Referentiekader kwaliteit van wonen en zorg



Dovnload 451.19 Kb.
Pagina1/5
Datum22.01.2018
Grootte451.19 Kb.
  1   2   3   4   5

Referentiekader – resultaten 2012- 2015 – VZW Rusthuizen Zusters van Berlaar


Referentiekader kwaliteit van wonen en zorg
Vanaf 2013 dienen alle woonzorgcentra kwaliteitsindicatoren te registreren voor het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, zoals omschreven in het referentiekader ‘Integrale kwaliteit van wonen en zorg voor de Vlaamse woonzorgcentra’.

Het zijn een aantal graadmeters over de zorgverlening die kunnen helpen om de kwaliteit van onze dienstverlening in kaart te brengen en te verbeteren. Het monitorinstrument kan opgesplitst worden in 3 grote delen :



  1. Kwaliteit van zorg en veiligheid

  2. Kwaliteit van leven

  3. Kwaliteit van zorgverlening en zorgorganisaties

Voor de kwaliteit van leven wordt gewerkt met face-to-face interviews met bewoners zonder cognitieve problemen en worden vragenlijsten verzameld bij contactpersonen van bewoners met cognitieve problemen. Dit onderzoek gebeurt door een extern bureau (Dimarso) en is verspreid tussen 2014-2016. Tot nu zijn de resultaten bekend van 3 woonzorgcentra van de vzw Rusthuizen Zusters van Berlaar: wzc Sint Michaël te Essen, wzc Zonnewende te Kapellen en wzc Sint Margaretha te Holsbeek. Deze resultaten worden beschreven in een ander rapport.


De kwaliteit van zorg en veiligheid (1) en de kwaliteit van zorgverlening en zorgorganisaties (3) worden gemeten door de woonzorgcentra zelf (zelfregistratie). In dit rapport worden de resultaten weergegeven van onze VZW van januari 2012 tot juli 2015.

We vergelijken onze resultaten met de resultaten van alle woonzorgcentra in Vlaanderen. We geven ook enige toelichting bij de resultaten en geven aan welke acties we plannen om de kwaliteit van zorg en het medewerkerbeleid nog verder te verbeteren.

Een uitgebreid rapport van het Vlaams Agentschap is beschikbaar voor 2013 (deel 1), 2013 (deel 2), 2014 (deel 1). U kunt deze ook terugvinden op de website van onze huizen.

Opm. De resultaten met betrekking tot bewoners zijn exclusief kortverblijf, dagverzorgingscentra en serviceflats.


Alhoewel wij kwaliteitsvolle zorg hoog in het vaandel dragen, dient de interpretatie van de indicatoren toch met de nodige voorzichtigheid te gebeuren. Momenteel is er nog onvoldoende eenduidigheid van de indicatordefinities. Dit is wel nodig om valide en betrouwbaar te meten en onderling posities te kunnen vergelijken. De overheid zal de indicatordefinities in de toekomst nog verder verfijnen.
Vanaf 2016 starten we in alle woonzorgcentra van onze VZW met de implentatie van PREZO woonzorg, een integraal cliëntegericht kwaliteitssysteem voor zelfevaluatie, kwaliteitsverbetering en certificering in de woonzorg, ontwikkeld door Perspekt en Zorgnet Vlaanderen. Tijdens het eerste implementatiejaar 2016 zullen we via bestaande overlegstructuren (beleidsvergaderingen en kwaliteitscirkels) de prestaties evalueren die gelinkt zijn aan de indicatoren van het referentiekader. Dit zal ons helpen om onze resultaten van het referentiekader beter te interpreteren en hierop een gerichter actieplan uit te werken.

Inhoud


  1. Decubitus (A1 en A2))

  2. Gewicht (B1)

  3. Valincidenten (C1 en C2)

  4. Fysieke vrijheidsbeperkende maatregelen (D1 en D2)

  5. Medicijnincident (E)

  6. Vaccinatie tegen influenza (F)

  7. Aantal geneesmiddelen (G1 en G2)

  8. Overlijden in wzc (H)

  9. Plan zorg voor het levenseinde (I)

  10. Ziektemeldingen (V1 en V2)

  11. Personeelsverloop (W)

  12. Vorming (X1 en X2)

  13. Vrijwilligerswerk (Y)



Algemene afkortingen
VL = Vlaanderen

P30 = 30% woonzorgcentra scoren lager, 70% scoren hoger

P50 = 50% woonzorgcentra scoren lager, 50% scoren hoger

P70 = 70% woonzorgcentra scoren lager, 30% scoren hoger





  1. Decubitus (A1 en A2)



    1. Decubitus (A1)



  2. A1 = % bewoners met een decubituswonde categorie 2-4

  3. Registratiedag: 20 april

  4. Startjaar registratie: 2013







  5. Resultaat

  6. In de VZW is sinds 2013 het percentage bewoners met een decubituswonde graad 2-4 gedaald van 4,8% naar 2,6% (2014) naar 1,9% (2015). Dit is een daling van 60%. Waar het resultaat voor de VZW in 2013 nog behoorde tot de 30% hoogste scores van alle woonzorgcentra in Vlaanderen, behoorde het resultaat in 2014 tot het gemiddelde van Vlaanderen. De resultaten van Vlaanderen voor 2015 zijn nog niet bekend gemaakt.



  7. Voor WZC Heilige Familie is de registratie in 2013 niet correct verlopen. Van de 84 aanwezige bewoners op de registratiedag (22/04/2013) werden 8 bewoners geregistreerd.

  8. Na verdere studie van deze bewoners binnen de kwaliteitscirkel wondzorg en na een uitgebreide vorming rond decubituspreventie en decubitusverzorging kwamen wij tot volgende bevindingen:

  • 6 bewoners hadden geen decubituswonde maar een vochtletsel. Deze letsels hoorden niet thuis binnen deze registratie.

  • 2 bewoners hadden een decubituswonde, deze was ontstaan elders (in het ziekenhuis) in plaats van in het woonzorgcentrum.

  1. Hieruit konden we besluiten dat slechts 2 bewoners, 2,06 %, een decubituswonde van graad 2,3,4,of onbepaald hadden en dat 0 % van de decubituswonden in het woonzorgcentrum waren ontstaan.

  2. Uiteindelijk is het aantal bewoners met decubitus gedaald van 2,06 % (8,3%) naar 1,1 % in 2015. .

    1. Decubitus ontstaan in wzc (A2)



    2. A2 = % bewoners met een decubituswonde categorie 2-4 ontstaan in wzc

    3. Registratiedag: 20 april

    4. Startjaar registratie: 2013









    5. Resultaat

    6. In de VZW is sinds 2013 het percentage bewoners met een decubituswonde graad 2-4 ontstaan in het woonzorgcentrum gedaald van 3,2% naar 2,0% (2014) naar 1,1% (2015).

    7. In Vlaanderen zijn we voor de indicator A2 gedaald van P70 (2013) naar P60 (2014). De resultaten van Vlaanderen voor 2015 zijn nog niet bekend gemaakt.






    8. Deel met je vrienden:
  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina