Samenvatting van de Daf HaJomi



Dovnload 46.54 Kb.
Datum31.10.2018
Grootte46.54 Kb.

maandag 17 oktober 2005 ‏‏יום שני י"ד תשרי תשס"ו

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Eroevien 12

Door Zwi Goldberg, zwigold@netvision.net.il, www.hoor-israel.org



Daf 12a

De chatseer en de mavoi

Twee gebieden tellen als resjoet hajachied als zij zijn omgeven door drie scheidingswanden, maar de Geleerden hebben daar verzwaard dat men er niet mag dragen.

Een chatseer is in het algemeen een gebied dat aan vier kanten door scheidingswanden omgeven is en wanneer één daarvan open gebroken is naar resjoet harabbiem, dan hebben de Geleerden het verboden dat men daar draagt.

Een mavoi is in het algemeen een gebied dat is omsloten door drie scheidingswanden, terwijl de vierde kant van de mavoi open is naar resjoet harabbiem en de Geleerdenhebben verboden daar te dragen omdat daar veel mensen voorbij komen en er vrees bestaat dat men zich zal vergissen en geen verschil zal zien tussen de mavoi en het resjoet harab­biem en daardoor bestaat er gevaar dat zij op resjoet harabbiem zullen dragen.

De Geleerden hebben daarom de volgende verordening gemaakt, dat een chatseer die aan één kant helemaal open is naar resjoet harabbiem, nu beschouwd wordt als een mavoi, waar het alleen is toegestaan om te dragen wanneer er een lechi of kora geplaatst is. De Gemara zegt echter dat de Geleerden soepeler waren met de aanpassing van een mavoi dan met de aanpassing van een chatseer: in een mavoi mag men dragen wanneer er aan de ingang een kora geplaatst is, maar voor een chatseer helpt een kora niet. En verder is de plaatsing van een lechi, aan de ingang van een mavoi vol­doende om er te mogen dragen, zelfs als er maar aan één kant een lechi staat, maar voor de chatseer eisten de Geleerden dat de lechi minstens vier tefachiem breed is of dat er een lechi geplaatst wordt aan beide zijden van de toegang naar de straat, in welk geval er geen minimum afmeting van de lechi’s nodig is.

Waarom was men strenger voor een chatseer?

De Misjna Beroera [373:13] verklaart dat de reden, waarom de Geleerden strenger waren voor de afsluiting van een chatseer dan voor een mavoi, is omdat een chatseer een meer privé-karakter heeft. In een chatseer woont en leeft men en dat vereist meer privacy en dus een duidelijker afsluiting, terwijl een mavoi, een straatje waar verschillende binnenplaatsen op uit komen, geen privé-karakter heeft en dus ook minder privacy vergt en dus ook minder duidelijke afsluiting eist. Daarom eisen de Geleerden voor een chatseer òf een lechi van minstens vier tefachiem breed, òf twee lechi’s aan beide zijden, terwijl zij voor een mavoi slechts één lechi eisten zonder minimale breedte.



De zee die een chatseer binnenstroomde

De Gemara vermeldt een incident in een vissersdorp, dat aan de zee grensde en waar eens het zeeniveau zodanig steeg, [of het land inzakte] totdat de zee de muur die de chatseer van de zee scheidde, deed instorten waarna de zee de chat­seer gedeeltelijk binnenstroomde. De chatseer was dus nu geheel open naar de zee, die karmeliet is, en daardoor werd het verboden om in de chatseer te dragen. Rav Jehoeda paskende dat men slechts aan één kant van de chatseer een lechi hoefde te plaatsen.

Een hangende scheidingswand

Wanneer een huis aan een rivier [of zee of meer] grenst en men wil vanuit het huis water uit de rivier putten, dan mag men de ballustrade van een balkon, dat boven de rivier hangt, en die 10 tefachiem of hoger is, beschouwen alsof die doorloopt tot in het water, waarna men door een gat in de vloer van het balkon, dat dus een resjoet hajachied is, als het minstens 4 × 4 tefachiem meet, water kan putten uit de rivier daaronder. De ballustrade van het balkon vormt als het ware een scheidingswand in het water en maakt van dat stuk rivier (die karmeliet is] een stuk resjoet hajachied [zie tekening hiernaast].

Wanneer de zee een deel van de muur van een chatseer heeft weggeslagen en de zee is de chatseer binnenge­stroomd (zie tekening links) dan mogen de bewoners van de chatseer geen water uit de zee scheppen op Sjabbat, ook niet uit het deel binnen de chatseer, want de zee is karmeliet en de chatseer is resjoet hajachied. Maar wanneer het gat in de muur tien ammot of kleiner is, dan is het wel toegestaan. Wanneer het gat groter dan tien ammot is, en men wil toch water kunnen scheppen uit de zee op Sjabbat, dan moet de afscheiding tussen de chatseer en de zee minstens 10 tefachiem hoog zijn of men moet een dergelijke afscheiding maken.

Daf 12b

Sjitoefei mewoöt

Zoals de Geleerden het verboden hebben om te dragen in een volledig gesloten chatseer waar verschillende woningen op uitkomen, zonder eroev chatserot, zo ook hebben de Geleerden het verboden te dragen in een mavoi, waar ver­schil­lende chatserot [gemeenschappelijke binnenplaatsen] op uit komen, zonder dat de bewoners van de diverse chatserot een sjitoef mavoi [of kortweg: sjitoef] hebben gemaakt. Dit bestaat, evenals de eroev chatserot uit een brood, dat het gezamelijk eigendom is van elk van de deelnemende chatserot en dat wordt neergelegd in één van de chatserot.



Wat is het verschil tussen een mavoi en een chatseer?

We hebben gezien dat de eisen voor de afsluiting van een chatseer en een mavoi van elkaar verschillen, indien die openen naar resjoet harabbiem en als men daar toch wil dragen. De Gemara herhaalt hier nogmaals de voorwaarden waaraan een mavoi moet voldoen om zo genoemd te kunnen worden: A. De mavoi moet langer dan breed zijn, dat wil zeggen: de afstand tussen de opening naar de straat en de achtermuur moet groter zijn dan de afstand tussen de beide andere muren. B. Er moeten op de mavoi minstens twee chatserot uitkomen, en op iedere chatseer moeten minstens twee woningen uitkomen. In een dergelijke mavoi mag men dragen wanneer de bewoners van de aangrenzende chatserot een sjitoef gemaakt hebben en wanneer de ingang van de mavoi vanuit de straat een lechi of een kora heeft. Een gebied dat niet deze kenmerken heeft, wordt als een chatseer beschouwd, waarvoor de hiervoor genoemde aan­passingen nodig zijn, wil men daarin mogen dragen.



Hoe vormt men een resjoet hajachied?

Volgens de halacha zijn drie scheidingswanden, die rond om een gebeid staan, voldoende om van dat gebied een resjoet hajachied te maken [volgens de meeste Risjoniem]. Op onze daf hajomi leren wij het systeem van Rav Jehoeda, die het hier niet mee eens is, maar meent dat een gebied dat niet door vier scheidingswanden omgeven, is niet als resjoet hajachied beschouwd kan worden.



De gemara legt uit dat het systeem van Rav Jehoeda niet volgens Tora is, en dat hij toegeeft dat volgens Tora drie scheidingswanden voldoende zijn om een gebied als resjoet hajachied te bestempelen, maar dat de Geleerden zwaardere eisen gesteld hebben en dat zij hebben ingesteld dat men niet in een resjoet hajachied mag dragen, wanneer dat niet aan vier kanten omgeven is door een scheidingswand.

[Daarom heeft een kora nut aan de vierde kant, ondanks dat volgens Rav Jehoeda een kora alleen dient als een reminder en niet als een „scheidingswand”.]

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina