Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina35/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   31   32   33   34   35   36   37   38   ...   148

infugare to put to flight

infula a cassock; a coif

infunditur is flooded

ingaignia an engine; a machine; a trap

ingeboren burger burger, door geboorte inwoner van de stad

ingedoemte huisraad, meestal gevolgd door een opsomming van de huisraad

ingefuyrt aangevoerd, binnengebracht

ingehender 1e maandag (‑helft)

ingelanden landeigenaren in het gebied van een waterschap, vaak door vererving verkregen

ingelt rente, gevestigde rente

ingenerabilis without the power of procreation

ingeniator an engineer

ingenium a machine; an engine; a gin

ingenomen opgenomen

ingenuitas freedom; nobility

ingenuns vrijgeboren

ingereren indringen

ingesopen opgedronken

ingeweideloos van de ingewanden ontdaan

ingheduempt zie; ingedoemte

ingien verstand

inglisheria Englishry

ingr afk. ingenieur

ingradatus engrailed See engrallatus

ingraet ondankbaar

ingrangiare to deposit in a granary

ingratitude ondankbaarheid

ingravare to engrave; to demand

ingrediatus engrailed See engrallatus

ingrediÙren intreden

ingressus the relief paid by an heir on entering upon his lands

ingrossare to engross, to copy out fairly, or to buy up

ingrossator a copier; a wholesale dealer

ingruerend dreigend

inguardus a guard; a watchman

inhìrentie inhanging, aanhangen

inhìsie inhanging, aanhanging, aanhangen

inhabijl onbekwaam

inhabil onbekwaam, onabel ?

inhabilitas unwieldiness; unfitness; want of power

inhabiliteit onbekwaamheid

inhabitabel onbewoonlijk, onbewoonbaar

inhabitans inwoner, het bewonen

inhave inboedel

inhereren inhangen, inblijven

inherieren aanhangen

inhiberen verbieden

inhibions afk. inhibitions, remming, geremdheid,

inhibitie verbod

inhokare, inhoc facere to enclose

inhokum "any corner or part of a common field, ploughed up and sowed with oats, &c., and sometimes fenced in with a dry hedge, in that year wherein the rest of the same field lies fallow and common" (Jacob)

inhonest eerloos, oneerbaar

inhospitatio lodging

inhumaan onbeleefd

inhumata est zij is begraven

inhumata est zij is begraven

inhumatus est hij is begraven

inhumatus est hij is begraven

inhundredum the central portion of a hundred (?)

inierant zij gingen aan

inierat ging aan

iniere, inierunt zij zijn (een huwelijk) aangegaan

iniere, inierunt (matrimonium) zij zijn (een huwelijk) aangegaan

inierunt zij gingen aan

inierunt matrimonium zij gingen een huwelijk aan

inierunt matrimonium zij gingen een huwelijk aan

inimicare to be at enmity with

inimicitie vijandschap

iniq onrechtvaardig, onrecht, onrechtmatig

inique onbillijk

iniquiteit ongerechtigheid, onbillijkheid

inire aanvaarden, aangaan

inire aangaan, binnengaan, aanvaarden

inire, ini(v)i, initum ingaan, (huwelijk) aangaan

initium begin

initium jejunii Aswoensdag, aanvang van de vastentijd

initum aangegaan, begonnen

initum aan gegaan, begonnen

initum (matrimonium) aan gaan (van een huwelijk)

initum matrimonium het aangegane huwelijk

initum matrimonium het aangegane huwelijk)

initus aangegaan, begonnen

iniungere opleggen

iniungeren gerechtelijk bevelschrift

iniurie ongelijk

iniurieren beledigen, uitschelden

iniustus onrechtvaardig

iniverunt, zie inierunt

iniverunt matrimonium gingen een huwelijk aan

inivit, zie inierat

injunctie zie injungeren

injungeren toevoegen, opleggen, bevelen

injuriatio wrongdoing; injury

injurie ongelijk, onrecht, hoon

injurieren verongelijken, honen

injuriÙren beledigen

injuste onrechtvaardigheid, ongerechtigheid

inkel enkel

inkernaat vleeskleurig

inlagare to restore to the benefit of the law

inlagatio the restitution of an outlaw

inlagatus one who is not an outlaw

inlantale demesne land

inlegiare to satisfy the law; to restore to the benefit of the law

innamiare to distrain

innamium, innamum a pledge See namium

innavigabel ongevaarlijk

inne bekend mee geweest

innegebieden dagvaarden, voor het gerecht roepen

inneggegaen ingaand, aanvangt

innire to inn, to carry corn or hay

innocare to enclose

innocens silly, stupid, simple

innocens onschuldig, onnozel, van zijn verstand beroofd

innocens onschuldig

innocens, ‑ntis onschuldig

innocentes onschuldige kinderen, 28 december

Innocentes Onnozele Kinderen, 28 december

innocentis van de onschuldige

innocentius zie innocentes

innocum See inhokum

innodare to knot; to bind

innodius the nave of a wheel

innominis zonder naam

innonia an enclosure

innoxiare to purge; to absolve

innuptus ongehuwd

innuptus ongetrouwd

innuptus ( vrw. ‑a) ongetrouwd, vrij, achteloos

inobedient ongehoorzaam

inofficiare to provide with the services of the church

inopinatum onverwachts

inopinatum onverwachts

inopinatus onverwachts

inops animi zwak van geest

inops animi zwak van geest

inops mentis zie inops animi

inops mentis zwak van geest

inordinatus intestate

inpenetrant eiser in rechtszaak

inpennatus feathered

inpensae funebres begrafeniskosten

inpertinent onbehoorlijk

inpertinentie brutaliteit

inplokede inboedel, roerende goederen

inporter burger, inwoner van de stad

inpost belastingen

inprengneren zwanger maken

inprimitus eerst, voornamelijk

inprisius, inprisus an adherent

inproviso onvoorzien

inpt afk.inpenetrant, eiser in rechtszaak

inpuerperis, zie in puerperiis

inquael ongelijk

inquesta, inquestum, inquisitio an inquest; an inquisition

inquestie in geval van

inquilinus bewoner

inquillinus inwoner, huurder, bewoner

inquirere ondervragen

inquireren onderzoeken, doorsnuffelen, navraag doen, ondervragen

inquisiteur onderzoeker, onderzoekmeester, kettermeester

inquisitie kerkelijke rechtbank, spoorde ketters op en veroordeelde ze vooral tot de doodstraf, ook; onderzoek

inquisitie vraag, onderzoek

inquisitor a sheriff, coroner, &c., who has power to hold inquests; a retriever

inquistuer onderzoeker

inquiÙteren ontrusting, onrust

INRI afk. Iesus Nazareus Rex ludaeorum, Jeus de NazerÚer koning van de Joden

inrotulare, inrollare to enrol

insanì mentis, insana mente met een krankzinnige geest, krankzinnig

insanabel ongeneeslijk

insanabilis ongeneselijk

insanabilis ongeneselijk

insanabilis ongeneesbaar

insanae mentis krankzinnig

insania waanzin

insania waanzinnigheid

insania waanzinnigheid

insanie dolligheid, krankzinnig

insanus waanzinnig

insanus (vrw.‑a) mentis krankzinnig

insatiabel onverzadelijk

inscalare to climb by ladder, to scale

inschellig razend, woedend, zeer kwaad

inscherpen inprenten

inschuld vordering

inscribere, inscripsi, inscriptum inschrijven

inscrutabel ondoorgrondelijk

insectator a prosecutor

insellatus unsaddled

insensibel ongevoelig

inseparabel onafscheidelijk

insereren inzetten, invoegen, inlijven

insertie invoeging

insertum opus bonded masonry

inserveren bedienen, iemand ten dienst staan

inservire to bring into slavery

inse¯ assessor, bijzitter

insidie belaging, schuilhoek, lift

insigillare to seal

insigne a coat of arms

insigne merkelijk, kenteken

insigne sign (Apud Martinum Iuuenem, via S. Ioannis Laterranensis, ad insigne Serpentis = At the shop of Martin Le Jeune, Rue Sainct Jean de Latran, at the sign of the serpent; Apud Ioan. Bellerum, sub insigni Falconis = At the shop of Jean Beller, under the sign of the Falcon) (technische term boekdrukken)

insilium bad advice

insimulatie beschuldiging

insimuleren betichten

insinuatie inschrijving, ter kennisgeving, waarschuwing, verwittiging, aanzegging, bekendmaken, kennisgeving, een bedekte voorreden

insinuatie (Lat. insinuatie) aanzegging, verslag, communicatie

insinueren meedelen, te kennen geven, bekend maken, indringen, invloegen, inschuiven, te keken geven, aanmelden, verwittigen

insisteren (Lat. insistere) aandringen, bij iets blijven

insisteren aanstaan, volharden, aanhouden

insolent moetwillig, ongewoon, overdadig

insolentia onbeschaamdheid, ongepast gedrag

insolentie moetwilligheid, moetwil, dertelheid ?

insolentie ende super‑bie onbeschaamdheid en hoogmoed

insolercia unskilfulness

insolutus unpaid

insolvent onbetaalbaar, niet kredietwaardig

insolvent (Lat. insolubilis) niet in staat om te betalen

insolventie onvermogendheid tot betalen

inspectie bezichtiging, baar‑blijkelijk, beschouwing

inspiratie inblazing, aanblazing, ingeving, een goddelijke ingeving

inspireren inblazen, aanblazen

inspraake zie inspraeck

inspraeck tegenspraak, verzet tegen aantekenen

installare to instal to quit‑claim, to compound

installatio a composition

instant, inst. of the current month

instantia aandrang

instantia aandrang, vervolging

instantia aandrag, vervolging

instantie (Lat. instantie) stap in de procedure

instantie aanhouding, volstandigheid, gedurigheid, begin

instar gelijkend, even groot

instar, zie adinstar

instar (n. indecl.) tegenwicht, evenbeeld, opwegend (met gen) (Smetius)

instauramentum See instauratio

instaurare to stock (a farm)

instaurarius a stockkeeper

instauratie herstelling, oprichting, vernieuwing, weeroprichting

instauratio, instaurum store; stock of a farm; furniture of a church, books, vestments, &c

instaureren oprechten, vernieuwen, herstellen

insterende terugkomen op

instigatie aanstouwing, aandrijven, zo klein mogelijk maken

instigeren opstoken, aanstouwen, drijven, ophitsen

instinct drift, ingeving, inblazing

instirpare to plant, to establish

instita a rochet

institor winkelier, kramer, uitdragen, opkoper

institor kramer, koopman handelaar, marskramer

institor, ‑is koopman, handelaar

institueeren te benoemen

institutie inzetting, onderwijzing, instelling

institutio institution, the granting by a bishop to a clerk of the cure of souls in his benefice

instituÙren inzetten, onderwijzen, instellen

instoten inrukken

instructie (Lat. instructie) taakomschrijving

instructie onderrichting, toerichting, bericht, narichting, onderwijs

instructus furniture; tools

instrument tuig, werktuig, handeltuig, gereedschap, richting, handelstuigschrift

instrumentum akte; gereedschap, hulpmiddel

instruÙren onderrechten, toerechten, schriftelijk bewijzen

instuffare to stuff

insubulus a trendle

insuetus accustomed. For assuetus

insula a detached house or block of buildings; an aisle

insularius a keeper or porter of a detached house (insula)

insuper boven, bovendien

intabulare to write on tables; to register

intachgara a gore of land newly enclosed

intassare to heap up hay in cocks

integer (vrw. ‑gra) rein, maagdelijk

integralis geheel, compleet

integriteit degelijkheid, oprechtigheid, louterheid

integrum rein, maagdelijk

intellect vernuft, verstand, kennis

intelligentie kunstschap, verstand, kennis

intemperantie intemperantie, ongematichtheid

intendentia submission

intenderen intenderen, beogen, voorhebben, natrachten, toeneigen

intendit klachtenlijst, geschrift van beschuldiging

intenteren onderstaan, aanleggen, aanwenden, dreigen

intentie oogwit, oogmerk, opzet, voornemen, opzettelijk, mening

inter tussen

inter tussen

inter + acc tussen, onder

inter adstantium preces met de gebeden der omstanders

inter adstantium preces met de gebeden der omstanders

inter alias onder anderen, onder meer

inter eos één van hen (Smetius)

inter locutoriam sententiam, zie ante interlocutoriam

inter missarum solemnia tijdens de mis

inter vivos onder levenden

intercederen tussenspreken, bemiddelen

interceptio enterprise, aggression

intercessie tussenkomst

interce¯ie bemiddeling, tussenkomst

intercideren verbieden

intercipere to attack; to seize wrongfully

intercipiÙren onderscheppen

interclaustrum a walk or passage between cloisters (?)

interclausum an enclosure

interclausura the setting of precious stones; chasing of metal

interclusorius enclosing

interclusum See interclausum

intercommunicare to intercommon, where the tenants of two manors use the commons of both

interdiceren verbieden

interdicerende verbiedende

interdict interdict, verbod, verboden

interdictie rechterlijk verbod

interdum soms

interea ondertussen

interesse interest

Interesse (op) op rente gezet, rente verschuldigd vanaf

interessens being present at

interessentia interest; fee to those performing divine service

interesseren beschadigen, benadelen, verkorten

interest het is van belang

interest schade, nadeel, belang, woeker

interfinium a space; the bridge of the nose

interfuere, interfuerunt zij waren aanwezig

interim ondertussen, soms, tijdelijk

interinement gestanddoening

interineren gestanden, voor goedkeuren

interjectie inworp, inwerpsel, tussenstelling

interlinearis between the lines

interlocutie tussenspraak, tussenoordeel, bijvonnissen

interlocutoir vonnissen, bijvonnissen

interlocutoire tussenoordeel

interlocutorius conversational

interloingnium See loingium

interloqueren tussenspreken

interludium play, mumming, as at Christmas

intermedium intercession

intermitie aflatingen, verpozingen, tussenkomst

intermitteren ophouden, aflaten, verposen

internamentum burial

interpeditatus not completely hambled See expeditare

interpellatie inspraak, tussenspraak, verzoek, aanspraak

interpelle(e)ren opheldering vragen, inspreken, tussenspreken, verzeken, sturen, hinderen

interplacitare to interplead

interponeren interpozeren, tussenstellen

interpositie tussenstelling

interpretatie uitlegging, bedied, vertaling, verklaring, vertolking

interpreteren uitleggen, verklaren

interprisa an attack

interpugnare to fight together

interranea the bowels

interrogatie ondervraging

interrogeren ondervragen

interrupt afgebroken

interruptie tussenvalling

interscripto aan de ondergetekende, voor het ondergeschrevene

interscripto aan de ondergetekende

interscriptus ondergetekende, ondergeschrevene

interscriptus ondergetekende

intersignum a token; a countersign

interstat gestorven zonder biechtvader

interstitium tijd tussen de (huwelijks) afroepen

interstitium tijd tussen de afkondigingen

interstitium tijd tussen de huwelijksafkondigingen

intertenere to entertain

intertiare to sequester

interval tussenheid, tussenal

intervenient bemiddelaar

interveniÙren tussenkomen

interventie zie interveniÙren

intestat gestorven zonder biechtvader

intestato (ab) zie intestatus

intestatus zonder de biecht te zijn afgenomen gestorven, ook; zonder testament gestorven

intestatus, ab intestato zonder testament

intestinum opus wainscot

inthimatie aankondiging, bekendmaking

inthimatio aanzegging

inthimere bekendmaken

inthimeren ontbieden, aankondigen

inthronizare to enthrone

intimare intimeren, dagvaarden, gerechtelijk dagen, aankondigen

intimare dagvaarden, gerechtelijk dagen, aankondigen, vonnis betekenen

intimare cite, summons, subpoena

intime diep, zeer, dringend

intime dringend, diep

intimeren vertzagen, vrezen aanjagen

intinctor verver

intinctor verver, schilder

intitulare to enter in a book or list; to write titles on books; to entitle

intituleren naam noemen, benamen

intochte sloot of tocht in de polder die op de molensloot uitkomt

intogen in metselen van bevestigingsmiddelen

intolerabel onverdraaglijk

intoneren voorzingen

intorcinium a torch

intra (binnen) in

intra within

intra in (binnen)

intractabel onhandelbaar, bars, onrekkelijk

intrante in de 1e helft van de maand

intrare to enter, or inn, i.e. drain and cultivate, marshes, which are then called innings

intrastagnum a seat in a row, a stall (?)

intricaat verwart, verstrikt

intricatie verwarring, verstrikking

intrinsecus a dweller within, a citizen, opp. to forinsecus

intriqueren verstrikken

introducere to marry

introduceren inbrengen

introductie inleiding

introitus an introit, an antiphone sung while the priest is going to the altar

intronisare trouwen

intronisati sunt zij zijn getrouwd

intronizare to enthrone

intrussare to pack up

intuit opzicht, aanblik, inzicht

inumbliare to trim the branches of trees

inunctus ongezalfd

inunctus ongezalfd

inunctus ongezalfd

inundatie overvloe´ng wateroploop, onder water gelopen land

inuptus/a unmarried

inutil onnut

inv. afk. inventaris

invaderen aanvallen, invaren

invadiare to mortgage; to pawn

invadiatio a mortgage

invadimoniare to pledge, to put in pawn

invalide onsterk, onbestendig, dat niet bestaan en mag

invariabel onveranderlijk

invasie aanval, inval

invectijf lastering, beschelding, doorstrijking

invenire, inveni, inventum vinden

inventaris opschrijving van goederen, inhoud, staat, boelschrift

inventarium boedelbeschrijving

inventarium an inventory

inventariÙren opschrijven, beschrijven, boel beschrijven

inventeren vinden, uitvinden

inventeur vinder

inventie vinding, vond, vinding

inventio treasure trove

inventitus foundling

inventoir inventaris, boedelbeschrijving

inventorium an inventory

inventus gevonden

inventus gevonden, vondeling

inventus found

inventus vondeling, gevonden

inventus foundling

inveritare to prove

inversie omkering

inversoenen door het treffen van een zoen het recht verkrijgen om weder in de stad te komen

inverteren omkeren

investigeren opspeuren, navorsen

investio, investimentum investiture

investire bekleden (met een ambt)

investire to invest, to give possession

investitura investiture

investiture instelling

investitus pastoor

investitutie inleiding in een herengoed , meestal door vererving of de belening van een leen

investituur plechtige inhuldiging of bevestiging in een ambt, priesterschap etc. ook; inleiding in een herengoed, meestal door vererving

invetus gevonden

invier binnenbrand

invincibel onwinbaar

inviolabel onschendbaar

invitatie uitnodiging

inviteren aanporren, nodigen

invocatie aanroeping

invocavit 6e zondag voor Pasen

invoceren aanroepen, beroeupen

involutie inwikkeling, inwinding, inwenteling, bestrikking

involutorium a kerchief

involveren inwikkelen, inwinden

inwaer waar maken, bewijzen

inwardus a watchman

inwater binnenwater

inweg polderweg, binnenweg

inwinnen (iet) invorderen. het innen van de keuren voor de stadskist door de keurmeesters

inwinst aanspraak in rechte, vordering hebben

inwoeneren inwoners

inwoonlinc inwoner

inwoonres de bewoners der stad, die geen burgerrechten hebben

Ioannes Baptista Johannes de Doper, Jean‑Baptiste

ioculator kunstenmaker, goochelaar

iodem, zie eodem

iodem zelfde, de zelfde

ioffer een ongehuwde of gehuwde vrouw uit gegoede stand

ioken hitsig zijn

ipoporgium an andiron

Ipra(e) / Ipretum Yperen

ipse hijzelf

ipse (vrw. ‑a) zelf, zijzelf, hijzelf

ipse/a/um himself/herself/itself

ipser stukadoor

ipsius/suus/proprius als 'eigen' wordt door elkaar ge­bruikt (Smetius)

ipso termino op de vastgestelde dag

ipso termino op de vastgestelde dag

ipsum hetzelfde, zelfde

ipsum zelfde

iracundie rampschap

ircher zeemleermaker

ironie schimpreden, schars, spotspreuk

irraisonnabel onredelijk, onbillijk

irrationaal onredelijk

irrectus unjust

irregulier ongemeen, ongeschikt

irremiscibilis unpardonable

irrenumerabile dat men niet vergelden mag

irrepabile dat men niet meer kan krijgen

irreparabel onverbeterlijk, onvergoedenlijk

irreplegiabilis, irrepleviabilis irreplevisable, that which ought not to be replevied or delivered on sureties

irreprehensibel onberispelijk

irreprehensibile onbegrijpelijk

irreverentie oneerbieding, oneerbiedigheid

irrevocabel onwederroepelijk

irrevocabile dat men niet herroepen mag

irrideren begekken, belachen, bespotten, beschimpen

irriteren tergen

irrotulamentum an enrolment

irrotulare to enrol

irrotulatio enrolling

irrugire to roar

is M, ea F, id N hij, zij, het, die, dat

isagoge inleiding

Isala IJssel

Isalandia / Sallandia Salland

iserbrant brandmerk

iserschare schaar om gloeiend ijzer vast te pakken

isersnider stempelmaker

issue uitgang, uitkomst, uitgangsrecht

issuemeester de heffer en beheerder van het recht van issue

issuerecht recht door het stedelijk bestuur geheven van erfenissen in de stad die aan personen daarbuiten toevallen

ist dat als

iste (vrw.‑a) deze, dit

isti sunt dies 2e zondag voor Pasen

istud dit, dat, het hier

ita thus, so

ita est zo is het, het is aldus (vaak onder een akte door de nakijker toegevoegd)

ita est zo is het. (onder een akte vermeld)

ita est so it is

ita quod op voorwaarde dat OF/OOK met dien verstande (Smeti­us)

item op dezelfde wijze, evenzo

item also, likewise

item eveneens, op de zelfde wijze, idem, vervolgens, desgelijks, insgelijks,

iter the circuit, or eyre, of a judge

iterans justiciarius a justice in eyre

iterare to make a journey; to hold an eyre; to rejudge; to repeat

iteratie hervatting

iteratijf meermaals

iterato again, repeatedly

iteratus repeated

itereren hervatten, herhalen

iterum andermaal

iterum again, once again

iterum andermaal

itinerarie reisboeken, verslagen van gemaakte reizen

itineratio a circuit or eyre

itura an alure See alura



Deel met je vrienden:
1   ...   31   32   33   34   35   36   37   38   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina