Veldwerk Aardrijkskunde



Dovnload 0.68 Mb.
Datum27.04.2018
Grootte0.68 Mb.

Veldwerk Aardrijkskunde

Een grondboring van de bodem.




Een foto van een bodemprofielen.


Er zijn duidelijk lagen (horizonten) te onderscheiden.



Naam:
_________________________


Klas:

_________________________

Ik zit in een groep met:

1)________________________


2)________________________
3)________________________

Inhoud

1. Hulpmiddelen



2. Verslag
3. Waarnemingsformulier


4. Achtergrondinformatie

5. Notitieruimte


1. Hulpmiddelen

Welke hulpmiddelen heb je nodig om deze veldwerkopdracht uit te kunnen voeren?





Leerling (Hulpmiddelen die je zelf mee moet nemen)

Fototoestel (Digitaal, minimaal >1MP)


Je mag ook je mobiele telefoon gebruiken als fotocamera, houdt wel in de gaten dat op sommige telefoons de resolutie erg laag is, waardoor de foto van slechte kwaliteit krijgt.

10x Boterhammenzakjes

Vuilniszak
De vuilniszak moet aan de zijkanten openknippen zodat je de zak kan open klappen.

Paraplu?


Mocht het een beetje regenen dan is een grote paraplu wel handig.

Pen en papier


Om aantekeningen te kunnen maken heb dit zeker nodig.
Meetlint of rolmaat
Je mag ook een liniaal gebruiken van minimaal 30 cm, maar dit is niet echt handig.



Docent (Hulpmiddelen die de docent mee moet nemen)


Grondboor

Zandzeven



2. Veldwerk

Waar moet je op letten tijdens het veldwerk?


Om het veldwerk goed uit te kunnen voeren, is het belangrijk om op de volgende punten te letten:

Instructies grondboren

  • Draai de boor met ongeveer 3 a 4 halve slagen in de grond en trek de boor voorzichtig uit de grond.

  • Houd de boor laag boven de grond

  • Boven de vuilniszak klop je de grond uit de boor. Met slechts één flinke tik tegen de grond krijg je de grond uit de boor. Hou de boor wel horizontaal!

  • Bij iedere 2e, 3e en volgende boring haal je de bovenste helft van grond weg, dit is grond dat in het gat is gevallen nadat je de boor uit de grond hebt gehaald.

  • Zodra je klaar bent met het veldwerk, maak je het gat in de grond dicht met het bodemmateriaal dat uit dit gat komt!


Instructies voor bij het verslag

  • Bij elke laag die je tijdens het boren ontdekt, neem je een grondmonster. Een klein deel van deze laag stop je in een boterhammenzakje. Dit heb je nodig voor je verslag.

  • Vergeet niet bij elke laag de verschillende kenmerken van die laag te noteren, dit doe je op het waarnemingsformulier.

  • Bij elke laag geef je aan of het bodemmateriaal fijn of grof van structuur is. Met een zandzeef kun je bepalen in welke mate een laag grof of fijn is. Geef dit aan op het waarnemingsformulier.

  • Je moet ook meten hoe diep jouw boorgat is. Dit doe je door de boor in het gat te stoppen. Vervolgens pak je de grondboor vast het niveau waar de boor de grond in gaat. Hou de boor vast en trek de boor uit het gat. Meet nu de afstand van waar jij de boor vast houdt tot en met het einde van de boor.


Algemene instructies

  • Ga in het landschap op zoek naar een locatie waar je de ruimte om je heen hebt, zodat iedereen goed kan mee helpen.

  • Klim niet over hekken en trek geen planten uit de grond.

  • Houd je aan de instructies die de docent jouw heeft gegeven tijdens de uitleg.

  • Je mag nooit met de boor zwaaien of gooien!

  • Houdt de tijd in de gaten, zodat je op tijd naar de volgende les kunt gaan.

  • Als er iets gebeurt of als je vragen hebt, dan los je dit niet zelf op, maar ga je direct naar de docent.



2. Verslag

Uit welke onderdelen bestaat jouw veldwerkopdracht?






Titelblad (Klas, namen, titel, et cetera)





Inleiding (wie, wat, waar, wanneer, et cetera)





Taakverdeling
Het is voor elke deelnemer van jullie groep fijn om duidelijk te hebben wat zijn of haar taak is. Zowel tijdens het veldwerk als bij het maken van het verslag moeten er taken worden verdeeld:



Wie doet wat tijdens de veldwerkopdracht?
Je kunt ook verschillende taken door verschillende leerlingen laten uitvoren. (Fotograferen, grondboren, aantekeningen maken, waarnemingsformulier invullen, opdrachtwaarnemer, et cetera)



Wie doet wat bij het maken van het verslag?
(fotoreportage, bodemprofiel, inleiding, verslag mooi maken, waarnemingsformulier, typen, terugblik, et cetera)








Fotoreportage
Tijdens de veldwerkopdracht maak je minimaal 4 foto’s. Meer foto’s maken mag, maar gebruik maximaal 6 foto’s in het verslag. Vergeet niet bij elke foto een onderschrift te plaatsen!
De volgende foto’s moeten in het verslag terug komen:



Een foto van het landschap waarin je hebt geboord.



Een foto van de werkzaamheden van het boren.



Een foto van het resultaat: het bodemprofiel.



Een groepsfoto bij de grondboorlocatie.






Waarnemingsformulier

Tijdens het veldwerk vul je waarnemingsformulier zo goed mogelijk in. Bij het maken van het verslag typ je jouw waarnemingen over. Je hoeft het waarnemingsformulier niet zelf te opnieuw te maken, je kunt dit formulier downloaden op www.sondervick.nl > HAVO/VWO > Links > Aardrijkskunde.







Bodemprofiel

Een van de foto’s die je hebt gemaakt is een foto van de het bodemprofiel (zie de foto op de voorkant). Deze foto heb je bij dit verslagonderdeel nodig.





Foto van het bodemprofiel
Knip de foto bij zodat alleen het bodemprofiel zichtbaar is. Plak deze foto aan de linker kant van het papier. Zorg dat je voldoende ruimte overhoudt aan de rechter kant.



Bodem plakken op papier
Van elke laag uit jouw bodemprofiel heb je een beetje zand of klei in een zakje gedaan. Plak van elke laag een beetje van dit spul rechts van de foto.

- Gebruik geen PRITT maar uitsluitend vloeibare lijm!


- Druk het zand of de klei goed aan en laat het geheel 10 minuten drogen.

- Blaas of wapper het overtollige deel van het zand weg.










Geologische tijdschaal
Om antwoord te krijgen op de volgende vragen kun je gebruik maken van de leerstof en de aantekeningen uit de les. (Paragraaf 3)



Wanneer zijn deze lagen in de geologische tijdschaal ontstaan?



Hoe is deze laag ontstaan?



Welke naam heeft deze laag?








Terugblik
In jouw terugblik geef je antwoord op de volgende vragen:



Algemene terugblik
In een algemene terugblik beschrijf je hoe de taakverdeling is verlopen.
Wat ging er goed? Wat ging niet goed? Waarom?

Welke opvallende gebeurtenissen zijn jullie tegen gekomen?





Jouw mening (individueel!)
Elke deelnemer van jullie groep schrijft een eigen persoonlijke terugblik. Hierin geef je onder andere antwoord op de volgende vragen:
Hoe is de samenwerking verlopen? Welke taken heb je uitgevoerd?

Wat heb je geleerd? Wat vond je leuk en wat niet, waarom?








3. Waarnemingsformulier bodemprofiel
Met dit waarnemingsformulier kun je informatie van jouw bodemprofiel overzichtelijk opschrijven.

WAARNEMINGSFORMULIER

Plaats v/d Boring



Reliëf



Bodemgebruik



Korte omschrijving
vegetatie





Bodemprofiel

Laag

Diepte
in cm

Kleur
Zwart, bruin, geel, rood?
Licht of donker?


Structuur
Grof? medium? fijn?
Meten met de
zandzeef

Samenstelling
Vettig? Plakkerig?
Los of vast?


Droog, Vochtig of Nat?

A

Van 0 cm


tot
……..….cm
















B















C
















D















E















F















4. Achtergrond informatie
Deze informatie moet je gebruiken om vragen van deze veldwerkopdracht te kunnen beantwoorden.

 Zie aantekeningen en leerstof uit de les



5. Notitieruimte













































































Marc Mantz | Aardrijkskunde | Sondervick College


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina