Richtlijn voor richtlijnen (oncoline format)



Dovnload 284.42 Kb.
Pagina1/2
Datum23.12.2017
Grootte284.42 Kb.
  1   2



Handleiding schrijven van teksten voor procesbegeleiders/secretarieel ondersteuners

Juli 2011
Voor de werkgroepleden bestaat een beknopte ‘handleiding voor het schrijven van teksten’ voor een richtlijn. In dat document staat beschreven hoe de teksten literatuurbespreking, conclusies, overige overwegingen en aanbevelingen dienen te worden geformuleerd. Het is de verantwoordelijkheid van de procesbegeleider om het overzicht van de hele richtlijn en de samenhang tussen de teksten te bewaken. Bij een revisie is het belangrijk goed af te stemmen met de werkgroepleden op welk bestaande hoofdstuk/subhoofdstuk en welke paragrafen hun uitgangsvraag betrekking heeft.
Deze handleiding voor de procesbegeleider dient als leidraad en hulpmiddel om de werkgroepleden te ondersteunen tijdens het opstellen en schrijven van evidence en consensus based tumorspecifieke richtlijnen. Deze manier van schrijven van teksten is een voorwaarde voor het correct kunnen invoeren van de richtlijn in Oncoline. Het gebruik van deze handleiding leidt tot een uniforme presentatie van de tumorspecifieke richtlijnen op Oncoline. Dit houdt in dat de lay-out uniform is en dat de verschillende onderdelen gelijksoortige informatie bevatten.

Voor niet-tumorspecifieke richtlijnen wordt per richtlijn een format op maat gemaakt. Neem hiervoor contact op met de afdeling richtlijnen.
Indeling van deze handleiding

Bijlage 1: Oncoline-format:beschrijft hetgeen wat per hoofdstuk/subhoofdstuk en paragraaf kan worden ingevuld.

Bijlage 2: Linken tussen richtlijnen

Bijlage 3: Voorbeeldteksten voor de algemene stukken van de richtlijn

Bijlage 4: Lay-out: hier staat weergegeven hoe je een stuk richtlijntekst in Word moet worden weergeven. Wat voor soort lettertype en hoe noteer je de verschillende stukken. Als je dit zo doet kost het invoeren in Oncoline het miste werk. Het sjabloon is ook beschikbaar als apart document. Hierin kan je rechtstreeks gaan typen om de richtlijn op te stellen.
Achtergrond en geschiedenis

Sinds de vorige uitgave van deze handleiding is de wijze van ontwikkeling van richtlijnen sterk gewijzigd. Bij het opstellen werd indertijd uitgegaan van de zogenoemde “consensus-based richtlijnen”. Nu wordt bij de ontwikkeling van tumorspecifieke richtlijnen veelal gebruik gemaakt van de evidence based methodiek.

Tevens is gekozen voor een efficiëntere werkwijze met als streven het ontwikkelingsproces 1-1½ jaar te laten duren. Dit houdt in dat, op basis van een knelpunteninventarisatie in het veld, het beantwoorden van maximaal 8 uitgangsvragen de richtlijn vormt. Dit betekent dat een richtlijn niet altijd het hele traject van screening tot behandeling, follow up en nazorg beslaat. Maar dat het Oncoline-format op onderdelen is gevuld.

Verder wordt in richtlijnen die na 1 januari 2011 gepubliceerd zijn, gesproken over het Integraal Kankercentrum Nederland en indien nodig niet over ikc’s maar over locaties.



Indeling en gebruik Oncoline-format

Het Oncoline-format (bijlage 1) is opgedeeld in hoofdstukken, subhoofdstukken en paragrafen (3 niveaus). Deze handleiding geeft aan hoe de tekst van de richtlijn ingevoegd moet worden onder de verschillende hoofdstukken, subhoofdstukken en paragrafen. In bijlage 3 staan de voorbeeldteksten.

Enkele zaken om bij het schrijven van de richtlijn rekening mee te houden:


  • Als een hoofdstuk of subhoofdstuk geen tekst bevat, maar het onderliggende subhoofdstuk of paragraaf wel, dan wordt dat aangegeven met de standaardtekst (‘Dit hoofdstuk is onderverdeeld in subhoofdstukken en/of paragrafen. Om de inhoud te kunnen bekijken klikt u in de linkerkolom op de subhoofdstuk- en/of paragraaftitel.’).

  • Vanwege de AGREE criteria dienen enkele onderdelen van het Oncoline-format (bijlage 1) te worden ingevuld, dit betreft veelal de algemene stukken in het hoofdstuk “ Algemeen“ De “verplichte stukken” zijn grijs gearceerd weergegeven. Voor deze stukken zijn ook voorbeeldteksten (bijlage 3) ontwikkeld, dit is aangegeven in het Oncoline-format.

  • Voor de evidence-based richtlijnen geldt, dat, indien voorhanden, bij elk onderdeel de aanbevelingen, de samenvatting van de literatuur, de conclusies op basis van de literatuur en de overige overwegingen op aparte tabbladen worden weergegeven.

  • Door de nieuwe methode van richtlijnontwikkeling is het mogelijk dat maar een deel van het format wordt gevuld.

  • Maak linken tussen richtlijnen, verwijs naar zorg, symptoom en palliatieve zorg richtlijnen indien deze van toepassing zijn. In de hoofdstukken waar verwezen kan worden naar andere richtlijnen is dat aangegeven in het document: Linken tussen richtlijnen (bijlage 2).

Voor het uiteindelijke invoeren van de tekst op Oncoline, maakt de Oncoline beheerder op maat het format van de specifieke richtlijn aan in FAB. Dit gebeurt op verzoek van de procesbegeleider. Het secretariaat van de procesbegeleider voert vervolgens de tekst van de richtlijn in FAB.


Bijlage 1 Oncoline format
Legenda

H = hoofdstuk

SH = subhoofdstuk

P = paragraaf

Grijs gearceerd = verplicht volgens AGREE of richtlijn voor richtlijnen

(voorbeeldtekst beschikbaar) = zie bijlage 3 voor een voorbeeld voor dit onderdeel



(zie overzicht linken) = zie bijlage 2 voor voorbeelden en een overzicht van richtlijnen waarnaar verwezen kan worden.


H1. ALGEMEEN

Aanleiding
Hier wordt kort en duidelijk uiteen gezet welk probleem in de richtlijn wordt behandeld. Tevens een beschrijving van de patiëntengroep waarop de richtlijn van toepassing is. Hier ook bondige informatie over epidemiologie/etiologie (indien er uitgebreid over wordt geschreven dient dit in het onderliggende subhoofdstuk te gebeuren).
Doelstelling
Doel van de richtlijn (voorbeeldtekst beschikbaar).
Doelgroep
Hier wordt vermeld wie de richtlijn gaat toepassen (voorbeeldtekst beschikbaar).
Werkwijze werkgroep
Hier wordt vermeld welke methodiek is gebruikt en hoe lang de werkgroep aan de richtlijn heeft gewerkt, tevens wordt vermeld de werkwijze knelpuntanalyse en uitgangsvragen. Hierbij ook een bijlage resultaten knelpuntanalyse (welke vragen zijn gesteld) en bijlage uitgangsvragen (wat zijn de uitgangsvragen geweest en vanuit deze bijlage linken naar de hoofdstukken waar het onderwerp wordt behandeld.) (voorbeeldtekst beschikbaar).
Meer informatie over (in bijlagen weergeven):

  • Samenstelling werkgroep (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Leden van de werkgroep (zie bijlage…) met titulatuur, functie, werklocatie

  • Onafhankelijkheid werkgroepleden (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Betrokken verenigingen (zie bijlage…) maak linken naar websites verenigingen

  • Wetenschappelijke onderbouwing (zie bijlage…) uitleg hoe de richtlijn is opgebouwd en wat het niveau van bewijs voor de conclusies is (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Indeling van onderzoeksresultaten naar mate van bewijskracht (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Checklist overige overwegingen en formuleren van aanbevelingen (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Literatuursearches en evidence-tabellen (zie bijlage…) geef hierin aan waar en met welke zoektermen is gezocht. Daarnaast worden alle evidence-tabellen weergegeven.

  • Tabellen overige overwegingen ingevuld (voorbeeld opzet tabel beschikbaar)

  • Actualisatie (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Houderschap richtlijn (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Juridische betekenis (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Verantwoording (zie bijlage…) (voorbeeldtekst beschikbaar)

  • Implementatie en evaluatie

  • Kennishiaten (voorbeeld opzet tabel beschikbaar)


SH1.1. Epidemiologie/Etiologie
Indien de werkgroep het wenselijk acht kan hier uitgebreidere informatie worden gegeven
SH1.2 Pathofysiologie/Etiologie

Indien de werkgroep het wenselijk acht kan hier uitgebreidere informatie worden gegeven


H2. PREVENTIE
Indien de werkgroep het wenselijk acht, kan hier informatie worden gegeven over primaire preventie.

H3. SCREENING

- Screening in het kader van een bevolkingsonderzoek: Doelgroep, techniek en frequentie

- Screening buiten het bevolkingsonderzoek: Doelgroep (risicogroepen), techniek en frequentie
H4. ERFELIJKHEIDSONDERZOEK

Is er een indicatie voor erfelijkheidsonderzoek, zo ja door wie en in welke fase van het diagnostisch- en behandeltraject. Mogelijke verwijzing naar richtlijnen van de STOET (zie overzicht linken).


H5*. PATHOLOGIE DIAGNOSTIEK *apart hfst met alle pathologie onderwerpen toevoegen.
H5. DIAGNOSTIEK
SH 5.1 Anamnese
SH 5.2 Lichamelijk onderzoek


SH 5.3 Laboratorium onderzoek

Inclusief specifieke tumormarkers.

Het betreft bepalingen, die specifiek zijn om tot een juiste diagnose en classificatie/stadiering te komen en dus relevant zijn voor de uiteindelijke keuze van behandeling.


SH 5.4 Beeldvormend onderzoek
Beeldvormend onderzoek relevant voor de juiste diagnose en classificatie/stadiering.

Onder beeldvormend onderzoek wordt verstaan Röntgenonderzoek, Echografie, CT scan, MRI, PET scan, Isotopenonderzoek e.d. Ook beeldvormend onderzoek ter opsporing cq uitsluiting van eventuele metastasering valt hieronder!




SH 5.5 Diagnostische pathologie cytologie

Is histologie noodzakelijk of kan met cytologie worden volstaan? Op welke wijze dient bij voorkeur weefsel verkregen te worden (percutaan, mediastinoscopie, diagnostische operaties, puncties)? Welke informatie dient het pathologieverslag van de diagnostische ingreep tenminste te bevatten. (Receptorbepaling, HER2 Neu, bepaling aantal klieren e.d.)


SH 5.6 Verpleegkundige en ondersteunende zorg

Specifieke verpleegkundige, zorg noodzakelijk voor deze fase.

Bedoeld wordt aan te geven welke ondersteunende standaard zorg specifiek voor de betreffende patiëntengroep van belang is, bijv. preoperatief gesprek met verpleegkundige, een bezoek aan een stoma-verpleegkundige of lotgenotencontact voorafgaand aan een mutilerende ingreep.

Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg (zie overzicht linken).


SH 5.7. Voorlichting en communicatie

Voorlichting
- Over de aard en doel van de onderzoeken.

  • Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal? Zo ja: directe link opnemen naar folder KWF kankerbestrijding

  • Welke informatie minimaal in het kader van de WGBO moet worden verstrekt? Het zou wenselijk zijn als aangegeven kan worden welke complicaties en bijwerkingen altijd vermeld moeten worden, of dat complicatiekansen die kleiner zijn dan een vastgesteld percentage niet vermeld behoeven te worden.



Communicatie

Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met

wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).
SH 5.8. Continuïteit van zorg / organisatie

Hoe dient het diagnostisch traject georganiseerd te zijn?


SH 5.9 Spreiding en concentratie, infrastructuur

Geef aan welke infrastructuur minimaal nodig is voor de diagnostiek.

Vermeld als bij de verdenking op een bepaalde diagnose verwijzing naar een centrum noodzakelijk is, bijvoorbeeld in verband met zeldzaamheid van de veronderstelde tumor of in verband met de beschikbare deskundigheid of infrastructuur ten aanzien van de diagnostische modaliteiten.
SH 5.10 Samenvatting diagnostiek/beslisboom

Samenvatting en/of beslisboom betreft alleen het diagnostische traject (format van beslisboom is in ontwikkeling, momenteel kan papieren versie worden aangeleverd).


H6 BEHANDELING

Besluitvorming / behandelingscriteria

Niet specifiek tumorgerelateerde factoren, die van belang zijn voor de keuze van behandeling kunnen hier vermeld worden, als daar zijn leeftijd, comorbiditeit e.d.


Vervolgens wordt per tumorclassificatie (stadium, SH6.1 en verder) aangegeven welke behandeling de voorkeur verdient, al dan niet worden alternatieven aangegeven. In geval van multimodaliteit van behandeling wordt gewenste volgorde aangegeven, bijvoorbeeld zoals bij een lokoregionaal proces de combinatie van chirurgie en radiotherapie.
Onder de paragrafen ‘voorlichting’ en ‘communicatie’ dienen ten aanzien van de behandeling dezelfde aspecten te worden aangegeven welke ook onder deze hoofdstukkoppen in het hoofdstuk diagnostiek zijn besproken (indien gelijk kan verwezen worden).

Met namebij de besluitvorming over behandeling moet worden aangegeven hoe de continuïteit van zorg wordt gewaarborgd en evt. welke afspraken er met paramedici gemaakt moeten worden. Hiertoe kunnen links worden opgenomen naar de bestaande verpleegkundige, voeding en dieet en palliatieve richtlijnen.


SH 6.1. Stadium I
P 6.1.1 Medisch technisch

Welke disciplines zijn nodig in deze fase en welke volgorde wordt gehanteerd?

Waar bestaat deze behandeling uit?

Indien er diverse behandelingen uitgebreid worden besproken kan dit eventueel per behandeling in een paragraaf weergegeven worden.




P 6.1.2 Ondersteunende zorg

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase. Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg (zie overzicht linken).


P 6.1.3. Voorlichting en communicatie

Voorlichting

Aard, doel en bijwerkingen van de behandeling, ook op langere termijn.

verwachtingen van de behandeling.

Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal (link naar folder KWF kankerbestrijding)?

Lotgenotencontact, patiëntenvereniging (link naar website).
Communicatie

Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden, met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) en door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).


P 6.1.4 Continuïteit van zorg

Hoe dient het behandelingtraject georganiseerd te zijn? Wat zijn de doorlooptijden?

transmurale zorg na initiële fase.
P 6.1.5 Spreiding en concentratie, infrastructuur.

Vermeld hier als voor een behandeling verwijzing naar een centrum noodzakelijk is.

Aspecten van belang hierbij zijn:


  1. a) frequentie van voorkomen van de tumor;

  2. b) noodzakelijke infrastructuur bijv. aanwezigheid IC;

  3. c) noodzaak voor concentratie van ervaring;

  4. d) aanwezigheid multidisciplinair team.


SH 6.2 Stadium II enz.

Idem
SH 6.3 Samenvatting behandeling/Beslisboom

Samenvatting en/of beslisboom betreft alleen behandeling (format van beslisboom is in ontwikkeling, momenteel kan papieren versie worden aangeleverd).
H7. PATHOLOGIE RESECTIEPREPARAAT

Het pathologisch onderzoek van het resectiepreparaat is van cruciale betekenis voor de prognose en voor het adjuvante beleid. Dus: welke informatie dient het standaard pathologieverslag ten minste te bevatten, bij voorkeur in de conclusie?


H8. ADJUVANTE SYSTEMISCHE BEHANDELING NA INITIËLE BEHANDELING

In dit hoofdstuk gaat het om een uitspraak over de noodzaak van de zgn. adjuvante cytostatische of hormonale therapie.


Voor de paragrafen dienen dezelfde aspecten te worden besproken als bij de diagnostiek en primaire/ lokoregionale behandeling voor zover dit van toepassing is op de aanvullende behandeling.

Per behandelcategorie (SH8.1 en verder) wordt aangegeven:


SH 8.1. Stadium I

Welke disciplines zijn nodig in deze fase en welke volgorde van behandeling wordt gehanteerd?

Waar bestaat deze behandeling uit?
P 8.1.1 Medische technisch
P 8.1.2 Ondersteunende zorg

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase. Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg (zie overzicht linken).


P 8.1.3. Voorlichting en communicatie

Voorlichting

  • Aard, doel en bijwerkingen van de behandeling ook op langere termijn.

  • Verwachtingen van de behandeling.

  • Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal (link naar KWF kankerbestrijdingsfolder)?

Communicatie

Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).


P 8.1.4 Continuïteit van zorg

Transmurale zorg na tweede behandelfase.


P 8.1.5 Spreiding en concentratie, infrastructuur

Geef aan indien specifieke voorwaarden gesteld worden aan de infrastructuur.




SH 8.2. Stadium II enz.
Idem
H9. NACONTROLE EN NAZORG (neem contact op met contactpersoon ‘Detecteren van psychosociale zorg’, ‘Oncologische Revalidatie’ & ‘Herstel na kanker’)

Vermeld hier met welke frequentie en hoelang de patiënt door welke professionals moet worden teruggezien en welke onderzoeken minimaal en met welke frequentie moeten worden verricht. Van belang hierbij is het doel van de nazorg: niet alleen tijdige detectie van metastasen/recidief of late schade van therapie maar ook psychologische, maatschappelijke en morele motieven kunnen hierbij een rol spelen. Vermeld dient tevens te worden welke de consequenties aan bevindingen tijdens de nazorg zijn. Het hoofdstuk nacontrole en nazorg vervangt het voormalige hoofdstuk Follow-up.


SH 9.1. Systematische aanpak medisch technisch (neem contact op met contactpersoon ‘Detecteren van psychosociale zorg’, ‘Oncologische Revalidatie’ & ‘Herstel na kanker’)

Welke frequentie, doel, duur en welke onderzoeken, één en ander niet alleen in relatie tot de onderhavige tumor of de detectie van een nieuwe tumor, maar ook tot de signalering van mogelijke late effecten van de behandeling en andere specifieke problemen bij de nazorg.



P 9.1.1 Van vroege gevolgen

P 9.1.2. Late gevolgen behoeven informatie

P 9.1.3. Een individueel nazorgplan

P 9.1.4. Heroverweging na een jaar

P 9.1.5. Coördinatie van zorg

P 9.1.6. Evaluatie medisch handelen
SH 9.2. Medisch technisch

Welke frequentie, doel, duur en welke onderzoeken, één en ander niet alleen in relatie tot de onderhavige tumor of de detectie van een nieuwe tumor, maar ook tot de signalering van mogelijke late effecten van de behandeling en andere specifieke problemen bij de nazorg.


SH 9.3. Ondersteunende zorg

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase, als daar zijn revalidatieprogramma’s, protheses, verpleegkundige spreekuren, psychologische interventie ed. Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg (zie overzicht linken).


SH 9.4. Voorlichting en communicatie

Voorlichting

- Aard en doel van de nacontrole en nazorg

- Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal (link naar folder KWF Kankerbestrijding)?
Communicatie
Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.) en op welk moment.
SH 9.5 Continuïteit van zorg

In overleg bepalen wie de nazorg zal uitvoeren, intramuraal / extramuraal, inzet van nurse practitioner


SH 9.6 Spreiding en concentratie, infrastructuur

Geef aan welke infrastructuur minimaal nodig is voor deze follow-up.


SH 9.7 Samenvatting /beslisboom
Samenvatting en/of beslisboom betreft alleen nacontrole en nazorg (format van beslisboom is in ontwikkeling, momenteel kan papieren versie worden aangeleverd).
H 10. DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING LOKAAL/LOKOREGIONAAL RECIDIEF

Het is van belang aan te geven op welke wijze een gegeneraliseerd proces moet worden uitgesloten voordat tot behandeling van een lokaal recidief kan worden overgegaan. De behandeling van een lokaal(locoregionaal)recidief, maar vooral ook alternatieven hiervoor behoren te worden aangegeven. Met name dient hierbij de rol van de multidisciplinaire oncologiebespreking met consulenten te worden vermeld.


SH 10.1. Medisch technisch
(indien dit subhoofdstuk veel informatie bevat kan het worden onderverdeeld in paragrafen)

Diagnostiek

- Aard diagnostiek ten behoeve van bepaling van de uitgebreidheid van het loco(regionaal) recidief.

- Uitsluiten (detecteerbare) afstandsmetastasen.

Behandeling

- Welke lokale behandelingsmogelijkheden zijn er?

- Welke systemische behandelingen zijn er en met welk doel?
SH 10.2. Ondersteunende zorg

Diagnostiek

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase.



Behandeling

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase.

Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg (zie overzicht linken).
SH 10.3. Voorlichting en communicatie

Voorlichting diagnostiek

- Aard en doel van de diagnostiek.

- Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal (link naar folder KWF Kankerbestrijding)
Communicatie diagnostiek
Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).
Voorlichting behandeling

- Aard en doel van de behandeling, kans op curatie bij intensieve (lokale) therapie.

- Is er schriftelijk voorlichtingsmateriaal (link naar folder KWF Kankerbestrijding)?
Communicatie behandeling
Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.)?
SH 10.4 Continuïteit van zorg

Diagnostiek

In overleg bepalen wie (intra- en extramuraal) de diagnostiek zal uitvoeren.


Behandeling

In overleg bepalen wie (intra- en extramuraal) de behandeling zal uitvoeren.


SH 10.5. Spreiding en concentratie, infrastructuur

Diagnostiek

Van belang is of verwijzing naar een centrum in de rede ligt en om welke redenen.



Behandeling

vermeld hier of specifieke infrastructuren nodig zijn dan wel verwijzing naar een centrum aangewezen is.


SH 10.6. Samenvatting / Beslisboom

Samenvatting en/of beslisboom betreft Diagnostiek en behandeling lokaal/lokoregionaal recitief (format van beslisboom is in ontwikkeling, momenteel kan papieren versie worden aangeleverd).


H 11. DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING METASTASEN OP AFSTAND

Diagnostiek

Hier wordt beschreven het diagnostische proces ten aanzien van metastasen tijdens de nacontrole Wat is nodig, niet nodig, zinvol en niet zinvol.

De subhoofdstukken over ondersteunende zorg, voorlichting, communicatie en continuïteit, verdienen in dit hoofdstuk extra aandacht. M.n. dient waar mogelijk gewezen te worden op aspecten van ‘best supportive care’ en het tijdig inschakelen van deskundigen, zoals consulent palliatieve zorg, pijnconsulenten en oncologisch verpleegkundig consultenten (denk aan de mogelijkheid van het maken van “links” naar andere richtlijnen).
Behandeling

Er dient aandacht besteed te worden aan de sequentie van behandelingen wanneer er multidisciplinaire behandeling geadviseerd wordt. De scheiding tussen standaard en experimentele therapie moet duidelijk worden aangegeven. Eigenlijk hoort experimentele therapie niet in een richtlijn. Indien mogelijk dient aangegeven te worden in welke fase van de ziekte een tumorgerichte therapie niet meer zinvol wordt geacht.

De subhoofdstukken over ondersteunende zorg, voorlichting, communicatie en continuïteit, verdienen in dit hoofdstuk extra aandacht. M.n. dient waar mogelijk gewezen te worden op aspecten van ‘best supportive care’ en het tijdig inschakelen van deskundigen, zoals palliatieve zorgconsulenten, pijnconsulenten en oncologisch verpleegkundig consultenten.
SH 11.1. Medisch technisch
(Indien dit subhoofdstuk veel informatie bevat kan het worden onderverdeeld in paragrafen)

Diagnostiek

Bepalen uitgebreidheid van het tumorproces relevant voor de eventuele behandeling.



Behandeling

- Welke systemische behandelingen zijn er en met welk doel?

- Welke symptoombestrijding kan gegeven worden, zowel lokaal als systematisch, breng desgewenst “links” aan naar andere richtlijnen. (palliatieve zorg e.d.)?
SH 11.2. Ondersteunende zorg

Diagnostiek

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase.



Behandeling

Specifieke verpleegkundige, ondersteunende of psychosociale zorg noodzakelijk voor deze fase.

Let op dat ook linken worden gemaakt naar richtlijnen voor de ondersteunde zorg en mogelijk palliatieve zorg (zie overzicht linken).
SH 11.3. Voorlichting en communicatie

Voorlichting diagnostiek

Aard en doel van de onderzoeken met mogelijke consequenties.


Communicatie diagnostiek
Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).

Voorlichting behandeling

- Is het doel van de behandeling curatief of palliatief ?

- Kans op curatie bij intensieve therapie?
Communicatie behandeling
Welke informatie ‘specifiek voor de tumor’ gecommuniceerd dient te worden, met wie (patiënt, huisarts, naasten, transmuraal enz.) en door wie (behandelend arts, verpleegkundige enz.).
SH 11.4. Continuïteit van zorg

Diagnostiek

Transmurale zorg tijdens en na diagnostiek


Behandeling

Transmurale zorg tijdens en na behandeling

Indien geen behandeling afspreken wie verantwoordelijk is voor de verdere zorg.
SH 11.5 Spreiding en concentratie, infrastructuur

Diagnostiek

Geef aan welke infrastructuur minimaal nodig is voor deze diagnostiek.



Behandeling

Geef aan welke infrastructuur minimaal nodig is voor deze behandeling.

Bij concentratie van zorg kan in dit verband aan de ‘last resort’ functie van sommige centra worden gedacht.

SH 11.6. Samenvatting /beslisboom

Samenvatting en/of beslisboom betreft diagnostiek en behandeling metastasen op afstand


(format van beslisboom is in ontwikkeling, momenteel kan papieren versie worden aangeleverd).
H 12. ORGANISATIE VAN ZORG

Onderwerpen zijn: wacht en doorlooptijden, specifieke spreekuren (deelnemers) multidisciplinair overleg, (frequentere deelnemers e.d.)


H 13. PSYCHOSOCIALE ZORG (neem contact op met contactpersoon detecteren van psychosociale zorg)

Geef aan wat de mogelijke psychosociale aspecten van de ziekte kunnen zijn, onderverdeeld naar prevalentie, interventies en organisatie. Let op dat ook linken worden gemaakt naar algemene richtlijnen voor de psychosociale zorg (zie overzicht linken).



H 14. PALLIATIEVE ZORG

Geef aan welke de specifieke palliatieve zorgaspecten kunnen zijn voor deze aandoening. Denk hierbij aan links naar richtlijnen palliatieve zorg (zie overzicht linken).


H 15. IMPLEMENTATIE/EVALUATIE

Geef aan welke indicatoren gedestilleerd kunnen worden uit de richtlijn en welke andere implementatiemiddelen ingezet kunnen worden. Vul in ieder geval de algemene informatie in, die kan ook als inleiding dienen, hiervoor is een voorbeeldtekst beschikbaar in de bijlage (zie voorbeeldtekst).


H 16. TNM CLASSIFICATIE

UICC TNM classificatie (verplicht voor multidisciplinaire richtlijnen van solide tumoren).


H 17. Samenvatting gehele richtlijn

Samenvatting en/of beslisboom van de gehele richtlijn. Of de tekst van de samenvattingkaart als die is gemaakt.



H 18. REFERENTIES (wordt automatisch gegenereerd in Oncoline)

Noteer de referenties volgens de Vancouver style met een witregel tussen de referenties, dit zorgt ervoor dat het zonder moeite in Oncoline kan worden ingevoerd (eventueel met referencemanager).



  1. Agbi CB, Bernstein M, Laperriere N, et al. Patterns of recurrence of malignant astrocytoma following stereotactic interstitial brachytherapy with iodine-125 implants. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1992;23:321-326



  2. Brem H, Piantadosi S, Burger PC, et al. Placebo-controlled trial of safety and efficacy of intra-operative controlled delivery by biodegradable polymers of chemotherapy for recurrent gliomas.


Bijlage 2: Linken tussen richtlijnen
Hierbij een overzicht van richtlijnen waar naar gelinkt kan worden. Het betreft voornamelijk richtlijnen op Oncoline, maar het kan ook richtlijnen zijn van andere websites. Daarnaast is het mogelijk te verwijzen naar bijvoorbeeld ‘Herstel en Balans’ of ‘SIB op maat’. Let wel, dit overzicht is een momentopname, kijk op Oncoline naar de meest recente richtlijnen.
Bespreek met de werkgroep welke verwijzingen relevant zijn voor het moment van behandeling. Overzicht met richtlijnen en websites waar naar verwezen kan worden:


Bij welk hoofdstuk mogelijk toevoegen

Wat

Info

Bij erfelijkheidsonderzoek

14 richtlijnen Erfelijke tumoren www.oncoline.nl

Richtlijnen van de STOET (stichting opsporing erfelijke tumoren)

Bij de diagnostiek en/of behandeling

Richtlijn “Pijn bij kanker” via www.oncoline.nl

Multidisciplinaire evidence based richtlijn

Bij diagnostiek en/of behandeling Kijk op Oncoline van welke symptomen sprake kan zijn in het traject.

12 richtlijnen verpleegkundige zorg via www.oncoline.nl

Verpleegkundige richtlijnen voor diverse symptomen.

Bij de diagnostiek en behandeling.

Voor de meeste tumortypen is per behandeling aangegeven wat het voeding- en dieetadvies is.



19 richtlijnen voeding en dieet via www.oncoline.nl

Richtlijnen ontwikkeld door de LWDO (Landelijke Werkgroep Diëtisten in de Oncologie).

Bij diagnostiek en/of behandeling

Symptoom behandeling via www.oncoline.nl




Let bij behandeling op fertiliteit

Linken naar “Behoud Ovariële functie” & Çryopreservatie van zaadcellen” via www.oncoline.nl




Bij behandeling.

www.goedverzorgdbetergevoel.nl

Biedt praktische tips bij de uiterlijke verzorging bij kanker

Bij medicamenteuze behandeling.

www.sibopmaat.nl

Een website met patiënteninformatie over bijwerkingen van medicijnen die gebruikt worden ter behandeling van kanker.

Bij chirurgische behandeling

Richtlijn peri-operatieve voeding via www.CBO.nl

Multidisciplinaire evidence-based richtlijn

Bij follow-up

www.herstelenbalans.nl

De Stichting Herstel en Balans biedt ondersteuning bij fysiek en emotioneel herstel in het nazorgtraject.

Tijdens behandeling tot aan follow-up en nazorg.

Linken naar richtlijn Herstel na Kanker op www.oncoline.nl

Neem contact op met contactpersoon Herstel na kanker,



voor toevoegen tumorspecifiek behandelplan Herstel na Kanker

Nazorg

Linken naar ‘Kanker en werk’

Linken naar de richtlijn ‘Oncologische revalidatie’






Psychosociale zorg

Linken naar ‘detecteren behoefte psychosociale zorg’

En Patiënten verenigingen









Linken naar ’ondersteunen bij verwerken’







Linken naar




Bij het palliatieve zorg.

38 richtlijnen voor de palliatieve zorg via www.pallialine.nl


Multidisciplinaire richtlijnen voor diverse symptomen.

Hieronder een voorbeeld van hoe de verwijzingen kunnen worden gemaakt met voorbeeldteksten. Voorbeeld uit de richtlijn prostaatcarcinoom:



Richtlijnen voor de ondersteunende zorg

Voor voedings- en dieetadvies zie de richtlijn Prostaatcarcinoom van de Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO). Hierin wordt per behandeling (chirurgie, radiotherapie enz.) passend dieetadvies gegeven.

Voor richtlijnen palliatieve zorg zie de website Pallialine. Op deze website zijn 38 multidisciplinaire richtlijnen te raadplegen

SIB op maat is een website met patiënteninformatie over bijwerkingen van medicijnen die gebruikt worden ter behandeling van kanker. Alle geregistreerde medicijnen zijn hierin opgenomen. Elke bijwerking is voorzien van adviezen voor de patiënt. Iedereen die patiënteninformatie geeft over de behandeling van kanker met medicijnen kan hiervoor SIB op maat gebruiken.

Richtlijnen verpleegkundige zorg van de V&VN Oncologie



  • Veranderd seksueel functioneren

  • Verstoord lichaamsbeeld

  • Sociaal isolement



Organisaties ondersteuning van patiënten met kanker

Ondersteuning bij fysiek en emotioneel herstel in het nazorgtraject biedt de Stichting Herstel en Balans, een groepsrevalidatieprogramma voor mensen met kanker. Het programma bestaat uit een fysieke en een psychosociale module. Voor de landelijke 50 locaties en informatie zie http://www.herstelenbalans.nl/.

De patiëntenverenigingen zijn belangrijk voor o.a. lotgenotencontact, informatie en belangenbehartiging. Voor prostaatkanker is dat de Stichting Contactgroep Prostaatkanker (SCP).
De Stichting Goed verzorgd, Beter gevoel biedt praktische tips bij de uiterlijke verzorging bij kanker en beschikt over namen van schoonheidsspecialisten en haarwerkers met een aanvullende opleiding "Goed verzorgd, Beter gevoel".

Bijlage 3: Voorbeeldteksten voor de algemene stukken van de richtlijn
Onderstaande concepttekst moet (eventueel aangepast, ga hier voorzichtig mee om) gebruikt worden in alle richtlijnen.
Doelstelling

Een richtlijn is een aanbeveling ter ondersteuning van de belangrijkste knelpunten uit de dagelijkse praktijk. Deze richtlijn is zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of consensus.


Doelgroep

Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met ………….., zoals chirurgen, radiotherapeuten, medisch oncologen, huisartsen, oncologieverpleegkundigen, IKNL-consulenten, pathologen, maatschappelijk werkers, psychologen, radiologen en nucleair-geneeskundigen.

Tevens wordt deze richtlijn gebruikt voor het maken van patiënten informatiemateriaal in samenwerking met het KWF.

TEKST AANPASSEN PER RICHTLIJN: (Hier wordt vermeld wie de richtlijn gaat toepassen.)


Werkwijze werkgroep

TEKST AANPASSEN PER RICHTLIJN: (Hier wordt vermeld welke methodiek is gebruikt en hoe lang de werkgroep aan de richtlijn heeft gewerkt.)


* bij revisie aangeven wat de werkwijze van de voorgaande werkgroep was

Uitgangsvragen

Bij de ontwikkeling van de richtlijn worden uitgangsvragen geformuleerd. Deze vragen volgen uit een knelpuntinventarisatie gehouden in het veld bij professionals en patiënten(vertegenwoordigers). De meest relevante knelpunten worden uitgewerkt tot uitgangsvragen. Dit betreft een beperkt aantal. Hieronder staan de geïnventariseerde knelpunten en uitgangsvragen.

De knelpunten:

De uitgangsvragen: (N.B. Optioneel kunnen de kernvragen worden opgenomen in een bijlage.)


Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is rekening gehouden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen en vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines. De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd.

TEKST AANPASSEN PER RICHTLIJN: (Hier wordt omschreven welke disciplines in de werkgroep zijn vertegenwoordigd.)
Leden van de werkgroep * let op: bij revisie ook leden voorgaande werkgroep vermelden!

Werkgroepleden


  • Prof.dr. J.A. Witjes, uroloog, Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen, voorzitter

  • Mw. dr. N. Feller, beleidsmedewerker, Integraal Kankercentrum Nederland, locatie Utrecht, procesbegeleider Mw. H.W.G. Hamelers-Paulus, secretaresse, Integraal Kankercentrum Nederland, locatie Maastricht, secretariële ondersteuning

  • Mw. dr. K. Aben, senior-epidemioloog, Integraal Kankercentrum Nederland, locatie Nijmegen

  • Prof.dr. J.J. Battermann, radiotherapeut-oncoloog, Universitair Medisch Centrum, Utrecht

  • Dr. M. Bekkers, contactpersoon Nederlandse Stomavereniging


Leden werkgroep richtlijn DATUM * (alle leden voorgaande werkgroep, de leden kunnen dus ook bij de huidige werkgroep vermeld staan)

  • Mw. H.W.G. Hamelers-Paulus, secretaresse, Integraal Kankercentrum Nederland, locatie Maastricht, secretariële ondersteuning

  • Mw. dr. K. Aben, senior-epidemioloog, Integraal Kankercentrum Nederland, locatie Nijmegen

  • Prof.dr. J.J. Battermann, radiotherapeut-oncoloog, Universitair Medisch Centrum, Utrecht


Onafhankelijkheid

Alle leden van de richtlijnwerkgroep hebben verklaard onafhankelijk gehandeld te hebben bij het opstellen van de richtlijn.

Of: Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de farmaceutische industrie aangeven bij de start van het richtlijntraject.
Betrokken verenigingen


Initiatief
Nederlandse Vereniging voor Urologie

Organisatie
Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)

Betrokken verenigingen *(indien de lijst betrokken verenigingen hetzelfde is als de lijst autoriserende verenigingen, 1 lijst maken met het kopje: Autoriserende en betrokken verenigingen)

Nederlandse Stomavereniging
Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie/Nederlandse Internisten Vereeniging
Nederlandse Vereniging voor Pathologie
Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie
Nederlandse Vereniging voor Radiologie
Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
Nederlandse Vereniging voor Urologie
Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland Oncologie
Vereniging Waterloop














Autoriserende verenigingen

Autoriserende verenigingen
Nederlandse Stomavereniging
Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie/Nederlandse Internisten Vereeniging
Nederlandse Vereniging voor Pathologie
De volgende verenigingen stemmen in met de inhoud
Nederlandse Federatie voor Kankerpatiënten

Nederlands Huisartsen Genootschap


Wetenschappelijke onderbouwing

Elk hoofdstuk van de richtlijn is volgens een vast stramien opgebouwd, namelijk literatuurbespreking, conclusies, overwegingen en aanbevelingen. De antwoorden op de uitgangsvragen (derhalve de aanbevelingen in deze richtlijn) zijn voor zover mogelijk gebaseerd op gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek.




Zoekstrategie
Er werd gezocht in de databases (bijv. Medline en Cochrane database of systematic reviews) naar artikelen in het (bijv. Engels of Nederlands). Data search en zoektermen weer geven. (tekst aanpassen aan de richtlijn)


Selectie
Aanbevelingen werden gebaseerd op ‘beste evidence' en daarom werd naast selectie op relevantie tevens geselecteerd op bewijskracht. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de volgende hiërarchische indeling van studiedesigns gebaseerd op bewijskracht:

  1. Meta-analyses en systematische reviews;

  2. Gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT's);

  3. Gecontroleerde studies (CT's).

Waar deze niet voorhanden waren werd verder gezocht naar vergelijkend cohortonderzoek, vergelijkende patiënt controle-onderzoeken of niet-vergelijkend onderzoek.
Critical appraisal
De geselecteerde artikelen zijn vervolgens beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs (zie bijlage X). Voor de evidence tabellen (zie bijlage X). De mate van bewijskracht en niveau van bewijs zijn in de conclusies van de verschillende hoofdstukken weergegeven. De belangrijkste literatuur waarop de conclusies zijn gebaseerd is daarbij vermeld.

Oorspronkelijke richtlijn versus revisie
Aangezien deze richtlijn teksten bevat uit zowel de richtlijn uit het jaar XXXX als uit de revisie van de richtlijn in het jaar XXXX staat bij elke paragraaf weergegeven wat voor soort tekst het betreft:

  • Evidence based tekst tot het jaar XXXX: hierbij is een systematisch literatuuronderzoek verricht voor een bepaalde uitgangsvraag. De tekst naar aanleiding van dit literatuuronderzoek is nieuw of verwerkt in de evidence based tekst uit het jaar XXXX.

  • Consensus based tekst tot het jaar XXXX: hierbij is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Er wordt naar studies gerefereerd die door de werkgroepleden zelf zijn aangedragen.

  • Redactionele update tot het jaar XXX: hierbij is de tekst uit het jaar XXXX behouden en alleen redactioneel geactualiseerd. Er is geen nieuw systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd.



Indeling van onderzoeksresultaten naar mate van bewijskracht
Tabel 1: Niveau van bewijskracht van de conclusie op basis van het aan de conclusie ten grondslag liggend bewijs

Niveau van bewijs

Conclusie gebaseerd op

Formulering

1

Eén systematische review (A1) of tenminste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A1 of A2

Het is aangetoond dat…; men dient…

2

Tenminste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B

Het is aannemelijk dat…; men zou…moeten…

3

Eén onderzoek van niveau A2, B of C

Er zijn aanwijzingen dat…; men kan…

4

Mening van deskundigen (bijvoorbeeld de werkgroepleden)

De werkgroep is van mening dat…


Tabel 2: Indeling van methodologische kwaliteit van individuele studies

Voor artikelen betreffende interventie

A1

Systematische reviews die tenminste enkele onderzoeken van A2-niveau betreffen, waarbij de resultaten van afzonderlijke onderzoeken consistent zijn.

A2

Gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit en met voldoende omvang en consistentie.

B

Gerandomiseerde klinische trials van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander vergelijkend onderzoek (niet-gerandomiseerd: vergelijkend cohortonderzoek, patiënt-controle-onderzoek)

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen (bijvoorbeeld de werkgroepleden)




Voor artikelen betreffende diagnostiek

A1

Onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op grond van de te onderzoeken testuitslagen, of besliskundig onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A2-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheid van diagnostische tests

A2

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruik zijn gemaakt van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de test en de ‘gouden standaard' moeten onafhankelijk zijn beoordeeld. Bij situaties waarbij multipele, diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met logistische regressie

B

Vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan genoemd

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld de werkgroepleden


Format ‘Overige overwegingen’ en ‘Formuleren van aanbevelingen’

Naast de evidence uit de literatuur (conclusie) zijn er andere overwegingen die meespelen bij het formuleren van de aanbeveling. Deze aspecten worden besproken onder het kopje ‘Overwegingen’ in de richtlijntekst. Hierin wordt de conclusie op basis van de literatuur geplaatst in de context van de dagelijkse praktijk en vindt een afweging plaats van de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties. De uiteindelijk geformuleerde aanbeveling is het resultaat van de conclusie(s) in combinatie met deze overwegingen.

Uitgangsvraag

Conclusie(s) Overige overwegingen



Aanbeveling
Voor het gestructureerd en transparant beschrijven van de overige overwegingen en aanbevelingen is een checklist ‘overige overwegingen’ en een checklist ‘formuleren van aanbevelingen’ opgesteld.


Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina