Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina13/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   148

bannum "banne", het gedwongen gebruik van bijv. de molen van de heer

bannum behorend tot de banne (gedwongen gebruik van een voorwerp toebehorende aan de landheer en waarvoor deze betaling eiste, bijv. dwangmolens, bannale oven)

bannum, banum a proclamation; a boundary; (pl.) bans of matrimony

bannus (huwelijks ‑) afkondiging

bannus afkondiging

bannus huwelijksafkondiging

bannus actis na de (drie) afkondigingen

banoven bakoven, waar verplicht gebakken moest worden

banoven dwangoven, verplicht te gebruiken oven

banpanhuus brouwhuis, verplicht te gebruiken brouwerij

banqueroetier bankbreker, achteruit vaarder

banquier bankier

banregister register van gecensureerde lidmaten

banreheren bezitter van een geheel van de landsheer onafhankelijke heerlijkheid

banst ronde korf van biezen of stro

banthont kettinghond voor bewaking van het erf

banues snotneus

banum a bane

banwerc verplicht werk voor de gemeenschap waar men voor werd opgeroepen

bap afk. baptisatus, de gedoopte

bap. baptisatus

bapirifex papiermaker

bapt afk. baptizatus gedoopt

bapt. baptisatus

baptisabatur hij is gedoopt

baptisabatur is gedoopt

baptisare zie baptisata est

baptisare, baptizare dopen

baptisata est zij is gedoopt

baptisati sunt zij zijn gedoopt

baptisatus (vrw. ‑a) de gedoopte, gedoopt

baptisatus a ministro haeretico gedoopt door een ketterse bedienaar

baptisatus, baptizatus, baptisata, baptizata (est) (is) gedoopt (resp.) zoon, dochter

baptisatus est hij is gedoopt

baptisavi ik heb gedoopt

baptisavit he baptized

baptise(e)ren naam geven, dopen, schyngeven ?

baptisma doop(sel)

baptisma, ‑tis N; baptismum; baptismus doop(sel)

baptismate necessitatis door de nooddoop

baptismatis van de doop

baptismatis zie baptismaook; van de doop

baptismum doopsel

baptismum necessitatis nooddoop

baptismus doopsel

baptismus zie baptisma

baptista zie baptizator

baptista (johandes de doper) Johannes de doper, 24 mei

Baptista doper

baptiste doopsgezind

baptizare, zie baptisata estook; dopen

baptizata baptized (female)

baptizatio dopen, wassen

baptizator de doper

baptizatorum doopregister

baptizatorum van de gedoopten

baptizatorum van de gedoopten

baptizatus zie baptisatus

baptizatus gedoopt

baptizavi ik heb gedoopt

baptizorum van de gedoopten

baptÛme doop, het dopen, doopsel

bar arm, naakt

baractator, barator a barretor, a common mover of suits and quarrels

barb afk. barbie, kapper, soms heelmeester

barbacana, barbakena See barbicana

barbacane schietgat

barbaren die kwaad spreken

barbaric(ar)ius zijdewerker, zijdewever

barbaricarius zijdewerker, zijdewever

barbaricius zie barbaricarius

barbaricus zijdewerker

barbaricus zijde ‑naaister

barbarius dorpsbarbier, heelmeester

barbarius baardscheerder, kapper, barbier

barbarius, barbitonsor barbier

barbator a barber

barbatus barbed, of an arrow

barbecana See barbicana

barbelatus barbed

barbicana an outwork of a fortress

barbicanagium contribution for the maintenance of a barbican

barbillus a barbel (barbus vulgarius) or mullet (mullus barbatus)

barbitonsor a barber

barbitonsor baardscheerder, kapper, barbier

barbitonsor kapper

barbitonsor beard shaver

barbitura shaving

barbota a barge; an armed vessel

barbulus a barbel (barbus vulgaris)

barca a barque

barcaria See bercaria and barkaria

barcarius See bercarius

barcius a fish, probably perch (perca fluviatilis), perhaps also bass (labrax lupus)

bardatus barded, armed with a bard (of a horse)

barde brede bijl, aan twee zijde snijdende strijdbijl

bardezaan kleine hellebaard, wapen op lange stok

bare (in) opgebaard

barech hooiberg

barellus a barrel

baren kind krijgenook; lijk op lijkbaar leggen

baresta a barrister

barettus probably the same as warectus

barga See barca and bargea

bargania an agreement; a bargain

barganizare to bargain

bargea, bargia a barge; part of a horse's trappings

barhuda, barhuta, barhuzia a chest; a trunk, a barehide

baril vat, ton

baril de poudre kruitvat

barillier keldermeester

barillum, barrillus a barrel

barka a barge; a barque

barkaria a tan‑house

barlebaen benaming voor de duivel

barm berm, rand langs een weiland, trekpad

barmbraccus a lap‑dog

barmhertich lief, best

barnagium baronage

barnen branden

baro (

baro a baron

baro vrijheer, ook; vaak baron

baro, ‑nis baron, vrijheer

baron vazal van de koning, die in zijn baronie het gezag namens de koning uitoefende

baronagium baronage

baronatus barony; baronage

baronet engelse adellijke titel

baronettus a baronet

baronia het gezagsgebied van de baron

baronia a barony

baronia baronie

baronie zie baronia,

Baronis zie baro

baronissa a baroness

barra, barrha a bar, a barrier; a bar to an action

barractator a barretor, an instigator of suits and quarrels

barragium toll for crossing a bridge

barrare to put bars to

barrasterius a barrister

barratria dissension; barratry

barre staaf, stang, balk



barre du tribunal balie

barreau tralie, spijl, vensterstang



barreau de fer ijzeren staaf

barrique okshoofd (200 Ó 250 liter) vat, fust

barrista a barrister

barriÞre hek, spoor, slagboom, versperring, poort

barruzia See barhuda

bartenhauer hellebaardmaker

bartona demesne lands; a manor house

barutellum a cask

bas c¶tÚ zijbeuk bij kerk

bascinus a bason

basculus a basket

base nicht, dochter van oom of tante

baselaer lang scherp mes, dolk

basena See bazeyna

basilardum a long poniard; a falchion; a cutlass. (Early Chanc. Proc. 47, 256.)

Basilea Basel

Basilea Basel

basnetum a basinet See bacinettum

bassare to lower

bassaria camera a base chamber

basse cour hoenderhof

basselardus See basilardum

bassellus a coin abolished by king Henry II

bassen blaffen

bassum a pack saddle

bassus low

bastaardbalk heraldiekteken, schuinstaak, gebruikt als teken van een bastaardkind

bastaerdinne vrouwelijke bastaard.

bastaert zie bastard

bastaertbroeder buiten de echt geboren broeder

bastaertkint buitenechtelijk kind

bastard onechteling, speelkind, aterling, illigitiem, onwettig, niet uit een wettig huwelijk geboren kind onechtkind, kind van niet gehuwd paar, in onecht geboren

bastardengoet bezittingen door bastaarden nagelaten

bastardia bastardy

bastardus one born out of wedlock

bastida, bastita a castle, a word used especially in Southern France

basto a staff

bastoen heraldiekteken, schuinstaak,ook; wandelstok

Bastonia / Bastonacum Bastenaken, Bastogne

Bastonia / Bastonacum Bastenaken (Bastogne)

bastonicum close custody

basum. Per basum tolnetum capere, to take toll by strike

bat verklaarde, er op wijzen, ook; beter

batalia battle

batave in het Nederlands

batave in het Nederlands

Batavoburgium / Batavorum Batenburg

Batavoburgium / Batavorum Oppidum Batenburg

Batavorum insula, Bat(h)ua, Betuwa Betuwe

Batavorum insula, Bat(h)ua Betuwe

batavus Nederlands

batavus Nederlands

batella, batellus a small boat

batellagium boat‑hire

batellarius a boatman; a bateller, the lowest order in Oriel College

batellatus embattled

batellus a boat See batillus

batement vermaak, toneelvoorstelling

bateria battery, beating

baterleinmacher rozenkransmaker

batilda toll for boats (?)

batillagium carriage by boat; boat‑hire

batillare to send by boat

batillus a bat; a beetle; a clapper; a boat

batist zie batiste

batiste, kamerdoek

batitoria a fulling mill

batium See bacium

bativa, batura battery

batl afk, batallon, groot aantal, troep soldaten

batleuga See banleuga

batus a boat; a measure, 12 and a half gallons; a peck; a vessel used in feeding horses; a bat

baubare to bark; to bay

baubella jewels

bauca a bason

baucaria a tapster

baudekijn lijkwade, lijkkleed

baudekinum See baldekinum

bausanus a badger, a bawson

bausia, bosia treason, felony

bausiare, bosiare to rebel

bauzanus piebald (Fr. baucant, bauzant.)

bavaria a cattle‑shed

bavomisse 1e oktober

bay roodbruin

baya See baia

bayen baden, zwemmen

bazantius See bisantius

bazeyna basil, prepared leather

bazuin heraldiekteken, hoorn

bbdr afk. bombardier, stenenkogel gooier

Bd afk. op huw. akte, bruid

be. afk. bekaagde

bearvet zie beerft

beatì (piì) memoriì zaliger nagedachtenis

beatae memoriae afk. b.m. zaliger gedachtenis, overledenen

beatae memoriae zaliger gedachtenis

Beatae Mariae Virginis Heilige Maagd Maria

beatus heilig (niet 'zalig')

beatus heilig

beatus heilig (niet: zalig)

beau fils stiefzoon, schoonzoon

beau frÞre zwager

beau pÞre schoonvader, stiefvader,

beaux‑enfants aangetrouwde kinderen

beaux parents schoonouders

beboeseminge leveren van bewijs van verwantschap

becalengeren een eis in rechte tegen iemand instellen

beced(e)elen een akte van iets opmaken

bechare to dig; to use a pickaxe

becharius emmermaker,

beckeneel helm

beckenele helm bestaande uit ijzeren of stalen kapje en een beweegbaar vizier

beckenschlager ketelsmid

beclach eis in rechte, aanklacht iemand wegens een misdrijf aanklagen

beclaechde aangeklaagde

beclaecht reden van beklag, ook; punt van beschuldiging

beclagen iets in rechte aanspreken, een recht op een zaak beweren

becnus some sort of fish

becommeren lastig vallen, aanhouden

beconagium contribution for the maintenance of beacons

becoren (enen van iet). het constateren van de overtreding van een keur door de daartoe aangestelde personen

bedaagd bejaard

bedagen dagvaarden

beddebuur matras

beddecleet sprei

beddegenoot echtgenoot

beddegescheit scheiden, ontbinden van het huwelijk

beddekwast tot in het bed afhangend koord om zich op te richten.

beddepotte pispot, waterpot

bedder bedelaar

beddescheyde beddenplank

beddescult vervullen van de huwelijksplicht

beddetol belasting op beddegoed

bedding bed met wat er bij hoort

beddinge beddengoed

bede zie bidden

bedebrief poortersbrief

bedelaria the office of beadle, or district to which his office extends; bedellary

bedellus pedel, gerechtsdienaar

bedellus zie bidellus

bedellus gerechtsdienaar, beulsknecht,

bedellus a beadle, or bedell

bedelofte gelofte

bederipa See bedrepium

bedied verklaring, uitleggen

bedieden zie bedied

bediepen in een getuigenis aanduiden

bediet verklaring, uitleggen

bedorven gestorven, verloren, gedood, maar ook; diep ongelukkig

bedrach bewijs van iemands schuld

bedrachte. zie bedrach.

bedragen (enen of iet) het bewijs van iemands schuld leveren.

bedragenisse uitkomst van gerechtelijk onderzoek

bedrepium bedripe, harvest work done by tenants as a customary service; it sometimes means a definite amount, perhaps a day's work

bedrif bedrijf, zaak

bedripus See bedrepium

bedriven verrichten

bedtgescheyd ontbinding van een huwelijk

bedtsplancken zijkanten van een bed of bedstee

beduir zie baduit

beduit inhoudsmaat, 1 beduit = 1/4 kan en ca 0,4 ltr. voornamelijk in Noord‑Brabant

bedum the portion of a millstream which turns the wheel and is boarded up to increase the force of water

bedwingen dwingen, noodzaken

beenstukken ijzeren beenbekleding

beer heraldiekteken, in de vorm van een beer, zowel zittend, gaand of staand afgebeeld

beerft een kind hebben van de persoon met wie men getrouwd is

beersteker sekreetruimer, beerput opruimer, strontton ophaler

beestelijc beestachtig, dierlijk

beesten op iet slaen beesten op een perceel grond doen grazen

beestschutter die het vee van anderen opsluit om schade aan zijn land te voorkomen

beestsijs de accijns, betaald door de koper van een stuk vee binnen de stad

beestsys een buitengewone belasting op het vee

begaven stoffelijke giften schenken

begavet aangetast door de pest,

begeeren verlangen, verzoeken, vragen

begeerende wil hebben

begeert willen

begerende verlangende

begever persoon die het recht had een pastoor of predikant te benoemen

begeving het schenken van een ambt

begevingsrecht zie begeving



beghina begina, begijne, begine, begijntje, klopje, weduwe, ongehuwde vrouw, caeli pulsatrix, filia devota, virgo Deo devota, virgines Deo devotae, virgo sacra, filia spiritualis

baguta begijntje (waarschijnlijk)



begard mannelijke begijn

begien bekennen, verklaren,

beginlijck aanvankelijk

begõngnis rouwplechtigheid met lijkrede en het voorlezen van de personalia in de kerk

begorden zwanger gemaakt, bevruchten

begrafenislepels geschenk aan dragers en nabestaanden, meestal voorzien van naam en datum van geboren en overlijden, bij Friese begrafenis

begraven ter aarde bestellen, een gracht graven

begraven sepultus in templo in de kerk begraven

begroten zie begrotinge

begrotinge vergoeding, schadeloosstellen

behalden behouden

beheimen ommuren, van een omheining voorzien

behenden (iet) omheinen

behoevichen behoeftige

behoudelijck met uitzondering van

beidje hemdsrok, gedragen tussen hemd en bovenkleding

beierman klokkenluider

beilager huwelijk

beisasse Inwoner van een stad zonder de volle burgerrechte

beiwoner Inwoner van een stad zonder burgerrechten

bekaid stervende

bekalengiren eis in rechte tegen iemand instellen

beke beek

bekemacher kuiper

bekennen (iet) erkennen, een schuld of een verplichting in rechte erkennen

bekennen en de betughen verklaren en bevestigen

bekenninge onderzoek, gewoonlijk het gerechtelijk onderzoek in een zaak

bekeuren een wettelijke verordening opleggen

beklemakte akte van de beklemde pacht d.w.z. het land waarop het beklemrecht rust. het beklemrecht is het altijd durend erfelijk recht op het gebruik van iemands an‑ders toebehorende grond of landerijen met daarop het huis c.a. van de gebruiker onder de verplichting van betaling van een vaste jaarlijkse som van lasten en belastin‑gen

bekoeren zie becoren

bekomen verkregen

bekommen kennisse te berichten, bericht ontvangen

bekwelen zie bekwinen

bekwinen betreuren

beladen heraldiekuitdrukking, een schild is beladen met b.v. lelies, rozen, dieren, etc.

belangende vanwege

belasten (iets met iets) bezwaren

belegen hebben als belendingen hebben

belegherthede ligging

beleidinge bezichtiging, schouwing (van beken, waterwegen)ook; bewijs.

belendinge aangrenzend pand of land

belenen (enen iet) iets in belening geven

belengen (iet) achterhalen, bereiken

beleth off inspraecke verzet tegen het huwelijk hebben

beleven nakomen, naleven

belfort belfroot

belfredus a belfry

belfroot toren, belangrijk gebouw met toren

belgen zie balgen, ook; boos worden

belgice in het Nederlands

belgice in het Nederlands

belgicus Nederlands, Belgisch

belgicus Nederlands, Belgisch

belgiga a car, a chariot

Belgium Nederland, BelgiÙ

Belgium Nederland, BelgiÙ

Belgium Novum Nieuw Holland, New York

Belgium Novum Nieuw Holland, New York

belidinge zie: beli´nge.

belief wil, bevel, goedkeuring.

beliefnisse verlof.

beliefte verlangen

believinge goedkeuring

belijden dulden

beliterije bedelarij, schooieren

beliÙn erkennen. (bepaaldelijk in rechte.) van daar ook; beloven. ook; (iet). een geldschuld in rechte erkennen. een vroeger onderhands gesloten contract voor de rechter erkennen, ten einde het bewijs daarvan later te vergemakkelij‑ken, ook; bekennen

belle fille schoondochter, stiefdochter

belle mÞre schoonmoeder, stiefmoeder

belle soeur schoonzuster

bellicrepa a muster

belligerare to make war

bellisier drinkgeld

Bellomontium / Bellus Mons Beaumont

bellum a battle; used, as the English word is, to denote a portion of an army; a judicial combat, duel

beloken Pasen eerste zondag na Pasen

beloofnisse betalingsbelofte.

belven zie beliÙn

bem. afk. belle‑mÞre, schoonmoeder

bemanen vonnis eisen

bemd beemd, veld

bemerkt van een handmerkteken voorzien

ben viskorf

bend gilde

benda a band, either metal or stuff; a bar; a bend (heraldic)

bendeeren samen spannen, een bende vormen

benedicere zegenen

benedicere, benedixi, benedictum III zegenen

benedicta zondag na Pinksteren

benedictio zegen; huwelijksinzegening

benedictio (huwelijks) inzegening

benedictio, ‑nis F zegen, inzegening

benedictionis zie benedictio

benedictum zegenen

benedixi zie benedictum

benefacere schenken

benefacere schenken

beneffen evenals, eveneens

beneffens evenals

beneficatus, priester die de inkomsten van een beneficie / beneficiant geniet

beneficatus priester die de inkomsten van een beneficie geniet, beneficiant

beneficentie mildheid, weldaad

beneficiare to confer a benefice on; to enfeoff

beneficiarius, zie beneficatus

beneficiarius zie beneficatus

beneficie een weldaad, voordeel, een proeve voorrecht, ook; inkomsten uit kerkelijke goederen

beneficie (

beneficie van inventaris voorrecht van boedelbeschrijving waardoor de erfgenaam niet verder aan de schulden van de boedel gehouden is dan dat de goederen van de overleden mogen toerei‑ken

beneficie(e)ren weldoen, verbeteren, goed doen

beneficien (van recht) gunsten, voorrechten

beneficium weldaad, (voor)recht

www.stilus.nl

beneficium beneficie (inkomen van een geestelijke)

beneficium a benefice, an ecclesiastical living or promotion

beneficium weldaad, voorrecht

beneficium, inkomen van een geestelijke, weldaad, voorrecht

beneficium beneficie (inkomen van een geestelijke)

beneficium abstinendi recht der kinderen om de erfenis van hun vader te weigeren

beneficium abstinendi het recht van de kinderen om de erfenis van hun vader te weigeren

beneficium abstinendi children's right to refuse the inheritance

beneficium cerendarum actionum het recht om voor betaling van de schuldeiser verly (opmaken ?) van het recht te vorderen, dat de schuldeiser op de mede borgen heeft

beneficium discussionis voorrecht de vordering te mogen betwisten

beneficium discussionis voorrecht de vordering te mogen betwisten

beneficium divisionis het recht om de schuldsplitsing onder de borgen te verzoeken

beneficium excussionis goed‑verkoping, uit schulding

beneficium inventarii voorrecht van boedelbeschrijving,hij, die een erfenis onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt, is voor de schulden slechts aansprakelijk, voor zover zij uit de baten betaald kunnen worden

beneficium inventarii prerogative of the inventory, accepted inheritance with debts

beneficium inventarii voorrecht van boedelbeschrijving

beneficium ordinis voordeel van aanspreekorde

beneficium ordinis & excussisonis het recht van een borg om een schuldeiser af te keren (houden), zolang tot dat hij de saeckweldige ( zaak beslaglegging) heeft uitgewonnen

benevole lector welwillende lezer

benevole lector benevolent reader

benevole lector welwillende lezer

benevolentia a voluntary gratuity given by subjects to the king

benevolentie zie benevolusook; goedwilligheid

benevolus welwillend

benevolus, welwillend

benigniteit goederterendheid, gulhartig

benne ruif, mand

bennenmacher kinderwagenmaker

benoemt opgesomd, gespecificeerd.

benooteeden iemand een eed opleggen

benwrda benerthe, service with plough and cart

beodum a table

beperelt versierd met parel

bepijnen zorgvuldig

bepokpet pokdalig

beputten de grenzen aangeven met putten, kuilen of palen

ber afk. december = 10e maand van het Romeinse jaar, (dat begon op 1 maart), vaak aangeduid met een ô X ôook; afk. baronook voor de maanden september, oktober en novemnber maar dan met de vermelding resp. 7, 8, en 9 voor de ber

bera a bier See beria, bersa

beraaien beraden

beraden (iet) overwegen.

beraet het beraad van het overwegen van de rechtsvraag door schepenen in de schepenkamer na afloop van de behandeling der zaak in de vierschaar en v¾¾r het vellen van het vonnis.ook; overlegging,

berbiagium a rent paid in sheep, or tax paid on sheep

berbicaria pasture for sheep

berbix a sheep

bercaria a sheepfold, sheepcote; a sheepwalk

bercarius schaapherder

bercarius schaapherder

bercarius a shepherd

bercelettus See bracelettus

berch spits toelopende zijde van een dakvenster

berchaen patrijs, veldhoen, korhoen

berchhynne patrijs, korhoen

Bercizoma, Bercomum, Bergae ad Zomam Bergen op Zoom

berckier schaapherder

Bercomum zie Berzizoma

berd plank

berdare to beard or bard wool, i.e., to cut the head and neck off the fleece

berdiel bordeel, huis van lichte zeden

bere stormram, ook mannelijk varken, beer

berebrutus a man who takes charge of and distributes beer (?)

berecht geborgen,

berechtcamer rechtszaal

bereen besprongen en daardoor zwanger geraakt

berefredus, berefridus a belfry

bereklauw heraldiekteken, poot van een beer

beren baren

berenstecher varkens castreerder

berewicha a village or hamlet

berfrarium a military engine

Bergae Bergen (B), Mons (B)

Bergae Bergen (Mons)

Bergae ad Zomam Bergen op Zoom

Bergae Divae Geertruidenberg

Bergae Divae Geertruidenberg

bergarius schaapherder

berghuus schuur, bergplaats

berglant hoog gelegen land

beria an open plain

berichtschrift lastbrief, bevelschrift

berie draagbaar, mestkar

berijden beroeren, kwellen

berijnswel varkensvlees, varkenszwoerd

berkeria See bercaria

berle wijnvat, ton

bernaca a bernicle goose (anser bernicla)



Deel met je vrienden:
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina