Samen op een chromosoom



Dovnload 39.04 Kb.
Datum10.10.2018
Grootte39.04 Kb.



Samen op een chromosoom

1. 2.



3a. 3b.
Het zou kunnen zijn dat je op de gedachte bent gekomen dat een kruising met twee genen eigenlijk hetzelfde is als twee keer een kruising met maar één gen.

Zolang de genen niet samen op een chromosoom liggen kun je op die manier ook makkelijk een kruising oplossen.

Omdat organismen veel meer genen dan chromosomen hebben zullen er ook kenmerken op hetzelfde chromosoom liggen.

Dat maakt de kruisingen een beetje moeilijker. Elk gen heeft twee allelen.

Het ene gen heeft de allelen A en a en het andere gen B en b.

De ouders hebben als genotype AABB en aabb.


  1. Teken in de cellen 1de vier chromosomen (twee homologe paren!) met daarop de allelen.

  2. Teken in cellen 2 de beide allelen op één chromosoom (je hebt dus één homoloog paar chromosomen nodig).

  3. Teken nu in de cellen 3a en 3b de chromosomensamenstelling van de F1.

  4. Noteer nu wat je opvalt als je kijkt naar het genotype en fenotype van ‘het organisme’ dat uit die cellen ontstaat.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


  1. Bedenk nu welke lettersamenstelling er in de eicellen/zaadcellen van de organismen 3a en 3b komen.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


  1. Laat de organismen 3a en 3b door zelfbevruchting een F2 maken.

Noteer de uitkomsten van genotypes en fenotypes.
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Biologie | Erfelijkheid VWO | Herman en Klazien 13 | Werkblad Samen op een chromosoom


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina