkondiging

predictie voorzegging

predio zie praedio

preet weide

preferentie voordeel, voordeling, voortrekking

prefereren voordelen, voortrekken, meerachten, voor een ander gaan, de voorkeur geven

prefigeren voorbestemmen

prefigna zie privigna

prefignus zie privignus

prefixie zie prefigeren

pregnant dringende, zwanger, zinrijk, overmatig, scherp geformuleerd

prehabere II tevoren hebben

preimeren doden, te niet doen, uit doen

preintimare opzeggen, van te voren aankondigen

prejudiceren beschadigen, veroordelen

prejuditie nadeel, vervoordeling , achterdeel, vooroordeel

prelaat kerkvoogd

prelaet abt

prelature kerkvoogdij

prelecture voorlezing

prelegaat erfmaking ter bevoordeling boven anderen van gelijke graad

prelegateren vooruitmaken, bij prelegaat vermaken

preludium voorspel, voorteken, voorloper, inleidend stuk

prelum, prelo, praelo, praelum press (praelo Sheldoniano paratur = prepared at the Sheldonian press; timidi committere praelo non impressores audebant = the frightened printers did not dare to commit [the book] to the press) (technische term boekdrukken)

prematuir onrijp, ontijdig, voorbarig, te vroeg

premie wedde, loon, prijs, verering, verzekerd geld, beloning,

premier eerste

premier tÚmoin eerste getuige

premissa, ‑orum het voornoemde

premissen voorzendingen, het gene voor henen gaat

premissis zie praemissis

premitteren voorzenden, voor heen zenden, voorafzenden

premium pudicitiae kransgeld

premorium a primer

prensare lobbyen (diss. Saskia) (Smetius)

prent houtenkoekvorm om figuren te maken, bv sinterklaaspop

prenticius an apprentice

prenum a press for wine, &c

preoccupatie voorkoming, vooropneming, voorinneming

preparatie toebereiding, voorbereiding, gereedschap, bereiding

preparatoir toebereid, bij voorraad

prepareren, toebereiden, voorbereiden

prephatia used for praefatio

prepositie voorzetsel

prepositus proost

prepositus zie praepositus

preposteratie verkeerd omdoen

prepostere verkeerd, het achterste voor

prerogatijf voordeel, voorrecht

pres. presbyter

pres... zie ook: praes...

presatie voorreden

presbiter, ‑eri priester

presbyter a priest

presbyter priester, ouderling

presbyter ouderling, priester

presbyter, ‑eri priester

presbyteragium the income of a parish priest

presbyteratus priesthood

presbyteriaal beginsel beginsel dat de kerk wordt bestuurd door de kerkelijke vergadering

presbyterium priesthood; a presbytery; the choir of a church

presbyterium college van ouderlingen

prescientie voorwetenschap, voorwetendheid

prescriberen voorschrijven, verjaren

prescriptie verjaring, bevel, voorschrijven, verordening, ook; verjaring, verlies van een recht omdat er niet bijtijds gebruik van is gemaakt

presdicte (Lat.praedicere) voornoemde

presdicte voornoemde

present tegenwoordig, een geschenk

presentatie aanbieding, overdragen

presenteren aanbieden, overdracht

presentes [litteras] deze akte

presentia aanwezigheid, deze akte

presentia, ‑iorum deze akte

presentibus (ut) testibus zie praesentibus (ut) testibus

presentibus testibus in aanwezigheid van de getuigen

presentie aanwezigheid

presentie tegenwoordigheid, aanwezig

presentie van (ter) in aanwezigheid van

presentum a present, a gift

preservatie behoeden voorbehoeden, bewaring

preservatijf voorbehoedend bewarend

preserve(e)ren preserveren, behoeden, behouden, beschutten

preses preses, voorzitter, opperste

president president, voorzitter, raadshoofdman

presidentie voorzitting, leiding geven

presideren voorzitten, leiding geven

presser drukker

presseren achter de vodden zitten, spoedeisend, dringend, haast hebben

prestante Deo met Gods hulp

prestantie overtreffen

presteren betonen, te weeg brengen, volvoeren, goed doen

prestito juramente solemni naar behoren de eed afgelegd

presumeren vermoeden, aannemen, ervan uitgaan, wanen

presumptie presumptie, vermoeden, waan, laatdunkendheid

presumptueux verwaand, vermetende, laatdunkend

presupponeren vast stellen, voor heen bedingen, vooronderstellen

presuppositie vaststelling, voorbeding, vooronderstelling

pretendieren beweren, voorwerpen, aanspraak maken op

pretenselick zogenaamd,

pretentie aanspraak

pretentie eis, afvordering (verlangen), voorwending, rechtswaan

preteriÙren voorbijgaan

pretext deksel, voorwending tot een schijn, tot een dekmantel

pretieux kostelijk, dierbaar

pretium, precium de prijs, de waarde

pretor burgemeester, provoost

pretor zie praetor

preÙminentie uitstekendheid, voortreffelijkheid, uitsteek

preuve proeve, bewijs. item, geestelijk inkomen

prevaleren overtreffen, te boven gaan

prevaricatie overtreding, te buitengaan, vergrijping

preveniÙren voorkomen

preventie voorkoming

prevoost zedenstraffer, tuchtvoogd, tuchtmeester, drost, geweldige

prex, precis F gebed

pridie de vorige dag, daags ervoor, gisteren, de dag ervoor

pridie nata de dag er voor

priem de tijd tussen 5 en 9 uur >s morgens

priester tempore clauso in de gesloten tijd (in de Vasten‑ en Adventstijd)

priestrage pastorie

prijs boecken waarin de zetters de 'prijzijen' (schattingen) van landerijen optekenden

prijsers schatter

prijsie schatting

prikskenbroot klein broodje, voor een prikje gekocht

prim‑us, ‑a, eerste kind

prima de eerste dag (van de maand)

prima hora de eerste uren na zonsopgang, hebben vooral de belangstelling in de kloosters

prima noctis ÚÚn uur 's nachts

prima noctis in het eerste uur van de nacht

primaat opperkerkvoogd, eerste, hoogste geplaatst

primam noctis een uur van de nacht

primitiare to begin

primo ten eerste, in het begin, aanvankelijk

primo ten eerste, aanvankelijk, de eersten

primogenitura eerstgeborenschap, eerstgeboorterecht

primogenitus eerstgeborene

primogenituur eerst geboorterecht: voorrang van kinderen uit een eerste huwelijk

primum vaak versterking verleden tijd werkwoord; onvertaald (Smetius)

primus eerste, voorste

princeps koning, graaf, abt, prins

principaal voornaamste, zaakwillig, zelf schuldig

principaelbrief de perkamenten brief, waarbij een andere brief, die daarin iets wijzigt, getransfixeerd is. ook; een acte die wijzigingen brengt in een andere of oudere acte .

principalium an heirloom; a mortuary

principatus principality

principie beginsel

principissa a princess

principium burgi a town hall

princken loeren

prins prince, vorst, voogd, hoog. overheid

prinsdach dag waarop de prins in de rederijkerskamer een dicht wedstrijd uitschreef

prinsen daalder munt 17e‑18e eeuw , gelijk aan 37 soms 35 stuivers

prior a monastic officer, next to the abbot in an abbey, head of a priory

prior, prius (N of adv.) eerder, tevoren

prioratus a priory

priore anno in het jaar tevoren

priore anno het jaar tevoren

priores ancestors

priorissa a prioress

prisa a prisoner of war; a prison; imprisonment

prisa a prize; booty; a fine; prisage

prisagium prisage, a share of prizes; a right of taking prizes; a duty on wine and provisions

prisalia reprisals

prisatie waardering

priscus reverendus, eerbiedwaardig (Smetius)

prisen schatten, taxeren, waard achten,

prisen (iet) goedkeuren.

priser zie priseren

priseren waarderen, schatten

prisering zie prisie

prisia prisage

prisie schatting, taxatie, vooral om te weten of daarmee een schuld of belasting kan worden betaald

prisieringe zie prisie

prisona a prison

prisonare to keep in prison

prisonarius a prisoner

privaat toilet, ook; gemak genoemdook; afgezonderd, bijzonder

privatie ontneming, ontbering, beroving

privatus privy

privatus + abl. beroofd van

prive bijzonder

priveren ontnemen, ontzetten, beroven

privicarnium fasting; Lent

privigna stiefdochter

privigna stiefdochter

privigna stepdaughter

privignus stiefzoon, een uit een eerder huwelijk van de moeder geboren zoon, (van een andere vader dus )

privignus stiefzoon

privignus stepson

privilege een bijzonder recht of vrijheid welk de landsheer verleende aan zijn leenmannen, steden etc.

privilegeren (iet) een voorrang, voorrecht aan iets verlenen.

privilegiare to grant a privilege to

privilegie voorrecht, handvest

priwelesiÙn privileges

pro voor, ten behoeve van, in plaats van

pro in behalf of, for

pro voor, ten behoeve van, in plaats van

pro + abl. voor, in plaats van

pro animae suae refrigerio tot verkwikking van zijn ziel

pro animae suae refrigerio tot verkwikking van zijn ziel

pro anno voor een jaar

pro contant voor gereed geld

pro deo gratis (om Godswil)

pro deo gratis (om Gods wil)

pro expensis litis t.b.v. de kosten van...

pro iuribus pastoris voor pastoorsrechten

pro iuribus pastoris voor pastoorsrechten

pro memoria ter herinnering

pro memoria voor de herinnering

pro pe dicht bij

pro qua in wiens plaats, voor wie

pro qua in wiens plaats

pro quibus absentibus suppleverunt die bij hun afwezigheid vervangen werden door

pro quibus absentibus suppleverunt die bij hun afwezigheid vervangen werden door

pro quo in wiens plaats

pro quo zie pro quao

pro quo absente supplevit die bij zijn afwezigheid vervangen werd door

pro quo absente supplevit die bij diens afwezigheid verving

pro quo; pro quibus in wiens plaats; in wier plaats

pro re nata naar de aard van de zaak

pro re nata naar de aard der zaak

pro se er suis voor hem en de zijnen

pro se et suis for him and his

pro se et suis voor hem en de zijnen

pro tempore in die tijd

pro tempore voor de tijd van

pro ut dat scripto zoals / opdat het schriftelijk gegeven is

proamita zuster van een overgrootvader, overoudtante

proamita zuster van overgrootvader

proauctor stamvader

proauctor ancestor, progenitor

proaula a porch

proava great‑grandmother

proavia overgrootmoeder, voormoeder

proavitus voorvaderlijk

proavitus van de voorouders geÙrfd

proavunculus broer van een overgrootmoeder, overoudoom

proavunculus broer van een overgrootmoeder

proavus overgrootvader, voorvader

probabel bewijsbaar, waarschijnlijk

proband eerste persoon in een genealogie ‑overzicht

probare aannemelijk maken, bewijzen

probare used for propriare

probaticus connected with sheep

probatie proeftijd, beproeving, zich bewijzen, proef

probationis causa terwille van het bewijs

probator an accuser; an approver

probator muntkeurmeester

probator muntcontroleur, muntkeurmeester

probatum a sheep

probatum est het is proefondervindelijk goed gebleken

proberen beproeven, bewijzen, waarmaken

probi homines good men, an elected body of citizens forming a common council

probleme leerbeeld, vraagstuk, werkstuk, vertoog, voorstel, vraagstuk

proc. procurator

proc. afk. procurator. volmachthouder, plaatsvervanger, advocaat, woordvoeder

procarius varkenshoeder

procedeerde uuyt voortkwam uit, gevolg was van

procederen voortgaan, voortvaren, dingen, pleiten, bevorderen

procederende personen dinglieden

procedure voorgang, dingtaal, pleithandel, bepleiting

proceres ornamental heads of beams on house fronts

proceres notabelen (Smetius)

proces geding

Processio Rogation week

processionale a book containing directions for and music to be used in processions, the service for gangdays, litanies, or intercessions

procestria pro castris, kampdorpen; L&S: obscuur hapax (Smetius)

proce¯ie ommegang

proche voisin du defunt naaste buur van de overledene

prochiepaep parochiepriester

prochiliarcha luitenant‑kolonel

prochischoole school behorend tot de parochie of kerspel

proclamatie afkondiging van het voorgenomen huwelijk, roep

proclamatie uitroep

proclamatio bann, decree

proclamatio, ‑ionis afkondiging

proclamatio, ‑ionis F (huwelijks)afkondiging

proclamator a crier; in the Court of Common Pleas, proclamator

proclameren proclameren, uitroepen

proconsul a justice in eyre

procrastinatie verdaging, uitstellen

procreare verwekken, in 't leven roepen, voortbrengen

procreare verwekken, in het leven roepen, voortbrengen

procreatie teling, voortplanting, verwekken van kinderen

procreatores ouders

procreatores ouders

procreeren,( teà,) te verwekken, zich voortplanten

procul ver

procul(a) ver (van)

procula zie procul

proculatorium volmacht

procuratie voorzorg, volmacht, last

procuratie ad lites volmacht om een proces te vervolgen, ook; volmacht bij geschillen

procuratie ad negotia schriftelijke volmacht om zaken af te handelen, ook; volmacht om enige zaken te beschikken

procuratie apud acta algemene volmacht om zaken af te handelen

procuratio machtiging

procuratio procuration, a payment, originally in victuals, by the inferior clergy to bishop or archdeacon at visitations; a proxy; necessaries, as food and clothing; a meal

procuratio, ‑ionis F machtiging

procurationis zie procuratio

procurator a proctor

procurator woordvoerder, zaakwaarnemer, advocaat, gevolmachtigde

procurator advocatus, praefectus, comes, slotvoogd, burggraaf (Smetius)

procurator volmachthouder, plaatsvervanger, advocaat, woordvoeder, gemachtigde

procurator beheerder (Smetius)

procuratorium procuratory; a proxy

procureren verzorgen, voorzorgen

procureur verzorger, pleitbezorger, volmacht, taalman, gevolmachtigde

procureur generaal algemeen verzorger, gemeenteverzorger

procutatorium volmacht

procuvata voortgekomen,

prodigaliteit verkwisting

prodige deurbrenger, kwistgoed, verkwisten, niet ontzien

prodige(e)ren verkwisten, kwistig zijn met, niet ontzien

prodigeus wanschapen, wonderbaarlijk

prodigi kwistgoederen (van iemand die wegens verkwisting onder curatele wordt gesteld)

prodigus verkwisten (persoon aan wie het beheer van zijn goederen gerechtelijk ontnomen is)

prodigus verkwister (goederen zijn door het gerecht ontnomen)

prõdikat kenteken, bv AVon@ bij Duitse adel

proditio treason

proditionaliter treasonably

prodogi goederen van iemand die onder curatele is geplaatst vanwege verkwisting

product uitbreng, uitkomst, uitgebraakte

productie voortbrenging

proef bewijs

proefmeester ambtenaar door de gilden aangesteld tot het examineren van hen, die als lid willen worden opgenomen

proefpredicatie voorbereidingspreek, voorafgaande aan de viering van het heilig avondmaal

proeve bewijs

proeven (iet). bewijzen.

profaan onheilig, werelds, godloos, ongodsdienstig

profaneren ontheiligen, ontwijden

profectus profit

profereren uitspreken, uitten, voortbrengen

professor hoofdleraar, opperleraar, hoofdschoolmeester, hoofdbevorderaar, landsleraar

profesto (in) de dag voor het feest / altera: daags na

profestum, -i de dag voor een feestdag, vigilia festi

profe¯ie belijdenis, voorgeving, ambt, aangenomen dienst

proficuum profit

profiteren vorderen, winning doen, winnen

proflige(er)en neerslaan, neerwerpen

profluge(e)ren ontspringen, voortvloeien

profossionis suae van beroep

profrum profer, time appointed for officers to make their accounts

profuge toevlucht, voorvluchtig

profusie kwistig, verplenging, overvloed, overdaad, verkwisting

progener husband of the granddaughter

progener vader van de afstammeling

progener man van de kleindochter

progenerare verwekken, in 't leven roepen

progenerare verwekker

progenetrix stammoeder

progenie geslacht, afkomst

progenies nageslacht, afstammeling

progenies afstamming, stam, geslacht, kind

progenies, ‑iei nageslacht

progenitor stamvader, voorvader

progenitor stamvader

progenitrix stammoeder

progenitus zoon, kind, ras, afstamming, nageslacht

prognatus geboren, afstammeling

prognosticatie voorkennis, voorduiding

prognostiqueren voorkennen, voorduiden, voorspellen

progredie(e)ren voortgaan, voortschrijden, vorderen

progre¯ie voortgang

prohebitief verbieden, terughoudend.

prohibe(e)ren zie prohebitief

prohibitie verbod, verbod op invoer van bepaalde goederen

proiven zie; proeven

proje buit, roof, opbrengst van misdaad

project voorwerp, ontwerp

projecteren voorwerpen, ontwerpen

projiciÙren, zie projecteren

prolandus de te ondervragen persoon



prolaps verzakking, voortbrenging

prolegomena voorreden, inleidende opmerkingen, voorstudie



proles kind, kroost, nageslacht, nakomeling, afstammeling, kinderen / ook; gezien als onecht kind

proles illegitima onwettig kind, bastaard

proles, ‑is nageslacht, kind

proles naturalis wettig kind

proles spuria onwettig kind, bastaard

proles spuria onwettig kind, bastaard

proles spuria illegitimate child

prolis kind, nakomeling

prolix wijdlopig, langzaam, breedsprakig

prologe voorrede, voorwoord, voorspel

prolongatie verlenging, termijn verlenging

prolongeren zie prolongatie

promarius a waiter

promatertera zuster van de overgrootmoeder

promatertera zuster van de overgrootmoeder, overoudtante

promeridianus ochtend‑

promeridianus in de voormiddag

promeridianus in de voormiddag



Deel met je vrienden:
1   ...   44   45   46   47   48   49   50   51   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina