Versie 2 februari 2017, 425. 909 woorden Versie maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 20.67 Mb.
Pagina10/148
Datum07.11.2017
Grootte20.67 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   148

amita magna zuster van grootouder aan vaderskant

amita magna groottante van vaderszijde

amita maior zuster van overgrootouder aan vaderskant

amita major zuster van de overgroot ouders

amita major sister of great‑grandfather

amita major zuster van overgrootouders aan vaderskant

amita maxima zuster van de betovergrootouders

amita maxima sister of great‑great‑grandfather

amita maxima zuster van betovergrootouders aan vaderskant

amita maxima zuster van betovergrootouder aan vaderskant

amita uxoris wife's father's sister

amitina tantesdochter van vaderszijde

amitini tanteskinderen van vaderszijde

amitini brother's, sister's children

amitini kind van een zuster

amitini magni kleinzoon van zuster

amitinus tanteszoon van vaderszijde

amitinus neef, zoon van amita (=tante)

amitinus/a neef/nicht: zoon/dochter van amita

amitinus/a magnus achterneef: kleinzoon van amita magna

amitinus magnus kleinzoon van de zuster van de grootvader

amitinus magnus achternicht, kleindochter van amita magna

amitinusa nicht, dochter van amita (=tante)

amitinusa magnus neef, zoon van amita (=tante)

amittena a sheeptick

amivadi zie amivadum

amivadum Amersfoort

Amivadum, Amivadi (te) Amersfoort

ammann burgemeester

ammasseren vergaderen

ammaylare to enamel

ammeister gildenmeester

ammelaken tafellaken

amminiculum See adminiculum

ammobragium, amobragium a kind of service; a fine; the Welsh form of Mercheta

amodo then, afterwards

amoliÙeren uitroeien, verdelgen

amortiseeren het goed in een dode hand stellen, betekend niet overdraagbaar meer

amortizamentum amortization

amortizare to alien lands in mortmain, to amortize

amortizatio amortization

amotibilis, amovibilis removeable

amove(e)ren slopen

amphibolie dubbelzinnigheid

amphibologia ambiguity

amphibologie een twijfelachtige/ duistere reden

amphibolus a cloak, an overall

amphistrum the helm of a ship

ampl amplissimus

ampl. afk. amplissimus, hooggeÙerde

ample breed, wijd, ruim

amplecteeren omhelzen, aannemen

ampli(Ù)eren verbreden, uitbreiden

ampliatie aanvulling

ampliatio deferring judgment till a cause is further examined

amplicare to enlarge

amplieren verbreden

amplificatie de verbredingen

amplissimus hoogverheven (Smetius)

amplissimus (vrw. ‑a) hoogaanzienlijk, hooggeeerd

amplus achtbaar; superl. edelachtbare

ampul meestal klein flesje voor fijne olie

ampularius flessenmaker

ampulla a vessel for holding holy oil; a reliquary

ampullarius flessenmaker, flessenblazer

amrl afk. admiraal

amstela Amstel

Amstelodamensis Amsterdams

amstelodamum amstelodami Amsterdam, te Amsterdam

Amstelodamum, Amstelodami Amsterdam, te

amsterdamse‑voet lengtemaat, 1 Amsterdamse voet = 28,3 cm

amullus some farm animal, a ram (?)

amuntare to amount

amuntia amount

amussis timmermanslineaal; ad amussim: nauwkeurig, precie (Smetius)

an of (in vraagzin)

an of (in vraagzin), voor

an niversarium jaargetijde, jaardag, vaak de herdenkingsdag van een overledene

anabatrum a curtain

anachoreta a hermit; an anchorite

anachoreta kluizenaar

anagram omgekeerde letter volgorde, in ned. indiÙ was het gebruikelijk om bij een onecht kind de naam van de vader in anagram te geven

analogium a reading desk

anamelatus enamelled

anata a duck

anatus a drake

anca a haunch; an ancle

ancareus with a handle

ancellator birdcatcher

anche grootvader

ancheria zie anker

ancilla dienstmaagd

ancilla maid, handmaid

ancilla dienstmaagd, meisje

ancilla dienstmaagd, dienstmeisje, jonge vrouw

ancilla nutriens voedster, zoogster

ancilla nutriens wet nurse

anclaghen aanklagen

ancoragium duty paid by ships when they anchor in a haven

ancre zie anker

ancus long (of gloves)

ancxteneeren beangstigen

andena a swath; as much ground as a man can stride over; an andiron

anderen daghes (des) de volgende dag

anderlacum anderlecht

Anderlacum Anderlecht

anderlinck achterneef

anders worden dan te passe zieker worden, sterven

andersweer bloedverwant in de 2e graad, achterneef, kind van een volle neef of nicht

anderwollelaecken anderwol, lakenstof gemaakt van wol van slechte kwaliteit

andreseya a dairy

andriesgulden gouden munt of penning met de afbeelding van de apostel Andreas, omstreeks 1420

androchia, androgia a dairy‑maid

androchiarium a dairy

anelacium a knife; a dagger

anella a manacle, a handcuff

angaria a vexatious personal service; distress; the Ember weeks

angarialis grievous

angariare to compel

angarius a catchpole, an officer who arrests

angeldum, angildum the single valuation or fine imposed on a criminal

angelorum festum feestdag van de engelen, 29 september

angelot munt 17e‑18e eeuw, gelijk aan 108 stuivers, beeltenis van aartsengel

angelstok. vishengel

angelus gebed dat na het luiden van het angelusklokje wordt gelezen, meestal wordt na 3 uur æs middags bedoeld.

angew³nschte kinder geadopteerde kinderen

anglia Engeland

Anglia Engeland

anglice in het engels

anglice in het Engels

Angliceria Englishry

Anglici probatio proof of Englishry

anglicus engels

anglicus Engels

angulus hoek

angulus hoek

anguste eng, nauw

anheischig machen zich verplichten, aanbieden

anhiligen huwen, trouwen

anilis bejaard (van oude vrouw)

anilis bejaard

anilitas ouderdom, hoge leeftijd (van vrouwen gezegd)

anima soul, spirit

anima ziel; persoon (een parochie van 300 "zielen")

anima ziel, persoon, een parochie van ...zielen

animadversie aanmerking

animadverteeren waarnemen, bevroeden

animalia oxen

animam sud creatori reddidit gaf zijn ziel terug aan zijn Schepper

animam suo creator reddidit gaf zijn ziel terug aan zijn schepper

animarum commemoratio herdenken van de overledenen, 2 november

animequus contented

animeren moed geven, aansporen

animeus moedig

anitergium a wisp of grass

anker inhoudsmaat, 1 anker = 1/4 aam, ca 37,5 ltr ook; vismaat ca. 50 kg. soms 30 kg

Anker circa 38,75 liter. (inhoud maat maten gewichten)

ankerissa an ancress, a female hermit

ankerkruis heraldiekteken, beeltenis op een wapenschild in de vorm van een kruis met gespleten uiteinden

annalen geschiedkundig verslag, in de betreffende periode geschreven, jaarboeken, tijdrekeningen

annales yearling cattle

annalis een jaar oud

annalis van een jaar, een jaar oud

annalis een jaar oud, jaarlijks

annatae first fruits; annates

annatus first‑born; one year old

annectereen aanknopen, aanhechten

annex toegevoegd, aangehecht, bijgevoegd

annexeren toevoegen, aanbinden

annexis met bijbehoren

annexus verbonden

annicheleren te niet doen

anniculus een jaar oud

anniculus slechts een jaar oud

annihileeren te niet doen

anniversarium jaargetijde

anniversarium (ver)jaardag, jaargetijde Jaarlijkse herdenking van een overledene)

anno in the year

anno in het jaar

anno in het jaar

anno ìtatis suì vicesimo in het twintigste jaar van zijn leven

anno aetatis (suae) .... mo in het ,,,, de jaar van hun leven

anno aetatis (suae) ... at the age of

anno aetatis suae 12 in het 12e jaar van zijn leven, 12 jaren oud

anno, anno domini in het jaar, in het jaar des heren

anno Christi in het jaar Christus

anno domini in het jaar des Heren

anno domini in het jaar van de heer

anno Domini in the year of the Lord

anno Domini in het jaar van de Heer

anno eodem ut supra in hetzelfde jaar als boven

anno eodem ut supra in het zelfde jaar als boven

anno et die ut supra jaar en dag als boven

anno passato (in) het afgelopen jaar

anno reparatì salutis in het jaar van het herstelde heil, d.w.z. na Chr.

anno sequenti, annum sequentem het volgend jaar (abl. en acc.)

annonarius graanhandelaar, korenhandelaar

annorum in de leeftijd

annorum jaren, van ... jaren

annoteeren aantekenen

annu‑(s) (m) jaar

annuale yearly income of a prebendary; or of a priest for celebrating an anniverary

annuarium jaarboek

annuarium an anniversary; a calendar of anniversaries

annuatim jaarlijks

annÚe bissextile schrikkeljaar

annueeren toestaan, toewenken

annularius (faber) maliÙnkoldermaker

annularius (faber) maliÙnkoldermaker

annulatus ringed (of a pig)

annullatie vernietiging

annulleeren vernietigen, te niet doen

annum jaar (als lijdend voorwerp)

annum sequentum volgend jaar

annuntiatinis zie annuntiatio

annuntiatio maria boodschap (25 maart)

Annuntiatio Maria Boodschap, 25 maart

Annuntiatio, ‑nis F Maria Boodschap (25 maart)

annus jaar

annus jaar



annus year (Apud Io. Heruagium, mense Martio anno 1537 = At the shop of Johann Herwagen, in the month of March, the year 1537; anno Domini 1550 = In the year of our Lord 1550, i.e., A.D. 1550 or 1550 C.E.) (technische term boekdrukken)

annus year

anonima zie anonimus

anonimus (vrw. ‑a) naamloos

anonimus naamloos

anonymus naamloos

anonymus zie anonimus

anquiromagus a ship's stern

ans, oppervlaktemaat, 1 ans =1/12 pondemaat = 0.03 haook; à.jaar (oud)

anschaffer inkoper

ansea a truss

ansmeren moet geven

ansorium a shoemaker's knife; a razor

ante voor (van tijd of plaats), vroeger

ante voor, antea vroeger

ante voor (tijd), tevoren

ante before

ante (+ acc.) voor (tijd of plaats); (bijwoord) tevoren

ante diem pridie yesterday

ante diem pridie eergisteren

ante diem pridie eergisteren

ante interlocutoir, zie ante interlocutoriam sententiam

ante interlocutoriam sententiam de fase van de procedure voor het tussenvonnis, waarbij aan beide partijen nader bewijs van hun stellingen wordt opgelegd.

ante merianus zie ante meridiem

ante meridiem voor de middag

ante meridiem fore‑noon

ante meridiem voormiddag (s) , AM

antea vroeger, te voren

antea eerder, tevoren, vroeger

antea vroeger, tevoren

antecessis zie antecessor

antecessor voorganger, vooronder, voorzaat, voorvader

antecessor voorganger, voorouder

antecessor an ancestor; a predecessor in office; also the name of a servant attending on a dean and chapter

antecessor, ‑is voorganger

antecinerales feriae days before Ash Wednesday

antedictus voornoemde

antedictus voornoemd

antedictus voornoemd

antegarda vanguard

antela a poitrel

antemeridianus voormiddags

antemurale a barbican

antenatio the right of an elder child

antenatus stiefzoon uit eerste huwelijk (meestal is de vader overleden)

antenatus (eerder geborene:) stiefzoon uit eerste huwelijk

antenatus stiefzoon (waarvan de vader overleden is)

antependium hangings in front of an altar; ook: antipendium

antephalarica a portcullis

antesellum a package carried in front of the saddle

antesignanus sergeant‑majoor, opperwachtmeester

antesignarius sergeant‑majoor

antesignarius sergeant‑majoor

antesignatus (antesignanus) a soldier posted in front of the standard

antianitas antiquity, i.e. seniority; ancienty

antianus old, ancient

antibata an opponent

antica a hatch

anticipatie (

anticipatie voorkoming voor de vervaldag

anticiperen voorkomen

anticopa a countertally

antidoron a gift given in exchange

antidotaal een verzoek gedaan om te voorkomen dat iemand niet onverhoord bezwaard wordt en alleen op het te kennen geven van partijen

antidotum tegengift,

antiecksnijder beeldensnijder, ornamentensnijder

antigraphus a scribe, a copyist

antijcdraeyer kunstdraaier, houtdraaier

antijks zie antijq

antijq, oud, ouderwets, snaaks

antilopia an antelope (heraldic)

antinumptiale voorhuwelijkse (voorwaarden)

antipatye afkeer, weerzin

antipera a screen

antiphona alternate verses sung by the halves of the choir

antiphonarium a book containing anthems or antiphons

antiphonista an antiphoner, a leader in singing antiphons

antiqueren afschaffen, te niet doen

antiqui voorouders, voorvaderen

antiqui voorouders

antiquitas seniority; ancienty

antiquus (zeer) oud

antiquus (vrw. ‑a) oud, bejaard

antiquus oud

antistes a bishop; an abbot

antistes pastoor

antistita an abbess

antistitium a monastery

antithetarius an accused person who charges his accuser with the same crime

antla¯tag witte donderdag, donderdag voor Pasen

antla¯woche stille week voor Pasen

antwerp dam, opgeworpen grond tegen het water

antwoord met middelen een schriftuur van een verweerder waarin hij verscheidene redenen gebruikt om zijn beweringen waar te maken en de eisen van de partijen stuk voor stuk te weerleggen

anus oude vrouw

anus oude vrouw

anus antiqua oude vrouw

anus, ‑us oude vrouw

anus vetula oude vrouw

anusus zie anus

ao, (met boven streepje) anno, in het jaar

ao1568 afk. anno, in het jaar 1568

ap afk. apres, na

apanagium the portion of a younger child

apart afgezonderd

apatisare to agree; to ransom

apechiamentum impeachment

apeert onbeschaamd

apehesje kinderkleding, ook apenrokje

apelleren noemen, in beroep gaan

apengeter kopergieter

apengie¯er zie apengeter

apiarius imker

apiarius imker, bijenhouder

apiarius bee‑master, apiarist

apiarius imker

apliq afk. apostolique, apostolisch

apocha kwitantie, kwijtscheldingbrief, handschrift

apocryph verborgen, twijfelachtig, ongeregeld

apointieren beredeneren

apoplexia beroerte

aporia poverty; trouble

aporiare to impoverish

apostaat afvallige, verlochenaar

apostaet rebel, tegen sprekerig, afvallige

apostare to transgress

apostel bode

apostille op de kantstrook getekende bescheid, en uiting op het verzoek

apostille beroepsbrief, kanttekening, naschrift, aanbeveling toegevoegd aan een petitie of memorie, vaak in de marge geschreven

apostilleren op de kantstrook aantekenen

apostolicus pauselijk

apostolicus pauselijk

apostolos petere to appeal to Rome

apotecarijs zie apothicaire

apothecarius a shopkeeper; a keeper of a granary or store; a druggist

apothecarius zie apothicaire

apothicaire apotheker

appaiseren bevredigen

apparator a messenger who serves the process of a spiritual court, an apparitor

apparella items of miscellaneous excess beyond current regulated expenditure. (Middle Temple.)

apparens lex ordeal

apparent waarschijnlijk, schijnbaarlijk, mogelijk, naar het schijnt

apparentia appearance

apparentie schijnbaarheid

apparentÚ aangetrouwd

appares equals

apparitio domini verheerlijking van de heer, 6 januari

apparitor opzichter

apparitor opzichter

apparitores beambten (Smetius)

appartinentiis met toebehoren

apparura furniture; equipment

appatissement schatting, geldheffing

appatizare See apatisare

appeleerder voorman bij de kerkenbouw

appeleren aan roepen, te weten, een of meerdere getuigen

appelkruis bolkruis, heraldisch figuur

appellare to appeal

appellare noemen

appellare, apelleren noemen, in beroep gaan

appellatie van een lager tot een hogere rechter; werd onderscheiden van reformatie, omdat bij appel, gemeenlijk is het verboden ondertussen te mogen executeren, en de reformatie geen executie beletten kan

appellatur wordt genoemd, heet

appellatur wordt genoemd, heet

appelleren weerroepen, herkennen, herverzoeken

appelleren (

appellum an appeal

appelton geijkte ton, vat voor meten van hoeveelheid appels

appendens a thing of inheritance, belonging to a greater inheritance

appendere ophangen aan

appendere III (+ dat.) ophangen aan

appendere III (+ dat.) ophangen aan

appenditia appendages; appurtenances

appendium a reel

appendix aanhangsel, toevoegsel

appendix, appendicium a pentice, a penthouse

appennagium See apanagium

appensamentum delay; postponement

appensement dag van ( het ) beraad

appensura payment of money by weight

appenticium a pentice, a penthouse

appertinentiae toebehoren, wat er bijhoort

applauda sauce

applauderen prijzen, toejuichen

applicatie toepassing; bij apllicatie: in aansluiting, vervolgens

appliceert opleggen, aanlegen, zich sterk voor maken

appliceren toepassen, ten propoosten (onderwerp van gesprek) brengen

applicium an inn; lodging

applikieren toevoegen

applita harness; fittings

appodiare to prop up; to sustain

appoin(c)tement (

appoinctement beslechting, uiting

appoincteren bestemmen, iemand ergens bescheiden (ontbieden)

appointement schikking in rechte, beschikking, vaak in de kantlijn vermelde beschikking op het verzoek

appointeren beslissen, beschikken

appoisonare to poison

apponere to pledge; to pawn

apporia, apporria See aporia

apportionamentum apportionment

apportionare to divide proportionally

apportum revenue or profit; corrody or pension; rent or tribute

appraehendere in hechtenis nemen

appraehensio in hechtenisneming

appreciare to appraise

apprehendatie, gevangenneming

apprehendere, ‑hendi, ‑hensum gevangennemen

apprehenderen gevangen nemen, vrezen, duchten, in hechtenis, vast houden, vangen, aantasten

apprehensie bevatting, begrijpen, hafte, hechtenis

apprehensio, ‑nis F gevangenneming

apprehensio(‑nis) gevangenneming

apprendicius an apprentice

apprentisagium, apprenticiamentum apprenticeship

approbare goedkeuren

approbare goedkeuren

approbare to augment the vaule of, as to increase the rent of land

approbare, goedkeuren

approbatie goedkeuring (door de overheid), bestemming, gestading

approbatio goedkeuring

approbatio, ‑nis F goedkeuring

approbatio(nis) goedkeuring

approbatione met goedkeuring

approbator a person who confesses felony and accuses others, an approver

approbeerde goedkeuren

approberen goedkeuren, van waarden houden, toestaan, gestaden, betogen

approcheren naderen, benaderen

appropriare to annex a benefice to the use of a spiritual corporation or person; to appropriate

appropriatio, appropriamentum appropriation

appropriÙren zich toe‑eigenen, zich toeschrijven, toekennen

approvamentum profits; crop

approviare, approware, appruare se to use for one's own profit, as to enclose waste land

appruator an officer in some towns (e.g. Wakefield) appointed to look after the interests of the lord of the manor

appruntare to borrow

appt afk. appointement, salaris, bezoldiging, traktement

appunctuare to appoint

aprenderen arresteren

apricator bleker

apricator bleker

apricator bleacher

aprilis april, van april

aprilis april

Aprilis, Aprilis april, van april

aprisa, aprisia an inquisition, information

aprovechiÙren (sich) zich bevoordelen

aprÙs quÝl a ÚtÚ donne lecture du prÚsent acte de dÚcÙs aux coparans Ó signÚ na het voorlezen van de acte van overlijden aan de aanwezigen hebben zij met ons ondertekend.

apt nut, bekwaam

apud bij, voor

apud bij, in ... meestal gevolgd door plaatsnaam , voor

apud at the shop of (Apud Paulum Manutium = at the shop of Paulo Manuzio) (technische term boekdrukken)

apud (+ plaatsnaam) in

apud + acc. in, bij

apud acta bij volmacht

apud acta voor 't gerechte, wettelijk, bij volmacht

apud acta bij volmacht

apud acta bij volmacht

apud bij steden te (Smetius)

aqìductus sloot, waterloop

aquìductus IV (niet: aqua‑) sloot, waterloop

aqua water

aqua water

aqua water

aquaductus aqueduct, waterworks

aquagium a watercourse; a holy water stoup

aqualitium a gutter

aqualium the top of the head

aquare to water

aquarium a ewer

aquarius bronmeester, opzichter over fonteinen en waterwerken, waterdrager

aquaticus living by the water

aquebachelus a holy water clerk

aqueductus IV (niet aqua‑) sloot, waterloop

aquensis van Aken

aquensis van aken

Aquensis van Aken

aquestus acquisition

aquilex bronmeester

aquis granum Aken

Aquisgranum Aken

aquiten bekende

ar(o)l(a)unum Arlon

Ar(o)l(a)unum Arlon

ara afk. algemeen rijksarchief

arabilis ploegbaar

arabilis a maple tree

arabilis (terra) ploegbaar, bebouwbaar (land)

arabilis terra beploegbaar, bebouwbaar land

aracium a stud of horses See haratium

aralis arable

arallus a ploughfoot

aralus a maple tree

arator akkerman, landbouwer, ploeger

arator landbouwer, landman

aratrorum faber ploegenmaker

aratrorum faber ploegenmaker

aratrum ploeg

aratrum ploeg

aratrum terrae as much land as can be tilled with one plough

aratum a charter

aratus a day's ploughing

arausio Orange (fr.)

Arausio Orange (Fr.)

arbalista schutter met slinger

arbalista slingeraar, slingerschutter

arbalista, arbalistarius See arcubalista

arbalisteria loopholes

arbeid barensweeÙn, baring, moeite, ook barensnood

arbiter gekozen rechter, bemiddelaar

arbiters scheidslieden, middelaars, goede‑mannen, kerslieden

arbitrale correctie (

arbor consanguinitatis family tree

arbor, ‑is F boom

arborator boomkweker

arborator nurseryman

arcare to be charged with; to build an arch; to vault

arcarius an archer; a keeper of an arca, a chest for the deposit of treasure or deeds

arcarius (faber) kistenmaker, kastenmaker

arcenarius See arconarius

archearius a bow bearer See arcarius

archebisschop zie archevÛquÚ

archemecherus some officer in the household of Henry VI, perhaps chief cook



Deel met je vrienden:
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   148


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina