Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina17/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   148

caponator herbergier

caponator innkeeper

caporal, korporaal

caporaux zie caporal

capote mantel met capuchon

cappa a mantle; a cope; a cap; the top part of a flail

cappecay officier

cappilegium the strap whereby the two parts of a flail are united

capproen hoofddeksel voor een man

caprarius a goatherd

caprice grillen

capricieux hoofdig, grillig

capsarius puttenmaker

capsarius dozenmaker

capsella a chest

capt afk. capitaine, kapitein

captennium protection; tax or homage as an acknowledgment thereof, esp. in Guienne

capteren iemand ergens in behalen, begrijpen, verkeerdelijk opnemen

captie bedrog, vangen met woorden, begrip

captieux bedrieglijk, begrijpelijk

captiff gevangen

captio capture; custody; a prison; ransom

captivus a caitiff; a wretch; unfortunate

captura a weir

caput hoofd

caput the first day of a month

caput hoofdstuk

caput adventus begin van de advent

caput jejunii begin van de vasten, aswoensdag

caputagium See chevagium

caputium See capitium

car.gld caroli gulden

carabus a lighter; a coracle

caracalla a cloak; a hood

caracca, caracta a carrack

caragius a sorcerer

caraxare to write

carbonare to make charcoal

carbonarius a collier

carbonarius mijnwerker, steenkoolhouwer, kolenbrander

carbonarius kolenbrander

carbonator a charcoal burner

carbonella a steak

Carcan (‑um ) halsijzer voor misdadiger

carcannum pillory; prison

carcant collier van goud

carcanum halsijzer voor misdadigers

carcanum halsijzer voor misdadiger

carcare to load; to charge

carcasium, carcoisium a carcase

carcer kerker, kerkerkot, gevangenenhuis,

carcer kerker

carceren gevangen zetten, kerkeren (in een kerker opsluiten)

cardetum a carr, a low marshy place where alders grow

cardewaegen, kruiwagen

cardewanier leerbewerker

cardinalis a cardinal

cardinalis kardinaal

cardiolus a snipe

cardÚ kaardgaren, kaardwollen

cardus a card, for carding wool; a playing card

carea a cart

careata a cartload

carecta a cart

carectarius a carter

carectata a cartload

careia a cart; a load

careium, careyum service of carriage

carellus a quarel, a crossbow bolt

carelta a cassock

carentinilla, carentivillus canvas

carere, missen

carere, carui II + abl. missen

careta, caretta a cart

caretarius voerman

caretarius a carter

caretarius voerman

cargare to load

cargier inner van belasting op meel

cariagium service performed with a cart; a baggage train

cariare to carry

cariatio carriage

carica a fig

carillonneur beiaardier

carinne vriendin ?.

carinutus a cockney

cariscus an evergreen tree

caristare to make dear

caristia dearth

caritas dei zaterdag na Pinksteren

caritativus charitable

carix sedge

carme karmeliet, karmelieter monnik

carmel karmelietenklooster

carmin karmijn (rood)

carminarius kamerheer, thesaurier, financiÙnbeheerder

carminator, is kaarder

carminum opifex, ‑ficis kaardenmaker

carmosijnen bratten karmozijnkleurige kousen

carnarium a charnel‑house

carnarius slager

carnarius slager

carnator morine a man who slaughters sheep affected with murrain

carne rotwijf

carnebrevium See carniprivium

carnellare to crenellate; to embattle

carnes ferinae venison

carnicapium Shrove Tuesday; carnival

carnifex beul (Smetius)

carnifex beul, scherprechter, vilder, slager, vleeshouwer

carnifex scherprechter, beul, vilder, slager, vleeshouwer

carnifex butcher

carnifex a butcher

carnifex, ‑ficis slager

carnifex, ‑ficis slager

carnificis van de beul, van de slachter

carnificis van de beul, van de scherprechter, ‑vilder, ‑slager, ‑vleeshouwer

carnificium a meat market

carniprivium (carnis privium) fasting; Lent; Shrovetide

carnisprivium vasten avond, ook de vastentijd

carnisprivium clerico 7e zondag voor Pasen

carnisprivium vetus 6e zondag voor Pasen

carogium a car which bears a standard

carolare to sing

caroli‑guldens, goudstuk met de beeltenis van Karel de V. vanaf 1521 betaalmiddel, later ook in zilver uitgevoerd, 20 stuiver = 1 carolis gulden

Caroloregium Charleroi

Caroloregium Charleroi

carolusguldens zie caroliguldens

caronator, caroynator See carnator

carpatinae thick boots. (O.E. okers.)

carpentagium payment for wood‑work

carpentarium wood‑work

carpentarius timmerman, schrijnwerker, wagenmaker, rijtuigmaker

carpentarius timmerman

carpentarius timmerman, wagenmaker

carpentarius a carpenter; a cartwright

carpetor, carpetrix a carder of wool

carptare to card

carra a car

carracutium a chariot

carrata a cartload; a carat

carrea, carreia a cartload; a cart; the right of carriage through a place

carreta a cartload; a carat

carreÙn vierkante vestingtoren

carrica, carrucha a ship of burden; a large Portuguese ship

carrietare to carry

carriole (lichte) boerenwagen

carrochium a standard on a cart

carruca kar, wagen

carruca wagen, kar

carruca, &c See caruca, &c

carrucarius voerman

carrucarius karrentrekker, voerman

carta oorkonde

carta charter, oorkonde

carta, &c See charta

carta de hidalgia adelbrief

cartallus a creel; a hamper

cartare to convey by charter or by cart

cartularium register van akten

caruagium See carucagium

caruca a plough; a plough team; a plough land

carucagium a tribute imposed on ploughs or plough‑lands; liability to plough service

carucarius a ploughman

carucata a plough‑land, the size of which varied. It is mentioned as containing "centum acras ad perticam nostram" (Cl. Roll. 19 H. iii. m. 8); and in the 15th cent. we find "ii. carewes and a half of lond conteynyng lxxx. acres." (E. C. P. 51, 314.) In some places it was 240 acres, or 8 oxgangs; a team of oxen sufficient to work a carucate, i.e., eight

carucatarius one who holds land by plough tenure

carucator a carter a ploughman

carui ll zie carere

carula a box See karula

carÛmede vasten (tijd)

carvana a caravan

carvela a caravel, a sailing ship with a square poop, about 120 tons

Carvo Grave

Carvo Grave

cas geval

cas (

cas subject 't geval waar geschil om is

cas van (in) in geval van

cas(s)a huis

casa huis

casale a village

casamentum See casata

Casandria Cadzand

Casandria Cadzand

casata, casatum, casatura a house with land sufficient to maintain a family; a hide of land

casatus a tenant

caseatrix a maker of cheese



casels kazuifels, priestergewaad, casula

caseneer kaasboer

caser uithuwelijken, trouwen

casier kaasmaker

casjanten glasgordijnen ?

casken kastje

casque helm

cassa, casa huis

cassare to quash, to annul

cassatie afschaffing, kwijtschelding

cassatio nullification

cassatus a tenant

cassea a box

casselrie ambt, waardigheid of leen van de kastelein, kasteleinsvrouw

casseren afschaffen, te niet doen, uitdoen, uitmaken

casseren (

cassidile a purse, pocket, or small coffer; a gamebag, a pouch

cassus a case, a box

castelain uitbater van andermans hofstede

castelein kastelein, slotvoogd, burchtvoogd, burggraaf

casteleine kasteleines, vrouw van een kastelein

casteleinige zie casteleine

castellana kasteelvrouw, burggravin

castellania the office of keeping a castle

castellania het gebied van een kasteelheer of burggraaf

castellanus kastelein die een kasteel beheert voor een eigenaar

castellanus kasteelheer, burggraaf

castellanus the owner or captain of a castle

castellaria, castellarium the precinct or jurisdiction of a castle

castellum burcht, kasteel

castenaria a chestnut tree

castigare tuchtigen; (boek) corrigeren

castigatie tuchting

castigator proofreader (Elaboratum est hoc Germaniae opus, typis Thomae Anshelmi castigatoreq[ue] authore ipso = This work was completed in Germany, with the type of Thomas Anshelmus, and with the author himself as proofreader) (technische term boekdrukken)

castigatus corrected, proofread (Impressum est & castigatum in aedibus Ascensianis = printed and proofread in the Ascensian shop) (technische term boekdrukken)

castigeren (

casto the bezil of a ring

castralis woning van de kapelaan oorspronkelijk aan een kasteel verbonden

castratie lubbing ( ontmannen)

castrator vee besnijder, castreerder,

castrensis kasteelheer

castreren lubben, afsnijden, uittrekken

castrimergus a woodcock (scolopax rusticola)

castro a wether

castrum arx, burcht (Smetius)

castrum burcht, kasteel

casu necessitas in het noodzakelijke geval, een noodzakelijk geval

casu quo in welk geval

casualia kerkelijk gebeuren

casueel by geval, toevallig, gevallig ?

casula a small house or church; a chasuble; a casket (?)

casuma cinders

catabolensis vrachtrijder, wagenvoerder

catabolensis cargo driver

catabulum a shed

catacrina the hip

catallum cattle; chattels; capital; principal

catalogus lijst, opsomming

catalogus confirmatorum naamlijst van de gevormden

catantrum a trendle

cataphractarius kurassier, zwaar bewapend ridder

catapulta a broad arrow

cataracta Gandavensis Sas van Gent

Cataracta Gandavensis Sas van Gent

catarrhus neusverkoudheid, darmontsteking

catarrhus zinking , ook gezien neusverkoudheid, darmontsteking

catascopus an archdeacon; a bishop

catatista a scolding cart

catator a cathunter

catechismus overzicht van de christelijke leer in vragen en antwoorden

catellare to tickle

catellarius a pedlar

catenare to chain

cathaloge naamtafel, naamceel



catharro cold (in the head); Spanoghe: catarrhus

cathedra stoel, gestoelte

cathedraticum See due, a pension paid by parochial ministers to the bishop as composition for his interest in first fruits and offerings

cathedratus consecrated (of a bishop)

catheijl roerend‑goed

cathenare to chain

cathenarius a watchdog, a bandog

catholicus katholiek

catholicus katholiek

catholijk rechtsinnig

catillare to mew, as a cat

catoenen dassies katoenen das

catologus confimatorum naamlijst van de gevormden

catopt(r)icus spiegelmaker

catopticus spiegelmaker

catoptricus spiegelmaker, spiegelgieter

cattijf rampzalig

cattinus of catskin

Cattorum Vicus Katwijk

Cattorum Vicus Katwijk

cattus, catus a cat; a military engine to protect from missiles soldiers attacking the wall of a town, called in classical Latin vinea

catzurus See chacurus

caucettum a causey

cauchier stratenmaker

caucidicus advocaat

cauculus potsenmaker

caue. afk. cause, (rechts)zaak

caula a sheepfold, schaapskooi

caulamaula a flute

caulare to fold sheep

caulcer breuwer, werkman die de naden in een scheepshuid dichtmaakt met pek en touw.

cauma thatch

cauniare See canniare

cauon. afk, caution, borg(tocht), waarborg(som), garantie,

caupo waard, herbergier, kastelein, wijntapper, brouwmeester

caupo waard, herbergier, brouwmeester

caupo, ‑nis waard, herbergier

caupona kroeg, herberg

caupona herberg, kroeg, drinkhuis

causa oorzaak, rechtzaak

causa oorzaak, rechtszaak

causa (recht)zaak, oorzaak, reden, bewijs

causa oorzaak, reden, bewijs

causa civilis burgerlijke rechtszaak

causa civilis burgerlijke rechtszaak

causa criminalis strafzaak

causa debiti oorzaak van een (geld)schuld

causa mortis cause of death

causa mortis doodsoorzaak

causa mortis doodsoorzaak

causa mortis doodsoorzaak

causa uxoris uit hoofde van het huwelijk

causa uxoris uithoofde van het huwelijk

causelaken zie couchelaken

causeren veroorzaken, beschuldigen

causeren voortbrengen

causidicus advocaat

causidicus advocaat

causidicus advocaat

cautele voorzichtigheid, voorbedachtheid

cauteleus voorzien

cautelis careful, cautious

cauter zie couter

cautie (

cautie borgstelling, borgtocht

cautie de judicio sisti borg om 't allen tijden in recht te verschijnen

cautie judicatum solvi borg om 't gewijsde te voldoen

cautie juratoir borgtocht, de belofte bij eed van het gewijsde te voldoen, en zijn persoon, of goederen niet te versteken, of te vervreemden

cautie pro litium expensis waarborg voor de kosten van processen

cautie pro litium expensis waarborg voor de kosten van het proces

Cautie borgtocht onderpand, zekerheid

cautio borgtocht, waarborgsom

cautio borgtocht, waarborgsom

cautio a bond

cautio damni insectie verzekering van van geen schade aan te doen

cautio de demoliendo verzekering van een timmerwerk te leveren

cautio de dolo verzekering van niet ter kwader trouw te handelen

cautio de non offendendo verzekering van de gedreigde niet te beschadigen

cautio desensum iri verzekering van verantwoording te doen

cautio legatorum verzekering van betaling van het gemaakte

cautio, ‑onis F borgtocht, onderpand

cautio rem ratam haberi verzekering van gestand doen

cautio rem salvam fore pupillo verzekering dat een voogd zijn wezen onbeschadigd (beschermen) houden

cautio restituendo verzekering van weer te leveren

cautio sufficiens genoegzame verzekering

caution zie cautie

cautionaris borg, borgsteller

cautÞre brandijzer

cauzea rubble

cavalgata a cavalry expedition

cavalje bouwvallig huis

cavanna an owl

cavaria a coin; a narrow path

caveau grafkelder

caveldijck deling‑ of afscheidingdijk

cavelinge begrooting, taxatie

caven. begrooten

cavere behoedzaam, voorzichtig zijn

cavere behoedzaam, voorzichtig zijn

cavere de rato borgstellen voor een medestanders aandeel bij een veroordeel

cavere de rato borgstellen voor een medestanders aandeel bij een veroordeling (vooral de man die tevens voor zijn vrouw borgstelt)

caveren (

caveren een borgsom storten, borgstellen, wachten, verhoeden, borg blijven, zeker doen, verborgen

caveren de rato borg blijven voor een ander die principaal schuldenaar is, zo lang tot dat hij de borg zelf aanneemt en van waarden houd 't gene de borg heeft gedaan, of anders blijft deborg als principaal verbonden

caverende zorgen voor

cavilla the ancle; a peg

cavillatie kaklerije (opschepperij)?, knibbeling, haarkloverij

cavilleren strijden

cavinge zie; cavelinge

cawagium a stall, cage, pen

caya a quay

caymiticus fratricidal, murderous (from Caym, a medieval form of Cain)

cayrellus a quarel, a crossbow bolt

cayum a quay

cebum tallow

ceculicula a spark

cecus zie caecus

cede(e)ren cederen, overgeven, afstand doen, wijken

cedere overdragen

cedere overdragen

cedere, cessi, cessum III wijken; overdragen

cedul rekening, recept

cedula See schedula

cedulen deen uten anderen ghesneden een akte, in duplo op ÚÚn vel papier geschreven, waartussen met grote letters een woord (gewoonlijk het woord "cyrographum", van daar de naam) geplaatst wordt: het papier wordt daarna bij het woord doorgesneden en iedere partij krijgt een exemplaar der akte; bij verschil over de echtheid van het afschrift moeten dan de beide stuk‑ken aan elkander gepast worden en de doorgesneden letters van het woord cyrographum een geheel vormen

cedulle schuldbrief, handschrift

ceedule akte, schuldbekentenis

ceel rekening

ceindre omgorden, omwikkelen

cekreet w.c. hokje

cel..., coel... zie ook: cael...

celarium a spence, a buttery, a cupboard

celatorium a coverlet

celda a chaldron, 36 bushels; the same as selda, a stall

celdra a chaldron

celeber algemeen bekend (Smetius)

celebrare plechtig vieren

celebrare vieren

celebrare vieren

celebratus gevierd

celebratus gevierd

celebravi ik heb gevierd

celebravi ik heb gevierd

celebre(e)ren vieren, gedachtenis ergens van houden

celebreeren akte verlijden bij de notaris, bekend maken, dienen, eren

celebs, zie caelebs

celebs unmarried, single

celebs, coelebs ongehuwd

celena ferrea a scythe (?)

celer the ceiler or canopy of a bed

celeragium cellerage, payment for storing goods in a cellar

celeriteit haastigheid, snelheid

celia ale made from wheat; wort

cella a cell; a small monastery depending on a superior house; a close stool; a saddle (sella)

cellarium kelder

cellarium a cellar

cellarium kelder

cellarius kelder ‑of keukenmeester

cellarius keuken‑ of keldermeester

cellarius cellarman

cellarius keldermeester

cellarius, cellerarius a cellarer

celle kloosterkamertje

celura a ceiler

Cembum zie: Cenebum

ceme‑ zie: coeme‑

cementarius a mason

cementarius metselaar

cementarius metselaar

cemeteric op het kerkhof

cemeterio op het kerkhof

cemeterium kerkhof

cena domini donderdag voor Pasen, laatste avondmaal

Cena domini (Maaltijd des Heren:) Witte donderdag

cenaculum breakfast or luncheon; a parlour

cenakel zie cenacle

cenapium mustard

cenbum Gennep

cendalum cendal, thin silken cloth

cendre stoffelijk overschot

cendula wood for roofing a house

Cenebum Gennep

cenella an acorn

cenivectare to carry in a barrow

cenivectorium a mudcart, a wheel‑barrow

cenotaaf monument, graftombe zonder lijk omdat het nooit terug gevonden is,gedenkteken voor onbekende soldaat.

cenotaphium grafmonument ter ere van iemand wiens lijk daar niet aanwezig is

cens schatting

censa rent; farm; tax

censaria, censeria a rent; a farm let at a standing rent

censarius a farmer

censeur, censo censuurambtenaar

censo zie censeur

censor librorum boekenkeurder in de Rooms‑Katholieke Kerk

censualis a person bound to pay a rent to a monastery or church, in return for protection

censuaris long‑lease tenant

censuarius erfpachter

censurabel belastingplichtig

censure bestraffing, toets

censure(e)ren bestraffen, toetsen



census belasting, rente, cijns, cijnsrecht, rijkdom

census hereditatis erfpacht

census inclusus est de cijns is inbegrepen

census, ‑us cijns

census vicinorum gebuurcijns

centarius honderdjarige

centaurÚe bleuet korenbloem

centena a hundredweight; a hundred

centenaar gewicht,1 centenaar = 100 pond, ca 49,5 kg, na 1820 de niet officiÙle naam voor 100 kg

centenaire honderdjarig

centenarius honderdjarige

centenarius a petty judge under the sheriff; a hundredor; a centener, an officer commanding 100 soldiers

centenarius honderdjarige

centener honderd pond

centenus, centuria the division of a county called a hundred

centesimo op zijn honderdste, in het honderdste jaar

centesimus honderdste

centie(n)s honderdmaal

centisimo op zijn honderdste, in het honderdste jaar

centonizare to arrange for singing

centuclum cloth

centum honderd

centuria compagnie

centurio kapitein, bevelhebber over honderd man

centurio equestris ritmeester, cavaleriekapitein

ceola a long boat or ship; a keel

ceorlus a churl

cep ploegboom

cepa a sand eel (?)

cepes a hedge (sepes)

cephalia headache

cephalus a blockhead

ceppa stocks

ceppagium the stump of a tree

ceppus a stamp

cepum tallow (cebum)

ceragium waxscot, payment for the supply of candles in a church

cerarius fabrikant van was

cerarius wasfabrikant

cercella a teal (anas crecca. Fr. sarcelle)

cerchers tolbeambten, douaniers

cerchia a search

cercueil doodkist, ook fig. lijkkist

cerdo handwerksman, leerlooier, schoenmaker,ongeschoolde

cereficarius waskaarsenmaker

ceresum a cherry

cerevisia bier

cerevisia, cervisia beer

cerevisiarius brouwer, bierschenker

cerisum a cherry

cerna choice; sort

cerne(e)ren zien, onderscheiden, ziften, insluiten, omsingelen

ceroferarius a candle bearer, an acolyte

ceroteca a glove (chiroteca)

certe partye een contract van bevrachting

certe(e)ren wedstrijden, wedden

certera desunt de rest ontbreekt

certificare, certiorare, certorare to certify, to inform

certificat de bonne vie et certificatie verzekerd

certificatie verklaarbrief, verzekering, getuigenis

certifice(e)ren getuige in rechte, voor de waarheid verklaren

certifieren verzekeren

certijn betrouwbaar

certitudinaliter certainly

certum zeker

certum letae cert money, paid yearly by the tenants of some manors to the lord

certus zeker

cerura a mound or fence; a lock

cerussa white lead

cerverettus, cervericeus, cerveritius, canis a staghound

cervicale a bolster

cervillarius helmmaker, helmsmid

cervisiarius, cervisior a brewer; a tenant who pays rent in beer

cespes, cespitis graszode, plag; TURF; grasland; loot, spruit. Uit Fuchs/Weijers. Ook: caespes en sespes

cespitare to stumble

cesse(e)ren staken, ophouden, eindigen

cessi(e) wijken, overdragen

cession bonorum afstand doen van goederen, brieven om boedelafstand te mogen doen

cessionaris verkrijger van de rechten

cessum wijken, overdragen

cetera de rest, de overige dingen

cetera desunt de rest ontbreekt

ceterus andere, overig

ceulse croegen, keulse kruiken

ceurnoten schepenen of dorpsfunctionarissen in Oost‑Nederland

cg. afk. cousin germain, volle neef

chacea a chace; the right of hunting; a right of way for cattle, droveway

chaceare to hunt

chaceatus chased (of plate)

chacepollus See cacepollus

chacia a countertally

chacurus a horse or hound for hunting

chaerotjen zalfdoosje

chais rijtuig

chaise koets, sjees

chal. afk. cheval, paard

chalcographus kopergraveur

chalcographus graveur, plaatsnijder



Deel met je vrienden:
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina