Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina24/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   ...   148

devoueren prijsgeven

dewiele terwijl

dexel deksel

dexter rechts

dexteriteit behendigheid

dextrale a bracer, a vambrace or wardbrace. (Fr. gardebras.)

dextrare to turn to the right; to walk on the right of

dextrarius a war horse, a charger

deya See daia

deyer deserteur

deyla See daila

dezelve dit, deze, die, zulks

dhtaon afk. =habitatio, (be)wonen

diablerie tovenarij

diablesse feeks

diabolique satanisch

diaconatus the office of deacon

diaconus diaken

diaconus a deacon

diaconus noster onze diaken

diak afk. diaken

dianam (circa) rond tien uur >s morgens

diapretus See diasperatus

diarium daily food

diarrhea diarree

diarrhea diarree

diasperatus of various colours; diapered

diatim daily

dib idie tweedracht

dib imulatie ontveinsing (als niet bestaande doen voorkomen)

dib imuleren ontveinzen, verbloemen

dib ipatie verstrooiing

dib iperen verstrooien

dica a tally; a deed; foolish talking

dicam, an ... - of moet ik zeggen, ...? - (Smetius)

diccus a dike

dicenarius See decennarius

dicere, dixi, dictum zeggen

dichter kleinzoon, kleinkind, afstammeling

dicit hij/zij zegt

dicit domininus ego cogto 23e zondag na drievuldigheid

dicitur wordt gezegd, wordt genoemd

dicke dikwijls, vaak

dicketons betaalmiddel waarde = ?

dicra a dicker, ten skins or pairs of gloves, ten bars of iron

dict. dicto, dictus

dict. afk. dicto, dictus, in het gezegde

dictae hereditates genoemde erfgoederen

dictator a person charged with the duty of considering and redressing infractions of a peace or truce; an umpire

dicti anni de genoemde jaren

dicti anni de genoemde jaren

dictionis caesariae onder keizerlijk gezag, in een rijksland

dicto in het gezegde

dicto loco op de gezegde plaats

dictor an umpire See dictator

dictum uitspraak (in een rechtszaak), gezegd

dictum spreuk, zeggewoort (mondelinge verklaring); ook; het kort inhoud van een vonnis, gewijsde uitspraak van rechtbank,

dictum (est) (er is) gezegd

dictus gezegd, vernoemd, geheten, genoemd, voornoemd, bijgenaamd

dicunt zij zeggen

didymi tweelingen

didymus/a twin male/female

die op de dag

die bibel int corte een bundeling van oud testamentische boeken

die precedente op de voorafgaande dag

die precedente op de voorgaande dag

die subsequente de volgende dag

die subsequente op de volgende dag

die(s), diei, diebus dag

diebus op de dagen

diedenisse verklaring

diefclocke avondklok

diefleyer helper van de schout

diefput onderaardse gevangenis

diefrecht recht op dieven van toepassing

dieftalich gestolen

diefzak broekzak, zak in een broek op de dij

diem suum clausit sloot zijn levensdag af

dienstdierne diestmaagd

dienstgoed leengoed

dienstrocke ambtstgewaad

dierenepos lang gedicht, zich afspelend in het dierenrijk

dierlike plechtig

diertein grove stof half garen half wol

dierum van de dagen

dies dag


dies feriatus feest‑ marktdag

dies illa deze dag



dies irae dag des toorns

dies jovis donderdag

dies lunae maandag

dies majalis Mayday

dies martis dinsdag

dies mensis paschae 4e zondag na pasen

dies mercurii woensdag

dies mortis dag van overlijden



dies natalis geboortedag, kerstdag, stichtingsdag, verjaardag

dies post albas 1e zondag na pasen

dies saturni zaterdag

dies solis zondag

dies veneris vrijdag

dies veneris parasceves Goede Vrijdag

dies veneris sanctus Goede Vrijdag

dieswegen daarom

dieszak binnenzak, zak in rok aan de binnenzijde

dieta a day's journey; an assembly; regimen; diet, i.e., the daily scrapings of metal in taking assays at Goldsmiths' Hall, which were periodically melted up; a daywork of land

diete honorarium voor schepen, baljuw etc.

diets verzamelnaam voor alle dialecten (het diet = het volk), ook; gezien als nederlands

diffacere to maim, to destroy

diffagium neglect

diffamatie zie diffameren

diffameren schande nazeggen, faamr faamroof, eerroof, laster oven, achterklappen, belasteren, roddelen, kwaadspreken,

different geschil, onenigheid

differeren verschillen, uitstel, uitstellen

difficijl zwaar, moeilijk

difficultas a tax

difficulteit zwarigheid, verschil

difficulteren zwarigheid maken, moeilijkheid, zwaar

diffidare to defy; to renounce allegiance to; to warn off

diffidentie wantrouwe, ongeloof, ongelovigheid

diffideren wantrouwen, samenstellen

diffodere to dig up

difforciare to deforce

diffrey vergoeding van kosten

difusculus diffuse

digamus voor de tweede maal gehuwd

digereren verdouwen (wegkwijnen), verteren,

digesta vergaarde en het samen gestelde, uit getrokken of uitgelezen zaken

digesta uitgelezen, geordende, berekende zaken

digestie vertering

digitalarius vingerhoedenmaker

digitale a thimble

digitare to point at

dignarium a dinner

dignitarius hoogwaardigheidsbekleder

digniteit aanzienlijkheid, staat, waardigheid

dignus waardig

dignus + abl. waard(ig)

digressie uitlopen

diis manibus sacrum gewijd aan de zielen van de afgestorvenen

diis manibus sacrum gewijd aan de zielen van de afgestorvenen

dijamanten puisten

dijcken dijken

dijkgraaf hoofd van een waterschap

dijkschrijver secretaris van het waterschap

dijnentsland leenland

dijstel peen

dil meisje

dilapideert verwaarloost

dilapideren (te loor doen gaan), door de billen lappen ?

dilatie uitstel, sleping

dilatoire exceptie hulpmiddel om de zak uit te stellen

dilator (exeptie) vertragende verwering

dilatura an accusation (delatura)

dilatus uitgesteld, verwijderd

dilatus uitgesteld

dilay uitstel

dilayeren uitstellen, vertrekken, slepende houden

diligence postkoets

diligent naarstig

diligentie ijver, inspanning aandacht

diligeren lieven, liefhebben

diligiatus outlawed

dilirium, zie delirium

dilirium zie delirium

dille zie dil

dimachus dragonder, lichtbewapend ruiter

dimerie (

dimerie gebied waar de tienden belasting geheven werd

dimidicare to halve

dimidietas a half, a moiety

dimidio zie dimidium

dimidium helft, half

dimidium helft

dimidium helft

dimidium helft

dimidius half

dimidius, half,

diminutie vermindering

diminutien (

diminuÙren verminderen, verkleinen

dimissio demise, making over properties by lease or will

dimissio uitzending van de apostelen, (15 juli)

dimissoriae literae letters from a bishop for the ordination of a person in another diocese

dimissoriales dedi ad contrahendum matrimonium ik gaf verlofbrieven voor het voltrekken van een huwelijk

dimissoriales dedi ad contrahendum matrimonium ik gaf verlofbrieven voor het voltrekken van het huwelijk

dimissoriales litterae geloofsbrieven

dimissoriales, litterae geloofsbrieven

dimissus gezonden (wanneer de bruidegom door zijn pastoor naar de parochie van de bruid gezonden wordt om daar te trouwen)

dimissus gezonden (wanneer de bruidegom door zijn pastoor naar de parochie van de bruid 'gezonden' wordt om daar te trouwen)

dimitteren vrijlaten, vrijstellen, ontslaan

dimittieren ontslaan, ontslaan van een verplichting, een bruidspaar overschrijven, dat niet in de eigen parochie wil trouwen, het krijgt dan geloofsbrieven (dimissoriales litterae) van hun pastoor mee waarin deze zijn instemming voor het sluiten , door een andere pastoor geeft voor het voorgenomen huwelijk

dimoveren verdrijven, afwenden

dimsterheyd schemering

dinc rechtszaak, rechtspraak

dincbanc rechtbank

dincplichtich verplicht om te verschijnen bij een rechtszaak

dincstoringe verstoring van de orde op een zittngdag

dincvluchtich zich onttrekken aan de gerechtelijke behandeling van zijn zaak

dingboeken boeken waarin opgetekend de processtukken, vaak niet meer dan alleen de namen van de partijen

dingelsdag dag voor de rechtspraak bestemd

dingen rechtspreken

dingepant onderpand voor de gerechtskosten

dinger rechter, ook; pleiter

dinghuis raadhuis waar in de dingbank of vierschaar was opgesteld

dinging terechtzitting

dinginge zie dinging

dingmannen getuigen

dingplicht der eigenerfden de plicht om het rechterambt te vervullen

dingtael terzake en duidelijke taal

dinxdach zie dinxeldage

dinxeldage dinsdag

dioc. Diocesis

diocesis (vr.) bisdom

diocesis leodiensis van het bisdom luik

diocesis ruremondensis van het bisdom roermond

diplomaÆs wapenbrieven

dirationare See disrationare

directe regelrecht, gelijk

diribare to take away

dirimant ongeldig makende huwelijksbeletselen zijn deze die de nietigheid van een huwelijk meebrengen de kerk heeft alle graden van verwantschap als ongeldig makend huwe‑lijksbeletsel verklaard

dirimentibus vernietigende beletsels

dirimentibus (impedimentibus) ( door, met) vernietigende beletsels

dirimeren scheiden, afscheiden, ontdoen

dirmatia for A.S. deornett, a hunting net (?)

disadvocare to deny, to disavow

disavantagie nadeel

disboscatio bringing woods into cultivation

discantus a chant

discarcare, discargare, discariare, discaricare, discarkare to unlade, to discharge

discare to make dishes

discedere weggaan, zich verwijderen

discedere weggaan, zich verwijderen

discendenten rechthebbende nakomelingen?

disceptatie krakeel, redekaveling ?, redetwist over een in onderzoek zijnde vraag

disceptator scheidsrechter

discepteren krakelen, kijven

discerneren onderscheiden, onderkennen

discessit hij ging weg (overleed)

discessus dood (gegaan)

disch armenbestuur

dischmeester armmeester, armbestuurder

discifer a sewer; a steward

discipline (kerkelijke) tucht

discipulus scholier, leerling

disclamare to renounce a claim

disclausus open

disconfortare to cause uneasiness to

discontinuare to cease attendance

discoord (

discoort gebrek aan overeenstemming

discopulare to uncouple; to let loose

discord onenigheid, tweedracht

discordantie twiststemming, verschil

discorderen verschillen, twisten, tweedrachtig zijn

discourageren moed benemen

discours redevoering, praatje

discrasia a disease

discredencia unbelief, misbelief

discrepantie verschil

discreperen verschillen

discretie ter bepaling van, bijv. het gerecht

discretus verstandig

discrimen the parting of the hair

discureren redeneren, redevoeren

discus a dish; a desk

discussem zie discussi

discussi betwisten

discussie (

discussio, ‑nis F het betwisten (van een vordering)

discutire zie discussi

discutire , discussi, discussum betwisten

diserte met zo/evenveel woorden (wrdnbk: welsprekend, duide­lijk) (Smetius)

diserte bespraakt

disfacere to dismember, to mutilate

disforceare See deforciare

disgerbigator a haymaker

disgradare to take away a man's rank

disgratie ongunst (barsheid), ongenade

dishabilitare to disable

disheritor one who deprives another of his inheritance

disignare aanwijzen

disimilis ongelijk

disjunctie scheiding, verdeling

disjungeren van een scheiden

diskippagium unshipping

disolveren scheiden, ontbinden

disonerare to discharge

disordre verwarring, wanorde

disparagare to disparage; to marry to an inferior

disparagatio disparagement, marrying an heir or heiress below their degree

dispariteit ongelijkheid, onparigheid ?, tegenstrijdigheid

dispensa a warehouse

dispensare dispensatie verlenen

dispensarius, dispensator a steward

dispensatie uitdeling, vrijstelling, ontheffing

dispensatio huwelijksdispensatie (gevolgd door de graden)

dispensatio affinitatis vrijstelling voor aanverwantschap

dispensatio affnitatis vrijstelleng voor aanverwantschap

dispensatio consanguinitatis vrijstelling voor bloedverwantschap

dispensatio consanguinitatis vrijstellingvoor bloedverwantschap

dispensatio in bannis vrijstelling van de drie huwelijksafkondigingen

dispensatio in bannis dispensatie in de (3) huwelijksafroepen

dispensatio in uno banno dispensatie in ÚÚn roep

dispensatio in uno banno dispensatie van een huwelijksafkondiging

dispensatio, ‑nis F dispensatie, ontheffing

dispensator rentmeester

dispensatorium a steward's room

dispensavi ik heb vrijstelling verleend

dispenseren kwijtschelden, vrjjstellen, uitdelen, vergeven, toestemmen

dispensier uitdeler, schafmeester, hij die afweegt

dispersonare to insult; to degrade

displicare to display

displiceren mishagen

disponeeren zie disponeerende

disponeerende, beschikkende over

disponeren schikken, beschikken

dispoost van lichaam niet gezond van lichaam

disportum amusement, sport

dispositie een ordentelijk bestelling, of beschikking

dispositie, dispositum beschikking, wilsbeschikking in testament

dispositijf kort inhoud en besluit. ook;, de conclusie van een proces dat beschreven moet worden

dispositum beschikking, wilsbeschikking in testament

disputatie redekaveling

disputeren redekavelen, twistredenen

disratiocinare See disrationare

disrationamentum deraignment; proof

disrationare to prove; to deraign

disrobare, disrobbare to plunder

dissaisina, disseisina an unlawful dispossessing a man of his land; disseisin

dissaisire, disseisire to dispossess; to disseise

dissaisitor, disseisitor a disseisor

dissenteria dysenterie

dissentie tweedracht, onenigheid, verschil van mening

dissentieren oneens zijn

dissertatie redenering

dissignare to break open a seal

dissimilis ongelijk

dissimulare to refuse; to delay

dissimuleren veinzen

dissipare to disappear, to scatter themselves

dissoluit zie dissolutie

dissolutie ongebondenheid, losheid

dissolutio conjugi echtscheiding

dissolutio conjugi divorce

dissoluut ontbonden

dissolveren ontbinden, los maken, ontknopen

dissoneren kwaad spreken

dissuaderen ontraden, afraden

distemperantia disease

distentie uitspansel, uitbreiding

distigius a distych

distillare to drop; to distil

distinctelijk letterlijk

distinctio onderscheid

distinguÙren onderscheiden

distonatio discord

distractie aftrekking, uitdeling

distraheren aftrekken, uitdelen, verkopen

distreniatus rigorous

distributiva begevende

districtae a strait; a defile

districtio distress

districtus tax; fine; territory

distrigiare to stride

distringere to distrain

distringibilis liable to distress

disturbancia, disturbatio disturbance

disturbare to send away; to disturb

disvadiare to receive or to redeem a pledge

ditio: dicio, niet dictio in ditione non ignota: op hem bekend terrein (Smetius)

ditionis caesariae, zie dictionis caesariae

ditionis caesariae onder keizerlijk gezag, dito in een rijksland

dito op dezelfde dag

dito op de zelfde dag

diurnalis as much land as can be ploughed in one day with one ox

diurnare to pass the time; to remain; to journey

diurnus een dag durend, dagelijks

diÙte leefmaat

diuturna infirmitate na een langdurige ziekte

diuturno languore na een langdurige ziekte

diuturnus long term, of long standing

divadiare See disvadiare

divers ongelijk, verscheiden

diversimode het zelfde

diverteren afwenden, ontwenden, aftrekken, afleiden. item, zg ergens onthouden

dividenda a dividend

divideren verdelen, scheiden

divinatoire wichelroede

divineren raden

divini verbi minister (D.V.M.) bedienaar des goddelijken woords, predikant

divinus goddelijk

divisa a device; a devise; a boundary; a dole

divisibilis murus a party wall

divisie deling, scheiding

divisio, ‑nis F verdeling

divortatus (vrw. ‑a) gescheiden

divorti sententia echtscheidingsuitspraak

divortie, divortium echtscheiding

divortium echtscheiding

divulgeren gemeen maken, ruchtbaar maken, verspreiden

dix afk. dixÞme, tiende, tien

dix huit achttien, achttiende

dix huitiÞme zie dix huit

dix neuf negentien, negentiende

dix neuviÞme zie dix neuf

dix sept zeventien, zeventiende

dix septiÞme zie dix sept

dixerunt se ... zij zeiden dat zij ...

dixi, dixit, dixerunt ik zei, hij/zij zei, zij zeiden

dixirunt zie dixi

dixit heeft gezegd, zei

dixit se ... hij zei dat hij ...

dixiÞme zie dix

dlla Domicella

dlla. afk. domicella, juffrouw, jonkvrouw

dmt afk. demeurant, overigens, afgezien daarvan, trouwens,

dmt afk. derniÞrement, onlangs, laatst, kortelings

Dna Domina

dna. afk. domina, vrouwe des huize

Dnus Dominus

dnus. afk. dominus, heer des huize

doageria a dowager

doarium See dotarium

dobbe kuil of een in het veen gegraven water

dobbelet kledingstuk met omslagen, een gevoerd kledingstuk

dobbelsaelde schoun dubbel gezoolde schoen

dobelettum a doublet

doblier schaal, schotel

doceren betogen, uitdragen, les geven

dochterkint kind van een dochter

docieren onderwijzen

docillus a faucet

docinna, documa a tithing, error for decenna

doctissimus zie doctus

doctor leraar, gepromoveerde aan de universiteit, meester in de rechten

doctor juris utriusque meester in de beide rechten (kanoniek en Romeins recht)

doctor utriusque iuris doctor in de beide rechten (wereldlijk en kerkelijk)

doctus geleerde, zeer geleerd

doctus geleerd; superl. zeer geleerd (Smetius)

doctus, doctissimus geleerd, zeergeleerd

documents d'archives archiefstukken

dodarium See dotarium

dode hand geestelijke liefdadige instelling

dodehuus sterfhuis

dodenisse zelfmoord

dodenroeper (ambt) aanspreker van een overlijden

dodensanc lijkzang

dodenvat lijkkist, doodskist

dodenvuur brandstapel

doderbussteen loden of stenen kogel voor de donderbus

dodewonde dodelijke wond

doe toen

doeckgewant driehoekige doek, halsdoek , welke over de borst gekruist werd

doelhuus gildenhuis van de schutterij

doemen veroordelen, kwaadspreken

doen cond geven bericht van

doen kundich maken bekend

doende craghte dezes bij deze, door middel van dit

doernebosken doornstruik

doerschoeringe doorbraak, bv van een dijk

doets ingemetselde grootte koperen ketel, ook; vaak van ijzer

doeze lompe meid, ook; domme meid

dofsteen tufsteen

dog maar

dogter dochter

dola a portion, a dole; a faucet

dolare to distribute

dolator timmerman, meubelmaker

dolator timmerman, meubelmaker

dolch wond

dolchmaet afmeting van een wond door een dolk‑ mes‑ etc steek, was bepalend voor de strafmaat

dolea See dola

doleantie beklag

doleren treuren, klagen

dolerende klagende, treurende

doleum a tun (dolium); also used for a hogshead

doleur pijn

dolfinus the Dauphin

dolhuus gekkenhuis, krankzinnigeninrichting

doliarius tonnenmaker, kuiper

doliarius tonnenmaker, kuiper

doliarius vatenmaker, kuiper

dollenhuis gekkenhuis

doloribus partus baringsweeÙn

dom afk. domestique, dienstbode, bediende, huishoudelijk

domanium See dominicum

domesticquen plaatsgebonden personen

domesticus of the same house (monastery)

domestijq huisgenoot

domheer lid van een kerkkapittel

domicella maiden

domicella juffrouw

domicella juffrouw, jonkvrouw (dochter van de heer), jonge edele vrouw

domicella jonkvrouw (dochter van de heer)

domicella, domicilla a young lady; a servant; a nun

domicellus the young son of a nobleman; in the Roman Court, the same as camerarius; a servant in a monastery

domicellus jonkheer

domicellus heer, jonge edelman

domicile woonplaats, verblijfplaats, vestigingsplaats

domicili citandi woonplaats gekozen

domicilie kiesen plaatse nemen en kiezen, in plaats van woonstede

domicilium woning, woonplaats

domicilium woning, woonplaats

domicilium citandi eligere een adres kiezen waar men gedagvaard kan worden, waar men dus 'procesrechtelijk' te bereiken is tijdens de procedure

domifex a carpenter

domigerium danger; power

domina vrouw(e)

domina a lady; a dame

domina vrouwe

domina (adellijke) vrouwe des huizes

dominant een erfelijke aanleg, die in het verschijningsbeeld sterk naar voorkomt en andere erfelijke aanleg overheerst

dominateur een heer.

dominatio a demesne

dominatus lordship

domine ne longe 1e zondagvoor pasen

domineespel spel noemen we nu domino

dominella juffrouw

dominica zondag

dominica zondag

dominica zondag

dominica Sunday

dominici panni Sunday clothes

dominicum a demesne

dominicus of a lord; used on Sunday

dominicus panis bread used at the Mass

dominigerium See domigerium

dominine in tua misericordia 1e zondag na pinksteren

dominium lordship

dominium domein

dominium heerlijkheid, domein

domino obiit is gestorven in de heer

dominus heer (titel van ridders, seculiere priesters en predikanten)

dominus heer, titel voor ridders en geestelijken

dominus lord

dominus a title applied to a peer, to a lord of a manor, to a clergyman, and to a bachelor of arts

dominus (anno domini) heer (in het jaar des Heren)

dominus castri burchtheer

dominus fortitudo 5e zondag na drievuldigheid

dominus illuminatio mea 3e zondag na drievuldigheid

dominus ligius leenheer

dominus loci de heer van de plaats

dominus loci master (lord) of the place (town)

dominus, referendus dominus heer, eerwaarde heer

dominus supremus kolonel

dominus temporalis plaatselijke heer (wereldlijk heer)

domistadium hofstede, huiserf

domle afk. domicile, woon‑, verblijfplaats, vestigingsplaats, woning



Deel met je vrienden:
1   ...   20   21   22   23   24   25   26   27   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina