Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina20/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   148

concordat komt overeen (van een afschrift met het origineel)

concordat komt overeen (met het origineel)

concordat collata is gecollationeerd stemt woordelijk overeen met, stemt overeen met

concordat cum suo originali afschrift stemt, nadat het is gecollationeerd woordelijk overeen met het origineel

concorderen overeenkomen

concordie eenstemmigheid, eendracht

concubiculum, concubile a bed for two

concubinage buitenechtelijke samenleving

concubinatus concubinaat, buitenechtelijke samenleving van man en vrouw

concubinatus free servant

concubinatus, ‑us samenwonen buiten huwelijk

concubine een slaaplief

concubitus anticipatus gemeenschap voor het huwelijk

concupiscentie een kwade begeerte

concurrentie samendeling, mededinging, samenloop, gelijkgerechtigheid van schuldeisers

condamner Ó mort ter dood veroordelen

condamnÚ veroordeeld

condare to give at the same time

condemnare veroordelen

condemnatie (

condemnatie verwittigen, ook; veroordeling, vonnissen tot iemands nadeel

condemnatum veroordeling

condemnatus de veroordeelde

condemnere veroordelen

condemneren veroordelen, verwijzen, doemen,

condemnieren veroordelen

condempneren veroordelen

condenscederen gezamenlijk overkomen

condependentie de samenhanging, aanbehoring

condependere het samenhangen

condescenderen, aftreden, inwilligen, toestaan

condicio, ‑nis F (vaak: conditio) voorwaarde; toestand, beroep

condicta bruid, verloofde

condictie terugeisen van het geen ten onrechte of te veel betaalt, of gegeven is

condictum a mandate, an edict; a tribunal, a court

condictus bruidegom

condigena a fellow‑countryman

condimentarius specerijenkoopman, kruidenier, drogist

condimentarius specerijenhandelaar

condimentarius kruiden‑, specerijenhandelaar, drogist

condiscipel schoolgezel, medeleerling

conditicio(nis) voorwaarde, toestand, beroep

conditio beroep

conditio zie conditicio

conditione (sub‑) onder voorwaarde

conditioneel op voorwaarde

conditioneren bespreken, voorbedingen

conditiÙn voorwaarden

conditorium grafmomument (Smetius)

conditus eerbaar, fatsoenlijk

condoneren vergeven, toegeven

condorsum a ridge or low hill (?)

conducere, conduxi, conductum III huren

conductarius a man employed on water works

conducticius dagloner

conducticius dagloner, huurling

conductie verhuring

conductus a conduit

conductus IV geleide

conductus paschae 1e zondag na Pasen

conductus, salvus a safe‑conduct

conductus, ‑us geleide

Conductus(us) geleide

condulus a buzzard (buteo vulgaris)

condus keukenmeester

conduus a pear tree, esp. Quarendon

coneil afk. conseil, raad(geving), advies

conestabularis politieagent

conestabulus, conestabilis a constable

confamiliaris someone who belongs to the family

confamiliaris tot de familie behorend

confector hersteller

confector, ‑is maker van

confector laterorum dakpannenmaker

confedereren te samen verbinden

conferre toewijzen

conferre, contuli, collatum toewijzen

conferre, contuli, collatum toewijzen

confesseren bekennen

confesseur biechtvader

confessie bekentenis, belijdenis

confessie (

confessio, ‑nis F biecht, bekentenis

confessionael biechtbrief

confessione et extrema unctione praemunitus voorzien van de biecht en het Heilig Oliesel

confesso zaken die in confesso staan zaken waarover beide partijen het eens zijn

confessus (na te hebben) gebiecht, gebiecht

conficere (‑io), confeci, confectum III (op)maken

conficere, confeci, confectum (op)maken

conficio III opmaken

conficiÙren voleinden, ten einde brengen

confidentie vertrouwen, vrijmoedigheid

confideren toevertrouwen

confinatie hechtenis

confinatie (

confinis aangrenzend

confinium a boundary

confinium aangrenzend gebied

confinnande, nieuw aangenomen kerklidmaat

confinnatie, bevestiging van kerk lidmaatschap

confirinatae gevormden (vrw.)

confirmandus zie confinnande

confirmare zie confirmo

confirmata zie confirmatus

confirmatae, gevormden

confirmati gevormden (mnl.)

confirmatie bekrachtiging, ratificatie, versterking, bevestiging

confirmatio vormsel, verklaring

confirmatorum van de gevormden

confirmatorum registrum register van de gevormden

confirmatus, gevormd, persoon die het vormsel heeft ontvangen

confirmeren bekrachtigen, bevestigen, versterken

confirmo bevestigen

confiscacie verbeuren

confiscare to confiscate

confisco in de kas bewaren, iemands vermogen verbeurd verklaren

confisqueren verbeurd verklaren, aanslaan

confiteren zie confiteri

confiteren (

confiteri bekennen, biechten

confiteri, confessus sum bekennen, biechten

conflator ijzergieterijarbeider

Confluentia Koblenz

confluÙren het samenvloeien, het samenlopen, samenvloeien

confonderen verwarren, beschaamt maken

conform gelijk

conformati zie confirmatae

conformati, zie confirmatae

conformeren gelijkmaken

conformiteijt overeenkomst

confortamen comfort

confortatie versterking

confraga breaking down trees

confrater spitsbroeder, medebroeder

confratria brotherhood; conspiracy

confringeren verbreken

confronteren de een bij den ander vergelijken, en is eigenlijk als partijen, of getuigen tegen elkander werden gehoord

confrustare, confrustrare to break in pieces

confrÞre collega, ambtgenoot, vakgenoot

confugeren toevlucht nemen

confunderen kleineren

confutatie wederlegging

confuteren weerleggen

confuys verwart, ontstelt, over hoop, hol over bol

congeneralis verwant

congeneralis verwant, familielid

congeneralis verwant, familielid

congius a measure containing about a gallon and a pint

congregatie vergadering

congregatione (in) in de vergadering

congregeren verzamelen

congrua, congrus a conger (conger vulgaris)

congruentie gevoeglijkheid, overeenstemmin

congruÙren gevoegen ?, overeenkomen, gelijkvormig zijn

coniecturael gegeven advies

coniecture advies

coniectureren adviseren

coninck koning

conincklijcke Majesteyt koninklijke Hoogheid

conincsevel huiduitslag, melaatsheid

conincsilver benaming voor gewoon zilver, (minder zuiver)

conincxdalers betaalmiddel, muntsoort

coninga a rabit; a rabbit skin

coningeria a rabbit warren

coniu(n)x echtgenoot

coniu(n)x echtgenoot, echtgenote

coniu(n)x, ‑iugis echtgeno(o)t(e)

coniucti (sunt) zij zijn getrouwd

coniucti sunt zij zijn getrouwd

coniuctus getrouwd

coniuctus (vrw. ‑a) getrouwd

coniuga de echtgenote

coniuga de echtgenote

coniugae van de echtgenote

coniugae van de echtgenote

coniugalis getrouwd

coniugalis getrouwd

coniugare in het huwelijk verbinden

coniugare in het huwelijk verbinden

coniugatio huwelijk

coniugatio huwelijk

coniugatio, ‑nis F huwelijk

coniugatis zie coniugatio

coniugatores echtelieden

coniugatores echtelieden

coniugatus gehuwd

coniugatus getrouwd

coniugatus (vr. conjugata) gehuwd

coniugere uithuwelijken, ten huwelijk geven

coniugere uithuwelijken, ten huwelijk geven

coniuges de echtgenoten, gehuwden

coniuges echtpaar, van de echtgeno(o)t(e)

coniuges (pl.) married couple

coniuges, coniugum echtelieden, van de echtelieden

coniugialis huwelijks

coniugialis huwelijks‑

coniugialis huwelijks

coniugis van de echtgenoot, echtgenote

coniugis van de echtgenoot

coniugis van coniunx van de echtgeno(o)t(e)

coniugium huwelijk

coniugium huwelijk

coniugium huwelijk

coniugum van de echtgenoten

coniugum van de echtgenoten

coniugum van coniunx van de echtgenoten

coniuncti gehuwden, echtgenoten

coniuncti gehuwden, echtgenoten

coniunctio huwelijk, verwantschap; verwanten

coniunctio verbintenis, huwelijk, verwantschap

coniunctio, ‑nis F verbintenis, huwelijk; verwantschap

coniungere verbinden

coniungere, coniunxi, coniunctum III verbinden

coniunx de echtgenoot, echtgenote

coniunx (coniux) husband or wife

coniunxi matrimonio heb ik in het huwelijk verbonden

coniunxi matrimonio heb ik in het huwelijk verbonden

coniurgatus getrouwd

coniurgatus getrouwd

coniux echtgenoot, echtgenote

coniux echtgenoot, echtgenote

conj conjug(i)alis

conj. afk.conjugalis, wettig, echtelijk

conj... zie coni..

conjecturare to guess

conjoint echtgenoot, echtgenote

conjointe zie conjoint

conjuctie het samenvoegen

conjug conjug(i)alis

conjug. afk.conjugalis, wettig, echtelijk

conjugalis wettig, echtelijk

conjugatis getrouwd

conjuges echtpaar

conjugium marriage

conjugium huwelijk

conjuncte bevoegde, nagelnaast ?

conjuncti fuerunt (sunt) zijn getrouwd

conjunctorius a joiner

conjunctus gehuwd

conjungeren het samenvoegen

conjuratie de samenzwering

conjureren het samenzweren, bezweren

conjux echtgeno(o)t(e), man, vrouw

conjux spouse

conleute echtlieden, echtgenoten

coniugum van de echtgenoten

conna-tre charnellement vleselijke gemeenschap hebben met ...

Conniueren door de vingers zien, vergeven

conniventie oogluiking, oogluikend

conniveren oogluiken, door de vingers zien, gedogen

connubium huwelijk

connubium huwelijk

conqueest dat verkregen is

conquest overwinst, verovering

conquestare to acquire, to conquer

conquesteren veroveren, verkrijgen, winnen

conquestus property acquired (by inheritance or conquest or otherwise)

conquinare to defile

conredium See corredium

Cons. eccl. Rom. Smtis Consuetis ecclesiae Romanae Sacramentis

consanguin van vaderszijde verwant

consanguineus bloedverwant, meer dan vijf graden afstand

consanguineus bloedverwant

consanguineus (vrw. ‑a) bloedverwant

consanguineus bloedverwant (cf adfinis) (Smetius)

consanguinitas bloedverwantschap

consanguinitas bloedverwantschap

consanguinitas bloedverwantschap

consanguinitas blood relationship (if too close, an impediment to marriage)

consanguinitas, ‑tatis F bloedverwantschap

consanguinitatis van de bloedverwantschap

consanguinitatis van de bloedverwantschap

consanguinitatis impedimentum het beletsel, gevormd door bloedverwantschap

consanguiniteit bloedvruntschap ?, maagschap, bloedverwantschap

consanguinitÚ verwantschap via de vader, bloedverwantschap

conscabinus medeschepen

conscabinus medeschepen

conscenderen klimmen

conscientie gemoed, geweten, gewisse

conscientieus vroom, oprecht, rechtvaardig

conscinderen doorsnijden, doorhouwen, doorhakken

conscisorium a guidon, a small standard

conscriberen schrijven, beschrijven

consecutie vervolg

conseil de fabrique kerkfabriek

conseilleur adviseur, raadgever, geefster

consensu meo met mijn toestemming

consensu meo met mijn toestemnung

consensu parentum met toestemming van de ouders

consensu parentum met toestemming van de ouders

consensu parentum met de toestemming van de ouders

consensu parentum met toestemming van de ouders

consensu pastoris met toestemming van de pastoor

consensu pastoris met de toestemming van de pastoor

consensu quorum interest met de toestemming van de belanghebbenden

consensu quorum interest met toestemming der belanghebbenden

consensus, ‑us M toestemming

consent bewilliging, verlof, toestand toestemming

consenteert toestemmen, vergunnen, veroorloven, toestaan

consenteren bewilligen, toestemmen, verwillekeuren ?

consenteren (

consentio, ‑nis F toestemming

Consentio(nis) toestemming

consequent een kwade gewoonte te laten gebruiken

consequentia a precedent

consequentiamtrecken (in) daaraan gevolgen verbinden

consequentie gevolg van

consequentie (

consequeren vervolgen

conserneeren omvatten. samenvattend inhoudend ?

conservaon. afk. conservation, behoud, bewaring, conservering

conservatie bewaring, onderhouding

consessions d æarmes wapenbrieven

considerabel aanmerkelijk, nadenkelijk

considerare to decree; to award

consideratie inzicht, nadenking, overweging

consideratie van (in) in aanmerking genomen van

consideren (

considereren inzien, bedenken, aanmerken, beschouwen, overwegen

consignatie (

consignatie onder rechtlegging; zie oblatie

consigneren (

consigneren onder‑ rechtleggen, verzegelen, in bewaring geven van geld bij het gerecht

consiliarius raad, raadsheer

consiliarius raadsheer, burgemeester

consiliarius raadslid, raadsheer, raadgever, bijzitter

consilie raadslag, berading

consilium raad

consilium raad

consiliÙren raadslaan, raadplegen

consisteren bestaan

consistoriale vergadering vergadering van de kerkenraad

consistorie vergadering, raadkamer, kerkenraad

consistoriekamer vergaderkamer van de kerkenraad, ruimte waar de priester of predikant zich kleed voor de dienst

consistorio (in) in de kerkenraad

consistorium kerkenraad (s)(vergadering)

consistorium a council or assembly of ecclesiastical persons, or place of justice in a spiritual court; a seat at table; a meal

consistoryregel huishoudelijk reglement voor de kerkenraad

consobrina nicht, kind van zuster

consobrina nicht, kind van zuster

consobrina tantesdochter van moederszijde, dochter van moederszuster (volle of eigen nicht)

consobrina magnus kleindochter van de zuster van de grootmoeder

consobrinus neef, kind van zuster

consobrinus volle neef, kind van zus

consobrinus neef, kind van zuster

consobrinus/a cousin on the mother's side

consobrinus magnus kleinzoon van de zuster van de grootmoeder

consocer schoonvader

consocer fellow father in law

consocer medeschoonvader

consoceri schoonouders

consoleren vertroosten, bemoedigen

consolide(e)ren helen, het samen hechten, verharden

consomme(e)rn voleinden, voltrekken

consonant overeenstemmende, gelijkluidende

consors echtgenoot, man

consors echtgenoot, man

consortis van de echtgenoot, van de man

consortis van de echtgenoot, van de man

conspect aanschouw, aanzien

conspicatio cleaning

conspicillarius brillenmaker

conspiciÙren aanschouwen, aanzen

conspicue klaar blijkende, duidelijk blijkend

conspiratie het samenspannen, samenzwering, muiterij

conspireren samenzweren, samenspannen, aanspannen om enig kwaad te doen, of uit te voeren, muiterij

constabilia ward

constabilis a constable

constabularia the office of constable

constabularis politieagent, bewaker

constabularius a constable

constabularius politieagent, bewaker

constabulus politieagent, bewaker

constat het staat vast

constat het staat vast

consteren blijken, in waarheid bestaan, bekend zijn

constituant een rent‑verschrijver ?

constitutie neerleggen op machtigen

constitutiebrief brief (van de overheid ) waarin een verordening/toezegging is beschreven

constituÙren machtig maken, in plaatse stellen

constreincte, zie constrictie

constrictie bedwang

constringeren dwingen, prangen, pramen

constuma custom

constumeerlijck van oudst gebruikelijk

consuetis ecclesiae met de gebruikelijke sacramenten van de Kerk

consuetis ecclesiae (Romanae) sacramentis met de gebruikelijke sacramenten van de Rooms‑Katholieke) Kerk

consuetudinarius customary; a custumal, a book containing the rites of divine offices, or the customs of a monastery; a man subject to feudal services

consuetudo custom, used, as the English word, for a payment imposed on merchandise

consuetura use

consuetus gebruikelijk

consuetus gebruikelijk

consul raadsheer, burgemeester, schout

consul burgemeester (Smetius)

consul raadsheer, vaak ook burgemeester

consul, ‑is schout, raadsheer, senator, burgemeester

consulator a counsel, a councillor, used especially in Guienne

consule(e)ren beraden

consulent predikant van een andere gemeente die bij een vacature het ambtswerk waarneemt

consultarius a councillor

consultatie (

consummatie voleinding, volvoering

consummeren volvoeren, voleinden

cont afk. contre, tegen, contra , anti

contagie besmetting

contagieus besmettelijk

contagieux zie contagieus

contamineren besmetten, bevlekken

contamnatie besmetting

contant gereed

contectalis echtgenoot

contectalis echtgenoot/man, echtgenotelvrouw

contempleeren overdenken, beschouwen, aanzien

contende(e)ren invaren, twisten, krakelen, pleit aanleggen, eis maken, pleiten, eisen

contenderen (

contendieren betwisten

contenementum freehold land attached to a man's dwelling‑house; what is necessary for a man's maintenance

content (in) aanstonds, dadelijk, straks, staande voet

contentare to pay; to denote

contente(e)ren vernougen, te vrede stellen

contentement tevredenheid

contentie twist, krakeel

contentieus vijandelijk, kijfachtig

conterbrief een akte die onmiddellijk in verband met een andere behoord, meestal was deze zigzaggend doorgesneden. beide partijen hadden een deel van de akte

conterfeitsel portret

conterfetter portretschilder

conterfeyten namalen, namaken, afbeelden

contersegel kleine zegel gedrukt op de achterzijde van het grote zegel

contest(e)eren beroepen, betuigen



contestatie betuiging

conthoraal conthoralen, bruid, bruidegom, echtgenoot, bedgenoot, huwelijks partners

conthoralis echtgenote, ook: echtgenoot [Du Change] [woordafleiding: θορος, zaad; θορνυμαι, paren. Of torus, bed, meton. huwelijk?]

contiguare to be near



continentie inhouding, ingetogenheid, onthouding

continere omvatten

continere, continui II omvatten

continere II omvatten

contineren contineren, bevatten, begrijpen

continerende verdagende ??

contingentie geval, gebeurlijkheid

continuatie aanhouding, volharding, vervolg, Voortzetting, voortduring

continuatie (

continueerde voortduurde

continuele achtereenvolgende

continui zie continere

contionator, ‑is prediker, pastoor

contoor kist voor het opbergen van de kasboeken akten etc.

contra tegen(over)

contra against, i.e. in time for

contra tegen

contra + acc. tegen

contra‑rol tegen‑boek (grootboek)

contrabanderen tegen aanspannen

contrabreve a counter writ

contract‑antenuptiaal huwelijkse voorwaarden

contractante nuptiali huwelijkse voorwaarden

contractum (iets) sluiten, b.v. huwelijk

contrada a country

contradicat hij spreekt tegen

contradice(e)ren tegenspreken, tegenzeggen

contradictie tegenstrijdigheid, tegenspraak, tegenwerping, tegenspraak

contrafacere to imitate, to counterfeit

contrafactor an imitator, a forger

contrafactura a counterfeit

contrafaitinge geschilderd portret

contrahenden zie contrahenten

contrahenten , contractanten

contrahere (iets) sluiten, b.v. huwelijk

contrahere to contract, to draw together

contrahere, contraxi, contractum III sluiten (bijv. huwelijk)

contrahere III sluiten

contraheren overeenkomen, samen handelen, verkorten, intrekken

contrahunt trouwen, huwen, zij sluiten een huwelijk

contrahunt (matrimonium) zij sluiten een huwelijk

contraiare to oppose

contramandatum a lawful excuse which a defendant alleges by attorney, to show that the plaintiff has no cause of complaint

contramanderen afzeggen, tegen bieden

contramineeren tegenmijnen

contramurale an outwork

contrapignus, ‑noris N onderpand

contraplacitum a counter‑plea

contrapositio a plea or answer

contrariare to oppose

contrarie (

contrarie tegenstrijdig, in tegenstelling totà, in tegenspraak, weers‑ strijdig ?

contrarieteit strijdigheid

contrariparius a corrival, a dweller on the opposite bank; a beater on the opposite side of a river when hawking

contrariÙren tegenstrijden, tegenstreven

contrarolleren tegen‑boekhouden

contrarolleur hij die de boekhouding controleert

contrarotulatio comptrolment

contrarotulator a comptroller

contrarotulum a counter‑roll

contrata a country

contratallia a counter‑tally

contratalliator a counter‑talleyer

contraveniÙren tegengaan, overtreden

contravente overtreding

contraventeur overtreder

contraventie overtreding

contraxerunt (matrimonium) zij hebben een huwelijk gesloten

contraxerunt matrimonium zij sloten een huwelijk

contraxerunt matrimonium zij sloten een huwelijk

contraxi (iets) sluiten, b.v. huwelijk

contraxit sponsalia hij heeft de trouwbelofte gegeven, hij is verloofd

contraxit sponsalia hij heeft een trouwbelofte gegeven, hij is verloofd

contre‑borg tegenborg

contremanderen afzeggen, afbestellen ook het tegenovergestelde laten weten. intrekken van een gebod.

contrescherpen buitenmuur

contribulis stamgenoot, verwant

contribulis verwant

contristeren bedroeven

contrivare to contrive

controfacere to counterfeit

controvers strijdig tussen partijen, oneens

controverteren twisten, tegenkanten in geschil trekken

contschap becomen bericht ontvangen

contÚ het vrouwelijke geslachtsdeel

contubeeren beroeren, verwarren



Deel met je vrienden:
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina