Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina43/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   39   40   41   42   43   44   45   46   ...   148

notatie notatie, betekening

note teken, merk, kenteken

notegeldum, noutegildum payment for beasts on common pasture. The same as cornagium

noteren aantekenen, letten

nothus bastaard, onecht

nothus bastaard, onecht kind

noti notaris (meestal achten de naam van de Notaris)

notificeren doen weten, bekendmaken

notitie aantekening, kundschap (kennis van hebben), aandacht aan schenken

notoir kennelijk, kenbaar

notoire openbaar

notorische mi¯heirat geldig huwelijk, tussen een man van hoge adel en een vrouw van lagere stand, zonder dat er een het stand verschil regelend verdrag voor de vrouw en kinderen ge‑sloten is

nots. notarius

nots. afk. notaris, notaris

notule merkceel, tekenschrift

nouvelles nieuwigheden

novalis nieuw

novalis (ager) onontgonnen, braak(land)

novatie vernieuwing

novellus beginneling

novem negen

November, Novembris november, van november

novembre november, ook als 9bris, 9bre geschreven

novembris november

novemdecima negentien

novennis negen jaar oud

noverca, novercus stiefmoeder, stiefvader

novercalis stiefmoederlijk

novercare to behave like a stepmother

novercari stiefmoederlijk bejegenen

novercus stepfather

novies negenmaal

Noviomagensis Nijmeegs

Noviomagus / Neomagus etc. Nijmegen

noviteit nieuwigheid

novitius a novice

novo (de) op nieuw

nre afk. notre, ons, onze

nred afk. notredit, onze afspraak

nredae afk. Notre Dame, Onze Lieve Vrouw(e)

nres afk. notre sire, onze Majesteit

nrese zie nres

nresr afk. notre seigneur, onze heer

nt afk. notre, onze

nubere trouwen

nubilis huwbaar

nuda proprietas bloot eigendom (bezit waar een ander dan de eigenaar het vruchtgebruik van benut, de oogst of andere opbrengst van het gebied mag behouden)

nuda proprietas naakte eigendom, de bloot eigenaar is hij wiens eigendom belast is met vruchtgebruik

nudius tertius eergisteren

nudius tertius eergisteren

nul niets

nul en van geen effect van nul en gener waarde hebbende

nulliteijt nietigheid

nulliteit nietigheid, wezenlijk verzuim, onbeduidend mens

nullo allato impedimento detecto wanneer er geen huwelijksbeletsel ontdekt is

nullo allato impedimento wanneer er geen huwelijksbeletsel ontdekt is

nullo(que) detecto impedimento (en) wanneer er geen huwelijksbeletsel ontdekt is

nulloque detecto impedimento en wanneer er geen huwelijksbeletsel ontdekt is

nulloque detecto impedimento matrimonio and no marital impediment having been uncovered

nullus/a/um no, none

numacius a tollman

numeralia beads

numerator a teller

nummata a pennyweight; nummata terrae is the same as denariata; price

nummophylacis van de muntmeester

nummophylax muntmeester

nummosus rich

nummularius muntenmaker, muntmeester

nummularius muntsnijder, wisselaar

nummus a penny

nunc nu


nunc nu

nunc nu


nunc tutus exitus computarus/a safe exit

nuncius an apparitor; a sergeant; a beadle

nuncupatio verbal naming of the heir

nuncupatio mondelinge aanwijzing

nuncupatio mondelinge aanwijzing van een erfgenaam

nuncupatyff een testament waarbij de na(a)m(en) van de erfgena(a)m(en) onder getuigen wordt/worden voorgelezen.

nundinae a fair, or tournament

nunna a nun

nuntius (gerechts)bode

nuntius gerechtsbode, bode

nuntius (gerechts)bode

nuper onlangs

nuper onlangs

nuper onlangs

nupta bruid, getrouwde vrouw

nupta bruid, getrouwde vrouw

nuptae bruiden

nuptae bruiden

nuptiae huwelijksfeest, bruiloft

nuptiae bruiloft

nuptiae bruiloft

nuptiae, ‑iarum bruiloft, huwelijk

nuptialis bruilofts‑, van / betreffende de bruiloft

nuptialis betreffende de bruiloft

nuptiare huwen, met iemand trouwen

nuptiare huwen, trouwen, met iemand trouwen

nuptiarum van de bruiloft

nuptias celebrare bruiloftvieren

nuptura bruid

nuptura bruid

nupturus bruidegom

nupturus bruidegom

nuptus gehuwd

nuptus gehuwd

nuptus/a married

nuptuvienten verloofde

nurus schoondochter

nurus schoondochter

nurus/a son's wife

nurus, ‑us schoondochter

nutriciaria a nursery

nutricis van de voedster

nutriens (ancilla) voedend (min)

nutritor verpleger, pleegvader, verzorger, opvoeder

nutritor verzorger, opvoeder

nutrius a foster child

nutrix zoogster, min, pleegmoeder, baker

nutrix voedster, baker, pleegmoeder

Nutta Nuth

nuwen stijl nieuwe stijl (betreft de Gregoriaanse kalender, oude datum van voor 1521 + 10 dagen.)

nyarcoop nakoop ddo verwanten

nye, nije nooit

nyen nieuw

nyet niet

o afk. overlijdensregister

o afk. obiit, is gestorven

O

o. obiit


O.B. ordo benedictorum

O.D. ordo dominicarum

O.F.M. ordo fratrum minorum

O.P. ordo fratrum praedicatorum

O.S.B. ordo sancti benedicti

O.TE. ordinis teutonici eques

Oa afk. huw. akte, oude akte

oath of purgation zuiveringseed

ob afk. obiit, is gestorven

ob defectum rationis et loquelae vanwege het verlies van verstand en spraak

ob defectum rationis et loquelae vanwege het verlies van verstand en spraak

ob periculum mortis vanwege het stervensgevaar

ob periculum mortis vanwege het stervensgevaar

ob. obiit

ob.s.p. obiit sine prole

ob.s.p. afk obiit sine prole, stierf zonder nageslacht

obaudire to disregard; also to obey

obbatus a jugful

obdorinivit is ontslapen

obdormivit is ontslapen

obedieeren gehoorzamen

obediencia any office in a monastery; a rent

obedient onderdanig

obedientialis, obedientiarius an inferior officer in a convent; an advocate of a convent

obedientie onderdanigheid, gehoorzaamheid

obent³rer edelsteenhandelaar

obeo sterven

oberichteit overheid

obgrunnire to murmur at

obiculum a chace at tennis

obierunt zijn overleden

obierunt zijn overleden

obierunt zijn overleden

obii zie obire

obiit is overleden

obiit in afkorting o, is gestorven

obiit (hij/zij) is overleden

obiit he/she died

obiit is gestorven

obiit sine prole stierf zonder nageslacht

obiit sine prole stierf zonder nageslacht

obiit subito suddenly deceased

obiit subito plotseling overleden

obiit subito plotseling overleden

obire sterven

obire overlijden, sterven, intreden, begaan, plegen, bedrijven

obire, obii, obitum overlijden

obita dood, overleden (vrouw)

obiter ter loop, in het voorbij gaan

obitorium dodenboek

obitorium dodenboek

obitum sterven

obitus dood, overleden (man)

obitus funeral service, or anniversary of death; obit

obitus vrw.‑a) dood, overleden

object voorwerp, grond

objecteren voorwerpen, tegenspreken

objiciÙren voorwerpen, tegenwerpen

oblata an offering; a gift; a wafer; the Eucharistic bread See obolata

oblatie offer, aanbieding, opdracht, offerande

oblatio Mariae ad temlum het offer van Maria in de tempel, 21 november

oblectatie verlustiging, vermaak, verheuging

oblecteren verlusten

obligar a garter

obligatie verband, verbinding,ook; schuldkennis, schuldbrief, verbintenis, handschrift, bondschrift (bindend), verplichtschrift

obligatiebrief zie obligatie

obligatio verplichting, verbinden,

obligatio, ‑nis F verplichting

obligatorium obligation; a bond

oblige(e)ren zie obligatio

oblique scheef

obnoxius sometimes used for obnixus

obolata a halfpenny worth; a measure of land varying from half an acre to half a perch

obolus a halfpenny

obool medicinaal gewicht, 1 obool =1/576 med. pond, 2 scrupel, 10 grein, betaalmiddel, z.g. halve denier

obreptie insluiping

obreptijf ter sluip, insluiping, onderkropen ?

obrizus pure, of metals

obruta begraven (vrouw)

obrutus begraven (man)

obrutus vrw.‑a) begraven

obrutus begraven

obs afk. obsÞques, teraardebestelling, begrafenis

obsceen slordig, onkuis, ongeschikt

obscuir duister, donker

obscureren verdonkeren

obsecr(e)ereren smeken, bidden

obsecratie smeking

obsella a coffer (?)

obsequa meid, dienstmeid

obsequa dienstmeid, dienstbode

obseques plechtige uitvaartdienst

obseques, obsequiae plechtige uitvaartdienst

obsequium dienstbaarheid/onderdanigheid/afhankelijkheid (Smetius)

observandis met inachtneming van de voorschriften

observandis observatis met inachtneming van de regels

observandis observatis met inachtneming van de voorschriften

observantie waarneming, gebruik, gewoonte, gadeslaan, opmerking, eerbiedigheid

observare in acht nemen

observare in acht nemen

observatis zie observandis

observe(e)ren waarnemen, gadeslaan, aanmerken

obstacule verhindering, hinderpaal, hinder

obstaculum a tribute

obstantie halsstarrigheid, hardnekkigheid, kriegelheid

obstare, obstiti, obstitum in de weg staan

obste(e)eren in de weg staan, verhinderen, tegenstaan

obsteren zie obste(e)eren

obstetricator vroedmeester

obstetricis van de vroedvrouw

obstetrix vroedvrouw

obstetrix vroedvrouw

obstetrix vroedvrouw

obstetrix midwife

obstetrix, ‑tricis vroedvrouw

obstinaat hardnekkig, halsstarrig

obstinatie halstarrigheid

obstinatus deaf

obstitrix, zie obstetrix

obstupare to stop up

obstupatio stopping up

obtenda prius super proclamatio nobus dispensatione S.Matrimonii Sac‑ramentum contraxerunt‑ na verkregen eerder dispensatie van afkondiging, is voltrokken het sacrament van het huwelijk van.....

obtenta dispensatione na het verkrijgen van dispensatie

obtenta dispensatione na het verkrijgen van de vrijstelling

obtenta dispensatione na dispensatie te hebben verkregen

obtentus (vrw.‑a) verkregen

obtentus verkregen

obtine(e)ren verwerven, behouden, verkrijgen

obtinere (vonnis) verkrijgen, verwerven, bekomen

obtinere vonnis verkrijgen, verwerven, bekomen

obtinere acquire

obtinere II verkrijgen

obtinere, obtinui, obtentum II verkrijgen

obtinueert gekregen

obtrectatie lastring

obtrudeeren opwerpen, opdringen

obturacio filling up; stopping up

obulata See obolata

obveniÙren te gemoed komen, verhoeden

obventio an offering; tithe; profit

occasie gelegenheid, voorval

occasio a tribute on a special occasion; a hindrance; a complaint

occasionamentum molestation

occasionare to molest

occasionari to be liable to some special tribute; to be hindered, vexed

occatio assart See assartum

occident west, ondergang

occidentaal westwaarts, westers

occidentalis westelijk

occidere, occidi, occisum doden, vermoorden

occisus gedood, vermoord

occisus ictu sclopeti gedood door een geweerschot

occon afk. occasion, (gunstige) gelegenheid kans, mogelijkheid

occubuit hij rust (in het graf)

occubuit is gestorven, rust in het graf

occulte verborgen

occulteren verbergen

occupatie inneming, voorkoming, ontledigen, bezigheid, bekommering, bevrijden, in bezit neming, bezetting

occuperen innemen, ontledigen, bezig zijn

occurentie ontmoeting

octaba, octava the eighth day after a feast, utas

octavus achtste

octel het achste deel van iets

octennis achtjarig, acht jaar oud

octies achtmaal

octigenti achthonderd

octigenties achthonderdmaal

octingentesimus achthonderdste

octingenti, ‑tesimus achthonderd(ste)

octingenties achthonderdmaal

octo acht

octo, octavus acht, achtste

october 10e maand, ook; 8ber, 8bri, 8bre geschreven, wijnmaand

October, Octobris oktober, van oktober

octobre, zie october

octobris in oktober

caco, cacavi, cacatum to shit, or to shit upon

cinaedus -i, m pervert, as adj, shameless, one who submits to oral sex.

coleus -i, m scrotum, Form of culleus, leather sack.

cunnus -i, m female genitalia, in a coarse sense, cunt.

culum -i, n ass, buttocks or anus in a coarse sense.

culpa -ae, f female genitalia, in a shameful sense, cunt.

irrumo to force someone to perform receptive male oral sex, seen as especially degrading by the Romans.

irrumator -oris, m bastard, literally face fucker.

futuo futuere, futui, fututum 3, to have sexual intercourse with, to fuck, specifically referring to vaginal sex

landica, landicae, f clitoris.

lupanar -aris f whorehouse.

mentula, -ae f literally, prick, often used in the sense of the modern English insult dickhead.

mingo mingere, minxi, mictum 3, to piss

moecha -ae f adulteress, tart , slut.

pathicus, -i m sodomite, one who submits to anal sex.

pedico pedicare, pedicavi, pedicatum, to butt fuck, to perform anal intercourse.

peniculus, -i m diminutive of penis, literally brush, as in a painter's brush.

pedicator, -oris, m butt fucker.

scortum -i, n whore. Catullus uses the diminutive of this, scortillum, to mean wench.

sopio, -onis m penis.

vomer -eris, m penis, literally plowshare.

verpa -ae, f penis with retracted foreskin, colloquially hard on.

octobris, zie october

octogenarius tachtigjarige

octogenarius tachtigjarig

octogenarius tachtiger, tachtigjarige

octogesimus tachtigste

octogesimus 80e

octogies bisschoppelijk rechter

octogies tachtigmaal

octoginta tachtig

octoginta, octogesimus tachtig(ste)

octrooi vergunning van de landsregering m.n. van de Staten van Holland

octroy verlening, vergunning, gunst, verlof, gunstbrief

octroye(e)ren verlenen, vergunnen

oculair ogenschijnlijk, schijnbaarlijk, zichtbaar

oculaire inspectie met eigen ogen, onderzoek ter plaatse

ocularium the visor of a helmet

oculi (mei semper ad deum) 4e zondag voor Pasen

oculus a circular window

odditorium a miscellaneous collection; a lumber room

oder of

odertrouwe onderlinge trouwbelofte



odieux hatelijk

odorisequus hunting by scent

oeconomicus an administrator of property; an executor

oeconomie huishouding, huishoudkunde

oeconomus huismeester

oeconomus a treasurer

oelebord uilenbord

oen hem


oenopola wijnschenker

oer hun, haar

oercondelijc door bewijzen gestaafd

oerconden een verklaring afleggen, getuigen

oerdt betaalmiddel, zilveren munt 1 oert= 3 stuiver

oere zie oer

oeren zie oer

oeren mundighen jaren (tot) (tot) hun meerderjarigheid

oervede zie; oorvede

oes omnes

oes. afk. omnes, allen

oestal hoefstal, noodstal

of indien

of iet rechten. executie doen wegens een zaak.

of iet). brengen, ook; het aanwijzen van een verdachte

ofasium caudle

ofdeylen kwijtschelden, ook; gerechtelijk iets afnemen

ofent³rer edelsteenhandelaar

offenceren beledigen, leeddoen, kwetsen, beschadigen, verongelijken

offensie leed, belediging, kwetsing

offensif beschadigende

offer aanbieding

offerbert offerschaal

offerenda an offering; the sacrament of the Eucharist; an antiphone sung at that time

offereren aanbieden, toedienen

offerkiste offerblok

offerman koster

offert zie offer

offertorium offerings; an offertory; a piece of cloth in which the offerings or the chalice is wrapped See also offerenda

officael kerkelijk functionaris

official beambte

officialis one who exercises the jurisdiction of a bishop or archdeacon

officialis een functie bekledend, beambte

officialis officiaal (kerkelijke rechter)



officialis bisschoppenlijk rechter, kerkelijk rechter

officiare to serve

officiarius See officialis

officiator an officer

officie officie, ambtman, ambtenaar, ambt, plicht

officina werkplaats, fabriek, winkel, drukkerij

officina shop, printing establishment (Ex officina Gulielmi Young, bibliopolae, no. 52 Secunda‑Platea, angulo Castaneae‑Plateae, M.DCC.XCIII = From the shop of William Young, bookseller, 52 Second Street, on the corner of Castanea Street, 1793; In officina Sylvani Otmari = [Printed] in the shop of Silvan Otmar) (technische term boekdrukken)

officinator muntenmaker in muntenmakerij

officinator werkman in een muntenmakerij

officine werkplaats

officium, zie ministerium

officium trade; an office, a room where a man works

officium ambt

offies afk. Offices, diensten

offrum an offer

OFM afk. Ordre des freres Mineures, Orde van de Fransiscanen

ofnama an enclosure

ofropen afroepen, afkondig, bekendmaken

oft zie ofte

ofte of


ogemeester oogarts

ÔgÚ ouderdom, leeftijd, de jaren

ÔgÚ de ..... ans oud ........ jaar

ohm vroeger

oir erfgenaam

oirboirhout zie oorboorhout

oirconden een verklaring uitgeven, vaak van een zegel voorzien als extra bewijskracht

oirdelen vonnissen

oirgat, landweg, weg uitsluitend bestemd voor toegang tot het bouwland

oirsaecke reden, waarom

okerij, okery boomkwekerij

okshoofd vat, inhoudsmaat wijn, 1 okshoofd = 1/2 vat of voeder = ca 230‑240 ltr

Okshoofd 220 liter of 232,5 liter. (inhoud maat maten gewichten)

old oud


oldbuter schoenlapper

olderlieden wijze (in leeftijd ) oude mannen

oldts totten zoals gewoonlijk

olearius olieslager

olen laatste oliesel aan een stervende toedienen

oleum olie, oliesel

oliebedde sterfbed, bed waarin een stervende zieke

olim vroeger

olim vroeger

olim vroeger

olim voorheen, overleden, vroeger

olipodrigo mengelmoes

olm vermolmd

olosa a shad See alosa



olosericum entirely of silk; bawdekyn, holosericus; helemaal van zijde

olt oud


olyverum ferri a foundry (?); a heavy hammer worked by a treadle

om afk. oncle maternel, oom van moeders zijde

ombieden mededelen, aanzeggen, gebieden, ontbieden

ombrage schaduw, achterdenken (bedenkingen hebben), argwaan

ombrageren beschaduwen, overschaduwen

ombrageux schaduwen, achterdochtig

ombre zie ombrage

ombreken ontbreken.

omdoeck, ommedouc boezemdoek, nonnen ‑borstsluier.

omel neef

omelia a homily

omentrõger lastdrager

omgekeerd heraldiekteken, als teken omgekeerd wordt weergegeven

omgewend heraldiekteken, als afbeelding in andere richting wordt weergegeven

omgeworgd omgeslagen

omhalven om wille van

omhout schors, bast

omineus rampzalig

omissus weggelaten, vergeten

omissus weggelaten, vergeten

omitte(e)ren zie omi¯ie

omi¯ie overslaan, nalaten

omklinker stadsomroeper

omloop galerij in een klooster

omlooper kadastraalboek, erfregister

ommebegraven omgracht, gegraven gracht om een gebouw

ommecomen verschijnen

ommelant omliggende landerijen

ommeloper bode, gerechtsdienaarook; zwerver, landloper

ommeslaan naar een bepaalde maatstaf het aandeel bepalen in een belasting, omslaan

ommestellingen omslaan, gelijkmatig over belastingschuldigen verdelen

ommevragen hoofdelijk stemmen

omnes allen

omnes allen

omnes gentes 6e zondag na Drievuldigheid

Omnes Sancti Allerheiligen, 1 november

Omnes Sancti Allerheiligen, 1 november

omni modo op elke manier

omnia qaue fecisti 19e zondag na Drievuldigheid

omnibus allen

omnibus ecclesiae romanae sacramentis met alle sacramenten van de Rooms‑Katholieke Kerk

omnibus ecclesiae Romanae sacramentis met alle sacramenten van de Roomse kerk

omnibus exeuntium sacramentis met alle sacramenten der stervenden

omnibus exeuntium sacramentis met alle sacramenten der stervenden

omnibus extremis sacramentis met alle laatste sacramenten

omnibus extremis sacramentis met alle laatste sacramenten

omnibus hoc precens scriptum visuris ..... aan allen die dit schrift zullen zien .....

omnibus sacrae romanae ecclesiae sacramentis (prae‑) munitus voorzien van alle sacramenten van de H. Roomse kerk

omnibus sacrae romanae ecclesiae sacramentis (prae‑) munitusvoorzien van alle sacramenten van de Heilige Rooms‑Katholieke Kerk

omnibus sacramentis met alle sacramenten

omnibus sacramentis met alle sacramenten

omnibus sensibus destitutus beroofd van al zijn zinnen

omnibus sensibus destitutus beroofd van zijn zinnen

omnimodus of all sorts

omnipotent almogende

omnipotentie almogendheid, almachtigheid

omnis all, every

omnis, ‑is, plur. omnes, omnium, omnibus al, geheel, alle(n)

omnis terra (adoret) 2e zondag na Driekoningen

omniscientie alwetendheid

omnium animarum aller zielen, 2 november

omnium sanctorum aller heiligen, 1 november

omroden ontginnen, omspitten van de heide

on zonder

On. afk. huw. akte, oude naam

onaft onwettig, onrechtmatig

onbeclaget zonder dat men in iets in rechte kan worden aangeklaagd

onbedegen kinderloos

onbedreven niet bebouwd land

onbegeven nog niet uitgeboedeld (erfenis verdeeld)

onbegeven kint een kind, waaraan zijn hem van een van zijn ouders toekomende erf ‑portie nog niet uitgekeerd is, dat dus met zijne ouders of een van hen in een meen‑ boedel (on‑verdeelde boedel) zit

onbejaert minderjarig

onbelastet zonder schuld, of met andere geldelijke lasten bezwaard

onbeloken niet omheind

onbeluut niet bij het klokluiden afgelezen. (bepaaldelijk van gerechtelijke eigendomsoverdrachten, die jaar en dag na zulk een aflezing onherroepelijk werden

onbemannet ongehuwd

onbeschat niet door geldelijke lasten bezwaard

onbesegelt zonder zegel

onbesocht niet geÙxamineerd, niet onderzocht.

onbestaet ongehuwd

onbesticht onbebouwd

onbestorven de ouders zijn nog in leven

onbevrievet zonder schriftelijk bewijs

onbezet leen leen waar de leenman nog niet de eed van getrouwheid heeft afgelegd

onc afk. onces, onsook afk. ; oncle, oom

oncer zie unster

ondaft. onbetamelijkheid, straatschenderij

onder de geboden staan In ondertrouw zijn, de tijd gelegen tussen de 3 huwelijks afkondigen

onder de geboden overlijden In de periode van de huwelijks afkondiging overlijden

onder iemants inductie zonder dwang

onderbasen onderkousen

onderbehouden (iet) onder zich houden, bewaren

ondercleet onderkleed

ondergaand heraldiekteken, zon op schild in linkerbenedenhoek



Deel met je vrienden:
1   ...   39   40   41   42   43   44   45   46   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina