Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina37/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   148

kl zie k

klad voorlopig ontwerp van een geschrift

kladde zie klad

klagansager doodbidder, aanzegger van overlijden

klammator See hlammator

klampferer blikslager

klapmuts munt stuk ook; goud gulden genoemd

klapmuts (klein) porseleinen (vinger)kommetje voorzien van een platte rand. vaak chinees.

klapperman, nachtwaker met klapper of klepper. Gaf elk uur de tijd aan.

klaringe verklaring, beslissing, vonnis, uitspraak

kleiber leem vloerenmaker

kleinbttcher potten / bekermaker

klepperman zie klapperman

kleremacher beenderas brander voor het goud en zilver smelten

klet jak met korte mouwen

klimmend heraldiekteken, als een dierfiguur op de achterpoten staat

klingelbuidel collectezak aan lange steel. Vaak voorzien van een belletje om slapende kerkgangers wakker te maken

klippkrõmer klompenhandelaar

kloostermop baksteen uit de middeleeuwen, afm. ca 30x15x7‑8 cm

klotermelk gestremde melk

knaap vrijgeboren jongeling, kon na opleiding tot ridder geslagen worden

knechten vaak zijn hiermee soldaten bedoeld

knelinghe kniebedekking

kneveler bier uitrijder

knie graad van bloedverwantschap

knipulus a knife

knopa a knob; a knop

kobaltblauw heraldiekteken, kleur, ook; lazuur en nassaublauw genoemd

koegelkap mantelkap

koegras Friese landmaat. Letterlijk de hoeveelheid land die nodig is voor een koe (ca. 2 ha

koehooi de hoeveelheid hooi die nodig is voor een koe, diverse afmetingen gevonden ca 14x7x7 voet = ca 2500 kg vers of 2000 kg droog hooi

koekernoot bedrogen echtgenoot

koemis koemest

koerboeck zie; coorboec

koeren opsetten de boeten in een vastgestelde keur verhogen.

koeryser merkijzer, voor het aanbrengen van een merk of keur op een voorwerp

koetsligter ??

koeven oppervlaktemaat, ca 300‑400 vierkante roeden = ca 0,4‑0,65 ha, ook; gevonden 2 morgen

koewei zie koeven

koeweyden weilanden

koeybeesten koeien

kofferen in een koffer doen

kogler kunstenaar, goochelaar

kognat (cognatus) bloedverwantschap in de vrouwelijke lijn

kohier een staat van in een bepaalde periode te innen belastingen

kokettus See cokettus

kolde oude

kolken kolk, maar ook; doorbraak in dijken

kolrijdster heks

kolsmid koud‑smid

koman koopman

kombaars deken

kome koopman

komsenilje scharlakenkleurige verf

konings daalder, munt 17e‑18e eeuw , gelijk aan 51 stuivers

koningsroede lengtemaat, 1 koningsroede = 3,91 m1

konkelleen vrouwenleen, leengoed dat ook aan vrouwelijke erfgenamen kon overgaan

konkubine bijvrouw van een gehuwde man

konnubium huwelijk

konsanguintõt bloedverwantschap

konvoybiljet begeleidingsbrief

kooien copuleren, gemeenschap hebben

kookpot heraldiekteken, pot in aanzicht met 3 voeten en 2 oren, soms met hengsel

koopmansschappen koopmansgoederen, handelswaar van een koopman

kop inhoudsmaat voor droge goederen, 1 kop = 1/4 vat = 4,7 ltr

Kop 0,871 liter (Amsterdamse kop) 5,6 (Helmondse kop). Later1 liter droge waar. (gewicht maat maten gewichten)

kopergoud messing

kopmaat zie kop

kopse zie kopzaad

kopsend zie kopzaad

kopulation huwelijksvoltrekking

kopzaad, oppervlaktemaat, 1 kopzaat = 1/4 lopenzaat = 12 vierkante roeden

koren braken, overgeven

korf inhoudsmaat voor fruit 1 korf = .... ltr.ook; lengtemaat, 1 korf = 0,5‑0,6 m1

kornel kolonel

kornuit hoorndrager, makker

Korrel 0,1 gram. (gewicht maat maten gewichten)

kors kersttijd

korssemeister bontwerker

korstijd kersttijd

kossõten landarbeider

kost doen eten geven

kostelijcken duurder

kõufler opkoper

kouter zie couter

KPA afk. Katholisch Pharr‑Archiv

kr. afk. Kreis regio

kraamkint pasgeboren kind, meestal de aanduiding voor doodgeboren

kranagium See cranagium

krancken zieken

kranckheiden ziekten

krancklijken ziekelijke

krankgeluk ongeluk

krasser penis

krebbe vuilnisbak

Kreis regio

Kreisler graanhandelaar

kreitsdag landdag

kretscher waard

kreuzerfindung in mai kruisvinding, 3 mei

kreuztag in mai zie kreuzerfindung in mai

kricht krijgt

kriebelziekte ergotisme, vergiftiging met moederkoren. een op vooral vochtige gronden voorkomende uitwas bij graansoorten, vooral in roggearen, die een giftige werking heeft. b.v. brood gebakken van graan dat moederkoren bevat kan de ziekte veroorzaken, het kriebelende gevoel in het lichaam kan verlamming, blindheid en zelfs de dood tot gevolg hebben

kriek kers, ook; het achterste

krijg oorlog

krijgskeur dienstplicht

krimp insnijding, inspringend muurwerk

krocht hoge zandgrond, hoog gelegen akker

kroes inhoudsmaat, 1 kroes = 1/120 ton = 1,4 ltr. ook; bekend als pullemaat

krõmper opkoper

kroosheemraden vertrouwensmannen binnen een dorp, zij zorgden voor de wegen ,sloten en dijken

krõuter weihe dag voor de gewassen, 1 augustus

kruder kruidenhandelaar

kruf hoerenkast, kroeg

krugbõcker pottenbakker

kruis Vlaamse inhoudsmaat voor droge kalk, ca 1733 ltr, later ook; 10 hl.

kruis rixdaelder betaalmiddel, patagon

kruishout timmermans gereedschap

kruisschepel inhoudsmaat bij graan, 1 kruisschepel = 2 mud = ca 29‑34 ltr.

Krulkruis heraldiekteken, ankerkruis met spiraalvormige ombuiging aan de uiteinden

kuamp komt

kuer vermoedelijk een soor belasting o.a. voor onderhoud dijken

kuerbouck zie; coorboeck

kuerbrieven brieven betreffende de kuer

kummer kuiper

kumper verfknecht

kundschaft oorkonde die de ambachtsgezellen van de patroonsvereniging (gilden) van de stad waar zij gewerkt hadden uitreikten

kunkelmacher spinrokmaker

kunkelmagen bloedverwanten uit de vrouwelijke lijn (kognaten)

kunupulus the clapper of a bell

kurkeler klompenmaker

kwart inhoudsmaat voor natte stoffen, 1 kwart = 3/4 kroes = 1,05 ltr graanmaat, 1 kwart = 1/4 meuken, Voor overige vaste droge stoffen ook; de naam kwartier gebruikt

kwartier deel van een provincie of gewest ook; lengtemaat. 1 kwartier = 1/4 duim, ook; gezien 0,25 cm. ook; inhoudsmaat speciaal voor koren en zout. ook; graanmaat, 1 kwartier = 1/4 meuken, 1/4 lopen, 1/4achel, 1/4 maat ook; droge stoffenmaat, 1 kwartier =1/4 honderd, een kwartier was ook weer verdeeld in groot kwartier, = 24 vat of 96 maat en klein kwartier = 26 vat of 24 maat

kwartieren indeling van een schild

kwartierstreep heraldiekteken, als een vrij kwartier gelijk gekleurd is als het schild word dit afgescheiden door een dunne lijn

kwelijzers duimschroeven

kydellus See kidellus

kyven betwisten

kyving kyving, betwisting, bedinging

k³rbenzeiner korvenmaker

krtzner bontwerker

k³ster landmeter

L afk. lidmaatregister

L afk. 50

L afk. livre, boek

L

L legitimus



l. afk. legitimus legitiem

l.c. afk. leur compte, voor hun rekening

L.S. afk. Lectori Salutem, de(s) lezer heil

l' Eglise rÚformÚe ÚvangÚlique Christelijk Gereformeerde kerk

l(a)esus gewond

lìderen kwetsen

lìsì majesteit hoogste machtschending

lìsie kwetsing

laaber kaasmaker

laadvlieg slee bestemd voor vervoeren van vracht

laathof een door de leenheer geschonken hoeve, inruil voor beschreven diensten en betalingen

lab afk. laboureur, landbouwer, ploeger

labay meelsoort voor beste soort brood

labaybroot wittebrood van het beste meel

labaye betaalmiddel, zilveren munt

labberdaan gezouten kabeljauw

labefacteren verzwakken

labeur arbeid

labeuren ploegen

labi, lapsus sum III vallen, uitglijden

labilitas liability to slip

labina a marsh; a fen

labor, ‑is M arbeid

laborans lijden aan (een ziekte)

laborans lijdend aan (een ziekte)

laborare werken, lijden aan (een ziekte)

laborarius a labourer

laborator arbeider, werkman, dagwerker

laborator dagloner

labore suo vivens die zijn brood verdient door zijn werk

labore suo vivens die zijn brood verdient door zijn werk

laboreren arbeiden, werkers voornamelijk in de landbouw

laborierder landbouwer, boer

laborieus arbeidig, arbeidzaam

laboriosis vlijtig, werkzaam

laboureur ploeger, landbouwer, boer

labyrint doolhof

laccus a lock (of hair or wool)

laceatus fringed; laced

laceratie verscheuring

lacere(e)ren verscheuren

lacerta a fathom

lacescibilis weary

lachrimeeren huilen, schreien, wenen

lachrimeren zie lachrimeeren

lachter schande

lachteren brandmerken, onteren, zich te schande maken

lacinia a lappet

lacista a cade of herring

lacta defect in weight; lack

lactagium rent for milch cows

lactare to lack

lacticinator, melker

lacticinator melker

lacticinatrix melkster

lacticinatrix melkster

lacticinium milky food

lactum alloy

lacum lack

lacunar a candle beam

lad afk. ladite = ledite, (boven)genoemd

lada purgation; a watercourse, lode; a load; a lathe, a division of a county

ladiare to purge oneself of a crime

ladic klein kistje, ook; ladae

ladte zie lad

laedere, laesi, laesum kwetsen

laedorium reproach

laengout bladgoud

laer openveld, broekland

laeste ende uitterste wille testament

laestum a lathe See leda

laesus gewond

laet pachter, land gebruiker,

laetbanc rechtbank voor laet (pacht) zaken

laetcop glazen of metalen kop om te aderlaten

laete zie laet

laeten cijnshouders

laetgoet aan het laet recht onderworpen goed

laetpanne pan of bekken waarin het bloed wordt opgevangen bij het aderlaten

laetschepen rechter in een laetbank

laeye terrein waar men het recht van houtkap heeftook; bosweg

laga a lane; law

laganator blikslager

lage heerlijkheid ambachtsheerlijkheid, als de heer alleen de lage jurisdictie heeft, de civiele en kleine strafzaken

lagemannus a lawman, a judge

lagena a gallon, an eighth of a bushel

laghdagha a law‑day

laghelmotus a law hallmote

laia a broad way in a wood; a wild sow

Laica / Lecca Lek

laicus a layman

laicus leek

laidare See ladiare

lainier wolmaker, ‑fabrikant

lairvita punishment for incontinence

lake waterloop, sloot

laken doek welk van linnen stof gemaaktook; het verwijderen van vuil uit sloten, baggeren

laken (iet) afkeuren, aanmerkingen op iets maken

lakenblekere lakenbleker

lakey navolger, loopjongen

lakre lakzegel aanbrengen

lamb lam, jong schaap

lambella a label (heraldic)

lambriscare, lambrissare, lambruscare, lamburchare to wainscot; to ceil; to ornament with fretwork

lamen a plate, a blade. (For lamina.)

lamentatie gekerm, jammerklacht, weeklagen

lamenteren kermen, jammeren, weeklagen

laminarius blikslager

laminarius bliksmid

lammertijnsteen rode edelsteen

lamminwerker kledingmaker van lamsvacht

lampart geldwisselaar

lampensmeer lampevet, soort kaarsvet

lampet vuurpot

lampreda a lamprey (petromyzon marinus), sometimes a lampern (petromyzon fluviatilis)

lampro a lampern

lanaefilitor wolspinner

lanarius a woolen draper

lanceare to extend, to abut (of land)

lancearia a loophole for thrusting lances through; a long narrow ship

lanceicia an adjective applied to hides. (Pat. 14 H. iij., p. 2, m. 6)

lancentagium, lancettagium a base or servile tenure

lancetus, lancetta a tenant holding by such a tenure. (A.S. landsaeta or landsittend.) At Bury St. Edmunds the lancetti had to clean out certain chambers in the abbey

lanciator keeper of lances in the Tower

lanck lang

lanckmes dolk, groot mes

landa a lawn; land

landea a ditch for draining a marsh

landekijn klein lapje grond

landjuweel groot rederijkersfeest

landmeeterspas lengtemaat, 1 pas = 5 voet van 11 duim

landmeeterstap zie landmeterspas

landouwe weilanden, beemd

landpoort stadspoort aan de landzijde

landschapsobligatie obligatie uitgegeven door het gewest, ook; een waarde papier voor een gekocht stuk grond

landwaterganc waterloop door akkerland

lanerius, lanerus a lanner (falco lanarius or feldeggi). In the Middle Ages used for the female

langabulum tax or rent from land

langellum swaddling clothes

langemannus the lord of a manor

langeolum, langeolus a woolen shirt, reaching to the knees, worn by monks

languor, ‑is M zwakte, ziekte

languore door ziekte / door ziekten

languore door ziekte

languoribus zie languore

languoribus door ziekten

laniarius See lanerius

laniatorium slachthuis

lanifex wolwever, lakenbereider, lakenwever, fabrikant van geweven stoffen, wolkaarder

lanificis van de wolwever, kaarder

lanifilator wolspinner

lanifilator wolspinner

lanifilator, ‑is wolspinner

lanifilitor wolspinner

lanifilitor, zie lanifilator

lanifilitrix wolspinster

lanifilitrix wolspinster

lanifilitrix, ‑tricis wolspinster

laniflex lakenwever

lanio vleeshouwer, slager

lanio, ‑nis slager

lanitextor lakenwever

lanitonsor wolscheerder

lanitonsor wolscheerder

lanitonsor, ‑is wolscheerder

lanitus zie lanio

lanius beenhouwer, slager, vleeshouwer

lanlordus a landlord

lano niger a kind of base coin

lans land

lant strate weg breder dan een landweg

lantbreef zie; lantbrief

lantbrief privilegie, door de heer (landsheer) aan de bewoners van een gebied gegeven, waarbij hun rechten en verplichtingen tegenover hem worden omschreven, het zelfbestuur van de landgenoten geregeld en het als geldend erkende recht geformuleerd wordt

lantcecht gerechtsdienaar, gendarme, veldwachter

lantcense grondbelasting

lantcosten gemeentelasten,

lantdijc dijk met voorland

lantdwinger straatrover

lanterium the top of a steeple

lanterna a lantern

lanterntag laatste dag, zaterdag

lanterntag unserer lieber frauen laatste dag van onze lieve vrouwe, 8 november

lantganc strooptocht, plundering

lantgebod gerechtelijke aanmaning

lantgescheit grens tussen twee landeigenaren

lanthof boerderij, boerenwoning, hofstede

lanthond kettinghond

lanthuijere pacht van land(erijen)

lanthuus rechthuis, gemeentehuis

lantloper kwakzalver

lantman bewoner van het platteland

lantneringe boerenbedrijf,

lantrecht het recht van de bewoners van het platteland

lantrechter de gewone rechter, hij kon geen halszaken behandelen

lantsate bewoner van het land maar geen eigenaar, pachter

lantsceydincksbrieff akte van grensscheiding

lantschap burgerschap, poorterschap

lantschepen schepen in een dorp

lantscoof recht van korentiende, schoofrecht

lantsegel zegel van een ambacht

lantspesaet rang onder korporaal, soldaat met hogere functie en soldij

lantstege landweg

lantvettinge mest, voor op het land

lantvluchtich voortvluchtig

lantvolc bewoners van het platteland

lantwijf boerin

lantwinne boer, landbouwer

lapicida steenhouwer

lapicida steenhouwer

lapicida steenhouwer

lapicidium a stone quarry

lapidarius steenbreker

lapidarius steenwerker, steenhouwer, steenbreker

lapidis van de steen, van de grafzerk

lapis steen, grafsteen, grarzerk

lapis steen, grafzerk

lappatus shaggy

lappiare to lop

laps verloop van tijd

lapsator slijper van wapens

lapsator wetter (slijper van wapens en gereedschap)

lapsus gevallen

lapsus gevallen, misstap, fout lapsus calami een schrijffout

lapsus van labi gevallen, uitgegleden

lardanarium, lardarium a larder; a salting house

lardanarius, lardarius a larderer, or clerk of the kitchen

lardearium a larder

lardeeren doorspekken

lardenarius See lardanarius

larderarius See lardanarius

larduarium a larder

lardum bacon

largitio largesse

largum ruim, veel, overvloedig

largus (vrw. ‑a) ruim, veel, overvloedig

larricinium robbery, larceny (latrocinium)

lascif geil, wulps, brooddronken, dartel

lasciviteit geilheid, brooddronkenheid

laserijhuys gasthuis voor lepralijders en melaatsen

laserus melaats, lepralijder

lasiterer steenzout ‑, salpeterdelver

lassatinus an assassin

last inhoudsmaat voor graan, 1 last = ca. 3010 ltr. Na 1820 is 3000 ltr. aangehouden inhoudsmaat voor haring, 1 (zee)last = ca. 1694 ltr. 1 (gepakte)last = ca 1452 ltr. ook; de verplichtingen, die op de burger drukken

Last (inhoudsmaat voor graan) 3010,5 liter (Amsterdamse last). Na 1820 vastgesteld op 3000 liter. (gewicht maat maten gewichten)

lasta, lastum a last, a measure used for fish, hides, corn, wool, &c

lastagium custom paid for wares sold by the last; ballast See lestagium

lastkohier bestek

lastum a lathe, a division of a county

lata a lath; a latch

late wijd en breed

laten horigen, halfvrije personen die onroerende goederen hadden van hun heer. zij waren gebonden aan het gebied waar zij woonden en werkten

later, ‑is baksteen

lateralis tot een zijlinie behorend

lateralis tot een zijlinie behorend, tot de verwanten behorend

lateranea a bedfellow; a wife

laterare to lie sideways (of land)

laterator steen‑, pannenbakker

laterator pannenbakker, steenbakker

lateris (boekhouding) het totaal van de bladzijde

laterna (lanterna) a prison in a convent

latha a lath

lathamus See latomus

latia framework

laticium lattice

latifex, latrifex, ‑ficis steen‑, pannenbakker

latinarius an interpreter, a latimer or latiner

latiteren wegschuilen, zich uit de voeten maken, schuilen

latitude wijdte, breedte

latius a lath

latomia masonry

latomus a stonecutter

latonius steenkapper

latonius steenkapper

latrina bathroom

latro the right of punishing thieves

latronissa a feminine robber

latta a lath

latthacio lathing work

lattrinum, lattunum latten

latum breed, wijds

latunatus made of latten

latunum latten

laturia a book containing the Litany

latus zijde

latus (vrw.‑a) breed, wijds

latus a sidesman

latus, lateris N zijde, bladzijde

latus van ferre gebracht, gedragen

laubia a porch, a gallery

laudare to arbitrate

laudator an umpire

lauderen loven

laudes Psalms 148, 149, 150

laudum an award

laumaent januari

Laurentius / Laurens 10 augustus

Laurum / Lerdanum Leerdam (Laurum eig. Woerden)

lautus/a est he/she was baptized

lavadarius wasser, kletskous

lavandaria a laundry; a lavatory

lavare to wash, to baptize

lavatorium a lavatory; a laundry; sometimes used for piscina

lavoren wasbak wasbekken.

laxa a leash

laxatie lozing, lossing

laxatijf laxerend

laxe(e)ren lozen, lossen, openen

laxis an implement used in cookery

laya a wild sow

lazuur heraldiekteken, kleur blauw, aangeduid met horizontale arcering

lÆ autre de andere

lb afk. van libra(s), pond(en), betaalmiddel, 20 schelling = 1 pond

lecator a person of bad character, a lecher

Lecca / Laica Lek

leccacitas lechery

leccator a lecher

lecgen zie; leggen

lechia rushes or sedge

lecia a leash

lectae in senatu gelezen in de senaat of stadsraad

lecteria See litera

lecteur lezer, voorlezer

lectica litter for cattle

lectie lezing, les, tekst

lectio keuze, het voorlezen, lezing

lectio het voorlezen

lectio a lesson

lectionarium a book containing lessons, composed by St. Jerome; or the epistles read at mass

lectis a brother's daughter

lectisternium bedding; a mattrass

lector leraar

lector, ‑is lezer; leraar

lectoratus the office of reader, one of the minor orders

lectori salutem den lezer heil

lectori salutem afk. L.S., de(s) lezers heil

lectori salutem! de lezer gegroet!

lectorium a reading‑desk; a lectern

lectrinum See lectorium

lecture lezing

lecturire to lecture

lecturium See lectorium

lectus bed

lectus bed

lectus bed

led afk. ledit, (boven)genoemd

leda a lathe, a division of a county

ledersnider leersnijder

ledertouwere leerlooier, leerbewerker

Ledi / Lyra / Nevesdum Lier

ledighen wiven prostituÚes, oneerlijke vrouwen

ledo, ledona tide

ledt zie led

leedbrieven kennisgeving van meestal overlijden

leedere schandpaal

leederen zie lìderen

leempitte kleigroeve, leemkuil

leemplackere stucadoor met klei op gevels

leemplekker zie leemplackere

leemputte zie leempitte

leen het leen kon bestaan uit bezit, (te leen) van een onroerend goed, een bevoegdheid, aandeel in de opbrengst, een stuk grond van uiteenlopende uitgestrektheid, amb‑ten, cijnzen, tolrechten, een jaarlijks geldelijk inkomen

leendag dag waarop leenzaken worden behandeld leenboek van de mannen van Vlaanderen

leenheer hij die aan een lagere een ôleenö in bezit (te leen) geeft, zoals beschreven in een leenverhouding

leenhulde eed van getrouwheid aan de leenheer

leenman die in het bezit was van een ôleenö en zorg draagt voor de uitvoering van de beschreven leenverhouding

leenroerig een leen bleef in het bezit van een leenheer, ôleenroerigö , maar de rechten op het leen van de leenman konden vaak overgedragen worden bij vererving door het leen te ôverheffenö

leenstoel leunstoel

leenverhouding beschrijving van het leen van omvang, rechten en plichten

leepen (muer) scheids (muur)

leerstal leertijd als leerling doorgebracht bij een meester

leetsdiep een vingerlid diep

leetsijn leedwezen

leetwesinge zie leetsijn

leeuken stuk land, grond, maar ook; een drank (Mede)

leeuw betaalmiddel, gouden munt ca. 1400

leeuwendaalder muntsoort, waarde gelijk aan 38 stuivers

leg. afk. legitimus, legitiem

leg. legitimus

lega alloy See also leuca

legaal wettig, wettelijk

legaale stil zwijgende onderbouwing

legaat afgezand, erfmaking, making (erfstelling en legaat), heeren bode?

legalitas status as a lawful man; jurisdiction

legaliteit `wettelijkheid, wettig

legamannus a lawful man, or man of law

legancia See ligancia

legare legateren

legare legateren

legataris erfdeler, makingbeurder (die de erfenis ontvangt)



Deel met je vrienden:
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina