Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina16/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   148

buitenluiden vreemdelingen

buitennij voorstad, gehucht

buitensbaans afgelegen

bujectum budge, lamb fur

buk bok

bukelarius a buckler



bulengerius a baker

buletellum a sieve See bultellum

bulettare to boult

bulga, bulgium a budget; a portmanteau; a bale

bulla a seal; a papal bull, sealed with lead or gold

bullare to append a bulla or seal

bullaria the office where the bulla was appended

bullatus sealed

bulle brief, pauselijke brief

bullen met een zegel voorzien, van een zegel voorzien

bulleria a salt house (?)

bullio a measure of salt, 12 gallons; a measure of almonds; bullion

Bullio(nium) Bouillon

Bullio(nium) Bouillon

bullire to boil

bulsarius tassenmaker, geldbuidelmaker

bulster stromatras, kafmatras

bultellum, bultellus a sieve; bran; the refuse of meal after it is dressed by the baker

bunda a boundary

bundare to bound

bundel, bendel gewicht, 1 bundel = 3,2 kg

bundellus a bundle

bunder oppervlaktemaat, 1 bunder is ca 400‑450 vierkante roeden, ook; gezien 2 bunder = 3 morgen

Bunder 1,29 ha (Bredase bunder) 0,87 ha (Gelderse bunder). Later 1 ha. (oppervlakte maat maten gewichten)

bunderboeck kadaster, erfregister

bundergelt grondbelasting

bundichst bindend, in rechte

bundighsten (te) zoveel mogelijk in rechten bindend

bÚnitier wijwatervat, spaesvat

bÚnÚdiction nuptiale kerkelijke inzegening van een huwelijk, huwelijkszegen, het zegenen

bunxem bunzing

bura a lock of hair or wool

burbalia, burbilia the numbles of a deer

burbulium a bubble

burburium See burbalia

burcerius the captain of a ship

burcida a thief, a cutpurse

burdare, burdeare to jest; to joust

burdeicia, burdicium a tournament

Burdigala Bordeaux

Burdigala Bordeaux

burdo a staff. (Fr. bourdon.)

burdonarius beast of burden drover

burdonarius lastdierendrijver

burdonarius lastdierendrijver

burdus a board

burellarius a bureller, maker of borel, or maker of yarn

burellator a bureller See burellarius

burellatus barred

burellus borel or burrel, a coarse brown or grey woolen cloth made in Normandy as well as in England (Fr. bureau); a cupboard; a borrell, a boring tool

burg zie burge

burgagium the service whereby a borough is held; a dwelling‑house in a borough; burgage

burgare to break into a house, to commit burglary

burgaria burglary

burgarius a burgess

burgator a burglar

burge borgen, borg

burgemotus an assembly of burgesses

burgensis a burgess; a townsman

burgensis burger

burgensis, ‑is burger

burgensis(‑is) burger

burgeren dringen, dwingen, voorwenden, aandringen, op aanstaan

burgeria burglary

burgerlijk huwelijk zonder godsdienstplechtigheden huwen

burgerlijke begrafenis begrafenis zonder kerkelijke plechtigheden

burgerpachters zie; grasburgers

burgerrecht recht uit het burgerschap voortvloeiend

burgerscap het burgerschap

burgesaticum land held by burgage tenure

burggravius burggravin

burghheritha a fine for breach of the peace in a town

burgimagister, ‑tri burgemeester

burglaria burglary

burgrave burggraaf

burgulariter burglariously

burgus a borough

burlemannus the contable's assistant in a Court leet

burneta, burnetum cloth made of dyed wool; a kind of bird

burniciator a burnisher

burochium a small weel for taking fish, a burrock

burrellus See burellus

bursa an exchange, a meeting place of merchants

bursaria a bursary

bursarius beurzenmaker, leerbewerker, tassenmaker, zadelmaker, kassier, ontvanger, beursstudent

bursarius beurzenmaker, tassenmaker, leerwerker, koffermaker, zadelmaker, kassier, penningmeester, ontvanger, bursaal, beursstudent

bursarius a bursar; a purse maker

bursarius, bursator beurzenmaker

burscida a cutpurse

bursesaticum See burgesaticum

burum a room

burus a husbandman

busboom taxus, zie ook bosboom

busca underwood; firewood

buscardus a transport ship

buscare to cut underwood

buscarlus a seaman

buscellum See bucellum

buscha, buscia underwood See bussa

buscloot kanonskogel, loden of stenen kogel

Buscoducis in/te 's‑Hertogenbosch

Buscum Ducis æs Hertogenbosch

Buscus Ducis / Silva Ducis /

busecole buiskool, kabuiskool?

busellus a bushel

busgat schietgat

busken bosje

busmeyster van een gild de kashouder van een gilde

busones chief persons (barones?)

bussa a great ship. The English buss is a fishing boat

bussellus a bushel

bussio a bush

bust rapes grafschender

busta a box

busti rapus grafschender

butarius a butler; a bootmaker (?)

buteleria, butellarium a buttery

butellus See botellus

butenborger burger, die buiten den stadsmuur woont

butenpoorterscep burgerschap van persoon die buiten de stadsmuur woont

buteus a boat

buthsecarlus See buscarlus

buthum See buttum

buticularia a buttery

buticularis schenker

buticularius schenker

buticularius a butler

butirum butter

butisellus a small bottle

butseel wijnzak

butta, butticum a butt of wine

butterpanties boterpan

butticella a buttery

buttileria a buttery, or butlery

buttum terrae a butt of land, the end of a ploughed field

buturum butter

buucevel dysenterie, diarree

buurbrief brief waarin iemand erkent wordt als buur, meestal inhoudend de rechten opgesteld voor of door de ôbuurö voor de buren

buurclocke dorpsklok of gemeente klok, meestal niet in de kerktoren

buurgerucht oproeping van de buren in geval van nood of gevaar

buurschap gemeente, dorp, kerspel, buurtschap

buurwilcore vonnis of besluit van het burengerecht

buxeria a plantation of box trees

buya See buia

buysjager assistent boevenvanger (fries)

buzardum a transport ship

buzo the shaft of an arrow

bycus boxwood

bygerde begeerde

byhach behagen

byleven believen

bysitter eigenaar, bezitter, ook; assistent rechter

byzantius See bisantius

b¹cher brandstapel

b¹cheron houthakker

b¹rgemeister burgemeester van de gemeente

b³schenmacher geweermaker, geweersmid

c afk. CitÚ le, de stad

c afk. canonicus, kanunnik

c afk. compte, rekening

C afk. 100

C of c,afk. centime, 1/100

C S consiliarius

c. canonicus

c.a. cum annexis: met aanhorigheden

c.a. Cum annexis, met dat gene wat er aan vastgeknoopt is, wat er bij behoord

c.c. afk. compte courante, rekening courant

c.o. afk. compte ouvert, geopende rekening

c.q. casu quo

c.s. cum sociis; cum suis

c.s. afk. Cum sociis, met zijn medestanders

c(h)arus dierbaar (Smetius)

ca circa, ongeveer

caabla a cable

caabulus a machine for throwing stones, a perriere. (Fr. chaable)

caballus a horse

caban korte wollen jas

cabana a cabin

cabaret meubeltje met likeurstel spijshuis, eethuis

cabarettier herbergier, restaurateur, cafÚ baas

cabdellus a chief judge at Dax. (Fr. chadelerre.)

cabdolium a castle or chief building in a town

cabinet geheimschat, juweelkamer

cabla a cable

cableicium, cablicia, cablicium windfall wood; brouse wood; cablish

cabo a stallion

caboche kopspijker

cabuiskool kropkool

cacaborum malleator, ‑is pannengieter

cacelanus kapelaan

cacelanus kapelaan

cacepollus a catchpole, or inferior bailiff

cachereau waarschijnlijk een huishoudboek dat men achter slot en grendel bewaarde

cacherellus a catchpole

cachet stempel, zegelstempel, lakstempel, ook; gage, honorarium, zegel(afdruk), zegelmerk, lakzegel

cachet de cire, lakzegel

cachetteren zegelen

cachexia groene ziekte, tering, tuberculose

cachiagium packing, or payment therefor

cachot (donkere) gevangeniscel

cachtel jong veulen

cacor See chasor

cacubarius kachelmaker, oventegelzetter

cada a cade of herrings, 600 of 6 score to the 100

cadastral kadastraal

cadastraux kadastraal

cadaver lijk

cadaverator morine a man who removes the carcases of sheep dead of murrain

cadavre kadaver, (dood) lichaam, lijk, dode

cadavÚreux lijkachtig

caddewadden slecht soort leer, niet te gebruiken voor schoenen

cadentie neergang, ondergang, toeval

cadere ab kwijtraken

cadere, cecidi, casum II vallen; cadere ab ook: kwijtraken

cadet jongste kind, benjamin

cadette zie cadet

cadia a piece of firewood

cadicla a weaver's shuttle; the woof

cadium a quay

caduc neervallig, vergankelijk, bouwvallig, vervallen

caduceator heraut, onderhandelaar, bruggen en wegenbouwer, wegenmaker, stratenmaker

caecelator ferarius stempelmaker, ijzersnijder,

caecelator monetarium muntstempelmaker

caecelator typorum lettersnijder

caecus blind

caef schoorsteen

caefbalck draagbalk voor de schoorsteenmantel

caefcleet rokje aan onderzijde schoorsteendraagbalk

caek schand, schandpaal

caelator plaatsnijder, graveerder, graveur, drijver

caelator ferarius ijzersnijder, stempelsnijder

caelator gemmarum gemmologist, gemstone carver, edelsteensnijder

caelator monetarium muntstempelsnijder

caelator typorum lettersnijder

caelatura drijfwerk (Smetius)

caelebs vrijgezel, ongehuwd

caelibatus ongehuwde staat

caelibis van de ongehuwde man

caelum abiit (in) is naar de hemel gegaan

caementarius steenkapper, metselaar

caer fuik, maar ook een kam om wol te hekelen

caesareus keizerlijk

caespes, caespitis graszode, plag; TURF; grasland; loot, spruit. Uit Fuchs/Weijers. Ook: cespes en sespes

cafagium a stall; a cage; a pen

cafcoen(e) stookplaats, schouw, schoorsteen

cafcoengelt schoorsteenbelasting

caffa zeer dunne zijdestof, fluweel

caffamacher fluweelwever

caffoor fornuis

cage Ó poules kippenmand

cagia a net for hunting; a coop; a cage

caillebotte zie caillÚ

caillÚ, caillebotte bij kaasbereiding de wrongel

cairellus a quarel, a crossbow bolt

calabas gevangenis

calaber kleed met korte mouwen

calacha a shoe. (Fr. galoche.)

calaenge aanroepen

calafurcium gallows

calaingnie aanspraak op iets, eis, vordering op iets

calamandrum a kerchief

calamar a penner

calamistratus lazy; effeminate

calamus fout

calamus fout

calange aanspraak, eis

calangia, calangium a challenge; a claim

calant koopvrund ?

calbla a cable

calc(e/i)arius schoenmaker

calcari to be assessed for

calcaria, una a pair of spurs

calcariator sporenmaker

calcarius spijkersmid, nagelsmid ?ook; kalkmaker,

calcarius spijkersmid, nagelsmid

calcarius kalkbrander

calcarius nail smith

calcarius a spurrier

calcea, calceia chalk; a causey, or causeway; a street; pavement

calcearius schoenmaker

calcearius zie calciarius

calceatura livery

calceolarius schoenmaker

calcesta white clover

calceta, calcetum lime; a causey, or causeway; a street; pavement

calciarius schoenmaker

calciferrator hoefsmid

calcifurnium a limekiln

calcitura shoeing horses

calculatie Berekening,

calculus legpenning, rekenpenning

caldaria a caldron

caldarifex, ‑ficis ketelmaker

caldatorium stookplaats (in klooster)

caldearium, caldellum caudle

calderium a caldron

caldo entrails

caledeus a Culdee

calefactor cerae a chafewax, an officer in the Court of Chancery

calefactor, ‑is stoker

calefagium the right of taking fuel

calefurcium gallows

calendae de eerste dag van de maand (op de oud Romeinse kalender)

calendae rural chapters held on the first of the month

calendae eerste dag van de maand

calendare to make a list; to calendar

calendarium a list; a calendar; a table of contents

calendier een korte aanwijzing tot wat artikelen van de gemaakte schriftuur van de overlegde stukken

calendis op de eerste dag van de maand

calendis op de eerste dag van de maand (op de oud Romeinse kalender)

calendrier almanak, dagrol, maandwijzer. Ook welke artikelen van de opgemaakte stukken overlegd dienen te worden

calenge(e)ren beklagen, optuigen, betichten

calengiare to challenge

calengier opeisen, vernaderaar, verklaging (aanklacht)

calengieren verbaliseren, in beslag nemen, arresteren, ook verkondigen

caleptra a cap

Caletum Calais

calfagium fuel

calfateren lappen, knutselen

calice miskelk

calicot ongebleekt katoen

calida febri door een warme koorts

calidus warm

califex kelkenmaker, kannengieter, ook gezien voor schoenmaker

califex, ‑ficis schoenmaker

calificare See qualificare

caligarius soldatenknecht, kousenmaker

caligarius soldatenknecht, kousenmaker

caligarum, unum par de "one pair of woolen cloth Venetians" (1601)

caligator, ‑is kousen‑, laarzen‑, broekenmaker

calix a chalice

calixtorium a limekiln

calliditeit doortraptheid, loosheid (slimheid)

callifex laarzenfabrikant

callifex laarzenfabrikant

calmacia calm weather

calmetum marsh

calomniateur, calomniatrice lasteraar, ster, kwaadspreken

calomniÙren belasteren

calopedarius houten ‑schoenmaker

calopodium a shoemaker's last

calsieder stratenmaker

calum(p)niare gerechtelijk protest aantekenen tegen

calumnia laster, kwellerij, chicane

calumniare to challenge; to accuse; to claim

calumniatio right of challenge

calumniator a claimant; an accuser

calumnie laster, lastring, schandvlek

calumniÙren lasteren, faamroven

calumpnia als boven

calumpnieux wettelijke valse zaak te intenderen (beogen) of voorstellen

calvarius nagelsmid

calyx a chalice

camacatus made of camaca

camahutum a cameo

camaka camaca, a material of which ecclesiastical garments were made, perhaps silk, camlet (?)

camard (la) magere Hein

cambellanus a chamberlain

cambiare, cambire to exchange; to trade; to keep a bank

cambiator See cambitor

cambiator wisselaar

cambiator, ‑is wisselaar

cambipartia See campipartitio

cambire See cambiare

cambitio exchange

cambitor wisselaar

cambitor an exchanger, a moneyer

cambitor money‑changer

cambium an exchange; a mint

cambium wissel, wisseling, ruiling

cambra See camera

cambrousse platteland

cambuca, cambuta a pastoral staff, a crosier

cambucarius one who bears a crosier

cambuse voorraadkamer, ook hok, kot, hol, krot

cambusier bottelier, hofmeester, proviandmeester

cambutio exchange

cambuttae stilts; crutches

cambuys coolen kropkool

camelotum camel's hair cloth

camer (der scepenen) een vertrek bij de schepenbank, waarheen schepenen zich terugtrokken om zich over het te vellen vonnis te beraden en er over te besluiten ("sliten"); de plaats derhalve waar (in tegenoverstelling van de schepenbank) de buitengerechtelijke handelingen der schepenen werden verricht

camera a crooked plot of ground; a chamber

camera imperialis rijks kamergericht

camera stellata the Star Chamber

cameralis chamber (adj.)

cameraria the office of chamberlain

camerarius / camerae propositus kamerheer, kamerling

cameria the office of chamberlain

camerlengus a chamberlain

camerlincgelt hetgeen de nieuwe leenhouder of leenvolger de heer verschuldigd was, wanneer een leen door overeenkomst (wandelcoop) of door overlijden (sterfcoop) in andere han‑den overging

camervoocht voogd van wezen, door de schepenen aangesteld

camicia a shirt

caminus, caminum a road; a chamber; a chimney; a stove

camion kar, (slepers)wagen

camisia a shirt; an alb

camisole borstrok, nachtjakje, vestje

cammeraat spitsbroer, makker

camoca a silken garment

camp stuk grond

campana a bell

campanarium a belfrey

campanarius a bell founder

campanarius klokkenluider

campanarius klokkenluider, koster

campanella a little bell

campania open country

campanile vrijstaande klokkentoren

campanus country (adj.)

campareren verschijnen

camparitie het verschijnen in rechte, ook gezien vergelijk

campartum part of a larger field, which would otherwise be in common; or the right of the lord to take a certain share of the crop

campedulum a cope

campen akkers

campertum See campartum

campestralis open country

campestratus wearing short drawers

campi custos veldwachter

campi pars cijns betaald in de vorm van veldvruchten

Campi(s) (te) Kampen

campio a champion

campipars See campartum

campiparticeps a champertor

campipartitio champerty, a bargain with the plaintiff or defendant in a suit to have part of the thing sued for

camporum veldwachter

Campoveria / Veria / Vurnia Veere

campsare to exchange, to traffic

campsor wisselaar

campus kamp, omheind veld of land

campus veld (Smetius)

camÚriste kamermeisje

can canonicus

canaal waterloop, een goot

canaalje gespuis, het grauw (gepeupel)

canabasium, canabus canvas



canabum hennep / canabeus, hennepen, van hennep [Thomas More; Hoven]

canant edelsteen ook granaatsteen

canapeum a canopy

canardus a great ship

cancelier opperschrijver, verzoekmeester

cancella the chancel of a church

cancellare to delete writing by drawing lines across it; to cancel

cancellare doorhalen

cancellaria chancery

cancellarius kanselier

cancellatum candeeldach de dag die volgt op die, waarop men een trouwfeest of huwelijksmaal heeft gegeven

cancellatura cancelling

cancelleren uitschrappen, doordoen, te niet doen, doorhalen, doorshrappen

cancellery stadsboukkamer?, briefkamer

cancellum the chancel of a church

cancera a crab, a sort of capstan for moving heavy weights

candela kaars

candelaria Candlemas

candelarius a chandler

candelarum artifex kaarsenmaker, kaarsengieter

candelatio Candlemas

candelossa Candlemas

candidare to wash clothes

candidarius bleker

candredum See cantreda

canefas grof linnen uit hennep vezels

canella cinnamon

canellus a gutter, a kennel; a tube or tap for drawing wine

canestellus a basket

caneva a buttery; a cellar

canevacium canvas

canfara ordeal by hot iron

caniparius kelner

canipulus a short sword; a knife

canite tuba 4e advent

canna a rod used for measuring land; a can

canner de pijp uitgaan, doodgaan

canniare to heap up straw or reeds

canon verzameling geschriften die tot de bijbel worden gerekend, een regel, richtsnoer, regelmaat

canonia, canonicatus a canonry



canonicus kanunnik, wereldlijk, legaal, kanunnik (hoge geestelijke)

canoniseren inwijden, heiligen

cant. cantor

cantafusor kannengieter

cantaredus See cantreda

cantaria a chantry

cantarista a chantry priest

cantate 4e zondag na Pasen

cantatum gezongen

cantatum gezongen

cantellum a lump; that which is added above measure

cantera a gantry, or gantril, a four‑footed stand for barrels, or for a travelling crane. Perhaps ths same as cancera

cantert komijnenkaas, ook kanterkaas

canto a canton (heraldic)

canton kanton, deel van een provincie

cantonnement inkwartiering

cantonnier, wegwerker,

cantonniÞre zie cantonnier

cantoor gesloten kast voor het opbergen van papieren en waardebrieven etc.

cantor zanger, koorleider, voorzanger

cantreda, cantredus a cantref, a Welsh division of a county, a hundred villages



cantrifex tinnegieter, cantrifusor

cantsler kanselier

cantus a corner; an angle; some part of a wheel

canzonen gedichten in liedvorm

capa a mantle; a cope; a cap

capabel vatbaar, ontvangbaar, bevattelijk, bekwaam om iets uit te voeren

capana a pot‑hook

caparo a hood

capeline breedgerande dameshoed

capell. capellanus

capella a cap; a chaplet; a short mantle; a reliquary; a chapel; the furniture of a chapel

capellanus kapelaan, hulppriester

capellaria a chapelry

capelletum a headpiece

capellonen zie capellanus

capellula kapelletje

capellula a small chapel

capellum, capellus a cap; a helmet

capentier zie carpentarius

capicerius a vestry keeper

capicium See capitium

capillamentarius pruikenmaker

capillare a coif

capisterium a sieve; a barn, a granary; a bed‑curtain

capistrius a maker of halters

capita hoofdstuk, hoofd

capitaal hoofdsom, hoofdschuld; ook daar lijf en goed aan hangt

capitael waar rente aan vast zit

capitagium hoofdelijke belasting,personele belasting, hoofdcijns

capitagium chevage, poll‑money; a bolster

capitagium capital tax, head tax

capitagium hoofdelijke belasting, hoofdcijns

capitale a chattell; a thing which is stolen, or the value of it; a hood; a pillow

capitale vivens live cattle

capitales acrae headlands, the parcels of a common field at right angles to the long strips

capitalis chief

capitalitium poll money

capitaneus hoofd; kapitein

capitaneus equestris ritmeester, cavaleriekapitein

capitare to abut

capite, tenere in to hold in chief

capitegium a hood, a cap

capitellum the capital of a pillar

capitiarius See capicerius

capitilavium Palm Sunday

capitium a hood; a cap; the head of a bed; a headland; the east end of a church

capittel zie capitulum

capittel hoofdstuk, een godshuis

capitula See capitulum

capitulare to divide into chapters; to make articles of agreement; to meet in chapter

capitulariter in chapter

capitulatie verdragstuk, hoofdstuk deling?

capituleren in hoofdstukken verdelen

capitulum kapittel (college van kanunniken)

capitulum kapittel (college van kanunniken)

capitulum, college van geestelijken (kanunniken) dat gezamenlijk de zielzorg in een parochie uitoefent,ook; hoofdstuk van een reglement

capitulum a chapter; a chapter‑house

capne afk. capiteine, kapitein

capoen zie capoes

capoes muts, hoofddeksel

caponator herbergier



Deel met je vrienden:
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina