Stoffen herkennen



Dovnload 383.89 Kb.
Pagina3/3
Datum26.10.2018
Grootte383.89 Kb.
1   2   3

Waarom wil je stoffen kunnen herkennen?


Je moeder heeft azijn nodig voor de sla. En je moet nog snel even om een fles azijn halen. Je komt thuis en je moeder vraagt: “Waar heb je die fles gehaald?”

”Waarom? ” …… vraag je.



“Nou de dop is er af geweest, kijk maar” …. zegt je moeder.

  1. Je wilt niet proeven maar je wilt toch weten of er water in zit of azijn hoe zou je dat kunnen doen?
  1. Exp. 1 (NOVA 2.1): Stoffen herkennen, waaraan?

      1. Vooraf


Het is dus belangrijk dat je stoffen kunt herkennen. Zolang ze in een potje of een busje zitten gaat het nog wel. Vooral als er een etiket op zit. Maar hoe weet je nu welke stof er in zit als er geen etiket op zit?
      1. Nodig


  • 8 potjes met verschillende stoffen er in .
      1. Doen


  1. Vul de tabel in

nr

Kleur

geur

vast/vloeib/gas

bijzonderheden

naam

1
















2
















3
















4
















5
















6
















7
















8





















































    1. Exp. 2 (NOVA 2.2): Waaraan herken je metalen?

      1. Vooraf


De metalen zijn een groep vaste stoffen die veel gebruikt worden. Die groep stoffen gaan we nader onderzoeken. Je krijgt een serie metalen voor werpen en je moet zelf proberen uit te zoeken welk metaal het is.
      1. Nodig


  • Magneet

  • batterij, draadjes lampje

  • Voeding met snoertjes

  • Stukje schuurpapier


      1. Doen


  1. Vul de tabel verder in

nr

Kleur

Magnetisch

ja/nee


Geleid de stroom

ja/nee

Buigzaamheid

makkelijk/moeilijk



Toepassing

naam

1



















2



















3



















4



















5



















6































































  1. Vul in:
    Alle metalen ……………………………………..

Sommige metalen zijn …………………………………….. andere niet.
    1. Exp. 3 (NOVA 2.4): Massa meten met water als massa-eenheid

      1. Vooraf


Stoffen zijn niet allemaal even “zwaar”. Maar hoe kun je nu op een eerlijke manier vergelijken hoe “zwaar” een stof is?

  1. Wat is zwaarder: Een kilogram lood of een kilogram veren?

……………………………………………

Kortom je kunt elke stof net zo zwaar maken als je maar wilt als je er maar heel veel volume van neemt. Daarom ga je nu een nieuwe stofeigenschap leren: “Dichtheid”. Om de dichtheid te bepalen gaan we niet alleen naar de massa kijken, maar ook naar het volume.
      1. Massa bepalen


We gaan eerst van een aantal stoffen de massa bepalen. Dat doen we door de massa van de stoffen te vergelijken met de massa van water. Dat gaat heel goed omdat in de tijd van Napoleon afgesproken is dat 1 Liter water als eenheidsmaat voor de massa werd genomen. Deze eenheidsmaat voor massa kreeg de naam 1 kg.

  1. Daarom heeft 1 mL water ook een massa van 1 gram. Laat zien met een berekening:

………………………………..

Daarvan maken we gebruik als we de massa gaan meten met de balans. In het ene bekertje doen we water. En we weten dat 1 mL water ook meteen 1 gram water is.


      1. Nodig


  • 3 inname bekertjes (2 in de balans en 1 los)

  • balans

  • water

  • spuitje van 10 mL

    • suikerklontje

    • 2 magneetjes op elkaar

    • Stukje kaars van +/- 2 cm hoog

    • Rubber stopje



      1. Doen


We gaan de massa van 4 stoffen bepalen met de balans. Maar eerst moet je het volgende voorbeeld uitrekenen.

  1. Jan heeft zijn spuitje gevuld met precies 10 mL water. Daarna heeft hij water in het bekertje gespoten tot de balans in evenwicht is. De spuit staat dan op 5,2 mL. Bereken hieronder hoeveel gram water er in het bekertje zit.

………………………………..

  • Breng de balans met de innamebekertjes zo goed mogelijk in evenwicht.

  • Je gaat de massa van de stoffen bepalen door in het andere bekertje water te doen met het

spuitje. Je kunt ook water weer terug in het spuitje zuigen als je er teveel van in hebt gedaan.


  1. Vul de kolommen 2,3 en 4 van tabel hieronder in:




Stof

Volume spuit

voor

(mL)


Volume spuit

na

(mL)


Berekening

Verschil

(mL)


Massa stof

(g)


Suikerklontje


10













Magneetjes


10













Kaarsje


10













Rubber stopje


10













Het zal opvallen dat sommige stoffen veel lichter zijn dan andere terwijl het volume soms een stuk kleiner is.
    1. Exp. 4 (NOVA 2.5): Volume berekenen door de lengte, breedte en hoogte meten

      1. Vooraf


Om eerlijk te kunnen vergelijken of de ene stof zwaarder is dan de andere gaan we van alle voorwerpen het volume uitrekenen. We gaan dat volgens 2 methodes doen:

  • Berekenen met V = lxbxh (Voor een blak) of met V = A x h = πr2 X h (voor een cilinder)

  • Door de voorwerpen onder te dompelen.



      1. Meten van lengte, breedte en hoogte en daarmee het volume berekenen:


  1. Vul de tabel hieronder in:

stof

Lengte

(cm)


Breedte

(cm)


Hoogte

(cm)


Volume = Axh

(………… )


Suikerklontje














2 magneetjes op elkaar














Exp. 5 (NOVA 2.6) Hoe meet je het volume van een grillige vorm?

      1. Vooraf


Je kunt het volume van een voorwerp ook bepalen door het onder water te dompelen en te kijken hoeveel de waterspiegel stijgt. Dat ga je nu doen met het aluminium blokje, de houten bol en het blokje piepschuim.

  1. Waarom doe je dit niet met het suikerklontje?

………………………………..
      1. Nodig


  • Innamebekertje

  • Water

  • 2 magneetjes op elkaar

  • Rubber stopje

  • Kaarsje



      1. Doen


  • Vul het bekertje tot ongeveer 20 mL met water en lees zo nauwkeurig mogelijk af.

  • Dompel de 2 magneetjes er in en lees weer zo nauwkeurig mogelijk af.

  • Bepaal nu het volume door het verschil in volume te berekenen





  1. Vul de tabel verder in




stof

Volume

voor

(mL)


Volume

na

(mL)


Berekening

Vna - Vvoor


Volume stof

(mL)


Magneetjes














Rubber stopje













Kaarsje
















  1. Controleer of het volume van de twee magneetjes hetzelfde is als bij de berekening. Verklaar eventuele verschillen.
      1. Berekening van de dichtheid (NOVA 2.7)


Je hebt nu van alle voorwerpen de massa en het volume gemeten.

  1. Vul nu de tabel hieronder zo netjes mogelijk in door alle gegevens uit je bovenstaande metingen er in te zetten. Neem voor het suikerklontje en het aluminium de berekende waarde van het volume.

stof

Massa stof

(g)


Volume stof

(mL)


Berekening

Dichictheidtof3 en 4 vanr in:
n hoogte en berekenen:
V = lbh en door de de
theid

(g/mL)

Suiker














Magneetjes














Rubber stopje













Kaarsje
















  1. Leg uit of massa een stofeigenschap is:

………………………………..

  1. Leg uit of dichtheid een stofeigenschap is

………………………………..

  1. Leg uit of volume een stofeigenschap is.

………………………………..
    1. Exp. 6: Stoffen herkennen door ze in water te doen.

      1. Vooraf


In de potjes bij proef 1 zaten twee stoffen die allebei wit waren en kleurloos en geen duidelijke kristallen hadden. We gaan nu een eigenschap zoeken waarin de twee stoffen verschillen.

Poedersuiker en meel lijken veel op elkaar. Noem 3 stofeigenschappen die hetzelfde zijn voor poedersuiker en meel:



  1. .........................



  1. .........................



  1. .........................

Er zijn meerdere manieren om te ontdekken welke stof in welk flesje zit. Noem er drie:

  1. .........................



  1. .........................



  1. .........................


      1. Nodig




      1. Doen


  1. Doe van elke stof een spatelpunt in één van de twee reageerbuisjes

  2. Voeg in de reageerbuisjes ongeveer 5 cm water toe en schud de buisjes

  3. Sluit de buisjes af met je duim. Schud ze even flink en schrijf op hoe de vloeistoffen in en kijk goed hoede buisjes er uit zien.




  1. Welk van de twee stoffen vormt met water een suspensie?

………………………………..


  1. Welke eigenschap is verschillende bij deze twee stoffen

………………………………..
      1. Conclusie




  1. De stof die oploste was ..............

Ik ken nu 7 stofeigenschappen namelijk:

  • .........................



  • .........................



  • .........................



  • .........................



  • .........................



  • .........................



  • .........................



  1. Stel je krijgt 2 bekertjes. In één bekertje zit zout opgelost en in de andere suiker. Je mag niet proeven. Toch is er nog een andere eigenschap verschillend van suiker en zout. Bedenk nu zelf een manier om een suiker- en een zout-oplossing van elkaar te kunnen onderscheiden:
  1. Stoffen aantonen

    1. Vooraf


Bij de lessenserie over water en lucht hebben we koolstofdioxide (CO2) aangetoond door te blazen door kalkwater. Het kalkwater werd troebel als er CO2 in de lucht zat en anders bleef het helder.

Zo zijn er allerlei stoffen waarvan je de aanwezigheid kunt laten zien door dat een andere stof van kleur verandert als hij met de stof reageert. De kleurverandering wijst aan (indicare - latijn) dat de stof die we vermoeden aanwezig is.



Het aantonen van stoffen met indicatoren heeft een grote vlucht genomen.

Denk aan:



  1. Met een zwangerschapstest kun je een minieme hoeveelheid hormoon in de urine van een zwangere vrouw aantonen. (Zie plaatje)

  2. Alcoholtesters

  3. Of zoals op het potje hiernaast waarmee je urine in één keer op 10 verschillende stoffen kunt testen



    1. Exp. 7 (NOVA 4.3 H/V 3): Hoe toon je water aan?

      1. Vooraf


Kopersulfaat is een “hygroscopische” stof. Dat betekent dat het water aantrekt (hygros = water in het grieks).

Zulke stoffen worden ook wel gebruikt om bepaalde producten goed droog te houden. In het plaatje hiernaast zie je een bekend voorbeeld van een toepassing van de stof silica- gel.

Het aardige van (wit) kopersulfaat is dat het niet alleen water opneemt, maar ook van kleur verandert. Het wordt het blauw als het water heeft opgenomen. Deze kleurverandering maakt wit kopersulfaat heel geschikt om water aan te tonen.


  1. Als je blauw kopersulfaat voorzichtig verwarmd laat het zijn water weer los en wordt het weer

…………………. (Geef kleur aan )
      1. Nodig


  • 1 reageerbuisje

  • medicijnblister

  • 2 Rietjes als pipet en als roerstaafje

  • Lucifers

  • Kaars

  • Knijper met deksel

  • Potje water

  • Potje van een andere stof die veel op water lijkt

  • Wit of blauw kopersulfaat
      1. Doen


  1. Doe in de een spatelpuntje blauw kopersulfaat in het reageerbuisje

    • verwarm het voorzichtig. Zonder dat de buis zwart wordt. Houd de buis een paar cm boven de vlam en laat de buis niet zwart worden!

    • Verwarm net zolang tot het kopersulfaat wit is.

    • Laat het daarna afkoelen




  1. Waarom moet je voor elke vloeistof een apart rietje gebruiken?

…………………………

  1. Verdeel nu het kopersulfaat over twee (of meer) vakjes in de blister en voeg nu aan beide vakjes vloeistof toe uit de potjes. Door steeds één van de rietjes in het flesje te dopen en de vloeistof die onderin het rietje blijft zitten tegen het witte kopersulfaat te houden.

  1. Schrijf je waarnemingen op en trek een conclusie over welke van de twee stoffen het water was.

……………………………
    1. Exp. 8 (NOVA 1.1): Hoe toon je aan dat ergens zetmeel in zit?

      1. Vooraf


Een andere bekende indicator is de jood of jodium. Dat is een oplossing van jodium in water.

Als er zetmeel bij de joodoplossing komt wordt de kleur opeens donkerblauw!



Nodig

  • medicijnblister

  • stukje aardappel of gemalen bonen

  • joodoplossing

  • rietje

Doen

  1. Doe wat aardappel stukjes of bonenmaalsel in de reageerbuis

  2. Druppel er een paar druppels joodplossing op.

  1. Schrijf je waarnemingen op:

Toepassing bij bier maken

    1. Exp. 9: Een indicator maken voor het bepalen van de zuurgraad

      1. Vooraf


Veel natuurlijke kleurstoffen veranderen van kleur als de zuurgraad verandert. Dat geldt met name voor de kleurstoffen die in bloemblaadjes zitten zoals die van geraniums en rozen. We gaan deze kleurstof gebruiken als indicator. We gaan in dit exp. eerst de indicator maken door de blaadjes te koken en de kleurstof af te schenken.
      1. Nodig


  • Reageerbuis

  • Reageerbuisklem

  • Deksel

  • Kaars

  • Lucifers

  • Medicijnblister (Zie plaatje onderaan blz.)
      1. Doen


  1. Doe ongeveer 4 cm water in de reageerbuis en duw er met een rietje een stuk of 10

  2. bloemblaadjes in. Zorg ervoor dat ze onder water komen te zitten.

  3. Verwarm het buisje met de kaars totdat de kleurstof in het water zit.

  4. Doe met het rietje in elke uitsparing van de medicijnblister een bodempje van de kleurstof

                  1. Duw het rietje tot de bodem in het reageerbuisje

                  2. Sluit het buisje af met je vinger

                  3. Haal het buisje omhoog met gesloten bovenkant zodat de vloeistof mee omhoog komt

                  4. Houd het buisje boven de uitsparingen en laat je vinger een beetje los zodat er wat vloeistof uit loopt inde uitsparingen.

  5. Bewaar de gevulde blister en gebruik die voor exp. 10. Bewaar het restant van de indicator

en gebruik die voor exp. 11.


  1. Vul de onderstaande tabel verder in:




Indicator

Aangetoonde stof

Jood




Bloemkleurstof







Water
    1. Exp. 10 (NOVA 1.3): Aantonen van zure en basische stoffen

      1. Vooraf


In onze keukens douches en badkamers staan allerlei stoffen waarvan sommige zuur zijn en andere het tegenovergestelde van zuur: Basisch. In deze proef gaan we daar wat zicht op proberen te krijgen.

      1. Nodig

      1. Doen


  1. Trek met pen of potlood de medicijnblister over op papier en schrijf vooraf alle namen van de stoffen erbij die je in de uitsparingen in de blister doet (Zie tekening)

  2. Voeg nu met een rietje van elke vloeistof een druppel bij de indicator in de uitsparingen




  1. Vergelijk de kleuren en maak onderstaande tabel af



Stof

Zuur/base

Cola




Gootsteenontstopper




Ammonia





Zoutzuur




Citroenzuur




Rennie




Azijn




Groene zeep




WC-eend





    1. Exp. 11: Hoe kom je van een zuur af? Neutraliseren

      1. Vooraf


In experiment 10 heb je gezien dat je de gebruikte stoffen in 2 soorten in kan delen. Die elkaars tegengestelde zijn.

  1. Waarvoor wordt een Rennie gebruikt?

………………………………………

We gaan onderzoeken wat er gebeurt als je een zuur en een base bij elkaar doet.


      1. Nodig


  • Reageerbuisje met minimaal 1 cm indicatorvloeistof

  • Zoutzuuroplossing (of citroenzuur of azijn)

  • Oplossing van een base; Gootsteenontstopper oplossing (of ammonia of Rennie)
      1. Doen


  1. Voeg een druppeltje zoutzuuroplossing aan de indicatorvloeistof toe

  1. Noteer de kleur van de vloeistof die nu ontstaan is:

……………………………….

  1. Voeg nu voorzichtig druppeltjes gootsteenontstopper toe tot je een kleurverandering
    waarneemt

  1. Noteer de kleur:

……………………………….

  1. Voeg nu weer zoutzuur toe.

  1. Noteer de kleur:

……………………………….

  1. Probeer maar eens hoe vaak je de zuurgraad weer om kunt laten slaan.

  1. Leg nu uit hoe je met een eenvoudig proefje de werking van een Rennie kunt aantonen:





Deel met je vrienden:
1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina