Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina39/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   ...   148

lunarius a watch dog

lunation maan‑maand

lunda a bind of eels, i.e. 250; two timbers of skins, i.e. 80

lundeni men whose service was on Monday

lundinarium a quarter of a virgate

lunius juni

lunivagus girus the moon's orbit

luparius a wolfhunter

luplicetum a hop garden

lupulatus made of hops

lupus a cutaneous eruption

lura a bung

lurale a lure

lusceus a pike (esox lucius)

lusen betalen, afgeven

lussus, lusus a brother‑in‑law

lustratio de doop

lustrum 5‑ jarig tijdvak

lusus naturae speling der natuur

luta a lute

luter a basin, a laver, a font

Lutetia, Lutetiae (Parisiorum) Parijs, te Parijs

lutheranus luthers

lutorissa wasvrouw

lutrarius an otter hound

lutrea an otter

lutricius an otter hound

luttel klein, weinig

lutter zuiver

luuch riet

luuebona work done gratuitously

luvare a louvre

luvereticus canis a wolfhound

luverus a louvre

lux licht

luxurie geilheid, onkuisheid

luxurieus geil, weelderig

luyden van buyten lieden van buiten de stad

luytenant stedehouder, die in iemands plaats gestelds

lychnopoeus kaarsenmaker

lychnopoeus kaarsenmaker, kaarsentrekker

lycoop percentage van de koopsom dat aan drinkgeld moest worden betaald door de koper

lyden (van iet). zie; lien

lyfcoecbacker zie liefcoeckbacker

lymputta a lime pit

lyndegewaet onderhemd

Lyra / Ledi / Nevesdum Lier

lscher zeemleer‑bereider

m afk. mater, moeder

M afk. monsieur, mijnheer, meneer, (de) heer

M afk. marraine, meter, doopmoeder

M afk. 1000

M afk. municipaliteit, gemeentebestuur, Burgemeester en Wethouders

M afk. moeder, ook vaak doopheffer / Meter

M afk. meter

m. mater

M. Magister

M. afk. Magistor, meerdere, academisch geschoold persoon

m.p. manu propria

m.ria manu propria

m.ria. afk. manu propria, eigenhandig en ook mia. bv. eigenhandig ondertekend

M(o)uda Muiden

maaien doorklieven

maalder schilder

maalsboekje zie avondmaaltje

maandeel maandsoldijbrief

maankop slaapmiddel

maant‑wyser zie calendier

maatje inhoudsmaat, meestal bij graan, 1 maatje = 2 spint, maar ook 1/8 spint

Maatje 1,4 liter (Helmonds maatje). Later 0,1 liter. (inhoud maat maten gewichten)

mabersteen marmer

mac afk. maþon, vrijmetselaar

macarius See macellarius

macea a mace

macellarium vleesmarkt

macellarius slager

macellarius, macerarius a victualler; a fleshmonger

macellio zie macellarius

macello zie macellarius

maceria the outer wall of a convent

machecaria a meat market

machecarius See macellarius

machecollare to add machecoulis to a castle

machenare metselaar

machinate kwaadstoking?, stoken, kwaad

machinatie kwaad, stoken

machinator, ‑is ingenieur

machineeren kwaadspreken, stoken kwaad‑brouwen? berokkenen

Machlinium Mechelen

macht brieff volmachtbrief, akte, waarbij iemand tot iets gemachtigd wordt

machtbrief zie macht brieff

machte lies, schaamdelen

machytsch metselwerk

macia a mace

macies magerheid, schraalheid

macis die niet komt opdagen bij een rechtszaak

mactator zie macellarius

macuellus a small mace

macula mail; silver halfpence

maculature kladpapier, scheurpapier, omslag

macule(e)ren bevlekken, bekladden

maddach een volle dag maaien als verplichting opgelegd

made weiland, hooiland, ook een landmaat

madebeemt zie made

madelaere beheerder, (ste), bestuurder, ( ster), bestuursambtenaar

mader maaier

madera madder

maderijn ahornhout

madesloot afscheidingssloot tussen twee landerijen

madevelt zie made

madialis adj. of May

madius the month of May

mae zie made

maecbrief testament

maech, zie maeg

maechgelt het aandeel, door de bloedverwanten gedragen in de som, waarmee een door een hun gepleegde doodslag wordt geboet

maechgescheit boedelscheiding

maechscheidt zie maechgescheit

maechswage aanverwant

maechtael. verwantschap. (tegenover bloedverwantschap) de naaste bloedverwanten

maeck zie; make

maecken zie: maken

maeckgescheyt zie; maechgescheit

maeckinghe zie: makinge

maecmaker, huwelijksmakelaarzie ook; maecsman

maecsel een roerende of onroerende zaak die door de rechter kan worden verkocht ter voldoening van een schuld

maecsmanbloedverwant of vriend van een in het huwelijk tredend persoon, die met drie anderen de huwelijkse voorwaarden tussen de wederzijdse ouders in orde maakt

maeg, verwant

maegdaer ongehuwd, jonge man

maeghedelinghe boedelscheiding

maegschap verwantschap

maegsibbe bloedverwantschap

maegsoene deel van het zoengeld dat betaald wordt als schadeloosstelling bij een doodslag of ernstige verwonding

maegswager zie maechswage

maegtale graad van bloedverwantschap

mael rechtshandeling

maelboom boom die een grens aangeeft

maeldenier zie maelgenier

maeldery maalrecht

maeldrager postbode, koerier

maelge gesp, ring, haak om iets mee vast te maken, ook een penning met een waarde van een halve penning

maelgelt belasting op het gemalen graan voor de bierbrouwerijen, ook maalloon

maelgenier marskramer voor kleine voorwerpen van metaal

maelget houten hamer

maelgetter krijgsman met een strijdhamer

maelgie zie maelge

maelloen zie maelgelt

maelloot loodje, als vergunning om te malen

maelpegel merkteken voor het waterpeil bij watermolen

maelslot slot op een kist

maenboec registerboek waarin de schulden staan genoteerd

maenbrief dagvaardiging, soms ook schuldbekentenis

maendach maandag

maenen vragen om een vonnis aan schepen of leenmannen tijdens recht zitting

maennesse dagvaardiging

maensdach zie manedach

maent maand

maents maandelijks

maeremium, maerennium timber

maerlepit zie maerleput

maerleput mergelput

maerte dienstmeid

maerten de werkzaamheden van een dienstmeid

maertse grens

maesjes doosjes ?

maet zie made

maetgelt meetrecht

maetsem zie metse

maetsman metselaar

maexman zie; maecsman

maeybempd maailand

maeydagh maaidag

maeyen maaien

mag. afk. Magistor, meerdere, academisch geschoold, meester

Mag. Magister

magazijn voorraadschuur, pakhuis

magelein marjolein

Magensche Mainz

magenscheid boedelscheiding

magescheid boedelscheiding. vaak ook als maegescheit

magie toverkunst, geesthandel, toverkunde

magister meester, leraar; praeceptor: leermeester (nav recen­sie Heesakkers) (Smetius)

magister meester, leraar, meerdere,

magister meester

magister meerdere, aanvoerder, meester, onderwijzer, academische titel

magister burgensis burgemeester

magister civium burgemeester

magister coquinae keukenmeester

magister equitum ritmeester

magister generalis grootmeester (van een ridderorde)

magister in artibus meester in de "vrije kunsten"

magister in legibus meester in de rechten

magister memoriae chef der kanselari (WdO sv Eutropius) (Smetius)

magister, ‑stri meester

magistraat overheid, overheer (overheerser?), de magistraat

magnagium a house

magnalis great

magnanime grootmoedig, groothartig, edelmoedig

magnanimiteit grootmoedigheid

magnates groten (blom, huy­gens) (Smetius)

magneet noordsteen, zeilsteen

magnificentie heerlijkheid, pracht, grootdadigheid

magnificq heerlijk, grootdadig, groots

magnificus schitterend; superl. zeer schitterend (Smetius)

magnitude grootheid

magnus groot

magnus magister grootmeester

magschaft bloedverwantschap

magthura same as mangura (?)

magus tovenaar

mahemiare to maim

mahemium mayhem, maim

mahumeria a mosque

maia mei


maialis adj. of May

maicken zie: maken

maige bloedverwant

maignagium a brazier's shop

maii zie maia

maii van de maand mei

maille zie maelge

mainplevie een recht van de man door het huwelijk waardoor hij heer en meester wordt van al de roerenden en onroerende goederen, de inschulden en acties van zijn vrouw

mainten afk. maintenant, nu, thans, op dit moment

mainteneren handhaven, standhouden

maintenue handhaving, bescherming

maintineren onderhouden

maion afk. maison, maison, huis, woning, gebouw, tehuis

maior a mayor

maior, ‑is groter

maiorare to increase, to improve

maiordomus majordomus, opperhofmeester, hofmaarschalk

maiorennis zie majorennis

maiorennis meerderjarig

maiores voorouders, voorzaten, (voor)vaderen

maioria, mairia mayoralty

maiseel vleeshal

maiseele zie maiseel

maisneda a household

maisremum, maisremium timber

Maius, Maii mei, van mei

majesteit majesteit, hoogheid, hoogmachtigheid, mogendheid

majeur meerderjarig(e), volwassen(e)

majeure zie majeur

majorennis meerderjarig

majores voorvaderen, voorganger, voorouders

majus bloeimaand, mei

makagie beschikking bij uiterste wil, legaat

make uiterste wilsbeschikking voor het gerecht gepasseerd

makelaar tussenhandelaar

makeman zie; maecsman

maken (enen iet). bij uiterste wilsbeschikking aan iemand schenken, vermaken

makerellus a mackerel (scomber scombrus)

makinge in het algemeen: een uiterste wilsbeschikking

mala a budget for carrying letters; a mail; beech mast (?)

maladerie zie maladrie

maladrie hospitaal

malafide zie malefidei

malandrinus a pirate

malcander elkaar

malcanderen tegenover staand(e), overleggen, ook; met elkaar

malcontent ongenoegen, het ontevreden

malder zie molder

malder inhoudsmaat, speciaal voor graan, 1 malder = 1/22 last, ook gezien 1/18 last en 2 mud en 1/4 mud. ook was er een kleine Gelderse malder = ca 125 ltr. en een grootte Gelderse malder van ca 137 ltr.

male reistas, valies

malecredere to suspect

maledictie vloek, kwaadspreken, lastring

maleficare to bewitch

maleficium witchcraft

maleficus a wizard

malefidei ter kwader trouwe

maleren in kleur borduren

malerie het recht op het malen van het graan in een bepaald gebied, een soort banrecht

maletta a small mail or trunk

malevolentie kwaadwilligheid

malget zie maelget

Malgetten met een houten of loden hamer slaan of bekloppen

malheur malheur, ongeval, ramp

malheureux rampspoedig, ongelukkig

maligna febri door een kwaadaardige koorts

malignare to maim

maligneeren, met kwade trouw

maligniteit boosaardigheid

malignus boosaardig

malina spring tide

malitie boosheid, kwaadheid

malkanderens gesigte (in) tegen over elkaar, elkaar aanziend

mallardus a mallard, the male of anas boschas

malleator smid

malleator ijzersmid

mallia mail

mallium a mesch

malmaria a mosque

malt mout

maltra a combe, 4 pecks

malveisina an engine to cast stones

malversare slecht beheren, ambtsontrouw zijn, verduisteren van gelden

malversare zie malversatie

malversatie slecht beheer, ambtsontrouw, ontrouwe waarneming van een bediening, verduistering van gelden

mam vrouwenborst

mamburnus regent, voogd



mamburnus (verlatijnsing van het Germaanse momboir) voogd [zie Du Cange]

mamburnus voogd etc., zie mundiburdus

man afk. manouvrier, dagloner

mana an old woman

manachier dreigementen

managium a house

Manarmanis Portus Zoutkamp

manbaar huwbaar

manbode gerechtsbode aan het feudaal leenhof

manbota compensation paid for murder to the victim's master

manca a square gold Saxon coin, value thirty pence, in the 12th century, from 6s. to 7s. 6d.; a silver coin, 1/4 ounce; a mark; a fishing boat; a defect

mancamer leenhof

manceps a manciple, clerk of the kitchen

mancinus lefthanded

mancipatie vereigening, overlevering

manciperen eigen geven, vereigenen

mancipulus a panier man (Middle Temple)

manckaert manke, kreupele

mancorn diverse soorten koren ondereen gemengd

mancus the curve of a sickle or scythe

mancusa See manca

mandaat bevel, last

mandach gerechtsdag

mandaet lastbrief, bevelschrift

mandament bevel, beveling, daagceel? (bevelschrift?)

mandans bevelgever

mandataris bevelhebber

mandatarius a mandatory, a commissioner

mandateur zie mandans

mandatum maundy; an extra allowance of food in a convent; footwashing in a monastery on Saturday

mandeel het aan een bepaald iemand toekomend deel

mandeeren bevelen, bevel doen, belasten, lastgeven

mandel aantal stroschoven, soms 12 soms 16

mandemakere mandenmaker

mandement compulfoir dwanglevering, een dagbrief (dagvaarding) met dwanglevering is een dwangbrief waarbij een gerechtsschrijver wordt gedwongen of bevolen om iemand een afschrift van een gewe‑zen vonnis of dingtalen te geven of gedagvaard om de reden te geven waarom hij dat nalaat.

mandement compulforaal zie mandement compulfoir

mandement de appel in forma met de clausule van inbibitie zie mandament de appel in forma

mandement de appel in forma brief van beroep waarin het gewezen vonnis van een lagere rechtbank geen voortgang in uitvoering zal hebben terwijl men in beroep is bij een hogere rechtbank

mandement de appel brief van appel waarin iemand wordt gedagvaard te verschijnen voor een hoger hof of hogere rechter

mandement impetreeren in een dagbrief verzoeken iemand te dagvaarden

mandement in actie te institueeren een dagbrief (dagvaarding) om zijn vermeend recht in te stellen, een dagbrief (dagvaarding) waar bij iemand een ander die zich laat verluiden (zoals bericht wordt) iets tot zijn laste te hebben, dagvaard, dat hij het zelde rechtelijk zal hebben in te brengen

mandement in cas vanguarant een dagbrief, (dagvaarding) in geval van vrijwaring, waarbij iemand een ander dagvaard, ten einde dat bij hem zal vrijwaren voor de uitwinninge (verhalen )

mandement in cas van asfeurantie een dagbrief (dagvaarding) om een verzekeraar uit rechte van verzekering te dagvaarden

mandement in cas van salaris een dagbrief (dagvaarding) om te hebben betaling van zijn verdiende loon

mandement in cas petitoir een dagbrief, (dagvaarding) van rauwe eis ( eis zonder voorafgaande aanmaning of toestemming van de rechter) of een dagvaarding van eerste eis, waarbij een eiser van een gedaagde iets rauwelijk of ten eerste, zonder te voren daar over recht gesproken te hebben, is eisende als zijn eigen goed

mandement in cas van indemniteit een dagbrief, (dagvaarding) om schadeloos gehouden te worden. Of een dagbrief, (dagvaarding) waarbij iemand een ander dagvaard ten dien einde, dat deze hem alle schade op enig goed valland volgens belofte zal hebben af te keren.

mandement om betaling van renten een dagbrief (dagvaarding) om te hebben betaling van de jaarlijkse geldwinning (geld opbrengst)

mandement om de arrementen van een proces aan te nemen een dagbrief (dagvaarding) om een geding te hervatten, een dagbrief (dagvaarding) om een zaak van een overledene aan te nemen en voort te zetten

mandement om een obligatie te kennen een dagbrief (dagvaarding) om een handschrift te herkennen of te onkennen

mandement pìnaal een dagbrief (dagvaarding ) met boetedwang, waarbij iemand op straffe van een hoge boete iet verboden wordt te doen.

mandement van arrest op een persoon een dagbrief (dagvaarding ) met verlof tot aanhouding van de persoon, als de aanlegger (hij die dagvaard) in zijn verzoek schrift te kennen geeft dat de gedaagde een vreemde is of verdacht wordt van vluchten

mandement van beneficie van inventaris een dagbrief (dagvaarding ) om een boedelbeschrijving en/of goederen te geven

mandement van cessie een dagbrief (dagvaarding ) om zijn inschulders te mogen dagvaarden om afstand te mogen doen van zijn goederen

mandement van complainte de klacht die men doet in cas van nieuwigheid, als iemand in zijn rustig en vredig bezit geweld, of hinder aangedaan werd

mandement van declaratie van schade en de interresten over te nemen een dagbrief (dagvaarding) waarbij iemand een andere om welke reden er schade is ontstaan of heeft gehad dagvaard om die rekening over de geleden schade over te nemen en de schade te vergoeden, Æt welk plaats heeft als er toezeggingen zijn gedaan

mandibile festum a feast

mandra a shed, a hovel

mandrita herder, monnik



mane 's morgens vroeg, vroeg in de morgen

manedach maandag

maneet leenmans eed, leeneed

maneit de tijd van een man tussen zijn 20e en 50e jaar

maneleta tares, weeds

manens a tenant who was confined to the land

manensis a house, a farm

manerium a manor

manga, manganum a mangonel, for casting stone

mange een werptoestel voor stenen, blijde

mangeding terechtzitting van een leenhof

mangelborden schrobborden

mangelstocken om wasgoed uit het hete water te halen

mangelt zoengeld voor een zeer zware mishandeling en doodslag

manger verkoper van etenswaar etc.

mangerium the right of receiving food, &c., at the house of a tenant

manghelijnghe onderlinge koop en verkoop van goederen

mangheltuchte handel,

mangiatorium a manger

mango, ‑nis paardenhandelaar

mangonale, mangonelus a mangonel, for casting stones

mangonare to traffic at a market

mangonelus, mangonellus See mangonale

mangura food

manheit zie maneit

manheve het gewicht aan koopwaar die een man kan heffen

manhuus oudemannenhuis

manhuys leenhof

maniamentum administration of justice; possession

maniculare to handcuff

maniement handelingen

manier manier, wijze, zede

manifest manifest, openbaar, verklaring

manifesteren manifesteren, openbaren, verklaren

maninga jurisdiction; a court of law. (A.S. manung.)

maninge de vraag om een vonnis door de schout, oproeping om voor het gerecht te verschijnen, invordering van een (geld)schuld

manipularis a corporal, in the time of James I

manipulum a maniple, worn by a priest on the left arm

manipulus (graan)schoof; troep, compagnie

manisse zie maennesse

manleen leen erfelijk in de mannelijke linie

manlijcheit de mannelijke geslachtsorganen, mannelijk karakter

manmate oppervlaktemaat, oppervlakte die een man maaide in een dag

mannagium a house

mannbar meerderjarig

manne‑staeghe manshoogte

mannen uithuwelijken

mannen (hoir). een man nemen, huwen.

mannewaerhede woord van eer

mannire to cite

mannus a horse

manoordeel door een leenman gewezen vonnis

manopera a day's work

manquement ontbreken

manqueren ontbreken, in gebreke blijven

mans vochtig, nat

mansa a farm; a dwelling‑house; sometimes a hide of land

manser a bastard

mansia, mansio See mansa

mansio, ‑nis landgoed, hoeve



mansionarius horige, houder en bewoner van een mansio, hoeve

mansionile hofstede

manslachtich moorddadig

manslachtigheyt moordneigingen

mansman achterleenman

mansoor mannelijke nakomelingen

mansstoel stoel met leuning

manssurcoot mantel

mansuarius hoevenaar, kleine boer, keuter(boer), koster, kerkdienaar, tempeldienaar

mansuarius boer, keuterboer

mansuetude zachtmoedigheid

mansum, mansura, mansus See mansa



mansus hoeve (met ongeveer twaalf hectaren land), ook opp. maat

mantea a mantle

mantelinge beplanting

mantelkind bij wettiging door een huwelijk nam de moeder het kind onder de linker mantelslip en daarna was de (schand)vlek van onechtheid verdwenen.

mantellum a cloak; a mantlet

mantiare to fit a handle to

mantica a wallet

mantile a long robe

mantrouwe erewoord, op mijn eer als man

mantum a cloak, a mantle

manu propria (signed) in one's own hand

manu propria eigenhandig

manu propria eigenhandig, bv ondertekend

manuaal handboek, handdoek, handzaam

manuale a manual, a book containing what is necessary for the administration of sacraments and sacramentals

manualis obedientia sworn obedience

manubriator a maker of hilts or handles, a hafter, a helver

manucapere to mainprise, to become mainpernor for

manucaptio mainprise, surety

manucaptor a mainpernor, bail

manufacture handwerksel

manulevare to raise (money)

manumiteeren vrijlaten, ontslaging, vrijmaking

manumola, manumula a handmill

manuopera stolen goods taken on a thief; cattle and farm implements; handwork

manuoperarius a handicraftsman

manupastus a domestic servant; domestic service

manupes a foot in length

manupositum a deposit; an earnest

manurare to manure

manus used for an oath

manus mortua mortmain

manusmola a handmill

manutenentia maintenance; the unlawful upholding of a person or cause

manutenere to maintain

manutensionis pileum a cap of maintenance

manutentor a maintainor See manutenentia

manutentum a handle

manutergium a handwipe, a towel

manwijf getrouwde vrouw

manzer a bastard

mapparius a keeper of linen

maquerelle koppelaarster

mara a lake, a mere; a moor

maraan Spanjaard, Spaanse jood?

marabotinus a gold coin used by the Arabs in Spain; an account temp. Hen. III states "marabotinus seu talentum." In later times it appears to mean a maravedi

maras moeras

marbelsteen marmer

marc gewicht voor goud en zilver te wegen

marc(h)io, ‑nis markgraaf, markies

marca a mark, a silver coin, 8 oz. troy weight, in money 13s. 4d

marca mark

marca mark

marca auri in 1130 was worth 6l.; in Stephen's reign, 9 silver marks; in the reign of Henry II, 12l.; in John's reign, 10 silver marks

marcanda villa a market town

marcapetum a footstool

marcarda villa a market town

marcare to mark; to take by right of letters of marque

marcas betaalmiddel, mark

marcata a rent of a mark

marcator a merchant

marcatum a market See mercatum

marcatus a rent of a mark

marcboom grensboom of grenspaal, grensmarkering

marcha See marca

marchalsia the Marshalsea, a prison in London

marchand colporteur straatkoopman

marchantesia merchandise

marcheeren aantrekken, aantreden, streven

marchesia the March; the Court of the March

marcheta See merchetum

marchetum a market

marchia the March or border land between two countries



Deel met je vrienden:
1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina