Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina28/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   148

faculteit faculteit, vermogen, vermogendheid, macht

facunde welsprekendheid

faendrich vaandrig, militaire rang

fagatum a faggot

faginum beech mast

fagottum a faggot

faict een werk of daad

faida feud, enmity

faidinus, faiditus an enemy, an exile, a banished man

failgieren missen

failleren in gebreke blijven

faire les foins hooien

faiseur oplichter

faist afk. faisant, doende

fakkel heraldiekteken, brandende toorts

fakken verwerven, pakken, grijpen

fala "a somer castel," a wooden tower used at sieges and on board ships; a scaffold

falanga See falinga

falcabilis fit to mow

falcare to mow

falcarius sikkelhandelaar, sikkelsmid, zeisensmid

falcarius sikkelsmid, handelaar in sikkelsook; magere Hein, man met de zeis

falcatura a day's work at mowing

Falchenberg Oud ‑ Valkenburg

falcidia portio het vierendeel van de erfenis dat de erfgenaam vermag af te trekken die met al te veel legaten bezwaard is

falcidie afkorting, afsnijding

falcidium a swathe

falco a falcon

falcoburgensis van Valkenburg

falcona a falcon; a small cannon, 2 1/2 inch bore

falconaria the service of supplying falcons

falconarius valkenier

Falconis Mons Valkenburg

falda a fold

faldae cursus a sheepwalk

faldagium faldage, the right to set up folds

faldicium a fold; foldage, foldpenny; payment for folding sheep, or for leave to set up a fold

faldistorium an arm‑chair; esp. a bishop's throne

faldum a fold

falera trappings (phalera)

falerarius a sumpter horse

falerator a sumpter man

falescere to cease; to fail

falesia a rock, a cliff

faliant ingebreken blijvend persoon

falinga a cloak or jacket, used in Ireland (falding?)

falivouwen mooipraten

faljeren missen, gebreken

falla, fallum a measure of land; tin; a fault

fallacie bedrog

fallatie valsheid, bedrieglijkheid

fallire to fail

falmotum a folkmote

falsare to deceive; to falsify; to forge

falsaris een bedrieger, die valse instrumenten maakt

falsarius vervalser

falsarius, falsonarius a forger

falsator a forger

falsitas forgery

falsitia treachery

falsonaria, falsoneria forgery; making false coin

falsonarius a maker of false coin

faluyrt waard zijn

faly, falie hoofddoek, ook; een damesmantel

fame gerucht, openbaar gerucht

fameeren beschuldigd door een gerucht

famella dienstmaagd

famella dienstmeisje

famellus knecht, bediende

famellus knecht, bediende

famen a speech

fameus berucht, bekent, ruchtbaar

fameus libel een faamrovend geschrift

familia a set of chess or draughts men

familia familie, gezin, dienstpersoneel, huisgenoten, gezinsleden

familia alle personen die in een huis woonden, ook; het dienstpersoneel, later voor alleen de gezinsleden

familia defuncta uitgestorven familie

familiares vertrouwelingen, raadgevers van een vorst, leken die zich bij een orde aansluiten

familiaria bezittingen van de familie

familiaria bezittingen van (de)een familie

familiaris verwant, familielid

familie de engste levensgemeenschap. dus vader, moeder en de kinderen

familietrek gelijkenis van familieleden onder elkaar, ook; figuurlijk

famula dienstmaagd, dienstmeisje

famula dienstmeisje, leerling

famula dienstmaagd

famulus knecht, huisbediende, dienaar, bediende, leerling, gezel

famulus knecht, bediende, schildknaap ook; leerling, hulp, bediende

famulus knecht, bediende

famulus servant, clerk

famulus (a) man servant, maid

fanatio the fawning season in forests

fancielus some kind of tenant

fantasie inbeelding, eigenzinnigheid

fantassin infanterist, voetknecht

fantastijk eigenzinnig, bijzinnig, vies, zwaarmoedig

fanula a fanon, a maniple

farcher varkenshandelaar

farcinula a package, a parcel

fardeel baal, pak, doos

fardella, fardellum a fardel, the quarter, or eighth of a yard land

fardellarius the holder of a fardel

fardellus a bundle; a fardel; the holder of a fardel

farina meel

farinagium toll of meal or flour

farinarius meelverkoper

farricapsium the hopper of a mill; a bin

farsatura stuffing

fartor worstmaker

fartor worstenmaker

farundella a quarter of an acre

fasceel takkenbos

fasceelhout per bundel verkocht brandhout

fascennia, fascina a bastile, a wooden fort used in besieging a town

fasces heraldiekteken, bundelbijl

fasianus a pheasant

fassus a faggot

fastelabend vasten avond

fastidie walging, zadheid? dronkenschap?

fastidiÙren walgen, zad maken?

fastnacht, 6e zondag voor Pasen

fastnachtsonntag zie fastnacht

fatalia de tijd binnen de welke men moet appelleren

fatalia appellationis de dingen die noodzakelijk zijn voor het instellen van het appel

fatalien ding‑dagen, pleit‑dagen

fatigatie vermoeiing

fatige vermoeidheid

fatigeren vermoeien

fatis functus vredig gestorven (fungere: deelachtig worden; vervullen, bekleden) (Smetius)

fatsoen alle voorwerpen die een vorm hebben en door mensen zijn gemaaktook; gestalte, vorm, gedaante

fatum noodlot, nooddwang

fatuus onnozel

fatuus onnozel

fatuus onnozel

Faucheuse (la) magere hein, de Dood

fauconnier valkenier

faudet toonbank

faulte in gebreken blijven, niet nakomenook; gebrek, feil, fout

fausetum treble; a faucet

fauteur gunstdrager, een medepleger

fautsoen degen

faux serment meineed

faverca a forge

faveren begunstigen, gunstig zijn

faveur gunste

favis(s)ae, -arum ondergronds reservoir voor water, tempel­schatten. Griekse thesauroi (Smetius)

favorabel gunstig

favorable recommandatie brieven van

favorijt gunsteling

fa´encerie aardewerkfabriek

fa´encier plateelbakker

fb afk. fÚbrier, februari

fe afk. faire, het doen, handeling, daad, uitvoering

fe afk. fe, feu, wijlen

feber (witte) witte koorts

febres (witte) zie feber (witte)

febri door koorts

febri aestuanti door een gloeiende koorts

febri aestuanti door hete koorts

febri aestuanti door een gloeiende koorts

febri calida door een hete koorts

febri calida door een hete koorts

febri frigida door koude koorts

febri maligna door een kwaadaardige koorts

febri maligna door een kwaadaardige (hevige) koorts

febri malignae from a bad fever

febri putridus door koorts uitgeput

febri putridus door koorts uitgeput

febri vehementi door hevige koorts

febri vehementi door hoge koorts

febrifrigida door koude koorts

febrimatio ploughing or digging up land

febris fever

febris koorts

febris, is F (abl. febri) koorts (door koorts)

februarii van februari

februarii van februari

februarius februari

februarius februari

Februarius, Februarii februari, van februari

fechner bonthandelaar

feci ik heb gemaakt

feci ik heb gemaakt

fecit hij/zij heeft gemaakt

fecit heeft gemaakt

fecit heeft gemaakt

feida a feud

feil grove katoenen doek, dweil

feira a fair

feissa a strip or stripe (?)

feiteur misdadiger

fel wreed, onmeedogend

felagus faithful; a companion

feld marÚchal veldmaarschalk

feld marÚchaux zie feld marÚchal

felgenhauer wagenmaker

feliciteit welvaart, voorspoed, geluk

fellwerkbereiter bontbewerker

felo a felon

felonia felony

felonice feloniously

felonie ontrouwe, of smaadheid?

felp flueelstof

felparia, feltrum felt

Felua / Velua Veluwe

feme covert married woman

feme sole unmarried woman

femella vrouwelijk; vrouwtje

femella vrouwelijk

femella vrouw

femenijn wijflijk, vrouwelijke

femina woman

femina vrouw

femina vrouw

femini generis van het vrouwelijk geslacht

femini generis van het vrouwelijke geslacht

femini sexus van het vrouwelijk geslacht

femini sexus zie femini generis

feminus vrouwelijk, van vrouwen, van een vrouw

feminus vrouwelijk, van een vrouw

femme echtgenote, vrouw

femme de chambre kamermeisje

femoralia drawers, breeches; cuisses

fenaison het hooien, hooioogst

fenestra a window

fenestreola a small window

Fenesy VenetiÙ

fengera fern

fenijn vergift, doodspijs

fenil hooizolder

feniseca maaier

feniseca (gras)maaier

fenissa a haymaker

fennatio See feonatio

fensura a fence

fenticius See finticius

fenynig vergiftigd

feodaal zie feudaal

feodaal goed een stuk land of onroerend goed tegen bepaalde voorwaarden aan zijn leenman opgedragen

feodalia leengoederen

feodalia feudal estates

feodalis, feudalis feudal; a vassal

feodalitas, feoditas fealty

feodamentum feoffment

feodare to enfeoff

feodarius, feodatarius a feodary, an officer of the court of wards; a feudal tenant by service

feodelitas fealty, which is correctly fidelitas

feodi firma fee farm

feoditas fealty

feodum zie feudum

feodum a fee; a fief

feodum talliatum fee tail

feoffamentum a feoffment, grant of tenements, &c. in fee

feoffare to enfeoff, to grant in fee

feoffator a feoffor

feoffatus a feofee

feonatio the fawning season, fence month, a fortnight before and a fortnight after Midsummer

feoragium straw

fer forgÚ smeedijzer

fera a wild beast, used especially for deer

feragium forage

ferandus See ferrandus

ferblantier blikslager

ferculum a dish; a mess; a litter

ferdella, ferdellum See fardella

fere bijna

ferecia a quilt

feretriarius a man in charge of a bier or shrine

feretrum baar

feretrum een lijkbaar, een draagbaar

feretrum lijkbaar

fergon zie fourgon



feria prima zondag, maar meestal is dat feria dominica of dies dominica/dominicus

feria secunda maandag

feria tertia dinsdag

feria quarta woensdag

feria quinta donderdag

feria sexta vrijdag

dies sabbatinus zaterdag; sabbatum

feria penultima voorlaatste dag

feria ultima de laatste dag

feriagium payment for ferrying

ferialis See feriatus

feriatio a holiday

feriatus dies a feast day, saint's day, holiday

ferie lijst of boek van bij de rechtbank aanhangige zaken

ferien vierdagen, verlofdagen

ferijnen met een beitel frijnen van natuursteen

ferinae carnes venison

feritorium a swingle; a beetle

ferlingata, ferlingus four acres; a quarter of a yard land

ferlingellus a measure of corn

ferlingus a farthing

ferm afk.fermier, boer(in), landbouwer, veehouder

fermette boerderijtje, keuterboerderij

fermier landbouwer, veehouder

fermier en location pachter

fermina custody

fermisona the winter season for killing does

fermiÞre boerin

fernere to empty

fernigo waste land, covered with fern

ferpel. bedrog, arglist,kwader trouw

ferragia pasture, land where forage is grown

ferramentum an iron tool or instrument; a horseshoe; a ploughshare; a tire; irons for a prisoner

ferrandus, ferrantus iron grey

ferrare to shoe a horse; to put an iron tire on a wheel

ferrarius ijzer‑



ferrarius faber smid, ferrator

ferratura ironwork; esp. horseshoeing

ferre, tuli, latum dragen, brengen, zeggen

ferreur paardensmid

ferrifilum iron wire

ferrifodina an iron mine

ferripodium a patten

ferro, ferronarius an ironmonger or ironworker

ferronnier siersmid

ferrura a blacksmith's trade; a wheel tire

fertegaal hoepelrok

ferthendellum a quarter of an acre

fertijl vruchtbaar

fervrier februari

ferwielen fluwelen, fluweel

fesana, fesans, fesantis, fesantus a pheasant

fessum, fessus a truss

festeren beleefdelijk onthalen

festinancia haste

festinatie verhaasting

festo sancti N. (in) op het feest van de heilige N.

festrum a roof‑tree

festum feest

feto cervi a fawn

fetura kind, kroost, nakomelingen

fetus kind, kroost, nakomelingen

feu wijlen, de overledene....., zaliger, ook; brandstapel

feudaal leengoed, leenroerig

feudale goeden leenroerige goederen

feudalis See feodalis

feudataire leenman

feudum feodaliteit, leenstelsel

feudum, &c See feodum, &c

feuermõuerkehrer schoorsteenveger

feugera fern

feutrine wolvilt

feutrum felt

feux zie feu

fexeren kwellen, plagen

feyten inhoudende het geen men betonen, of bewijzen wil

ff foliae: bladzijden, in fine ff: op het eind van de blad­zijden (Smetius)

fiancÚ, fiancÚe verloofde, aanstaande

fiasque strofles voor wijn, mandfles, buikfles

fiat het geschiede alzo, het is goed, goedkeuring

fibulator loodgieter

fibula zie fibule



fibule kledinggesp, kledingspeld, sluitspeld, doekspeld, speld

ficelle klein stokbrood

fiche beschrijving, gegevens, registerook; spie, penook; van been gemaakte (waarde)plaatjes voor bij het kaartspel

fichu sjaal, hoofddoek, halsdoek

fico a boat

fictie versiering? verdichtsel, verzinsel

fide dignus betrouwbaar

fidedignus geloofwaardig

fideicommis erfbeveling, erfbetrouwing, erflating over de hand

fideicommissaire registratie boeck boek met vermelding van op een fide´‑commis betrekkinghebbend goed of zaak.

fideicommissarius erfgenaam met last van overgifte?

fideicommissio erfstelling over de hand

fideicommissum testamentaire beschikking, waarbij een vertrouwde persoon, die voor de wet optreed als erfgenaam, opdracht geeft een zeker legaat uit te betalen aan iemand die wet‑telijk niet als erfgenaam kan worden aangewezen; de erfgenaam heeft het vruchtgebruik maar moet zonodig het terug geven aan de eigenaar

fideicommissum testamentaire beschikking van bepaald soort

fideiussio, ‑nis F borgstelling, borgtocht

fideiussor godfather

fidejussio borgstelling, schriftelijke borgstelling

fidejussor borg, ook; de peet die zich borg stelde voor een goede (christelijke opvoeding) van de jonggeborene, doopgetuige, doopheffer

fidel getrouw

fidelio trouw

fidelitas fealty

fides geloofwaardig (trouw, betrouwbaarheid, geloof­waar­dig­heid) (Smetius)

fides, ‑ei geloof

fide´‑commis(sum) erfstelling over de hand, dit is erfmaking waarbij erfgenaam de erfenis moet bewaren en aan een derde moet overdragen. ook; goed dat niet verkocht mag worden maar in een familie moet blijven

fidicen speelman

fiducie betrouwing, vertrouwen in een goede afloop of in de degelijkheid van iets of iemand

fief leen, leengoed, domein, terrein

fiel gal van dieren

fielterij schelmerij

fier nobel, waardig, hoogstaand, ook; bloeiend, fris

fiertel zie fiertre

fiertere zie fiertre

fiertre lijkkist, doodkist

fifille dochtertje

fifre bespeler van een dwarsfluit

figaro barbier, kapper

figlerius pottenbakker, tegelbakker

figulus pottenbakker,ook; kachelmaker

fijfel kleine dwarsfluit

fijl zie feil

fijlebaart snotneus

fikkere middelvinger

fil zo afk. Filius, zoon

fil. filius

filacia lana woolen yarn

filacium a file, for documents

filare to file

filarium a steel, a hone

filatio bloedverwantschap in neerdalende rechte lijn, afstamming in de eerste graat, kindschap

filatrix a spinster

filatum a net; thread

filazarius a filacer, an officer of the Common Pleas who files writs

filetum See filatum

fileur spinner, spinster

fileuse zie fileur

filiì dochters, van de dochters

filia dochter

filia devota geestelijke dochter, religieuze, non

filia fratris nicht, dochter van broer

filia fratris/sororis niece, daugher of brother/sister

filia in(n)upta ongehuwde dochter

filia legitima wettige dochter uit een voor de kerk gesloten huwelijk geboren

filia redicta nagelaten dochter

filialis hulpkapel, hulpkerk

filiaster (vrw. ‑a) stiefkind; schoonzoon,schoondochter

filiatie familie verwantschap, afstamming

filiatio bloedverwantschap in nederdalende rechte lijn, afstamming in eerste graad, kindschap

filicarius straatmaker, strater, steenzetter, plaveier, stratenmaker

filicetum ferny ground

filietas zoonschap, zie ook filiatio

filiola dochtertje, doopdochtertje

filiolus zoontje, doopkind, petezoon

filitrix spinster

filius son (Ex Officina Plantiniana, apud viduam & filios Ioannis Moreti = From the Plantin printing establishment, in the shop of the widow and sons of Joannes Moretus; Sumptibus Matthei Rieger et filiorum = At the expense of Matthew Rieger and his sons) (technische term boekdrukken)

filius legitimus wettig, zoon uit een voor de kerk gesloten huwelijk geboren

filius natu maximus de oudste zoon

filius natu minimus de jongste zoon

filius naturalis buitenechtelijke zoon, van mindere afkomst, van lagere stand

filius quondam Johannis zoon van wijlen Jan

filius unicus enige zoon

filtrum felt, a mattrass

filum a fillet in architecture

filum aquae the middle of a river

fima dung, manure

fimare, fimere to manure

fimarium a manure heap

fimarius a scavenger

fin dood

finalijk eindelijk, glad af

finaliter uiteindelijk

financia ransom; fine

finare to pay; to exact; to refine

fine en effecte (ten) met het doel

finesse vond (verzinsel), loosheid, lift, praktijk om iets uit te voeren

fingeren versieren, bootsen?

fingieren versieren

finire to pay a fine; to exact a fine

finticius of trees, split or fit for splitting

fiola, fiolum a beaker; a phial (phiala); a cruet

firgia a fetter

firma a farm; rent

firmaculum a buckle; O.E. fermayle

firmare to fortify; to seal or sign; to give security; to grant a farm; to rent a farm

firmarium a corruption of infirmarium, an infirmary. O.E. "a fermarie."

firmarius landbouwer

firmatio doe season; provisions

firmeren vestigen, gestadigen (voortduring)

firmerie ziekenhuis

firmitas fortification

firmlinge vormelingen

firmura a lock; the right of closing

fisantum a pheasant

fiscaal graaflijkheids, of de lands schatbewaarder, verzorger

fiscalis behorende tot de fiscus

fisce lands schatkist

fiscus kas, staatskas, penningmeester, belasting

fiscus Merovingische / Karolingische bestuurseenheid, belastingdienst

fistuca a fishing‑rod

fistularius fluiter, fluitspeler, speelman, (stads)muzikant

fistularius pijper

fistulator a piper

fistulator fluitspeler, (stads)muzikant

fitsen scharnieren

fix sterk, krachtig

fixula a buckle; a button

fiÞre zie fier

fl afk. florin, florijn, gulden

fl, flor afk. florÚal, maand van de bloei

flabbe betaalmiddel, 1 flabbe = 4 stuiversook; oorveeg, vuistslag

flabellum a vane

flaccum an arrow

flaco a marsh; a flagon; a cake See flato

flaconnier flessenmaker

flagellation geseling

flageller geselen

flagellum a flail; a door‑bar

flaketta a flask

flameola a garment, usually of silk

flameum a kerchief

flamicia flawn, custard

flanckaert jas van krijgslieden

Flandorum Brugge

Flandr(i)a Vlaanderen

flandrensis / flamingus Vlaams

flao See flato

flaptafel zie hangoortafel

flare dolia to hoop (?) casks

flasca a flask

flato, flauto a cake, a custard

flator smelter, gieter

flator ijzersmelter

flatteren pluimstrijken, vleien smeken

flavissae favis(s)ae, -arum, ondergronds reservoir voor water, tempelschatten. Griekse thesauroi (Smetius)

flebotomarius aderlater

flebotomarius aderlater

flecharia service of supplying arrows

flecharius, flecherius a fletcher

flechia an arrow

flechiare to make arrows

flecta an arrow; a hurdle

fleebotimacio bleeding

fleer kaakslag

flenni flanel

flep driehoekige hoofddoek

fleppen drinken

flere bijna, ongeveer

fleresijn jicht

fles inhoudsmaat voor wijn, 1 fles = ca.0,8 ltr. Ook; Amsterdamse fles = ca. 0,88 ltr. of 44 fles in een anker

Fles circa 0,861 liter. (inhoud maat maten gewichten)

Fles(s)inga Vlissingen

fleta an arm of the seas

fleur de lijs heraldiekteken, lelie

fleuret zie floret

fleurons heraldiekteken, gestileerde aardbeibladeren

Flevo Urk

Flevolandia Vlieland

flexarius a fletcher

flikkerslagen bliksemflitsen

flikkersout salpeter

flocci flock, refuse wool

floccus See frocca

floers doorzichtige zwarte stof van wol of zijde

flor afk. florÚal, maand van de bloei

floratus embroidered with flowers; scented

floreenplichtige degene die op grond van het bezit van een zgn. schotschietende hoeve (in Friesland) verplicht was tot het betalen van de floreenbelasting

Florentia Florence

Florentius Floris

florenus a florin, a gold coin, first coined at Florence, 1252

florenus gulden

floreren bloeien, welvarende zijn

floret schermdegenook; zijdegaren

florijn muntsoort, waarde gelijk aan 28 stuivers

florÞal april

flota, flotta a fleet; a raft

flouflute zie flute

flouwiellen fluwelen

fls. filius

flÚau plaag, ramp,ook; dorsvlegel

fluctuÙren zwerven, zwalpen (rondzwerven), sukkelen

flucx terstond

Fluetum Vleuten

fluim slijm

flume rivier

flute penis, piemel, mannelijk lid

fluwijn kussensloop

fluxu sanguinis door een bloeding

fluxu sanguinis door een bloeding

flv. folio verso

fme afk. femme, vrouw

Fn. afk. op huw. akte, familienaam

fo afk. folio, blad, folio

foagium a rent paid in the Channel Islands See focagium

focagium focage or housebote; hearth‑tax

focale, focalia fuel; the right of taking fuel

focaria keukenmeid, vrouw van een soldaat, ook; concubine

focarius keukenjongen

fodera a fother (of lead), 1,950 lbs. or 2,000 lbs.; 20 cwt. (E.C.P. 59; 215)

foderaticum fodder

foderator lakenarbeider, sergeant belast met de kleding

foderator lakenarbeider, sergeant (belast met kleding en uitrusting), voorbode

fodertorium, foderum, fodrum fodder

foemella, zie femella



Deel met je vrienden:
1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina