Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina26/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   148

elcman iedereen

elcx in haer regardt ieder voor zich

elderboom els

eldir fatir (‑mudir) grootvader, (‑moeder)

electeurspenning munt

electie verkiezing, verkiezingen

electrum geelkoper

electuer keurvorst

eleemosyna alms

eleemosynaria an act of donation; a place where alms are distributed; the office of almoner

eleemosynarius chaplain

eleemosynarius an almoner

elegant uitgesproken mooie....

elegantie aardigheid, fraaiigheid schoonheid

elegie treurklacht

elemal zie eleman

eleman beste kerel

elemosina libera, pura, et perpetua frankalmoign

elemosinare to grant in alms, or in frankalmoign

elemosinarium an almonry; an almery, an aumbrey

elemosinarius (Grieks) armenverzorger, aalmoezenier

elemosyna aalmoes, schenking

elenbaas zie eleman

elephantia leprosy

elevare grootbrengen

elevare grootbrengen

elevatie verheffing

elevatio crucis kruisverheffing, 14 september

elewekse vervloekte

elft elf, ook boze geest

elftausend jungfrauen elfduizend maagden, 21 oktober

elftwinninghe leen waarvan de helft van de vruchten aan de leenheer, de andere helft aan de leenman toekwam

elhorn vlierboom

elide(e)ren uitvegen, uitdrijven

elige(e)ren verkiezen, uitkiezen

elle zie el

ellemate vastgestelde maat van ÚÚn el

ellendelike op een gruwelijke wijze

ellendicheit ballingschap, verbannen

elne de onderarm als maat voor een el

eloce(e)ren verhuren, te huur laten gaan

elocutie uitspraak

elogie eerspraak

elogium vermelding (Smetius)

elongare to remove to a distance to eloign

eloquent welsprekende, redenaar

eloquentie welsprekendheid

elpenbeen ivoor

elsate elzenhout

else elzenboom

elsenaar schoenmakersgezel

elsene els, priem

elst zie elsene

eltkens inhoudsmaat voor graan = ca 1,35 ltr.

elucidatie verlichting, verklaring, opheldering

elucideren verlichten, verklaren

elude(e)ren bespotten, uitstrijken, ontsnappen

eluvio a sewer

elx elk

em. afk. van emeritus. na volbrachte dienst ontslagen



emancipatie (Lat. emancipatie) ontslag uit de vaderlijke macht

emancipatie handlichting

emanciperen vrijmaken, zijn eigen meester maken, gelijk een vader zijn zoon doet

emane(e)ren uitgaan, uitkomen, uivloeien

emarcidus withered

embassaria, embaxaria an embassy

embaumeur lijkenbalsemer

embaxator an ambassador

embaxatura an embassy

Embdae Emden

Embdae, Embdis (te) Emden)

embuscade lage, laaglegging

emenda amends; a fine

emendare to make amends; to correct; to restore

emendatio the power of correction; the right of assize; a fine; repair

emende(e)ren verbeteren

emeritus na volbrachte dienst ontslagen

emibie afvaarding, uitzending

emigranea megrim, migraine

emineeren uitsteken

eminens uitstekend (Smetius)

eminent openbaar, helder

emisit spiritum gaf de geest

emissarium a sluice

emissarius a stallion

emissie afvaardiging, uitzending

emissio edition (tertia emissio = third edition; secundam & castigatiorem emissionem = second and more correct edition) (technische term boekdrukken)

emissio pestepidemie [???]

emissio (secunda) (tweede) druk

emissio (secunda) (tweede) druk

emissum published (Expletum est hoc opusculum & ex officina emissum in Parisiorum academia = This little work was completed and published from the printshop in the Parisian academy) (technische term boekdrukken)

emissus uitgezonden

emit koop, koopt

emittere uitgeven

emittere, emisi, emissum III uitgeven, publiceren

emmer inhoudsmaat, 1 emmer = 1/4 vat, = 1/5 aam = ca 30 ltr. ook; Amsterdamse emmer = 2 gang = ca 14,7 ltr. ook; In Groningen en Drente oppervlaktemaat, 1 emmer = 1/6 gras =0,066 ha

emolare to grind tools

emoliÙren verzachten

emologare to confirm

emologe(e)ren voor goed achten, voor goed kennen

emolument genot, gewin, profijt, bate

empeschement verhindering, beletsel

empescheren verhinderen, beletten

empfõngnis Maria Maria æs onbevlekte ontvangenis, 8 december

emphasis bijzijn ?, nadruk, nadrukkelijk

emphitheusis erfpachtrecht

emphyteusis a lease in perpetuity or for a long term

emphyteuta, emphyteota the holder of such a lease

employ besteding, aanlegging, bezigheid, aanwending

employeren besteden, aanleggen, bezigen, aanwenden

employeur verwerker

empoisonneuse gifmengster

emprisa an enterprise

emprisonner gevangen zetten

emprumptum a loan

emptie koping

emptor bladorum korenkoper

emptor, ‑is (in)koper

emptor(is) (in)koper

emser gulden munt17e‑18e eeuw , gelijk aan 24 stuivers

Emster Amstel

emulatie navolging, onderdanig, volgzucht

emule(e)ren navolgen, ondergaan, nadoen

emundator zwaardveger, wapensmid

emunitas for immunitas

enamelare to enamel

enarnatio flogging

encadreur lijstenmaker

encaustum ink

Enchusa Enkhuizen

enckede (encel) goed, juist

encourageren moed geven, moedigen

encrochiare to encroach

ende en, en deà.

endedach stervensdag

endelckocke doodsklok

endelvers gebed(en) voor de stervende

enden beslag, leggen op gijzelen

endorsamentum an endorsement

endorsare to endorse

endorsseeren zie endosseeren

endosseeren op de rug, of achterkant aantekenen

endroma rough cloth, falding

endurare to endure

enemaal (t) helemaal

enen aen iet rechten iemand recht doen door executie aan het goed van de partij

enen ene sake op zynen eedt stellen van iemand de bewijseed eisen

enen genoech doen iemand geven wat hij verlangt ook: iemand vergoeding geven.

enen in koeren of broeken sliten iemand tot het betalen van geldboeten veroordelen

enen in loften hebben. van iemand de plechtige belofte hebben, dat hij op zekere straf of boete iets niet meer doen zal

enen op de poorte sliten iemand tot gevangenisstraf veroordelen

enen uut der stat setten besluiten , dat iemand niet in de stad mag komen

enen vrijheyt maken iemand recht van immuniteit verschaffen

energumenus possessed by an evil spirit

enerve(e)ren ontzenuwen, krachteloos maken

enfant kind

enfant en tutelle voogdijkind

enfin eindelijk

enfranchiatus enfranchised

engage(e)ren inwikkelen, in dienst nemen, aanwerven, zich mengen in de vragen

engageanten mouwstukken meestal tot de elleboog reikend, gemaakt van fijne stof

engelen heraldiekteken, rechtopstaande meisjes figuur, met vleugels in tunica gekleed

engelfest engelenfeest, 19 september

engelse sitteren munt17e‑18e eeuw, gelijk aan 5 gulden en 8 stuivers,ook 108 stuivers

engelsschild accoladeschild, kenmerkend zijn de sterk uitstekende bovenhoeken

engesprenc land buitendijks gelegen

engleburgt hemel

engleceria Englishry; being an Englishman

engleria See engleceria

englestad zie engleburgt

engrallatus ingrailed, with curved indentations (heraldic)

engrossare See ingrossare

enim immers, namelijk, inderdaad, want

enitia See esnecia

ennoyeus geitenhoeder

enorin zie enorm

enorm lelijk, wanstaltig, ongeschikt, misvormd

enorme ongeregeld

enquesta an inquisition

enqueste onderzoek van waarheid verklaringen van getuigen, horen van getuigen, onderzoek

enqueste valetudinaar onderzoek, het horen van getuigen die oud, ziek, of waarvan gevreesd werd dat ze binnenkort zullen sterven

enqueste(e)ren onderzoeken

enrolleeren optekenen, op de rol zetten

ensaisinare to put in possession; to give seisin

enseigne vaandrig, ook uithangbord, vaan, vaandel, banier

ensel weegschaal

ensevelir begraven, in een lijkkleed wikkelen

ensorceleuse heks,

ensorcellement hekserij

ensoutanÚ zwartrok, paap, r.k. priester

entbieden aanbieden

enterclausum a screen (?)

enterineeren zie enterrinement

enterinement gestading, voor goed houden

enterrement begrafenis, ook; begrafenisstoet

enterrement civil niet kerkelijke begrafenis

enterrer begraven

entrare to enter; to enter in a book

entrepeneur aannemer

entrepreneren bij de hand innemen

entreprise aanslag, voornemen

enumeratie nummering, optelling

enumereren optellen, aantellen (groter worden van een bedrag of hoeveelheid)

envie haat, wangunstook; moedervlek, wijnvlek

envoyÚ afgezant, gezondene

envoyÚe zie envoyÚ

enwechwerpine verwerping

eoafk. eodem, zelfde

eo, quod daarom, omdat; daardoor, doordat

eo quod te meer, omdat

eo. eodem

eodem door, in hetzelfde, op de zelfde dag

eodem (de)zelfde

eodem anno in hetzelfde jaar

eodem die op dezelfde dag

eodem instanti op hetzelfde ogenblik

eodem morbo door dezelfde ziekte

eodem zie: idem door/in dezelfde/hetzelfde

EPA afk. Evangelisch Pharr‑archiv

eparchus commandant, bevelhebber, bevelvoerder

ephipp(i)arius zadelmaker

ephipparius zadelmaker

ephorus kerkopziener, schoolopziener, (huis)onderwijzer

ephorus deken, opzieners, (huis) onderwijzer

ephorus voorzitter

epicaligae overshoes or boots

epicedion begrafenislied

epicedium gedenkdicht

epidimie besmettelijke ziekte

epilogatie een besluit om een vroegere reden

epimenium a monthly present, or expense

epiphania een openbaring

Epiphania Verschijning des Heren, 6 januari

episcopal is bisschoppelijk

episcopalia synodals or other payments by the clergy to the bishop

episcopalis van de bisschop, bisschoppelijk

episcopare to make a bishop; to act as a bishop

episcopatus a bishopric

episcopium a bishopric; a bishop's palace

episcopus bisschop

episcopus electus verkozen bisschop (door een kapittel verkozen, maar nog niet door de paus in zijn ambt bevestigde bisschop)

epistolare a service‑book containing the epistles

epitaaf grafschrift, ook; de gehele grafsteen met ornamenten versiersels en opschrift

epitaphie een in een muur gemetselde grafsteen

epitaphium grafschrift

epitaphius grafrede

epithalamium huwelijkszang

epithalamium huwelijkszang, bruidslied

epitilium a birdbolt

epitogium a gown

epitoma uittreksel

epos heldendicht

epouse echtgenote, gemalin

epoux echtgenoot, gemaal

eps. episcopus

epulor weelderig leven

eq. eques

equael, equalis gelijk

equalens a corrupted form of equivalens

equalis gelijk

eques ruiter, bereden militair, later ook ridder

eques ridder, ruiter, krijgsman te paard

eques a knight

eques aureivelleris Ridder in de Orde van het Gulden Vlies

eques cataphractus gepantserd ruiter, kurassier

eques, equitis ridder, ruiter

eques hungaricus huzaar, Hongaarse ruiter

eques loricatus gepantserd ruiter, kurassier

equester ruiter

equicida paardenslager

equicida paardenslager

equicida paardenslager

equicium a ruler

equicius paardenkoopman

equicius paardenhandelaar

equicius paardenhandelaar

equillus a hackney

equipagie uitrusting

equiperen uitrusten

equitarius on horseback; horse, as applied to a carriage or plough, &c

equitator a rider, a forest officer

equitatura a riding or baggage horse; cavalry; knighthood

equitibia the hock of a horse

equitis van de ridder, ruiter

equitium a stud of horses

equivalentia equality

eramentarium a saltpan

erant fuerunt zij waren

erat was

erat he/she/it was

erat, erant (hij/zij) was, (zij) waren

erchmeker zemenmaker

erden begraven

erdepotnbacker pottenbakker

erdhoevel aardhoop, heuvel

erdhuus bewoond hol, woning in de grond

erdtrichsmesser landmeter

erdwerc aardewal, verhoogd voetpad

ere (bij graan) dorsvloer

erectie oprichting

eremita a hermit

eremitorium a hermitage

eremodicium a non‑suit

eren ploegen

erentfest achtbaar, vaak gevolgd door wijse, edele bijsondere

erentfeste zie erentfest

erfachtig volgens het erfelijk(e) recht, erfelijk

erfachtigheid erfdeel aan vaste goederen

erfbrief bij erfenis bewijs van erven, akte van recht op het onroerende goed

erfceys erfrecht

erfclage aanklacht met betrekking tot een onroerend goed

erfcollator door vererving verkregen bevoegdheid als hoofdbestuurder benoemde (collaties) te doen

erfcommer erfelijke rente

erfcoren erfrente te voldoen in graan

erfcusten verbintenis op een erf gevestigd, ook custinge van erven

erfdeel wat iemand als zijn deel uit een nalatenschap toekomt of wat hij als zodanig ontvangtook; bezit dat iemand door erfenis verkregen heeft of verwerft

erfdeling deling van een erfenis

erfdienstbaarheid dienstbaarheid die op een erf rust erfdienstbaarheid is een last waarmede een erf bezwaard is, tot gebruik en ten nutte van een erf, het welk aan een andere eigenaar toebehoort

erfdrager iemand die het erf bezit, de naakte eigendom bezit tegenover de tochtenaar die de opbrengst geniet

erfftijns zie erftins

erfgeboren door geboorterecht verkregen

erfgedinged erfrecht, contractueel vastgelegd recht op een goed na een der zijn dood

erfhavelijc goet aangeÙrfd roerend goed

erfhavelijck aangeÙrfd roerend goed

erfhure erfpacht

erfhuus boedel die nog verdeeld moet worden

erfmagescheit toewijzing van erf aan de verschillende magen van dezelfde erflater boedelscheiding met betrekking tot grondbezit

erfmombaer voogd, die door erfrecht (bloedverwantschap) tot de voogdij geroepen is

erfnemer die een goed in erfpacht krijgt

erfpenninc erfrente

erfrente vaste rente, welke ook na de dood van de rentegever niet wijzigt

erfrenten renten," die langer duurden, övererfdenö en niet met de dood van de gene op wiens naam ze stonden vervielen

erfrogge etc. hoeveelheid rogge, tarwe gerst, boekweit etc als belasting te betalend

erfsake rechtzaak over een onroerend goed

erfschatter schatter van vaste goederen

erfscheder landmeter, rooimeter, grensbepaler, persoon die de grenzen van een grondbezit vaststelt

erfscheider, zie erfscheder

erfscheiding afpaling van vaste goederen verdeling van een nalatenschap

erfside de zijde waarvan een goed aangeÙrfd is

erfstocgoed erfelijk familiegoed

erft herfst

erftal erfdeel, meestal een onroerend goed of land

erftijns zie erftins

erftijns zie erftins

erftins vaste uitkering uit een onroerend goed te betalen aan de eigenaar, het goed dat tegen zulk een uitkering wordt uitgegeven heet dan erftingsgoet

erfuiting regeling voor de verdeling van de nalatenschap

erfve onroerend goed, alle niet leengronden

erfvelijke rente erfrente, vaste rente

erfvenesse gerechtelijke inbezitstelling van onroerend goed

erfvoget erfelijke voogd

erfvoogdijen het opvolgen door de zoon als voogd, hoewel het niet erfelijk was.

ergastularius gevangenenbewaarder

ergastularius tuchthuismeester

ergenlist arglist

ergot moederkoorn

ergotisme vergiftiging met moederkoorn een (giftige schimmel op graan), kriebelziekte

ergotismus kriebelziekte, vergiftiging met moederkoorn (giftig schimmel op graan)

ergwanen argwaan

erhalen verhalen, terugvorderen

erifilum brass wire

erigeren oprichten

erimita kluizenaar

eripiÙren ontrekken, ontrukken

eriquia See hericius

erisipel ate door het St.‑Antoniusvuur

ermina ermine

ermitage afgelegen woning

ernasium See harnesium

ernstige begeerte op uitdrukkelijk verzoek

ernstlijck ernstig,

erodius a gerfalcon (falco islandicus)

erpica a harrow

erra a pledge (arrha)

errant zwervend

errarius cygnus a nesting swan (?)

erraticum a waif or stray

erre(e)ren missen, dwalen

erresen ontstaan

erreur doling, misslag

error juris rechtsdwaling

error juris rechtsdwaling

erruer hij die dwaalt

erschenen verschenen

erselmaant oktober

ersgat achterste

erthmiotum a court held on the boundary of two lands

ertsitter heelmeester

erubiginator a writer of rubrics; a painter in red

erudieren onderwijzen

eruditus geleerd; superl. hooggeleerd (Smetius)

eruginator zwaardslijper, wapensmid

eruginator a furbisher

eruginator zwaardveger, wapensmid

erve vast goed in tegenstelling tot leengoed

erveloot erfdeel

erven ende onterven iemand het eigendom van iets toewijzen en een andere ervan vervallen verklaren

erver eigenaar

erwei¯er erwtenhandelaar

es en sij tenzij

Es. afk. op huw. akte, echtscheiding

esbrancatura cutting off branches; lopping

escaere to escheat; to claim as escheated

escaeta an escheat; a fallen branch; entrails

escaetatio escheat

escaetator, escaetor an escheator

escaetria escheatorship

escaetus escheated

escaldare to scald

escambiare to exchange

escambiator an exchanger, money changer

escambio, escambium exchange; a place for changing money

escangia, escangium exchange

escantio a butler, a cup bearer

escapiare to escape from arrest

escapium escape; a thing that comes by chance

escaptara escape

escarius a carver

escarleta, escarletum scarlet

escarta See scarta

escaudare to scald

escawardus applied to fish, "calvered" or "scarved" (?)

esceppa a skep, a measure of corn, salt, fruit, &c.; a straw or rush basket

eschaeta See escaeta

eschaetor See escaetator

eschambia, eschambium exchange

escheccum a jury, or inquisition; a check

escheppa See esceppa

escheweita sentinel service done by folk of Bordeaux. (Fr. eschauguette.)

eschina a chine

eschippare to equip; to embark

esclaicissement verklaring

esclavus a slave

esclenka a leg of mutton or beef. (Fr. esclanche.)

esclusa a dam or sluice

esclusagium payment for permission to make a sluice

escomarius a boatman; a pirate

escopette donderbus

escruatio cleaning (ditches)

escuagium See scutagium

escuilliare to castrate

escurare to scour; to cleanse

eselbordene molensteen

esellade houtmaat van 16 stukken hout

esgal gelijk

esgaleeren gelijkmaken

esgardia, esgardum a reward; an award

esgardium an award

esiamentum easement

eskaere, &c See escaere

esketor a robber

eskiper, gen. eskipri the skipper of a ship

eskippa See esceppa

eskippare to equip

eskirmire to fence

esmaelitus enamelled

esmeroud smaragd

esnamiare to distrain

esnecca a ship

esnecia, esnaccha, esnechia primogeniture; the limited right of primogeniture of the eldest coparcener

espaltare, espeltare See expeditare

espargne besparing, zuinigheid

espe esp


esperdum an axe (O.E. sparthe)

espergne zie espargne

esperiolus a squirrel

esperkeria a duty on dried fish in the Channel Islands, consisting of a right of preemption of congers; 2d. Tournois on every 100 mackerel; 2 sols Tournois on every bushel of fish; and 2d. on every salt conger exported to Normandy or elsewhere, not in the kingdom of England

espervarius, esperverius a sparrow‑hawk (accipiter fringillarius)

espicurnantia the office of spigurnel

espleta See expletiae

espletiamenta See expletiae

esquadron afdeling soldaten

essaetor an assayer

essaia say, sometimes means fine woolen cloth (serge), sometimes silk. (Fr. soie.)

essarta, essartum See assartum

essay proeve

essayeur prover, bezoeker

essch bouwland

esschappeeren ontsnappen, ontkomen

esse zijn

esse te zijn

esse, fui zijn

essentie wezen, wezenlijke

essonia essoin, excuse for non‑appearance at a court baron, &c

essoniare to give an excuse; to essoin

essoniator an essoiner

essonium See essonia

essum ik ben

est he/she/it is

est is

est hij/zij is



est (hij/zij) is ook; oost (richting)

est, sunt (hij/zij) is, (zij) zijn

establiamentum a settlement

estafette ordonnans, koerier

estallagium See stallagium

estallamentum a mortgage; pawning; an instalment

estallare to mortgage; to pawn

estangnum a pond (stagnum); a bank or stank; a measure of land less than an acre

esterichter leem vloerenmaker

esterlingus an Easterling; sterling

estermannus a pilot

estimatie, zie aestimatie

estimatie waardering

estimeren achten, waarderen

estintus See eastintus

estomihi zondag voor de vasten

estoverium estovers, allowance of wood for repairs, or of necessary food and clothes; stover, provender

estreciare to make narow; to straiten

estrepamentum, estrepinamentum estrepement, injury done to lands by a tenant for life

estresius an Easterling

estrik vloertegel van gebakken klei

estropier radbraken

estuffamentum stuff; material

esturare See escurare

esturus See austur

esuniare to essoin

esuniator an essoiner

et en


et en

et en, ook etctera

et en, ook

et and


et aliis en andere

et aliis en andere

et c(a)etera enzovoort

Et. afk. op huw. Akte, echtgenoot van

etc. afkorting voor het slecht Nederlandse enzovoorts

etelkoren koren voor eigen gebruik

etgras gras dat niet gehooid wordt, het gras na het gehooide gras

ethyke longtering

etiam ook

etiam ook

etiam also

etiam ook

ette rechter

etteswanne overledene, wijlen

eucharistia the sacrament; the consecrated bread; a ciborium

euler kuiper

eulner zie euler

eunjer tovenares, maar ook teer lief, schalks

eurtjen uurtje

eussel zie eeussel

ev afk. en vie, in leven

ev. afk. evangelisch

ev. luth. afk. evangelisch Luthers

ev. ref. afk. evangelisch Reformiert

evaginare to unsheathe

evaluatie waardering

evalueertgel (æg) gangbaar geld

evalueren waarderen

evanesceren verdwijnen

evangelare a service‑book containing the gospels

evangelizare to preach the gospel

evaquÙren ledigen, ontledigen

evel gebrek,

evenaar zie zweng

evenboerticheit van gelijke stand

evene zwarte haver, ruwe haver, rouwe haver

evenen haver

evenenmeel hamermeel

evenenschoof haverschoof



Deel met je vrienden:
1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina