Verlengde Middenraai Uit Natuurvisie 2012-2030 Mantingerveld



Dovnload 432.15 Kb.
Datum13.10.2018
Grootte432.15 Kb.

Verlengde Middenraai Uit - Natuurvisie 2012-2030 Mantingerveld
Het nieuw in te richten gebied van de Verlengde Middenraai wordt tijdelijk als apart onderdeel beheerd om te voorkomen dat het snel dicht groeit met wilgen.
• Inrichting Verlengde Middenraai om water langer vast te houden, overgangsbeheer met

beweiding totdat het gebied gekoppeld kan worden met de natuurlijke begrazing van het

Mantingerveld.

• Overgangsbeheer met beweiding (schapen of runderen) van het jeneverbesstruweel van het

Mantingerveld. Wanneer Mantingerveld en de Verlengde Middenraai een eenheid vormen zal

ook dit deelgebied gekoppeld worden aan de integrale begrazing.


Verlengde Middenraai

Aan de andere kant van de waterscheiding, in het oosten, stroomt het water richting het zuiden. Water is ook hier leidend zijn voor de gebiedsontwikkeling. Een hogere grondwaterstand helpt tegen de verdroging in het aangrenzende Mantingerveld en kan tot verbetering van de kwaliteit van de vochtige heidevegetaties leiden. Een gradiënt van droog in het noorden naar steeds natter in het zuiden zorgt voor een geleidelijke overgang met verschillen in begroeiing.

In tegenstelling tot de voedselarme heide is het gebied van de Verlengde Middenraai voedselrijk

en dat zal nog lange tijd zo blijven. Afgraven van de bouwvoor is niet gewenst, omdat daarmee de hoogteverschillen met het Mantingerveld verder zouden toenemen, met verdroging in het Mantingerzand tot gevolg. Beginnend vanaf de heide ontstaan voedselrijke natte graslanden, zeggenvegetaties, natte rietlanden en open water. Hiermee wordt het gebied aantrekkelijk voor onder andere libellen, insectenjagende soorten als zwaluwen en verschillende soorten vleermuizen. Drempels in het tracé, nieuwe slenken, van noord naar zuid zorgen ervoor dat water zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Lokaal kunnen wilgen opslaan, maar de wens is om het landschap open te houden en om het zicht op de rand van het Mantingerzand te behouden. Door het

gebied vanaf de inrichting direct te beweiden wordt de groei van wilgen beperkt. Vooral in de wintermaanden zal het gebied, onder invloed van natuurlijke waterdynamiek, plasdras zijn. Daar waar nodig kan aanvullend beheer plaatsvinden om de openheid te bewaren. Het open water in het zuiden watert via een drempel uiteindelijk af in het kanaal van de Verlengde Middenraai.

De eerste jaren wordt het gebied als aparte eenheid beweid. Op termijn wordt het onderdeel van

één groot gebied met vrij rondtrekkende dieren. Er kan natuurlijke trek ontstaan bij de grazers, waarbij ze in de zomer het voedselrijk gebied zullen begrazen.

Wanneer dit in de winter te nat wordt gaan de dieren naar de heide. Een dam met duiker in de

Verlengde Middenraai zorgt voor uitwisseling van dieren tussen boswachterij Gees, via de Middenraai, en het Mantingerveld. In de Verlengde Middenraai (gemeentelijke weg) wordt een bocht aangelegd zodat de weg om de dam heen wordt geleid. Onder de weg door worden faunapassages aangelegd voor kleinere diersoorten. Wildroosters zorgen dat de weg ‘overgraasbaar’ is. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer stemmen hun beheer af: welke soorten, rassen en aantallen grote grazers kunnen er leven? Door in het zuiden het landschap open te houden

ontstaat er een open zone van minimaal honderd meter die voorkomt dat muggen massaal het dorp

bereiken. Er zullen maatregelen worden genomen om het dorp en de huizen langs de Middenraai droog te houden.

Vanuit de lokale gemeenschap is de wens uitgesproken om in dit gebied een begraafplaats aan te

leggen. De mogelijkheid hiertoe wordt onderzocht. Grenzend aan het dorp worden natuurbelevingsmogelijkheden gecreëerd, bijvoorbeeld een ‘waterpad’ of waterspeelplaats.

Sloop agrarische bebouwing Verlengde Middenraai Aan de Verlengde Middenraai worden overbodige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt na een bedrijfsverplaatsing van een melkveebedrijf. Zoals eerder geschetst vormt het Mantingerveld samen met het gebied langs de Verlengde Middenraai en Boswachterij Gees in de toekomst één grote eenheid.

Daaromheen liggen gebieden waar het historische, natuurrijke cultuurlandschap wordt versterkt.

Zo ver is het nog niet. Verschillende deelgebieden zullen een verschillende ontwikkeling doormaken.

Voor het hele gebied probeert Natuurmonumenten door aankoop of ruiling de ontbrekende percelen, die nu de verdere inrichting belemmeren, te verwerven.

Als dat niet mogelijk is zal gekeken worden hoe in overleg met de eigenaar alternatieven te

vinden zijn.

Uit Gemeente Midden-Drenthe - Ecologische verbindingszône

De opzet van deze natuurstructuur is dat de natuurgebieden in Nederland vaak te klein zijn om het voortbestaan van gezonde populaties te garanderen. Door verbindingszones te creëren kunnen de soorten zich tussen de gebieden verplaatsen, wat gunstig is voor het voortbestaan van de soorten.

Ecologische verbindingszones bestaan veelal uit kleine natuurgebiedjes, stapstenen genaamd. Hier kunnen dieren zich tijdelijk vestigen, een voorbeeld hiervan is bij de rotonde bij de Garmingerstukken. Ook linten maken onderdeel uit van de verbindingszone, hierbij is te denken aan houtwallen, wegbermen en slootkanten. De dieren kunnen zich langs deze linten verplaatsen. Een ander onderdeel vormen de faunapassages, dit zijn tunnels onder de weg door zodat dieren deze veilig kunnen passeren.

De provincie is verantwoordelijk voor de realisering van de zones. De zones zijn dan ook opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan. Met pijlen is op kaarten aangegeven welke gebieden met elkaar verbonden moeten worden.



Balingerzand/Mekelermeer
Deze zone ligt deels in gemeente Midden-Drenthe en deels in gemeente Coevorden. De kruising met de Verlengde Middenraai in Nieuw Balinge vormt een knelpunt. Een deel van de zone ligt in het aankoopgebied van Staatsbosbeheer. Een ander deel van de zone (de verbinding met het Mantingerzand) is begrensd als natuurontwikkelingsgebied en moet nog worden verworven en ingericht.
De provincie benaderd waterschap Reest & Wieden om een oplossing aan te dragen voor het knelpunt 'De Verlengde Middenraai'.
Natura 2000-gebied 32 – Mantingerzand pdf

• Het lokale grondwatersysteem is afhankelijk van de hoogteligging van de keileem.

Vanaf de dekzandrug tussen Nieuw-Balinge en Mantinge stroomt water in

westelijke richting (Hullenraai) en oostelijke richting (Verlengde middenraai) af. Aan

de westkant is het verloop van de keileemondergrond vrij vlak. Hier komen

depressies voor in de keileemondergrond, waardoor afstroming van grondwater

stagneert en natte gebieden met vennen voorkomen (Mantingerzand, Lentsche Veen,

Hullenzand). Plaatselijk is een schijngrondwaterspiegel aanwezig (Lentsche Veen,

Mantingerzand).

• Het potentiaalverschil tussen het freatisch pakket en het eerste watervoerende

pakket bedraagt ongeveer 1 meter. Van jaar tot jaar treden tevens aanzienlijke

fluctuaties in de standen op (ca 1 meter boven de keileem tot ruim 1,5 meter

eronder). De wegzijging door de keileem naar diepere lagen wordt in eerste instantie

aangedreven door de relatief lage stijghoogten in het onderliggende watervoerende

pakket.
• De verdroging wordt veroorzaakt door verlaging van de (zomer)grondwaterstanden

a.g.v. ontwatering binnen het Natura 2000-gebied en een afgenomen stijghoogte in

het onderliggende watervoerende pakket. De Verlengde Middenraai en de

Hullenraai dragen hier sterk aan bij. De invloed van de grondwaterwinningen is

onduidelijk. Vast staat wel dat alle winningen water onttrekken aan het eerste

watervoerende pakket. Dit kan eveneens hebben bijgedragen aan de afname van de

stijghoogte in het watervoerende pakket onder de keileem.
a) Verlaging zomergrondwaterstand door drainage 1e watervoerende pakket buiten

Natura 2000-gebied (o.a. door Verlengde Middenraai). De wegzijging door de

keileem naar diepere lagen wordt veroorzaakt door de relatief lage stijghoogten in

het eerste watervoerende pakket. Deze lage stijghoogten worden (mede)

toegeschreven aan ontwatering, de ontwateringsmiddelen buiten het Natura 2000-

gebied en dan met name de hier genoemde Verlengde Middenraai, Hullenraai en het

Linthorst Homankanaal, die door de keileem zijn gegraven.
Prioritering

Herstel van de interne waterhuishouding en een aantal herstelmaatregelen hebben

prioriteit. Ook het instellen van een hydrologische

bufferzone in het Mekelmeersche Veen/de Middenraai heeft prioriteit (maatregel 4). Er

worden op dit moment vooral interne vernattingsmaatregelen genomen om de

verdroging te bestrijden. Daarnaast moet worden onderzocht in hoeverre vermindering

van de ontwatering door de aanwezige grote watergangen (Verlengde Middenraai en

Hullenraai) en vermindering van de grondwaterwinning bijdragen aan het realiseren

van de instandhoudingsdoelen in het gebied.

Kennislacunes

De volgende kennislacunes zijn geconstateerd:

• In hoeverre vormt de afname in stijghoogte van het eerste watervoerende pakket een

belemmering voor ontwikkeling van de habitattypen H3160 zure vennen en H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)?

• In welke mate dragen de aanwezige grote watergangen (Verlengde Middenraai en

Hullenraai) en de grondwaterwinning bij aan ontwatering van het Natura 2000-



gebied?

• Verlaging zomergrondwaterstand door drainage 1e watervoerende pakket buiten Natura 2000-gebied (o.a. door Verlengde Middenraai)



Verlengde Middenraai Uit - Masterplan Nieuw-Balinge


VM 25– Verlengde Middenraai
Voor de realisatie van de ecologische verbindingszone tussen het

Mantingerveld en de boswachterij van Gees wordt een boerderij verplaatst

en wordt de oude (bedrijfs)locatie opgeheven (Verlengde Middenraai 25).

Bij beëindiging van de bedrijfslocatie worden de stallen gesloopt waarbij

ruimte voor ruimte rechten worden verkregen.
Uit Herstelplan Mantingerbos & -weiden, Mantingerveld 2005

Huidige hydrologische situatie

De Middenraai wordt thans ontwaterd door middel van een randsloot direct grenzend aan het

Mantingerzand en door een relatief diepe watergang die tussen Mantingerzand en Middenraai loopt waarin door simpele stuwwerken een in zuidelijke richting afnemend slootpeil wordt gehandhaafd. De watergang heeft een relatief diep peil en zal sterk bijdragen aan de verdroging van het Mantingerzand.

De watergang mondt even ten noorden van Nieuw-Balinge, via een duiker onder de Mr J.B. Kanweg (weg over de NW-dijk langs de Verlengde Middenraai), juist benedenstuws van de schutsluis in de Verlengde Middenraai uit, in een pand met een lager peil dan ten noorden van de sluis.

Langs de dijk van de Verlengde Middenraai liggen thans nog twee nooduitlaten (overstorten van de persriolering); deze zullen (volgens opgave van het waterschap) per 1 januari 2006 worden opgeheven.

Langs de grens met het Mantingerzand bevindt zich een diepe sloot die via één of meer dwarssloten afwatert op de eerder genoemde watergang. Tengevolge van de relatief diepe randsloot wordt het Mantingerzand sterk gedraineerd.

Ten opzichte van de natuurlijke situatie wordt in het voorjaar een aanzienlijke hoeveelheid grondwater afgevoerd; mogelijk kan in de zomer watertekort optreden.

In figuur 4.1. is de hydrologische situatie weergegeven in een schetsmatig WNW-OZO dwarsprofiel.

Fig. 4.1. Schetsmatig WNW-OZO dwarsprofiel in deelgebied II

Onder de hoge rug van het Mantingerzand bolt de grondwaterspiegel op door grondwatervoeding uit het neerslagoverschot. Vanwege de slechte doorlatendheid van de keileem zal niet alle grondwater wegzijgen naar de diepere watervoerende lagen onder de keileem; een klein deel stroomt zijdelings boven de keileem af. Vanwege de geringe dikte van de watervoerende laag boven de keileem 36 511 EGG ev, Herstelplan Mantingerbos & -weiden, Mantingerveld (ongeveer 1 à 1,5 m) is het totale watervoerende vermogen van dit pakketje beperkt; dit houdt in dat

ingrepen in de waterhuishouding relatief geringe laterale invloed zullen hebben.

De maximale opbolling van de grondwaterspiegel onder de rug van het Mantingerzand wordt aan de kant van de Middenraai beperkt door:

de randsloot tussen Middenraai en de landbouwpercelen;

de NO - ZW - lopende sloot midden tussen de Verlengde Middenraai en het Mantingerzand;

enkele WNW - OZO lopende sloten die de randsloot verbinden met de middensloot.

De Verlengde Middenraai, waarin een relatief laag waterpeil wordt gehandhaafd, is door de keileem heen uitgegraven. Daardoor heeft deze waterloop een sterke drainerende werking op de directe omgeving, hij staat in vrijwel direct hydraulisch contact met de watervoerende lagen direct onder de keileem. De stijghoogte onder de keileem is daardoor overal lager dan de stijghoogte (grondwaterstand) boven de keileem.

Overigens liggen direct onder de keileem fijne zanden die matig doorlatend zijn. Pas vanaf een diepte van 15 à 20 m komen grofzandige, zeer goed doorlatende lagen voor. Dit grofzandige watervoerend pakket zorgt voor een sterke afvlakking van laterale stijghoogteverschillen in het fijnzandige pakket onder de keileem. Door deze afvlakking zal de drainerende invloed van de Verlengde Middenraai beperkter zijn dan op het eerste gezicht lijkt. De wegzijging door de keileem naar diepere lagen wordt in eerste instantie aangedreven door de relatief lage stijghoogten in het grove watervoerend pakket.

Deze lage stijghoogten worden ongetwijfeld veroorzaakt door de afwatering op regionale schaal.

Resultaten van grondwatermonitoring gedurende 2004 in de peilbuizenraai in het noordelijke deel van het gebied (dat inmiddels in eigendom is van NM) zijn weergegeven in figuur 4.2 als waterstandsverloop ten opzichte van maaiveld. De ligging van de peilbuizenraai is weergegeven in bijlage 2B . In figuur 4.3 is een stijghoogteprofiel weergegeven van buis B1 op het Mantingerzand tot aan de Middenraai.

511 EGG ev, Herstelplan Mantingerbos & -weiden, Mantingerveld 37

Uit figuren 4.2 en 4.3 blijkt dat de grondwaterspiegel in het Middenraai-gebied grofweg rond 1 m onder maaiveld ligt. Zoals verwacht treedt in alle peilbuizen wegzijging op. Vanwege de (nog) korte waarnemingsduur kunnen verder geen uitspraken worden gedaan.

Fig. 4.3. Stijghoogteprofiel a.d.h.v. gemiddelde grondwaterstanden in 2004

De grote verschillen tussen de waterstanden van bijvoorbeeld B5 en P1 in figuur 4.2 liggen aan het feit dat de absolute maaiveldshoogte van deze buizen sterk verschilt en dat het waarnemingsfilter van P1 vermoedelijk boven een schijngrondwaterspiegel is afgesteld.



Vroegere waterhuishouding Voorzover die kan worden afgeleid is de vroegere waterhuishouding als volgt geweest:

Het gebied tussen het Mantingerzand en de huidige Verlengde Middenraai vormde één geheel met het gebied ten oosten van de Middenraai; dit vormde een breed dal dat ongeveer ter hoogte van het vroegere Witte Veen begon en naar het zuiden uitliep. Ongeveer ter hoogte van Nieuw-Balinge is veen gewonnen. In een later stadium is het dal sterk gedraineerd door de aanleg van de Middenraai met aan weerszijden dijken. Mogelijk zijn de terpen waarop de bebouwing langs het kanaal is

gesitueerd afkomstig van bij de aanleg van de Middenraai uitgegraven materiaal.

De aanleg van de Verlengde Middenraai heeft derhalve zowel ecologisch als landschappelijk en



hydrologisch geleid tot sterke versnippering.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina