Test spelling Kruis het goede antwoord aan c q. vul de goede letter in



Dovnload 36.53 Kb.
Datum28.10.2018
Grootte36.53 Kb.



Test spelling

Kruis het goede antwoord aan c.q. vul de goede letter in.





  1. de professionele instelling

de proffessionele instelling


  1. chauffeur

chaufeur


  1. Enkele automobilisten reden te hard, maar de meeste hielden zich aan de snelheidslimiet.

Enkele automobilisten reden te hard, maar de meesten hielden zich aan de snelheidslimiet.


  1. de officiele opening

de officiële opening


  1. het interessante programma

het interressante programma

het interessante programma




  1. Deze kantoorkamers krijgen alle een opknapbeurt

Deze kantoorkamers krijgen allen een opknapbeurt


  1. de facelift

de face-lift


  1. het smsje

het sms’je

het sms-je




  1. de zonnebank

de zonnenbank


  1. Vele van hen waren tevreden met het resultaat

Velen van hen waren tevreden met het resultaat


  1. de tondeuse

de tondeuze


  1. productanalyses

product-analyses

productanalyse’s


product-analyse’s


  1. prostituees

prostitués

prostitué’s



prostituées


  1. pijn leiden

pijn lijden



  1. Ergens continu mee bezig zijn

Ergens continue mee bezig zijn


  1. critiek hebben

kritiek hebben


  1. Rachids broer

Rachid’s broer


  1. de client

de cliënt


  1. de fles Moezelwijn

de fles moezelwijn


  1. De advertentie plaatsen we bovenaan

De advertentie plaatsen we boven aan


  1. Hij heeft de auto gehuur_




  1. Later zijn al die regeltjes veranderd of afgeschaf_.




  1. Toen wij allerlei klachten ontvingen, moes_en wij onze excuses aanbieden




  1. Van mijn directeur moest ik een overzicht met alle verrich_e werkzaamheden in het afgelopen jaar maken




  1. Wij weten niet hoe dat gebeur_.






  1. Toen wij zo laat aankwamen, rus_en wij eerst even uit met een kopje koffie




  1. Weet jij wie hij tot zijn assistent benoem_?




  1. Vroeger dich_en ze die gaten met cement




  1. Ik heb me afgevraagd of hij al weet wanneer zijn baas verhuis_.




  1. Behiel_ hij wel een uitkering, toen hij ging verhuizen




  1. Die man heeft in zijn leven al heel wat gereis_.




  1. Mel_ je je vandaag nog aan bij die nieuwe opleiding?




  1. Mel_ je broer zich daar vandaag nog aan?




  1. Mel_ hij zich vandaag nog aan?




  1. Wij konden daar vroeger geen aandacht aan beste_en.



  1. Die verkle_e man werd toen door niemand herkend.




  1. Wij wilden toen niet langer blijven, omdat wij geen klanten meer verwach_en




  1. Omdat hij niet berei_ was af en toe over te werken, werd zijn contract niet verlengd




  1. Wie verzorg_ je poes als je volgende week met vakantie bent?




  1. Wor_ je tuin deze week nog onderhouden?




  1. Hij speelt graag met een

    • pluche

    • pluchen

    • pluch

konijntje


  1. De supporter werd bijna

    • gelynchd

    • gelynched

    • gelyncht

door de tegenstanders


  1. Ik heb 30 kruiwagens met zand

    • verstouwd

    • verstouwt

op een dag




http://www.nederlandsetaaltest.nl/

http://beterspellen.nl

Test spelling

Antwoorden

  1. de professionele instelling




  1. chauffeur




  1. Enkele automobilisten reden te hard, maar de meesten hielden zich aan de snelheidslimiet.




  1. de officiële opening




  1. het interessante programma




  1. Deze kantoorkamers krijgen alle een opknapbeurt




  1. de facelift




  1. het sms’je




  1. de zonnebank




  1. Velen van hen waren tevreden met het resultaat




  1. de tondeuse




  1. productanalyses




  1. prostituees




  1. pijn lijden




  1. Ergens continu mee bezig zijn




  1. kritiek hebben




  1. Rachids broer




  1. de cliënt




  1. de fles moezelwijn




  1. De advertentie plaatsen we bovenaa




  1. hij heeft de auto gehuurD




  1. Later zijn al die regeltjes veranderd of afgeschafT.




  1. Toen wij allerlei klachten ontvingen, moesTen wij onze excuses aanbieden




  1. Van mijn directeur moest ik een overzicht met alle verrichTe werkzaamheden in het afgelopen jaar maken




  1. Wij weten niet hoe dat gebeurT.




  1. Toen wij zo laat aankwamen, rusTTen wij eerst even uit met een kopje koffie




  1. Weet jij wie hij tot zijn assistent benoemT?




  1. Vroeger dichTTen ze die gaten met cement




  1. Ik heb me afgevraagd of hij al weet wanneer zijn baas verhuisT.




  1. BehielD hij wel een uitkering, toen hij ging verhuizen?




  1. Die man heeft in zijn leven al heel wat gereisD.




  1. MelD je je vandaag nog aan bij die nieuwe opleiding?




  1. MelDT je broer zich daar vandaag nog aan?




  1. MelDT hij zich vandaag nog aan?




  1. Wij konden daar vroeger geen aandacht aan besteDen.




  1. Die verkleDe man werd toen door niemand herkend.




  1. Wij wilden toen niet langer blijven, omdat wij geen klanten meer verwachTTen




  1. Omdat hij niet bereiD was af en toe over te werken, werd zijn contract niet verlengd




  1. Wie verzorgT je poes als je volgende week met vakantie bent?




  1. WorDT je tuin deze week nog onderhouden?




  1. Hij speelt graag met een pluchen konijntje




  1. De supporter werd bijna gelyncht door de tegenstanders




  1. Ik heb 30 kruiwagens met zand verstouwd

op een dag



© APS uitgave – Test spelling met antwoorden



Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina