Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina31/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   ...   148

getogen afgereisd, vertrokken

getogen uijt de copije zo als uit de copie, (schrijven), blijkt

getr schelm, schooier

getrout gehuwd, getrouwd

getrouwel getrouwelijk

getti a hawk's jesses

getticium a jetty

getuijgenissebeclaecht getuigenis verklaring

getuuch getuigenis, verklaring van een getuige; ook: een verklaring

getuych zie: getuuch

getymmert siin een huis bezitten

geÙcht in huwelijk verwekt

geÙed beÙdigd

geÙligeert gekozen

geÙmaneert uitgegaan, uitgekomen, voortvloeiend uit

geurreare to make war

geÙrvet geÙrfd

geÙwicht levenslang aangesteld

geÙxpresseert uitgedrukt, hier beschreven

gevangenhoeder gevangenisbewaarder

gevangkamer gevangeniscel

gevarst uitgesteld

geverbalierde het besprokene

geverst zie gevarst

gevest aangebracht, gefundeerd

gevild heraldiekteken, poot waarvan de huid ged. is verwijderd, meestal roodkleurig

gevioleert verkracht, aangerand

gevisitert onderzocht

gevlamd vurig

gevlucht samenstel van 4 molenwieken

gewanthuis lakenhal

gewaterd golvend

geweddet zie ghewet

gewelder iemand, die geweld gepleegd heeft.

geweltmeester beul

gewesen voorheen, vroeger

gewichten (apothekers) 1 pondt = 12 oncen 1 once = 8 drachmen = 2 lood1 drachme = 2 siseyn = 3 scrupelen1 scrupel = 20 granen = 2 obolen1 obole = 3 siliquen1 silique = 4 greinen1 grein of aesken =1 terwegraen1 terwegraen = 1/20 scrupel1 scrupel =1/3 drachme

gewichten (stadswaag) 1 wage of poose =144 pondt 1 steen = 8 1/4 pondt, 3 steen = 25 pondt1 centeneer = 100 pondt

gewichten (winkelier) 1 steen = 8 pondt , 1 pondt = 4 vierendeel = 16 oncen 1 oncen = 4 satijn

Gewichten (goud en zilver) 1 pondt = 2 mark Troys = 16 once (Brussels gewicht)1 once Troys = 20 Engelschen troys1 Engelschen Troys = 32 aeskens1 fierlick = 8 aeskens1 troyken = 4 aeskens1 deusken = 2 aeskens

gewijs vonnis

gewijsde zie ;gewijs

gewineda an assembly

gewint zie ghewijnt

gewoentlichen gewoonlijk

gewoontlijcke verteijckeninge de gebruikelijke ondertekening, handtekening

gewroegen beschuldigen

gezwoeren (lantmeter) beÙdigd (landmeter)

ge¶lier gevangenisbewaker

GG afk. huw. akte, Gereformeerde Gezinten

Gg. afk. huw. akte, grootouders bruidegom vermeld

ghadeslaen waarnemen, zorg dragen voor

ghalghestick galgenveld

ghaliette zie galiette

ghebloetet ontdaan van, beroofd

ghebode bevel, verordening

ghebodeghelt afkondigingsgeld

gheboren geboren

ghebuieren burgers

ghecopuleerd verzameld

ghecoren rnombaer een voogd, door een vrouw of een onmondige (minderjarige) gekozen om haar bij te staan tot het verrichten van een rechtshandeling, waartoe zij zonder voogd onbe‑voegd is en waaraan haar gewone voogd niet kan medewerken, omdat hij zelf bij de zaak betrokken is

gheer spits toelopend stuk land

gheestland droge, onvruchtbare grond

ghegherst laten grazen van een koe

ghegheven gegeven, overgedragen

ghegheven int jaar ons Heren opgemaakt in het jaar des Heren

ghehylickt gehuwd

ghelaeghe toestand, de staat waarin

ghelavie lans

gheleghen gelegen

ghelpelic op brutale wijze, op grove wijze

ghelte zie gelte

ghemeenlijck meestal

ghemenen gezamenlijk, algemeen, gemeen

ghengh zie ganc(k)

ghenuemt genaamd

ghersennaers grasverkoper

gheseten woonachtig, gevestigd te...

ghesmure gepeupel

ghestop omheining

ghestum food; a meal given to a guest See gistum

gheteijckent ondertekend

ghevacnesse gevangenis

ghevaer doopheffers, peetvader, petemoei, peettante

ghevelt terrein, veld

gheweere geweer, wapen

ghewet onder handslag gegeven (bv akkoord met schuld)

ghewijnt stuk land, akker

ghewint windas van een molen

ghichten eigendomsoverdracht verrichten

ghijfte overdracht (wettelijke)

GHO afk. geboorte‑, huwelijks‑ en overlijdensregister

ghoensdach woensdag

ghuldens Rijns betaalmiddel, gulden in de 16e eeuw geslagen door de keurvorsten aan de Rijn 1 ghuldense Rijns = 28 stuivers (16e eeuw)

gicht wettelijke overdracht, door de schepenen bekrachtigdook; algelegde verklaring, bekentenis

gichte zie gicht

gichtebrief gerechtelijke akte

gichten schepenaktenook; een verklaring afleggenook; bekentenis laten afleggen na op de pijnbank en /of op andere pijnwerktuigen behandeld te zijn

gichtendach dag voor een verklaring in rechte

gichter beul, bediener van de pijnbank of andere martelwerktuigen

gichtffige (jichtinge). verklaring.

giede oppervlaktemaat, 1 gee = 1/6 morgen

gien een verklaring afleggen

gieren kraken

gifra cypher

gifta a stream; sometimes used for gista

giftbrief transportakte van een erfenis of onroerendgoed

gifte zie giftbrief

gifte ter oorhsaek des doots legaat, gift die pas rechtskracht kreeg na de dood van de gever

giftinge schenking, in het bijzonder,schenken van een lijfrente

giga a cittern

gignasium, i.e., gymnasium

gignere verwekken, voortbrengen

gignere verwekken, in 't leven roepen, voortbrengen

gigt zie gicht

gihalda a guildhall

gijlbrief bedelbrief voor een goed doel

gijselen gijzelen, gevangen zetten

gilda a fraternity, a guild

gilda aula a guildhall

gildare See geldare

gildatio See geldatio

gildaula, gildeaula, gildhalla a guildhall

gilde vereniging van personen die het zelfde beroep uitoefenen, zowel meesters, knechten als leerlingen

gildebrief getuigschrift van meesterschap

gildebroeder lid van een gilde, vakgenoot, collega

gildegelt contributie aan het gilde waartoe men behoorde

gildeheer, overman

gildehuis het verenigingsgebouw van een gilde

gildekamer het verenigingslokaal van een gilde

gildemeester deken van het gilde,

gildepenning penning der gildenbroeders als bewijs van lidmaatschap

gildeproef het vervaardigen van het meesterstuk, waarmee iemand het meesterrecht verwierf, ook het proefstuk zelf

gilderecht het recht dat men als lid van een gilde had om een bedrijf uit te oefenen

gilderechter bestuurder van het gilde

gildesprake vergadering van het gilde

gildewezen alles wat op de gilden betrekking heeft

gildhalla Teutonicorum the Steelyard, or company of Easterling merchants

gilfalco a gerfalcon (fulco Islandicus)

gilla, gillus a mug

gillagium tax paid on wine sold by retail

gilofera clover or gillyflower

gimphus See gumfus

gingibrattum ginger

giool hondenhok

gipo a doublet (pourpoint)

gipsura pargeting

girator landloper

girgillare to wind up

girgillus a reel with a handle for winding thread

girivagus wandering

giro an apron, a skirt

gisarma a gisarme, a weapon resembling a halberd, having a spear point, with a small axe at the foot of the point, and sometimes a spike on the opposite side; but in Matthew Paris (Rolls Ed. I. 470) the phrase occurs, "sica, id est, gisarme."

gisarme een aan twee zijde scherpe strijdbijl

giselscap gijzeling

gisse inhoudsmaat

gissinge geschat, naar schatting

gista a joist See also gistum

gistare to furnish with joists; to recline on a litter

gistarius borne on a litter

gistum the duty of entertaining the lord when on a journey; yeast

glaazen armblakers glazen kandelaars, meestal wandkandelaars

gladiarius messenmaker, wapensmid, degensmid, zwaardveger

gladiarius zwaardensmid

glaese scrivers glasschilders

glandines plumbei "Anglice hail‑hot."

glaneare to glean

glasewerker glazenier, spiegelmaker

glasia ice

glasijn van glas

glavea, glavia a glaive

gleba land belonging to a parish church, glebe; a corpse

glebalis terra glebe land

glebaria turf

gleibakker pottenbakker

glendele grendel

gleniagium gleaning

gleniare to glean

glesewerker zie glasewerker

glis mud


gliseria clayland

gloede vuurtang, pook

gloeystaeck pook

glomellus a clew

glomerarius, glomerellus a commissioner appointed to settle disputes between the scholars of a university and their servants (?)

glorietta a gloriet, an upper room in a tower

gloris van de schoonzuster

gloris brother's wife

gloris van de schoonzuster

glos husband's sister

glos manszuster (schoonzuster)

glos schoonzuster, zuster van echtgenoot

glose een uitleg

gloseren uitleggen

glosse zie gloseren

glosseren zie gloseren

glossum a shrine

glotzenmacher klompenmaker

gloy stro voor dakbedekking

glufenmacher speldenmaker

glui stro voor dakbedekking

glutinator leerlooier

glutum glue

gm afk. grand‑mÞre, grootmoeder

gnael afk. generaal, bevelvoerder

gnanus dwerg

gnd afk. gendre, schoonzoon

gnrl afk. generaal, generaal, bevelvoerder

Go. afk. huw. akte, grootouders vermeld

gÔble zie gable

gobonatus embossed

godehuusberader bestuurder van een godshuis (liefdadigheidsinstelling)

godehuusmeester kerkmeester, kerkvoogd

godel peetoom, peter

godenstag woensdag

Goderea Goeree

godetus a mug

godskameren huisjes voor behoeftigen, ook vrijwoningen genoemd

godtshuys verpleeghuis voor armen, oude van dagen en zieken

godtspennijnck aan een caritatief doel gegeven penning bij afsluiten van koop / contract

goed ende quaed zo goed als mogelijk is

Goede vrijdag vrijdag voor Pasen

goeden (enen). aan iemand een vast goed toedelen (gew. bij huwelijk of boedelscheiding.)

goedendach puntige knots met ijzer beslagen

goedenissen acte van verkoop van (on)roerende goederen of rentenook; eigendomsrechten op onroerendgoed

goedinge de toedeling van vast goed aan iemand

goedjen gerei, tuig

goedt gedaen vergoed

goensdach woensdag

goer drassig land, modder

goetduncken toestemming

goethere landeigenaar

goetshuse klooster

goetwillige goed willigen

goeyhen (doen) rijkdom

gohelp armenhuisje, meestal huisje van de diakonie

goidtshuis godshuis, kerk

goinsdach woensdag

goitz Gods

gola de geul

golda a drain; a mine (?)

goldene messe gouden mis, zaterdag na 29 september

goldene woche Quatember week, week na de vastentijd

goldener sontag eerste zondag na elke van de vastentijden (quatember)

goldschmiede goudsmid

goliarda buffoonery; a juggler's art

goliardisare to act as a goliardus

goliardus a buffoon; a juggler

gonella, gonellus a gown

gõngler venter

gonninge toestemming

gonsen duimen, draaipunt waar deuren aan hangen

goor slijk, modder, drek

gootling vermoedelijk een zinken emmer met deksel ook; een soort gegeoten kanonskogel stormram

gora See gara

gordijnen versterkingswerken van een stad

gordus a weir, a weirpool; a gorce

gorgegoy gepeupel, gespuis

gorgel keel

gorgeria a gorget

gorgona a gargoyle

Gorichemium / Gorcomium Gorinchem

gorreelmakere gareelmaker, paardentuig maker

gorsinge weide, weiland, aangeslibd land

gortemaker riemensnijder, riemenmaker

gõste peetoom en ‑moeder. getuigen

gota a gut, a drain

goteling koperen of zinken emmer met hengsel en op 3 pootjes

gotelingh vermoedelijk een kanonskogel

gothelinck zeer grootte ijzeren ketel speciaal om valsemunters in kokend water te doden, ook een groot kanon en een maat voor graan

gotshaller percentage van de koopsom dat aan de kerk of aan de armen moest worden betaald door de koper

gottes auffahrt Christus Hemelvaart

Gou Gouda

goud heraldiekteken, kleur, aangeduid in puntjes

goud gulden munt 17e‑18e eeuw , gelijk aan 28 stuivers

goud rijder munt 17e‑18e eeuw , gelijk aan 63 stuivers

Gouda / Golda / Gaudanum / Tergum Gouda

gouden dukaat muntsoort, waarde gelijk aan 76 stuivers

gouden gulden muntsoort, waarde gelijk aan 60 stuivers

gouden rijder muntsoort, waarde gelijk aan 202 stuivers

goudijn van goud gemaakt

gouna a gown

gout zie goud

goutboert goudboordsel, galon

goutdraet gouddraad

goutnaelde borduurnaald

goutscumme bladgoud

goutsmet goudsmid

goutspange gouden haak of gesp

gouveneren in de hand houden, besturen, onderhouden

gouvernement bestiering, plaatsvoogdij

gouverneren bestieren, beheersen

gouverneur voogd landvoogd, stadsvoogd, ruwaard, bewindsman

gouwe weg langs een sloot, kanaal, watering

gowdtleer leer waar ingedrukt vergulde afbeeldingen en/of letters

gp afk. grand‑pÞre, grootvader

Gp. afk. huw. akte, geboorteplaats

gr afk. germinal, maand van de kieming

graad trap, lid

graaf gracht

graaf bestuurder, door overerven van een deel van het land, lid van de adel van dat land, plaatsvervanger van de koning of keizer in een gouw

graaier schreeuwer

graal in ridderromans het ideaal waarnaar zij op zoek gingen, oorspronkelijk Keltische wonderbeker

graan lieveling, grijs

grabatum a couch

gracemannus the head of a guild at Lincoln

grachtmaker doodgraver

gracia an indulgence

gradale, graduale a gradual, or grail, a book containing the musical portion of the mass

gradiens passant (heraldic)

graduatus a graduate, one who has taken a degree in a university

gradus graad van bloedverwantschap, stap

gradus collateralis verwantschapsgraad in zijlijn

gradus mixtus gemengde verwantschapsgraad

gradus, ‑us graad (van bloedverwantschap)

graeff schuine walkant bij beek, schuin gelegen

grael vaatwerk, schotel

graendeniers graanhandelaren

graender graanzolder

graet, graed trap

graeuwerkere bontwerker

graeve graaf

graewynne gravin

graf kerker, gracht, loopgraaf

graffio a count, an earl; a reeve

graffum, grafium a register, or cartulary; a pen

grafia, graffia the dignity or territory of a graffio

grafio graaf

grafstede een begraafplaats

graftmaeker doodgraver ook; grachtmaker

gral. absolutione afk. generali, met algemene absolutie

gral. absolutione generali absolutione

gramatse vreemd gebaar, grille

grana scarlet See granum

granarium graanzolder of magazijn

granarius ambtman, baljuw, drost, bediende bij de graancijns, rentmeester van een hofhorig goed

granarius baljuw, ambtman, bediende bij de graanbelasting

granata a garnet

granatarius a keeper or steward of a granary

grancia a grange, esp. a farmhouse belonging to a monastery

granesysel tandijzer, steenhouwersbeitel

graneta a garnet

granetarius See granatarius

grangia See grancia

grangiarius the keeper of a grange

grantum security See creantum

granum graan

grapa a putlog hole

graphiarius secretaris, schrijver, klerk

graphium See graffium

gras oppervlakte maat, groot ca 0,3017 ha, in elk deel van het land anders van oppervlak.

grasburgers inwoners van het stedelijk rechtsgebied buiten de stadsmuur, die door het stadsbesluur tot burgers aangenomen zijn

grase oppervlaktemaat voor weiland

grasgrond heraldiekteken, groenkleurige schildvoet, met meestal dieren of planten er boven of recht opstaande eg

grassarius handelaar in vetten en olie

grassarius vettewarier (iemand die olie en kaarsen verkoopt)

grasseeren straat‑schenden, woeden, roven

gratare to scratch

gratarium a grate

gratia gunst, genade

gratia special door een bijzondere gunst

gratiare to thank

gratie goedgunstigheid, genade, dankzegging, kwijtschelding, vergunning, gunst geven, genade

gratie (Lat. gratia) genade, begenadiging



gratis et pro deo gratis en voor God

grattiae anno in het jaar van genade

gratuiteyt als men iets gratis of voor niks geven

gratuleren dankzeggen, geluk wensen, zich wel beloven

graubroeder monnik behorende tot de Orde der Franciscanen

grauwe orten ruwvoer, groene erwten ??

grava a grove

gravamen bezwaar(schrift)

gravamina zwarigheden, bezwaarnissen, bezwaren

grave zwaar

graveren bezwaren, kwetsen, etsen, insnijden, belasten

gravetum a grove

gravia a grove See also grafia

Gravia, Graviae Grave, te Grave

gravida zwanger, zwangere

graviditas zwangerschap

gravis zwaar, ernstig, zwanger

gravitas, ‑tatis F gewicht; zwangerschap

graviteit deftigheid, statigheid

grawerker zie graeuwerkere

grazend heraldiekteken, dieren rechtopstaand met de kop naar beneden afgebeeld

greff afk. greffier, griffier

greffelijzer ploeg

greffiarius, zie graphiarius, griffier

gregarius soldaat

gregio herder, gemeen soldaat, soldaat tweede klasse

greid gras

greide fries voor gras

greidlanden graslanden

greinen manteltie mantel, gemaakt van stof van kemels‑ of geitenhaar en wol

greineren het oppervlak ruw en gekarteld maken van papier na het drukken

gremium the nave of a church

grenetarius a keeper of a granary

grens een door de belanghebbende erkende en beschermde afbakening van een gebied

gres oppervlakte maat, groot ca 0,3017 ha, in elk deel van het land anders van oppervlak

greseus, gresius grey

gresmannus a tenant of some sort

gressia grease time, the season for killing harts and bucks

gressibilis able to walk

grieff grief, hinder, kwetsing, schade, zwaar, moeilijk

grient zandgrond,ook; buitendijkse gronden,ook ; strook grond beplant met bomen

griet grof zand, steengruis

grietenij groep bijeen behorende dorpen

grietenijhuis bestuurshuis vaneen grietenij

grieterij een district of rechtskring onderscheidene dorpen omvattende,

grietman vertegenwoordiger van de graaf ook hoofd van een Grietenij ook; sprak recht in civiele zakenrecht met mederechters of bijzitters, in strafzakan was hij alleensprekend rechtergrietman is gekozen door de eigenerfden (die rechtvoerende state(n) hadden).

griffie stukkamer, schrijfkamer, leipen?

griffier hofschrijver

grisengus, grisetus, griseus grey

griseum opus greywork, gris, fur of badger skin, or more likely the "mus Ponticus."

grisillones handcuffs, manacles

grisium See griseum

grissus grey; gris

gristarius an official of a convent, probably in charge of the mills

grisus grey, gris

groceria grocery

grocerius a grocer

groen heraldiekteken, kleur, ook sinopel genoemd, weergave met schuinsrechtse arcering

groesvelden nieuw aangelegd weiland

groet groot, bepaalde afmeting hebbende

groetheere zie grootheer

groetmoeder grootmoeder

grofschilder huisschilder

groit betaalmiddel, 1 groit =?

groitsteen grote baksteen

gromes, grometus, gromus a groom

grondhof cijnshof

grondpagt grondpacht

gronevyschbanck kraam op markt voor riviervis

gronna a place whence peat is dug

grontschattinge grondbelasting

groot munt17e‑18e eeuw, gelijk aan 8 penningen en 12 mijten. ook gelijk aan 2 oortjes of 8 penningen, of 4 duiten

groot als, zo veel als

groot zie grooten

grooten betaalmiddel, zilveren munten, waarde =12 penningen

grootevel epilepsie, vallende ziekte

grootheer grootvader

grope vaas, pot, ketel

gropus a hook, perhaps a skid

gros het gene uit de kladde in 't net gesteld is, afschrift dat na het origineel is gemaakt

grossa gewaarmerkt afschrift van een akte

grossare to engross, to make a fair copy, or to buy up

grossarius an engrosser, a grocer

grosseren een gewaarmerkt afschrift maken, ook; in het net schrijven

grosseren (Lat. grossare) een gewaarmerkt afschrift maken

grossum the revenue of a benefice; gross

grossus (adj.) large, gross

grossus (subst.) a groat (Fr. Gros.)

grote roede oppervlakte maat, in Limburg ca 0,04 ha

groundagium payment for permission to anchor in a harbour

grova a grove

grovetta a little grove

grovum a grove

gro¯er frauentag Maria Hemelvaart, 15 augustus

gruarius a chief forester; a falcon used for cranes

gruellum gruel

gruis zemelen

grumus gruel; a mound; a balk of land

grunda a gutter See alura

grusdach woensdag

gruta gruit (kruidenmengsel om bier van te maken)



grutarius gruitmeester, handelaar in groente en veldvruchten, grutter (kruidenier), gorter (molenaar)

grutum grout

gruus zie gruis

gruyn groen

gr³ner donnertag (groene) donderdag in de stille week voor Pasen

Gs. afk. huw. akte, gescheiden

gstadlmacher zakkenmaker

Gt. afk. huw. akte, gehuwd te

guadagium See guidagium

guadium, guagium See vadium

gualda woad

guannagium See wainagium

guarda ward

guardaroba a wardrobe

guardia wardship

guardiania the office of warden or guardian

guardianus bewaker

guardiare to guard, to protect

guarectare See warectare

guarenna a warren

guarennarius, guarnerius a warenner

guaretare See warectare

guarniso provision

guastum waste

gubernator bestuurder

gudentag woensdag

guensdach zie gudentag

guerra war

guerrare to make war

guerrator a warrior

guerria war

guerrificare to make war

guerrinus at war; warlike

gueux bedelaars, maar ook naam voor geuzen

guialda, gyalda a guildhall

guiare to lead

guidagium safe‑conduct; a payment for safe‑conduct

guidare to lead; to take toll for leading

guido a guidon

guihalla a guildhall

guilda a guild

guildhalda a guildhall

gula a tippet

gula Augusti the first of August, Gulaust, Lammas Day

Gulaustum See gula Augusti

guldagh vervaldag van een rente

guldecamer gildenkamer

gulden munt17e‑18e eeuw , gelijk aan 20 stuivers betaalmiddel, 1 gulden, florin = 20 stuivers, patards (st)

gulder vergulden

gulfus a whirlpool; a gulf

Gulia / Gullus Geul

gulla a gully, a watercourse

Gulles Gooi

gumfus, gumpha a hinge, a joint; glue

guna a cupping glass (guva); a gown

gunca reeds

gunellus a short gown

gunna some part of the machinery of a mill; a cannon, a gun; a gown

gunnarius a gunner

gunnum a cannon, a gun



generale hoofd van een vrouwelijke orde

gupilierettus a foxhound

gupillius a fox

gurda a handmill (?)

gurgeria a gorget

gurges, gurgitum a weir

gurgulio a gargoyle

gurtus a weir

gust nog niet gekalfde koe



Deel met je vrienden:
1   ...   27   28   29   30   31   32   33   34   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina