Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina34/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   148

immodestie onzedigheid, ontucht

immolatie opoffering

immortaliteit onsterfelijkheid

immuniteit onbelastheid, vrijheid, vrijdom

immutabel oninwisselbaar, onveranderlijk

impalare to impound

impanellare to enter the names of a jury; to empanel

impar oneven, ongelijk, onpaar

imparcamentum the right of impounding cattle

imparcare to impark; to impound

imparcatio See imparcamentum

impariteit onevenheid, onpaarheid

impartiÙren mededelen

impatibel ongedoogzaam, onlijdelijk, onverdraaglijk

impatient onlijdzaam, onverduldig

impatientie onlijdzaamheid, onverduldigheid ?, ongeduld

impechiamentum hindrance; impeachment

impechiare to accuse, to impeach

impedia the upper leather of a shoe

impediare to mutilate a dog's feet, to law See expeditare

impedientes defendants

impediment belet, hindering, beletsel

impedimenta huwelijksbeletsels, hindernissen

impedimentibus dirimens vernietigend beletsel

impedimentibus dirimentibus terwijl er vernietigende huwelijksbeletsels waren

impedimentibus dirimentibus terwijl er vernietigende beletsels waren

impedimentum impediment or hindrance (as to a marriage)

impedimentum (huwelijks)beletsel

impedimentum huwelijksbeletsel, hindernis

impedimentum consanguinitas impediment of too close a blood relationship (2nd cousin or closer)

impedimentum dirimens vernietigend beletsel

impedimentum(‑a) huwelijksbeletsel, hindernissen

impediÙren verhinderen, beletten

impelle(e)ren aanstouwen, drijven

impelleren aanstouwen, drijven, aansporen

impennare to feather arrows

impensa expense (Impensis Mathaei Carey = At the expense of Matthew Carey) (technische term boekdrukken)

impensis + gen. op kosten van ...

impensum uitgave (geld)

imperator keizer

imperator the emperor

imperatrix keizerin

imperceptibel onmerkbaar

impere(e)ren gebieden, bevelen, heerschappen

imperfect onvolmaakt, onvolkomen

imperfectie onvolmaaktheid, onvolkomendheid

imperie bevel

imperium bevel; keizerrijk

Imperium Noviomagense het Rijk van Nijmegen

imperpetuum for ever

impersonare to institute a rector

impersonata, persona parson imparsonee, a lawful incumbent in actual possession

impersoneel onpersoonlijk

impertinent ongerijmd, slordig, onhebbelijk



impertire toewijzen, toekennen, verlenen, schenken

impescatus impeached

impetere to accuse, to impeach

impetitio aanspraak

impetitio an impeachment; a claim

impetitio, ‑nis F aanspraak

impetrant (Lat. impetrare) eiser

impetrant verwerver, verkrijger, verzoeker, eiser, hij die iets verkrijgt

impetreren verwerven, verkrijgen

impetueus onstuimig, heftig

impignoratissia adj. as a pledge

impinguare to fatten

impiÙteit godloosheid, ongodvruchtigheid

implacabel onverzoenlijk

implacitare to implead, to sue

implementum complement; an utensil

impleren vervullen

implex vooroudersgelijkheid

implicatie invouwing, inwikkeling ?

implicatio a landing‑stage, a mooring place

impliceren zie impliqueren

impliqueren impliceren, invouwen, inwikkelen, bevangen

imploijeren gebruiken, aanwenden

imploratie aanroeping

implorato onder inroeping (van de rechterlijke beslissing)

implorato onder inroeping (van de rechterlijke beslissing)

imploreren inroepen, smeken, aanroepen

imploreren (Lat. implorare) afsmeken,inroepen

imployeren zie employeren

impoisonare to poison

impomentum a dessert of fruit

imponere to place upon, to impose

imponeren opleggen, bedriegen, te laste leggen

importancia importance

important groot, gewichtig

importantie gewichtigheid

importeren belangen, bedragen

importuin overlastig, onbeschoft

importuneren overlasten, lastig zijn, dringen

importuniteit overlast, dwang

imposeren opleggen, lastleggen

impositie oplegging, oplage, schatting

impositien indirecte belastingen

imposito silentio zwijgplicht opgelegd hebbend

impositus/a/um imposed, placed upon, given

impost belasting, heffing, schatting



imposterum later, hierna; in + posterus = imposterus

impostmiester belastingpachter

imposture bedrog

impotent onmachtig

impotentie onmachtigheid, onmacht, onvermogendheid

impotionare to poison

impraegnata bevrucht (voor het huwelijk)

imprecatie toewensing, vloek, kwaadwensen

impregnatio zwangerschap

impregnatio zwangerschap

impregnatio, ‑nis F zwangerschap

impressor printer (timidi committere praelo non impressores audebant = the frightened printers did not dare to commit [the book] to the press) (technische term boekdrukken)

impressor drukker

impressor a printer

impressor, ‑is drukker

impressum est was printed (Impressum est hoc opusculum per Ion. Antonium & fratres de Sabio = This little work was printed by Giovanni Antonio da Sabbio and his brothers) (technische term boekdrukken)

impressum est apud ..., imprimebat ... is gedrukt bij ...

impressus an adherent, a partisan

impretiabilis invaluable

imprimebat printed (Imprimebat Johannes Steinman = Johannes Steinman printed [this book]) (technische term boekdrukken)

imprimere to print

imprimere, impressi, impressum III drukken

imprimus, zie imprimitus

imprisa, imprisia enterprise

imprisius an adherent

imprisonamentare to imprison

imprisonamentum imprisonment

imprisonare to imprison

imprisus an adherent

improbatio disapproval; disproof

improberen kwaad keuren, kwaadachten, wraken

improbitas onvroomheid, ondeugd

imprõgnieren zwanger maken

improles zonder kinderen

improles zonder kinderen

improles zonder kinderen

improperare to blame; to impute

improperatio disgrace; insult

impropriatio an ecclesiastical benefice in the hands of a layman

improvisa morte door een onvoorziene dood

improvisa morte door een onvoorziene dood

improvisus onvoorzien

imprudent onwijs, onvoorzichtig

imprudentie onwijsheid, onvoorzichtigheid

impruiamentum the improvement of land, sometimes written appruiamentum

impruiare to improve land

impubes niet volwassen, onmondig

impubes onmondig

impudicq onkuis, onschamel, oneerbaar

impuditia ontucht, onkuisheid

impugneren bevechten, bestrijden

impulsie opstoken, aandrijving

impuniteit ongestraftheid

imputatie wijting, aantijging, toemeting, toerekening

imputeren wijten, aantijgen, toemeten, toerekenen

imp¶t belasting

in in, op, aan, bij, naar

in in, op, aan, bij, naar

in aedibus + gen. (bijv. gedrukt) bij

in aeternum voor eeuwig, (tot) in eeuwigheid

in albis (sepultus) in het wit (begraven)

in annum sequentem in het volgende jaar

in armis in het leger, onder de wapenen

in articulo mortis op het moment van sterven

in articulo mortis op het ogenblik van 't sterven

in brevi in korte tijd

in caelum abiit is naar de hemel gegaan

in cas in geval van

in cas subject (Lat. in casu subieeto) in het onderhavige geval

in causa in zijn rechtzaak

in cola, incola inwoner, ingezetene

in comitatu in het gezelschap van

in communi et ampliori fonna in algemene en ruimere zin

in confesso door beide partijen toegegeven

in continent op staande voet

in continent (Lat. continere) op staande voet, dadelijk

in contradictoria in tegenspraak

in contumaciam bij verstek

in corpore gezamenlijk

in dato daterende van, op datum van

in der Pfingsten in de met 1e Pinksterdag beginnende week

in Dno obiit in Domino obiit

in doloribus partus in hevige pijn, in barensweeen

in doma sua in zijn huis

in Domino obiit is gestorven in de Heer

in domo propria in zijn eigen huis

in domo sua in zijn huis

in dorso aan de rugzijde

in effectu in werkelijkheid

in eodem domo in hetzelfde huis

in exelso throno 1e zondag na Driekoningen

in extremis momentis in de laatste ogenblikken

in extremis rebus in uiterste nood

in facie ecclesiae ten overstaan van de kerk

in factis met betrekking tot de gebeurtenissen (waarover geprocedeerd wordt)

in factis bewijzen bepalen dat de partijen hun beweringen nader moeten bewijzen (door schriftelijke stukken of door getuigen)

in facto door de daad zelf, inderdaad

in feiten contrarie (Lat. in factis contrarius) oneens ten aanzien van de gebeurtenissen

in festo sancti N. op het feest van de Heilige N.

infitias ire ontkennen; inficias ire; infitiae

in fidem ter waarmerking

in forma in de vorm

in forma in de (rechtens vereiste) vorm

in foro openbaar

in gebruyck staen in gebruik zijn

in het ruim plaats in de kerk waar de stoelen van de vrouwen stonden

in hoc statu in deze toestand

in hypothesi (Grieks) in de veronderstelling

in ipso termino op de vastgestelde dag

in itinere trajecti op weg naar

in iudicio op de rechtszitting

in kennese mij bij mij bekend

in lecto decumbens bedlegerig

in margine in de marge, in de kantlijn, op de rand van de bladzijde

in matrimonium iuncti (zijn) in het huwelijk verbonden

in mea absentia in mijn afwezigheid

in natura naakt, in goederen

in necessitate baptizatus in nood gedoopt, meestal door de vroedvrouw

in nocte Christi in de nacht van 24 op 25 december

in nomine in, uit naam van

in nomine Dei in de naam van God

in nosocomio in het ziekenhuis/gasthuis

in orginali in oorspronkelijke toestand

in pace in vrede

in partu tijdens de bevalling

in perpetuam rei memoriam tot voortdurende gedachtenis aan de zaak

in perpetuis voor eeuwig

in poincten in punten, puntsgewijs

in praesentia in tegenwoordigheid van, in aanwezigheid van

in prima instantie in eerste instantie (bijv. bij een beroep)

in propia persona in eigen persoon

in puerperiis in barensnood

in puerperio in het kraambed, bij de bevalling

in qualitate in zijn hoedanigheid

in quantum pro accipere (de verklaring van de tegenpartij) aanvaarden voorzover afgelegd en voorzover de inhoud aangaat

in saldo nog schuldig, in gebreke

in saldo nog schuldig

in scriptis in geschrifte

in secula seculorum tot in alle eeuwigheid

in situ ter plaatse, in oorspronkelijke toestand

in solidum each per capita responsible

in solidum ieder hoofdelijk aansprakelijk, in zijn totaal, geheel

in solidum ieder hoofdelijk aansprakelijk, elk aansprakelijk voor het geheel van de schuld

in specie precies

in state opgehouden, uitgesteld

in statu houden (Lat. in statu tenere) (een proces) in het verloop der procedure stil doen staan

in summo gradu in de hoogste graad

in tasse in het geheel, als totaal aanbesteden

in tempore clauso in de gesloten tijd (in de Vasten‑ en Adventstijd)

in territorio in het stadsgebied

in usu in gebruik, gebruikelijk

in usu gebruikelijk

in viridi observantia in levend gebruik, steeds onderhouden

in vita sua in zijn/haar leven

in vita sua in zijn leven

in voluntate tua 20e zondag na Drievuldigheid

in votis gewenst

in zulker manieren so wanneer op de volgende voorwaarden

inìqualis onevengelijk ?

inìqualitas ongelijkheid, onevengelijkheid

inabilitas See inhabilitas

inaccessibel ontoegankelijk

inactitare to register

inadvertentie onbedachtzaamheid, roekeloosheid, achteloosheid, onwetendheid

inaequali gradu in ongelijke graad van bloed ‑ of aanverwantschap

inaequali gradu in ongelijke graad (van bloed‑ of aanverwantschap)

inalienabel zie inaliÙnabel

inaliÙnabel onwandelbaar, onvervreemdbaar

inamelatus enamelled

inancia advantage, advance

inannulatus not ringed (of a pig)

inantea henceforth

inartisiciaal onkonstig ?

inbasciator an ambassador

inbeet ontbijt

inbieden bevel om in de stad te komen

inbiten ontbijt, kleine maaltijd

inbladare to sow with corn

inbladatio growing crops

inblaura the product of land (imbladatura)

inbrengen (iet) weer in de gezamenlijke boedel brengen

inbreviare See imbreviare

inbrochiare to broach

inbullare to insert in a bull

inbursator ontvanger

inc afk. IncinÚrÚ, cremeren

incantator tovenaar

incapabel onvatbaar, begrijpenloos ?, onbevattelijk

incapaciteit onvatbaarheid

incarcare to imprison

incarceratie kerkring, gevangenis, hechte, hechtenis

incarcere(e)ren kerkeren, vangen

incartare to grant by a written deed

incastellare to fortify

incausare to implead

incaustorium an inkhorn

incaustum ink

incendeeren aantekenen

incensare to use incense; to confer an office

incerchare to seek

incertas onzeker, onbekend

incerti patris van wie de vader onbekend is

incertitude onzekerheid

incertum opus rubble work

incertus (vrw. ‑a) onzeker

incertus onbekend, onzeker

incertus zie incertas

incestriosus in bloedschande verwekt

incestriosus in bloedschande verwekt

incestum bloedschande

incestum bloedschande, incest

incestum incest

incestum bloedschande, ontucht, goddeloos

incestuosa zie incestum

incestus incestuosa

incharaxare to put in writing

inchartare See incartare

incidenten feiten

incipiÙren beginnen

incisor kleermaker

incisor (pannorum) snijder (van doeken, textielhandelaar)

inciteren aanporren, opstoken, aanritsen, aanlokken, stoken, verwekken

inciviel onbeleefd

incivil onburgerlijk, onheus, onbeleefd

inciviliteit onburgerlijkheid, onheusheid, onbeleefdheid

inclaudare to fetter

inclausa See inclausura

inclaustrum a cloister

inclausura an enclosure, a home close

inclavare to prick with a nail

inclina domine aurem 14e zondag na Drievuldigheid

inclinatie toeneiging, neiging

inclineren toeneigen, neigen

includere to enclose

inclusa a nun; an anchoress

inclusa kluizenaarster

inclusarius, inclusorius a pinder

inclusive binnen gerekend

inclusorium a pound

inclusus kluizenaar

inclusus a monk; an anchorite

incluvium some instrument of torture

incluys ingesloten, binnen, inbegrepen

incognitabel onbedenkelijk

incognitus onbekend

incola inwoner, ingezetene

incola inwoner

incola M inwoner

incombrancia encumbrance

incombrare to hinder; to stop up a road; to pawn

incommodatio ontrijving ?

incommoderen ontrieven, ongelegenheid maken

incommoditeit ongelegenheid, ongemak, ongerief

incommunicabel onmededeelbaar

incomparabel onvergelijkelijk

incompatibel onverdraaglijk, onlijdelijk, niet overeenkomende

incompatibilitas incompatibility, of benefices which cannot be held together

incompetent onbehoorlijk, onwettig, ononderhorig

incompetenten regter ononderhorige rechter

incomprehensibel onbegrijpelijk

inconstantie onstandvastigheid,, wispelturigheid, ongestadigheid

incontinenti dadelijk, straks, op staande voet

inconvenient ongeval, misval, ongeluk

incopare to accuse

incopolitus a proctor; a vicar

incordare to string a bow or crossbow

incorporatie inlijving

incorporeel onlichamelijk

incorporeren inlijven, innemen

incorrect onverbeterd, gebrekkelijk

incorruptibel onverderfelijk

incortinare to adorn with hangings

incrastinum the morrow

incredens infidel

incredibel ongelooflijk

incrementum rijzing, aanwassing

increpatie bekijven

increperen bekijven, bulderen

incrocamentum encroachment

incrocare, incrochiare to encroach

incrustatio stucwerk óf inlegwerk (Smetius)

incrustator a tinker

inculceren inscherpen

inculpabel niet te beschuldigen, onbestrafbaar, onberispelijk, onschuldig

inculpare to blame; to accuse

inculpatio blame; accusation

inculperen beschuldigen

inculqueren instampen, inscherpen

incumberen opleggen, opsteunen, aanvorderen, voor hebben

incumbrare See incombrare

incurabel ongeneeslijk

incurramentum liability to a penalty

incurrimentum a fine

incussa for inconcussa

incussorium a hammer

incustodia carelessness

indago a park

inde daarna, vervolgens, daar vandaan

indebitatus indebted

indecimabilis not liable to tithes

indefensus one who refuses to answer to an accusation

indefesibilis indefeasible, that which cannot be made void

indemne onbeschadigd

indemneren schadeloos houden, vrij houden, vrijwaren van schade

indemnitas, ‑tatis F schadeloosstelling

indemniteit vrijwaren van schade, b.v. bij armlastig worden niet tot last komen van het armenbestuur, schadeloosheid, vrijhouding

indempnis. For indemnis

indentare to indent

indentura an indenture

independens onverbonden, onafhankelijk, van niemand afhankelijk

independentie onafhankelijkheid

index a pointer or setter dog

index klapper, bladwijzer

index bladwijzer, klapper, lijst

indicibilis unspeakable

indictamentum an indictment

indictare to indict

indictie aanzegging, oplage, tijdgebod, aanrader

indictio cyclus van 15 jaar, begonnen in 312. Noot 73, p.59, Einhard, Leven van Karel de Grote (Smetius)

indictio indictment; indiction, a cycle of fifteen years by which writings were dated at Rome

indictor an accuser

indiculum overzichtje (Smetius)

indifferent eender, onverscheidelijk ?, eveneens

indigenat onderdaan

indigentie behoeftigheid

indignatie verantwoording, onwaardigheid, euvelneming

indiktion (vermoedelijk) Romeinse belasting

indirect kromsweegs, averechts

indiscreet onbescheiden

indiscretie onbescheidenheid

indispoost ongesteld ongezond

indispositie ongesteldheid, ongezondheid

indissolubel onloffelijk

indistanter immediately

indistringibilis not distrainable

individuum ondelijk?, bijzonder

indivisibilis murus a main wall, not a party wall

indivisum held in common

indocte ongeleerd,

indole inborst, aard

indorsamentum endorsement

indorsare to endorse

indorsatio endorsement

indossare See indorsare

indubitabel ontwijfelbaar

induceren invoeren, inleiden, aanraden, wijsmaken, onderwijzen

inductie aanrading, invoering, invoering, indrang

inductio induction, putting a clergyman into possession of his church

indula strong thread

indulgentie gedogen, toelating, vrijgeven, verwilliging, lekkere spijzing, aflaat

indulgeo genio genieten, het ervan nemen

indus indigo

indusiarius hemdenmaker

industrie gauwigheid, wakkerheid, kloekheid, naarstigheid, vernuftigheid

indyer qualt in de kwaliteit van,

inedicibilis unspeakable

inegaal oneffen, ongelijk

inegaliteit oneffenheid, ongelijkheid

inertie vadsigheid, luiheid

inerunt, zie inierunt

inerven door erfenis een goed in iets brengen

inestimabel onschatbaar, onwaarderlijk

inevitabel onvermijdelijk

inewardus a watchman

inexcusabel schuldbaar, onverschoonlijk?

inexpert ongeoefend

inexplicabel onuitlegbaar

inexpugnabel onwinbaar, onverwinnelijk

infaam eerloos

infacie ecclesiae in tegenwoordigheid van de kerkelijke gemeente, ten overstaan van de kerk

infaidare to be at enmity with

infalistatio a capital punishment inflicted at Dover, drowning (?)

infameren faamroven, schandvlekken

infamie schandvlek, faamroving

infans kind

infans infant

infans kind, kleinkind

infans kind, kleinkind

infans dimidii anni kind van 1/2 jaar

infans, ‑ntis kind, zuigeling

infans unius mensis kind van een maand

infans unius mensis kind van een maand

infantes de kinderen

infantes de kinderen

infantia kindertijd, kinderjaren

infantie kindsheid, onmondigheid

infantis van het kind

infantis van het kind

infantium van de kinderen

infantium van de kinderen

infantulus zuigeling

infantulus (vrw. ‑a) baby, zuigeling, klein kind, kindje

infantulus baby, kindje, zuigeling

infect stinkend, besmet

infector (kunst)schilder

infector verver, schilder

infeodare to enfeoff

infeodatio decimarum granting tithes to laymen

infeofare to enfeoff

infereren invoeren, inbrengen

inferius later, lager

inferius lower down, in a roll; further on, in a book

infesteren beledigen, bekommeren

infidel ontrouw, trouwloos

infideliteit ontrouw, trouwloosheid

infingieren verbreken

infirmaria the infirmary of a monastery. O.E. fermory, farmery

infirmarius the guardian of the sick in a monastery

infirmatorium an infirmary

infirmitas, ‑tatis F ziekte

infirmitate door een ziekte

infirmiteit onsterkheid, zwakheid, losheid

infirmorum sacramenta de sacramenten der zieken

infirmorum sacramentis met de sacramenten der zieken

infirmus, ziek, gebrekkig

infirtnorum sacramentis met het sacrament der zieken

infiscare to confiscate

inflammatie ontsteking

inflammatione door een ontsteking

inflammeren ontsteken

inflatie opblazing, zwelling

inflechiare to make shafts for arrows or bolts

infligatie aanslaning, straf opleggen

influentie invloed, inwerking

inforciare to fortify

informaons afk. Informations, informatie

informator a tutor

informator, ‑is huisleraar

infortiare to fortify

infortuin rampspoed, ongeluk

infortunaet ongelukkig

infortune ongeluk

infossare to surround with a ditch

infra further on, in a reference to a book or roll

infra below, later

infra beneden, onder

infra scripto aan de ondergetekende

infra scriptus ondergetekende, onderschreven

infra urbem binnen de stad

infraclusus. For inclusus

infracteur inbreker, overtreder

infractie overtreding, verbreking

infractie inbreuk

infractura breach; violation

infrascriptus ondergeschreven, ondergetekende

infrascriptus written below

infraudulentus without fraud

infringeren breken

infrontare to stop

infrontare sese to resist

infrunitas madness

inft afk. infanterie, onderdeel landmacht



Deel met je vrienden:
1   ...   30   31   32   33   34   35   36   37   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina