Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina47/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   148

pincernarius an officer of the buttery

pinecamer folterkamer

pineel tinne of trans van een gebouw

pinen (enen) op de pijnbank leggen

pineweke week voor Pasen, de Goede week voor Pasen

pinkernscoe schoen van kalfsleer

Pinksteren / Cinxen zevende zondag na Pasen, tien dagen na Hemelvaart?

pinnare to notch; to cut niches

pinsa a pestle

pinsbek legering van koper en zink, vooral voor horlogekasten gebruikt

pinsella a brake or braye, a kneading machine

pinsis a grimace

pinsoen zie pondemaat

pint inhoudsmaat voor graan en droge waren,1pint =1/35 schepel, maar ook; gezien =1/2 kan en 1/128 zak, ook; inhoudsmaat, 1 pint = 2 stoop= 4 mutsjes = ca. 0,6 ltr, ook; gezien 1/4 stoop

Pint 0,5 liter. (inhoud maat maten gewichten)

pipa the great or pipe roll of the Exchequer; a pipe of wine, two hogsheads

pipegael zie pipegale

pipegale kruiwagen

piperarius a pepperer

pipere fluitspeler

pipum a pipe of wine

piqueeren steken, stikken met kleine teken, krenken

piqueren steken, iemand hatelijk zijn, heimelijke haat

pira an arch of a bridge

piratum, piretum perry

piritegium curfew

pirmeider perkament bewerker

pisa a wey See waga

pisaria a stock of peas

piscaria a fishery

piscaricea navis a fishing boat

piscator visser

piscenarius a fishmonger

pischaria a fishery

piscina a small lavatory in a church near the altar

piscina viswater

pislappen luiers

pistare, pistrinare to bake

pistolet munt17e‑18e eeuw , gelijk aan 70 stuivers

pistor, ‑is bakker

pistrinum a bakehouse; part of a church, error for piscina (?)



pistrix bakkersvrouw, bakkerin

pitacio a document; a letter

pitaker zie aker

pitancia, pitencia, &c See pietantia, &c

pius vroom, trouw

pl afk. pluvi¶se, maand van de regens

placcaat plakceel, plakschrift, bevel

placcaet plakkaat, publicatie

placcaten bevelen

placea a place; a plot of ground

placentarum koekenbakker

placeum See placius



placide vreedzaam, rustig

placidus rustig, vreedzaam

placitabilis impleadable

placitare to plead

placitatio pleading

placitator a pleader

placitum a plea; obligation to attend courts

placium a piece of flat ground

placius a plaice (platessa vulgaris)

placke betaalmiddel van geringe waarde

plada a plaice

plade uitstekende punt van het dak

pladermolen klappermolen, de wieken maken een klapper geluid

plagiare to wound

plain effen, gelijk

plainte klacht, aanklacht, aangifte

plaisant lustig, vrolijk

plaisier lust, vrolijkheid, vreugd, vermaak

plaisirs de la chair vleselijke geneugten

planare to plank

planatorium a plane

planca, plancha a plank; a measure of land

planchagium planking; camp‑sheathing

planchera a plank

planchia a plank

planchiare to plank

planchicium See planchagium

plancium See planchagium

planctura planking

planeet zweefster, dwaalster

planeren schaven, effenen, slechten

planeta a chasuble

plangnum a plank

planicies a field (heraldic)

plantagie de beplanting, de begroeiing, de tuin

planula staunchegreyne, a preparation like pounce, used by scriveners

planum plat

planus plain, in the sense of unornamented

plastes beeldhouwer

plastrare, plastriare to plaster

plastrum plaster

plata a flat piece of unwrought metal, ingot

plate stalen uitrustingsstukken die boven de halsberg werden gedragen

platea straat, weg, steeg

platellus a platter

platera an open space (?)

platijnen klompen of pantoffels, houten schoenen

platijnhout hout waarvan klompen worden gemaakt

platiper a game played with stones

platoma a metal plate

plattijnen zie platijnen

plauderen handklappen

plaustrata a wagon‑load

plaustrum usually a wagon, but sometimes a two‑wheeled cart

pleb. plebanus

pleb. afk. plebanus, pastoor, geestelijke

plebaan zie plebues

plebania a church having subordinate chapels; a parish

plebanus a rural dean; a parish priest

plebanus pastoor, priester, wereldgeestelijke

plebeus een man van geringe soort, een platter,ook; pastoor aan een bisschoppelijke kerk,

plebs, plebis F volk

plecht gerechtelijke erkenning van een geldschuld, waarvan een gerechtsbrief is opgemaakt

plecht op goet hypotheek

plechtboec het register, waarin de schuldbekentenissen voor schepenen werden opgetekend

plechtbrief de gerechtsbrief opgemaakt van de erkenning in rechte van een geldschuld

plechten binnen (veertien) dagen schuldbekentenissen op korten termijn, zonder vestiging van renten

plechten in het regyster" schuldbekentenissen op korten termijn, waarvan alleen een aantekening in het schepenboek werd gemaakt en geen schepenbrief afgegeven

plechten verplegen een schuld in rechte erkennen.

plechtich (later pligtig) door een plecht tot betaling verplicht, verbonden

plecker stucadoor

plecta a plait

plectrum pewter

plegagium, plegiagium, plegiatio suretyship; pledgery

plegium, plegius a pledge; surety

pleidoi verdedigingsrede, geding, dingtaal

pleie martelwerktuig, verdachte werd uitgerekt met dit apparaat

plein effen, gelijk, vlakke open ruimte

pleinlijk volkomen

plenarius miles fully armed

plenipotentiaris gevolmachtigde

plenipotentie volmacht

plenitude volheid

pleuritide wegens pleuritis, zijdewee, borstvliesontsteking

pleuritide wegens pleuritis, borstvliesontsteking

plevina replevin; bail; surety

pleydoy geding, dingtaal, pleidooi, verdedigingsrede

plichtbrief gerechtsbrief opgemaakt van de erkenning van een schuld

pligten plichten

ploech ploeg

ploech(h)arnasch onderdeel van een ploeg

ploechgangen besittende land geschikt om te ploegen en te zaaien

ploechghehinghe beploegbaar akkerland

ploechrecht recht van de afgaande pachter op een deel van de oogst

ploechwinne akkerbouw

ploeger landbouwer, boer

plogemeker boer, ploeger

plogge houten nagel

plombete knots, met lood gevuld slagwapen

plombeye met lood gevulde knots

plompe baksteen, afm. 7x3x2 duim

plonderije afgedankte rommel, oude kleren, vuilnis

plonderinghe kleine huisraad

plostrum See plaustrum

ploten het vruchtgebruik hebben

ploter leerlooier

plotte korte degen, soort dolk

plouch ploeg

pluderoien twisten

pluisen oude kleren

pluisteren beroven, plunderen

plukken beroven

plumbarius tinnegieter

plumbatio plumbing

plumerus a plover (charadrius pluvialis or vanellus cristatus)

plunderkast rommelkast

plur. qui M, quae F, quae N die (betr. voornaamwoord meervoud)

pluraliteit meerderheid

plures (alii) veel (anderen)

plures alii veel anderen

plures alii meer anderen

plurimi zeer veel anderen

plurimum reverendus zeer eerwaarde

plurimum reverendus zeer eerwaarde

plurimus zeer veel

pluscula, plustula a buckle

plutum rain

pluumcussen verenkussen

pluv afk. pluvi¶se, maand van de regens

pluvia regen

pluviale a cope

pluvina See plevina

pluvi¶se januari

pneteren broodbakken

pntie afk. presentie, aanwezig

pobles used for poples

pochia a pouch; a purse

podagra jicht in de voet; podager, podagricus, podagrosus

podelpoel modderpoel

poderis an alb, a linen vestment worn under the chasuble; a rochet

podesta bailiff

podestessa wife of the bailiff

podium anything to lean on; a staff; part of the seat in a choir stall

podoris See poderis

poederpere peervormige strooibus

poelagier poelier, verkoper van geslacht gevogelte

poen boete, straf, pijn

poena straf, pijn

poenacius purple

poenitentia berouw

poensoen dolkmes, steekwapen,ook; etsnaald om te waarmerken

poepen afkomstig van b³ben, Duits voor ôjongenö, ook; hannekemaaiers ( grasmaaiers uit Duitsland)

poerbus specerijen (strooi)bus

poest stalvoor koeien met melkschuur

poeta dichter

poete hoer, prostituee

poilledeine kalkoen

poinct punt, stip, verhandelstuk

poinctijnghe berekend het belastingdeel van ieder die men verschuldigd was aan de vorst

poingnaert korte puntige dolk, ponjaard

pointer zetter der belastingen

pointwerk klein karweitje

poirter poorter

poit betaalmiddel, kleine munt uit ca 1615

pokdetta, pokettum a pocket

poke zie pook;

pokhuis ziekenhuis voor lijders aan syfilis

pokken syfilislijder, besmettelijke ziekte

pokmok scheldwoord voor een door syfilis verminkt persoon

pol bedrogen echtgenoot

pol hoerenloper, bezoeker van bordeel

pola a perch or pole; a bank; a pool

polaex strijdbijl

polana, polena the pointed toe of a shoe; a pulley‑piece, armour for the knee

poldergrave poldersloot

polentarius brouwerijknecht

polentarius mouter, graanmaler, brouwersknecht, brouwersgast

polentriticare to sift flour

poletarius a poulterer

poletria poultry

poletta a pullet

poliandrum a grave, a gravestone

police bestuur, regering

police van assurantie verzekeringspolis

poligamie veelwijverij

polijt net, beschaaft, geslepen

polimitarius a stainer

politie burgerschap, burgerlijke regering, burgerstand

politieke resolutie (bij) bij besluit van het stadsbestuur

politijcq burgerlijk

politrudinare to boult flour

poliz verzekerbrief, verzekeringsbewijs, polis

pollagier zie poelagier

pollardus a pollard, bad money, used in the 13th century

polleie martelwerktuig, verdachte werd uitgerekt met dit apparaat

pollex an inch

polleye katrol

polleye zie paleye

pollicitatie belofte

pollinctor doodgraver

pols polsstok

poltarium poultry

poltarius a poulterer or keeper of fowls

polteria poultry

polus an axle

polye kratrolblok

polyhy/istor encyclopedisch geleerde. Cluverius in OB en AN. (Smetius)

pomacium apple‑moss, a dish made of stewed apples; cider

pomarius fruithandelaar, fruitverkoper

pomarius groentehandelaar, fruithandelaar

pome soort appel, deze droeg men bij zich tijdens bezoek aan besmette persoon

pomellatus dappled

pomellum, pomelum a pommel; a boss

pomeridianam na de middag

pomeridianam na de middag

pomeridianus namiddags

pomeridianus namiddags

pomeridianus zie: postmeridianus na de middag

pomme de terre aardappel

pomp afsluitbare duiker

pompa funebris begrafenisstoet

pompa funebris begrafenisstoet

pompe statie, pracht

pompeux prachtig

pompina a kitchen

pond betaalmiddel, 1 pond = 20 schellingen, sous, 1 pond = 240 penningen, derniers (d) ook; gewichtsmaat, 1 pond = 16 ons, = 430‑494 gram

pond (medicinale) gewichtsmaat, 1 pond = 12 ons

pond (oude ) gewichtsmaat, 32 pond = 13 kg, 1 pond = 406 gram, 0,437 voor boter

pond Vlaams betaalmiddel, in 1700, 1 pond = ÚÚn gulden

Pond 494,090 gram (Amsterdamse pond) 469,728 gram (Haagse pond). Later 500 gram. (gewicht maat maten gewichten)

pondagium poundage

pondelmaker kopersmid

pondemaat Friese landmaat, 1 pondemaat = 240 vierkante koningsroeden, in 1812 is de pondmaat vastgesteld op 0,3674 ha

ponderare to weigh

ponderatio pesage

ponderator a pesour, weigher, an officer of the Exchequer

pondereren overwegen

pondus a pound, a pinfold

ponjaard korte puntige dolk

ponsoen graveer ‑ of etsnaald

pontagium tax for repairs of a bridge; toll taken on a bridge

pontarius a bridgemaker or bridge keeper

pontifex bisschop

pontifex a bishop; a pope

pontificaal pauselijk, priesterlijk

pontificalia episcopal vestments

pontificalibus, in under stole

pontificatus bishopric; popedom

pontonagium bridge toll

pontum used for punctum

pooi pui

pook wolmaat voor handel in engelse wol, 1 pook; = 1/3 scarpelier

poortclocke grootte bel boven de stadspoorten

poortdinge gerechtzitting op vaste tijden, meest drie ‑ of viermaal in het jaar

poorterbrief, porterbrief een door de overheid aan een poorter uitgereikte verklaring, dat hij burger is

poortergelt een soort belasting om zijn poorterschap te behouden

poorters inwoners van een stad, iemand die binnen de stadspoorten woont

poorterscamer gevangenis voor poorters, ook; de woning van een poorter

poorterschap toestand van stedeling, rechten en verplichtingen van een burger, burgerrecht

poorterskint kind van een poorter

poortersneringe nering die in de steden alleen aan burgers is vergund

pop stroprop voor het dichten van gaten onder de pannen tegen stuifsneeuw

popinarius gaarkeukenhouder, verkoper van gekookt en gebraden vlees,levensmiddelenhandelaar

popinarius verkoper van gekookt en gebraden vlees , ook; gaarkeuken

popinator a tippler, i.e., an alehouse keeper or a drinker

populair gemeenzaam, slechtachtig, volks

populeus volkrijk

populus volk

populus 2e week van de advent

por afk. prior

porca terrae a balk of land

porcaria a pigsty

porcarius, porcator a swineherd

porcellatus born (of pigs)

porchettus a porker, a little pig

porchia a porch

porcus varken

porkaria a pigsty

porpecia, porpesius a porpoise (phocoena communis)

porpointe zie porponte

porponte wambuis dat de krijgslieden onder de halsberg droegen

porportum purport

portabilis portable

portagium toll taken at a gate; porterage; wear and tear

portamentum behaviour

portanus porter, doorman

portaria the office of porter

portarius a porter

portatio the entry of a bishop into his cathedral town; bearing arms

portator a porter

portatus carriage

portaverunt hebben wettelijk en erfelijk overgedragen

porte‑epÚe degenriem

porte‑manteau staande kapstok

portella a small gate; a basket; a reliquary

porterbrief zie poorterbrief

portgrevius a portreeve

porthuus stadspoort

porticulus a truncheon

porticus an apse or porch, not a peristyle as in classical Latin

portie gedeelte

portiforium a breviary

portimotus See portmota

portionarius a joint holder of a benefice

portmota a portmote, a court held in towns

portus, ‑us haven

portwech opengang om van een perceel naar de openbare weg te komen

porus a pore

poseren zetten, stellen

positie stelling, stand

positijf gesteld, stellig, het geen men behoord te zetten, of waardig gesteld te worden

positio an impost; a tax

posse (subst.) power

possederen in het bezit hebben, bezitten

possesseur bezitter

possessionatus in possession of

possessoir bezittelijk, recht om te bezitten, het bezit betreffende

possessor bezitter, eigenaar, houder

posse¯ie bezit, bezitting, eigendom, landgoed

possidere II in bezit hebben

possidere, possedi, possessum II in bezit hebben

post na, sedert, nadat

post after

post na, nadien, nadat

post na

post + acc. na



post alium na de andere, na het andere

post alium na de andere, na het andere

post denuntiationem ternalem na de drie huwelijksafkondingen

post denuntiationem ternalem na de drie roepen

post hominem memoriam of people's memory

post hominum memoriam sinds mensengeheugenis

post hominum memoriam sinds mensenheugenis

post interlocutoriam sententiam, zie ante interlocutoriam sententiam

post longum morbum after a long illness

post meridiem na de middag

post meridiem na de middag

post partum na de bevalling

post partum na de bevalling

post prandium na het ontbijt

post prandium na de middag

post sciptium naschrift

post scriptum naschrift (in brieven)

post susceptum baptismum na het ontvangen van het Heilig Doopsel

post susceptum baptismum na het ontvangen van het doopsel

post tenebras lux na de duisternis komt het licht

post trinam proclamationem na de drie huwelijksafkondigingen

post trinam proclamationem na de drie huwelijksafkondigingen

post(h)uma post(h)umus

post(h)umus, postuum, geboren na de dood van de vader

posta a station; a post

postarum, magister Master of the Post

postdisseisina postdisseisin

postea naderhand

postea naderhand

postea daarna

postela a crupper

postergare to leave behind, to abandon

posteri nakomelingen

posteri nakomelingen

posteritas nakomelingenschap

posteritas nakomelingschap

posteriteit nakomelingschap, afkomst

posterna a postern gate

posterne geheime deur, achterdeur

posterula, posticum a postern gate

posterus later

posthuma girl born after the death of the father

posthuma, posthumus kind (vr,m) na overlijden vader geboren

posthumus na de dood van de vader (geboren)

posthumus (vrw. ‑a) kind geboren na de dood van de vader

posthumus een kind dat na de dood van zijn vader geboren werd

posthumus boy born after the death of the father

postilla a homily

postillare to interpret, to comment on

postille uitlegging, korte verklaring

postliminium herinbezitneming (Toon: h.5) (Smetius)

postmeridianus namiddags

postmeridianus, zie pomeridianus

postmeridianus van de middag, 's namiddags

postmis, zie posthumus

postorellus a name given to robbers in Gascony, temp. Edw. II

postponeren uitstellen, achter stellen, verschuiven

postquam nadat

postquam nadat

postquam nadat

postridie de volgende dag

postridie op de volgende dag, daags nadien

postridie daags daarop, op de volgende dag

postridie on the day after

postsellium the hinder part of a saddle

postuir stal, gestalte

postulant eiser, verzoeker in een rechtzaak, aanzoeker om een post.

postulare to transfer a man in possession of or elect of an episcopal see, to another

postulata begeerten, eisen, vereisen

postulatie afeisen, afvorderen, eisen

postuleren zie postulatie

postumus zie posthumus

postumus (vrw.‑a), zie posthumus

pot inhoudsmaat vloeistoffen = ca 1,5 ltr

potage eenvoudige spijs, kan zowel met groente als met meelspijs zijn bereid

potagium pottage; a tax on drink

potas ingedikt restant van uitgeloogd houtas om aardewerkpotten waterdicht te maken

potata a pot or pottle

potellum a pottle, two quarts

potens facere handelsbevoegd

potens, ‑ntis (facere) (handelings)bevoegd

potent machtig, vermogend

potentaat geweldheer

potentie vermogen, macht

poteria pottery; a pottery

potestas a king, chief ruler, or magistrate

pothuis halfbovengrondse uitbouw boven een kelder

poticarius. For apothecarius

potionare to poison

potissare to sip

potje inhoudsmaat, 1 potje = ca 1/16 kan

pottagelepel groente opscheplepel

pottarius a potter

pottata a pot or pottle

pottus a pot

potura pasture; drink

poudratus powdered; salted

pounder zie unster

pour acquit voor ontvangst voldaan

pour cause niet zonder reden

pour suit navolging, vervolg

poursuiveren vervolgen, najagen, aanhouden

pousseren aanstouwen, aandrijven

poutura See potura

powenatius a garment of cloth

poÞte courtisan hofdichter

po¯ibel mogelijk

po¯ideren bezitten

pr(a)e voor

prì, pre voor

prì. afk.praeceptor, schoolmeester, onderwijzer

prìceptor schoolmeester, onderwijzer

prìco omroeper

prìcox partus te vroeg geboren

prìcursor Christi Johannes de doper

prìdio gisteren

prìenobilis domina weledele vrouwe

prìfectus beheerder, voogd

prìfectus voogd

prìgnans zwanger

prìlegatum vooruitmaken

prìminentie voortreffelijkheid

prìmissa, ‑orum N het voornoemde

prìmissis proclamationibus na de roepen, na de huwelijks ‑afkondigingen

prìmissis sponsalibus voorafgegaan door de ondertrouw

prìmissis tribus bannis na de roepen, na de 3 huwelijks ‑afkondigingen

prìmunitus voorzien van

prìnobilis edele, edel

prìpositus geestelijk een rang lager dan abt

prìsens(ntis aanwezig, tegenwoordig

prìsentes in aanwezigheid van

prìsentibus in aanwezigheid van

prìsentibus (ut) testibus in de aanwezigheid der getuigen

prìses president, voorzitter, hoofd

prìsidiarius behorend tot het garnizoen

prìstante deo met Gods hulp

prìstes leider

prìtenderen eisen, voorwenden, afvorderen, rechtwanen

prìter uitgezonderd, min , wegens, behalve

prìtor, pretor schout, burgemeester, beheerder, voorzitter

prìtorium stadhuis

prìvenieringe voortzetting

prìvia dispensatione na het verkrijgen van de dispensatie

prìvie tevoren

prìviis sponsabilus et tribus banis voorafgegaan door ondertrouw en door de 3 huwelijksafkondigingen

prìviis tribus bannis voorafgegaan door de 3 huwelijks ‑afkondigingen

prìvius voorafgaand

prìvus tribus bannis na de drie roepen

practicus medicus

practijk bewerking, handelgreep, onderwind, handhaving

practisare, practizare to practise

practizijn bewerker, uitwerker, recht beoefenaar

prae + abl. voor, wegens

prae, pro voor

prae. praeceptor

praebenda commons; a prebend; provender

praebendarius a prebendary

praebere, praebui, praebitum II aanbieden, verlenen, verschaffen

praecantare to sing beforehand

praeceptor leermeester; magister: meester, leraar (nav recensie Heesakkers) (Smetius)

praeceptor an officer of the knights of the Temple

praeceptor schoolmeester, onderwijzer

praeceptoria the benefice assigned to the office of praeceptor

praecessor vanguard

praecipitaria a battering ram

praeco afkondigen van overheidsbekendmakingen, heraut, amman (ambachtsman), baljuw, drost, schout, gerechtsbode

praeconia superiority; fame

praeconisare to foresee; to foretell; to proclaim

praeconsa some vestment

praecontestis a previous fellow‑witness

praedicans, ‑ntis predikant

praedicta zie pìdictum

praedictum voornoemd

praedictus (vrw.‑a) voornoemd

praedictus zie pìdictum

praedio gisteren

praefectus districtshoofd, amman (ambachtsman), voogd

praefectus a mayor

praefectus procurator, advocatus, comes, slotvoogd, burggraaf (Smetius)



Deel met je vrienden:
1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina