Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina32/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   148

gute woche de week na 29 september

guter donnertag und freitag witte donderdag en goede vrijdag in de stille week voor Pasen

guttatorium, guttorium a gutter

guttera, gutteria, guttura a gutter

gutturna quinsy

gutturus a gutter

guuarda ward (guarda)

guyalda a guildhall

guysa manner, form

gvrn afk. gouveneur, gouverneur, landvoogd, bestuurder

gwafra a wafer

gwalstowum a place of execution

gwastum waste

gyalda a guildhall

gydagium payment to a guide

gylda a guild

gysa manner, form

gysarma a gisarme See gisarma

gyseler veehandelaar



gttel peettante, meter

H afk. huwelijksregister

H afk. heiraten

h. afk. hora, uur

h.a. afk. hoc anno, in het huidige jaar

H.G afk. Honorable Gens, eerbare lieden,

H.H. afk. Honorable, Homme, eerbare heer (achtens) waardig‑, Heer

h.l. afk. huius loco, in diens plaats



h.l. afk. hoc loco, op deze plaats

h.m. afk. Hoogmogende

H.N. afk. Noble Homme, edelman, edele

H.P. afk. Honorable, Personne, eerbare‑, personen, mensen

h.t. afk. hoc tempora, in deze tijd

haaien heien

haaier ontvanger der belastingen

haal ketelhaak

haatooft vrucht van de haat

habentia riches

habere to have, to hold

habere, habui, habitum II hebben, houden, verkrijgen

habilis fit; capable

habilitatio qualification

habiliteeren bekwaammaken

habita dispensatione na verkregen dispensatie

habita dispensatione na verkregen dispensatie

habita dispensatione matr moniumcontra hendi in tempora clauso na dispensatie verkregen te hebben, in de gesloten tijd gehuwd. ( bv vastentijd )

habita dispensatione matrimonium gehuwd na dispensatie verkregen te hebben

habita dispensatione matrimonium contrahendi in tempore clausona dispensatie verkregen te hebben voor het luiten van een huwelijk in de gesloten tijd(in de Vasten‑ en Adventstijd)

habitabel bewoonbaar

habitakele zie habitatie



habitans inwoner, wonend, resident (adj.)

habitans in dicto pago wonend in dit dorp, inwoner van gezegde streek

habitantes residents

habitare to reside

habitare; habitans, ‑ntis wonen; wonend, inwoner

habitatie woonplaats

habitis dimissorialibus met verkregen verlofbrieven

habito ... , habitis .. . na het verkrijgen van .. .

habitualiter by estimation; figuratively

habitudinalis figurative

habitueeren bekleden

habundancia. For abundancia

habyt kleed

hac parochie onze parochie

haccus a hake (merlucius vulgaris)

hachia a pickaxe; a hatchet

hactenus tot nu toe, tot heden

hada a small piece of land

hadder twist

hadedus a hake

haderunga hatred

hadocus a haddock (morrhua aeglefinus)

haechten gevangen nemen

haecken en ogen haken en ogen, sluiting van dun ijzerdraad

haemekerknecht knecht van een paardenhalsjukken maker

haemmaeker gareel ‑tuigmaker, paardenhalsjukken maker

haemorragia door een bloeding, bloeding

haemorragia bloeding

haemorragia (Grieks) bloeding

haerarius nesting

haeredes, heredes heirs (Typis Ioannis Saurii, impensis heredum Petri Fischeri, M.D.IC. = [Printed] with the type of Joannes Saur, at the expense of the heirs of Peter Fischer, 1599) (technische term boekdrukken)

haereditas, &c See hereditas, &c

haerela See harela

haeres, zie heres

haeres zie: heres

haeretica ketterse

haeretitus ketter

haeria an aery, a nest

haerides eius fundaverunt anniversarium zijn erfgenamen hebben een jaargetijde gesticht (een jaarlijkse herdenking voor de overledene ingesteld)

haerides ejus funda verunt anniversarium zijn erfgenamen hebben een jaargetijde gesticht

haermaker haarwerker

haerspinster wolspinster

haerwever maker van harenkleden

haessen broek

haesticheit pest

haesticheitede zie haesticheit

haestige siechte pest

haeymans(land) weiland ingesloten door duinen, meestal vrij onvruchtbaar gebied

hafenreffer aardenpotten handelaar

hafteel houweel

haftenis hechtenis

haga a hedge; a house in a city or borough



Haga Comitis 's‑Gravenhage, Den Haag, Hage

hagabulum a rate or tax paid at Cambridge

hagardum a rickyard

hagedoc gewelf

hagedocht zie hagedoc

hagel onweer

hagelschut gepeupel

hagensis Haags

hagetronc onecht kind

hagheghedinghe kleingeding, mindere rechtspraak

hagis, haia, haicia a hedge

haid, haed oppervlaktemaat, 1 haid = 0,18 ha

hainescia See esnecia

hairus a heron; haircloth

haka a hake (merlucius vulgaris)

hakblok heraldiekteken, slagershakblok

hakeneius, haknettus a hackney, a nag

hakesnider edelsmid

hala a hall

halberga a hauberk, a coat of mail

halbergettum a coarse cloth

halberiolum a haubergeon, a tunic of mail



halbfasten 3e zondag voor Pasen, halfvasten

halda a hall

halfboenre oppervlaktemaat, halve bunder

halfdachwant zoveel als men in een dag kan ploegen

halff soe voelle half zo veel, voor de helft

halfftepper bierverkoper die alleen per haalkan mag verkopen

halfje inhoudsmaat, zeer verschillend in afmeting

halfkopmaat graanmaat, 1 halfkopmaat = 1/256 lopen

halflevend halfdood

halfline landmaat, de helft van een line = 50 roeden

halfmaat graanmaat, 1 halfmaat = halfscheidhelft, half 1/64 lopen (Leeuwarder stedemaat)

halfscheid helft, half

halfschepel maat voor droge waren

halfstedemaat graanmaat, 1 halfstedemaat = 1/128 lopen (Leeuwarder stedemaat)

halfvandel graanmaat, 1 halfvandel = 1/8 lopen

halfvastene donderdag in de derde week van de vasten

halfvierendeel zie halfvandel

halfwinningen de halfwinning was het recht te profiteren van de helft der vruchten van de gewassen op zekere gronden. De zettingen daarvan waren door eigenaar en de pachter bij helft te dragen

halgardum a shed

halimotum hallmote; court baron

halinge in het geheim

halla a hall

hallegebot afkondiging in de hal

hallinc gouden munt, ter waarde van 27 stuivers

hallincborse klein geldbeursje

hallore zoutzieder

halme (ende gifte) geven

halmer grenssloot tussen twee percelen

halsbant ketting, nekversierselook; nekband voor honden

halsberger harnasmaker

halsberghe pantserhemd, maliÙnkolder

halsberghoele zie halsberghe

halsbeugel zie halsiser

halsboei zie halsiser

halseigen over wiens leven een ander naar willekeur beschikken kan

halsen onthalzen, onthoofden, ook in de betekenis van omhelzen

halsfagium pillory; a fine

halsgerechte halsgerecht, het hoge gerecht, de bevoegdheid om het doodvonnis uit te spreken, criminele rechtbank

halsgeweer, vuurroer, geweer

halsgheweir zie halsgeweer

halsheerlycheit halsheerlijkheid, een heerlijkheid met laag en hoog gerecht d.i. halsrecht

halshere halsheer, hij die over iemands leven en dood beschikken kan, heer van een heerlijkheid met halsrecht

halshouwer beul

halshuggen zie halshouwer

halsiser halsijzer, halsboei, halsbeugel, ijzeren band om de hals waarmede een misdadiger vastgeklonken werd

halsklieren halsdoek

halslossinge het afkopen van een rechtmatige doodstraf

halsmisdaad misdaad waarop de doodstraf staat

halsrecht voltrekking van de doodstraf

halsrechter rechter die een doodvonnis kan uitspreken

halsstraf doodstraf

halstarium zie halster

halster graanmaat, 1 halster = 2 semester, 2 viertel

haltake maat voor vloeistoffen

hameau gehucht, buurtschap

hamel schaap

hamella, hamelettum a hamlet

hamelvlees schapenvlees

hamleta, hamlettus a hamlet

hamma a home‑close; a little meadow; an edge or hem in the common field

hamsoca the privilege of a person's house; a fine for forcible entry

Han(n)onia / Han(n)ovia / Han(o)govia Henegouwen

hanaperium, haneparium a hamper. The Hanaper is an office in the Court of Chancery

hancdief beul, scherprechterook; galgenaas

hanchia, hancia a haunch See also hansa

hancijser haal, ketting met haak boven vuur, voor het ophangen van pan boven het open vuur

hancman zie hancdief

handaexe handbijl

handana, handayna, handena a day's work

handarts chirurg, heelmeester

handdwael zie handdwale

handdwale handdoek, tafeldoek

handemercken analfabetentekens, meestal kruisje van iemand die niet kan schrijven

handen (in) in eigen gebruik

handscoemaecker handschoenmaker

handstreich verloving

handtneminghe zie hantneminge

handwercman arbeider, handwerkman

haneveer heraldiekteken, lange smalle veer

hangar loods, schuur, bergplaats

hangardum a shed

hangebast galgenstrop

hangwitha a fine for wrongfully hanging a robber or letting him escape

hannekemaaiers grasmaaiers afkomstig uit Duitsland

hanoniensis etc. Henegouws

hans afk. habitans, inwoner, inwoonster, bewoner, bewoonster



hansa a house, or company of merchants; a city with reference to its foreign mercantile dealings, hanze

hantastinge handslag, teken van trouw

hantcnape knect, helper

hantcoop geld dat gelijk bij de koop gegeven wordt ter bevestiging van de koop

hantdreyen aanleggen

hanteeren bewandelen, omgaan

hanteringe omgang, vandaar

hantgemerc handtekening, waarmerk, vaak een kruisje met de vermelding dat de persoon niet kon schrijven

hantlaken handdoek

hantlofte belofte op handslag bekrachtigd

hantneminge beslaglegging

hantschrift eigenhandige ondertekening, handtekening

hantscoewerkere handschoenmaker

hantslaen beslag leggen op

hantspel dobbelspel

hantvingerlijn vingerring

happenmacher zeisenmaker

hara a stye

haracium a stud of horses

haragerius waarzegger, tovenaar

harangue beweegredenen, betoog

harangueeren redevoeren

harare to plough

haratium a stud of horses

harciare to harrow

harckier uitbouw aan vestingmuur, wachttorentje

Harderovicum Harderwijk

Harderovicum Harderwijk

harebringhen rechten waarop van oudsher aanspraak is

harela a conspiracy; a society; a riot

harenberste voetboog

harenga a harangue; a herring

harengaria the herring fishery, or season

harengus a herring (clupea harengus)

harepipa a snare for hares, called a harepipe

hari afk. haricotier, bonen handelaar

Harlemum Haarlem

harnesiare to put on armour; to harness; to decorate

harnesium, harnisium armour; harness; rigging

harpare to play on the harp

harpator harpspeler

harpenare zie harpator

harpere zie harpator

harpica a harrow

harpicator a harrower

harrectus a harrier

harrepenninck huurpenning

harreum a herd, troop, esp. of horses

hart dac een dak van leien of dakpannen

hartmaent januari

hartmonat zie hartmaent

hartvank dodelijke flauwte

harvard krijgstochtook; de bijdrage in geld of natura om de kosten van een krijgstocht te dekken

Hasbania Haspengouw

haseleren het hazenpad kiezen, de aftocht blazen

haspa a hasp, a door‑fastening

Hasseletum Hasselt (NL & B)

hasta a spit

hastalaria, hastellaria a spittery, a place where spits are kept

hastellarius a turnspit

hastiludium a tournament

hatchettus a hatchet

hatebuur lastige buurman

haubercum a hauberk, a long coat of mail with sleeves

haubergellum, haubergeo a habergeon, a short sleeveless coat of mail; sometimes used for hauberk

haubergettum a habergeon, not necessarily of metal; a sort of parti‑coloured cloth

hauberionus, hauberiunus a habergeon

hauborio a habergeon

hauderer huurkoetsier

hauritorium a ladle; a pump

haustrum a bucket; a pump

hauwer mijnwerker

havelijc roerende goederen

haven have, roerend goed

havenare pachter die de helft van de opbrengst moet overdragen aan de eigenaar

havenator a harbour master

havenen verzorgen van al wat nodig is

haverey ongeluk, schade, ongeval

haverocum a haycock, a hayrick; the quantity of hay which can be lifted on the handle of a scythe, or bound with one cord

havezate ridderhofstede o.a in Drente en Overijssel

haya, haycia a hedge; a net; an enclosure

haydagium. Same as hedagium (?). (Selby Cartulary, f. 126.)

hayea a hedge

hayum a meadow

hazard lot, gevaar, avontuur, kansje

hazardeerenr kans wagen

hebdomada a week

hebdomada alba de witte week voor Pasen

hebdomadarius a canon of a cathedral church, appointed weekly to take charge of the choir; a priest appointed for weekly duty in a monastery

hebdomadarum weken

hebdomadicus een week oud

hebdomalis zie hebdomadicus

hebdomas week

hebdomas, ‑madis F week

hecatontarchus (Grieks) kapitein, hopman, hoofdman

heccagium rent for heckles, fishing engines used in the Ouse, and at Pevensey

hechium a hatch; a hedge

hechte hechtenis, gevangenis

heckagium See heccagium

heda a wharf; a hithe

hedagium toll paid at a wharf

hedent heden

heeckel vlaskam

heelkonst geneeskunde

heemraden vertrouwensmannen binnen een dorp, zij zorgden voor de wegen, sloten en dijken

heemsoekingen verstoren of verbreken van de huisvrede

heerd oude naam voor boerderij in Groningen

heerdij heerlijkheid

heeremaand termijn van 42 dagen, voor de uitbetaling van het krijgsvolk

heerengewaden te leen heffen

heergewade erfpacht gift, die een nieuwe leenman zijn leenheer geeft tot erkentelijkheid van zijn weldaad

heergeweide een betaling voor het verkregen leen, oorspronkelijk een persoonlijk eigendom, b. v. een bijzonder paard, later een geld bedrag



heerlijkheid als een leenman zelf leenheer werd dan noemde hij zijn bezit een 'heerlijkheid'. letterlijk gebied van een heer

heeroyk deftig

heerstrate bredeweg

heete sieckte de pest, ook; voor tyfus gebruikt

hef zuurdeeg, maar ook drab, droesem

HEGM afk. Hare (hunne) Edele Groot mogendheden

hegmunt valse munt

hegt schede van een mes

heiden(s) zigeuner (s), zwerver (s)

heidenwerker tapijtwever

heidestrecker heide plaggensteker

heidin, heiden bewoner van de heide

heievel heiden

heijdt‑keur tijdstip waarop het heidekruid gemaaid mocht worden

heiler chirurgijn ter velde

heilige avond 24 december

heilige Drievuldigheid eerste zondag na Pinksteren

heiliger abend avond voor Kerstmis

heimsuchung mariõ Maria=s bezoeking, 2 juli

heintepik duivel

heinzler voerman

heir leger, bende

heiraten huwelijken

heiratsbrief verklaring van geen huwelijksbeletsels, voor een in het buitenland of in een andere parochie in het huwelijk tredende persoon

heirbaan weg in gebruik door het leger

heiria an eyry, a nest

heiro a heron

heirt haard

heirtocht oorlog, veldtocht

heisch eis, vordering

heiwardus a hayward

HEL afk. Hersteld Evangelisch Luthers



hele pantserhemd of malienkolder

Helium zie Brida Den Briel, Brielle

hellebaard heraldiekteken, lans met twee bijlen

hellemet helm

heller munt, halve penning

hellicht opbrengst van de jaarlijkse pacht

helsen zie halsen

heltum a hilt

Helvetische Bekentenis hervormde belijdenis

hem zich ,ook; akkerland omzoomd door een sloot

hembdtrocken kledingstuk dat tussen hemd en bovenkleding gedragen werd

hemelen heg om een stuk landÆook; van een plafond voorzien

hemelinge zoldering, plafond

hemelvaart Jesus Christus 2e donderdag voor Pinksteren

hemelvaart Maria 15 augustus

hemelvaartsdag donderdag na de vijfde zondag na Pasen / 40 dagen na Pasen?

hencgelt de gemaakte kosten voor het ophangen aan de galg van de veroordeelde misdadiger

henenkleed doodskleed, lijkwade

henker beul, scherprechter

hennedrek kippenmest

hennehok kippenhok

henneman kippenboer

hennematskoetje heel kleine koe, kon bij wijze van spreken in het kippenhok staan

hennemelker kippenboer

henneschot dwars scheepsboord, vooruit onder de bak, met poorten waarin geschut werd geplaatst om recht vooruit te kunnen schieten

hennetaster wellusteling

henneteenen gekruiste en geknobbelde fruittakken van oude fruitbomen

hennevleesch kippenvel, huiveren

her zie here

heraldus a herald

heraut wapenvoogd, wapendrager, wapenheer, krijgsbode, schildvoerder

herbagium herbage; right of pasturing cattle; payment therefor

herbarius a haymaker

herbarius groenteman, oude vrijgezel

herbergagium lodgings

herbergare, herbigare to lodge; to entertain See also herbergiare

herbergeria a harbour; a halting place; a lodging

herbergiare to build; to furnish See also herbergare

herbergiator a harbinger; an innkeeper

herbiseca a mower

herburzen terug ontvangen

hercarius a harrower

hercea a hearse

hercia a harrow; a frame to hold candles

herciare to harrow

www.stilus.nl

herciatura harrowing; service by harrowing

herdaechsel nieuwe dagvaardiging (om te verschijnen)

herdagen opnieuw oproepen

here gisteren

herebannum a fine for refusing to perform military service

herecius a hound used for stag hunting

heredeeren erven

heredes zie heredeeren

heredipeta the next heir

heredis van de erfgenaam

hereditamentum hereditament, all property that may be inherited

hereditare to cause to inherit

hereditario iure met erfelijk recht

hereditarius erfelijk

hereditas onroerend goed; Souter: possession, farm (Smetius)

hereditas erfenis, nalatenschap

hereditas iacens na niet aanvaarde nalatenschap/ erfenis

hereditas petitio opvordering der nalatenschap/ erfenis

hereditas, plur. ‑tates erfenis, erfgoederen

hereditatis petitio opvordering der nalatenschap

herediteit erfgoed, erfdeel,

herellus a kind of small fish

heremina ermine

heremita a hermit

heremitorium a hermitage

herenbroot zeer fijn wit brood, de beste kwaliteit

herendeimt oppervlaktemaat, 1 herendeimt is de oppervlakte welke men kon maaien in een dag, gevonden 0,44 ha

herenesium harness

herenmud graanmaat, herenmud is de oppervlakte die werd gebruikt voor het opgeven van de belastbare grond, diverse oppervlakten‑maten gevonden 1 herenmud is globaal 375 vierkante rijnlandse roeden = ca 0,54 ha

heres, heredis erfgenaam

heresiache voorganger van ongelovige

heresie kwade gevoelens van de gelovige, ketterij, stijfzinnigheid

heresista a heretic

heretagium hereditament; heritage

heretijcke ongelovig

heretochius a commander of soldiers

heretrix an heiress

herettius canis the same as harrectus (?) or herecius

heretum a courtyard for the use of soldiers

herezeldus military service, scutage

herfst maent september

herfstcot in het najaar te betalen rente of belasting

herfstmaent zie herfst maent

herga a harrow

heri gisteren

hericius a hedgehog; a revolving bar with spikes used in fortresses

herides ejus zijn erfgenamen

herietum a heriot

herigaldum a surcoat

herigeta a heriot

herilis there are two adjectives spelt thus, one derived from haeres, the other from herus

heriotum a heriot

heriscindium division of household goods

herizogo hertog, in het Frankische rijk aanvoerder van de heerban (het leger van de leenmannen) in een gewest van het rijk. later ook burgerlijk bestuurder

herken luisteren

herkier wachttorentje, boogvormige uitbouw

herkruist kruis heraldiekteken, kruis waarvan iedere arm weer een kruis vormt

herlangen teruggeven

herle Heerlen

herlensis van Heerlen

hermaeckt opnieuw gemaakt, hersteld

hermaphoditen manwijven

hermijt kluizenaar

herminus ermine

hermitagium, hermitorium a hermitage

hermorden vermoorden

hernasii irregular soldiers

hernasium, hernesium See harnesium

herodius a gerfalcon (falco Islandicus)

heros edele, hooggeplaatste, graaf, etc (blom, huygens) (Smetius)

heroudes a herald

herpex a harrow

herpicatio a day's harrowing

Herpina Herpen

Herr Gottes Tag (unseres) Sacramentsdag, 2e donderdag na Pinksteren

hersia a hearse

hersium a metal frame to hold candles

hersten gloeiend maken

hertganck meent, deel van de gemeente waarop het vee gemeenschappelijk weidt, ook gehucht of wijk

hertimmerde herbouwde

hertog bestuurder, door overerven van en groot deel van het land, lid van de adel van het land. In het Frankische rijk; aanvoerder van de heerban (het leger van de leenmannen) in een gewest van het rijk. In de merovische tijd en landsheerlijke periode, hoger in rangorde dan graaf, staat aan het hoofd van enkele graafschappen en het tijdelijke leger.

herwaerts in afgelopen jaren, voorheen

Herzjezufest 3e vrijdag na Pinksteren

hesia an easement

hesiteren twijfelen

hesta, hestha a small loaf; a fowl

hesternus van gisteren

hetrodoxus (Grieks) ketter, behorende bij een ander geloof

heu tot mijn/zijn spijt (blom, huygens) (Smetius)

heuedrata a headland (?); perhaps the right to store manure on headlands

heuerleut(h)e zie Heuerlinge

heuerlinge zelfstandig werkende keuterboeren, die hun woonhuis en enkele hektaren land pachtten van een boer. Naast het pachtgeld moesten zij ook gedurende een afgespro‑ken aantal dagen diensten verlenen op de boerderij van de verpachter.

heuet juli

heumonat zie heuet

heura a hure See hura

heures uur, uren

heures du matin (Ó ......) om ...... uur in de morgen

heureux gelukkig

hevelmoeder vroedvrouw, baarmoede

hevemoeder zie hevelmoeder

hevene landmaat = 220 meten

heveninge zie hevene

hexagram heraldiekteken, twee door elkaar gevlochten driehoeken

heydehorst zandgrond begroeid met heide, meestal hoger gelegen

heymectus a rabbit‑net

heyretheca a heriot

heyronagium a heronry

heyronus a heron

HHM afk. Haar hoog Mogendheid

hibernagium the winter season for sowing corn, Michaelmas to Christmas; corn sown in winter; winter services; the court at which they were assigned; rye

hibernalis van de winter, winter‑

hic hier, hij, deze

hic facta est hier is gedaan

hic, haec F, hoc N deze, dit

hic iacet hier ligt (begraven)

hida a hide of land, sufficient land to maintain a family or to work with one plough team, reckoned about 120 acres. 4 hides = 1 knight's fee



Deel met je vrienden:
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina