Recht h4 – europese recht leerdoelen



Dovnload 43.47 Kb.
Datum24.09.2018
Grootte43.47 Kb.

RECHT H4 – EUROPESE RECHT
Leerdoelen

  • Week 1/2: Je kunt artikelen uit het primair Europees recht (=verdragen) opzoeken, de inhoud uitleggen en de juiste schrijfwijze reproduceren

  • Week 1/2: Je kunt de kernbegrippen van het Europees recht uit de voorgeschreven literatuur benoemen en uitleggen;

  • Week 3: Je kunt de rechtsregels m.b.t. de Interne markt (alle handel binnen Europa) toepassen op een complexe en omvangrijke casus, oplossingen voorstellen en argumenten aandragen voor de oplossing die jouw voorkeur heeft

  • Week 4:Je kunt de rechtsregels m.b.t. Mededinging (=onderlinge concurrentie) toepassen op een complexe en omvangrijke casus, oplossingen voorstellen en argumenten aandragen voor de oplossing die jouw voorkeur heeft;


Europees recht heeft een voorrangsregel. Is dus hoger dan Nederlands recht. Gaat in werking zonder Nederlandse overheidsinstelling.

Een ander verdrag dat ongeveer hetzelfde heeft is van de Verenigde Naties. Deze kunnen andere land oorlog verklaren, wel met lange procedure. Deze beslissing gaat boven elke wet van welk land dan ook. (Ook bij EU verdrag, maar dan bij EU landen alleen.)

WEEK 1
Er zijn twee relevante Verdragen: EU en EUWV:
EU verdrag: hoofdlijnen waar EU en lidstaten aan moet houden (PAGINA 5003) | Kernwaarden van Europese Unie- gelijkheid. Bijv. geen discriminatie, geen oorlog (wat streven wij).

EU Werkingsverdrag: EU werkingsverdrag. Nadere uitwerking (meer in detail) van EU verdrag. | Welke regels mag het EU maken enz. Wat mag EU beslissen en wat mag lidstaten beslissen.


  • vrij verkeer van goederen (Art. 28 en 29 EUW)

  • gelijkheid mannen en vrouwen (Art. 2 EUV)

  • de euro (Art. 136 EUW)

  • toetreding van een nieuwe lidstaat (Art. 49 EU)

  • Mededinging (Art. EUW)

  • Burgerschap (Art. 18 EUW)

  • horen de Antillen bij de EU? (Art. 52 EU)


Primaire recht EU verdrag en EU Werkingsverdrag + wijzigingsverdragen, Is er geen primaire recht dan is er ook geen secundaire recht want dan hebben ze geen bevoegdheden.

Primaire: wat kan en mag het EU, verdragen tussen de lidstaten (en gemaakt door)

Secundaire: Verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen: dus als je er gebruik van maakt is het resultaat secundaire recht.

 manier waarop EU regels maakt



Bevoegdheden

  • Attributiebeginsel: Alle lidstaten zeggen, wij geven de EU bevoegdheid om over de zaken in verdaging om beslissing erover te geven.

  • Subsidiariteit: Regelgeving moet zo dicht mogelijk bij de burger gemaakt worden. EU heeft invloed maar nationaal moet het ingevuld worden. Als er sprake is van gedeelde bevoegdheid dan is er de vraag wie mag eerst. Dan geldt het subsidiariteitsbeginsel. Als EU zeker weet dat lidstaten niet gaan doen dan mag EU het pas. Kun je vergelijken met primaire en secundaire van strafrecht. Primaire: moord, secundaire: doodslag. Primaire: lidstaten, secundaire: EU

  • Exclusieve bevoegdheid: Over gebieden waarop alleen de EU maatregelen kan nemen.

  • evenredigheidsbeginsel: als EU bevoegdheid krijgt en uitoefent dan mag ze niet meer doen als nodig is om de doelstelling die zijn opgenomen in het EU verdrag te realiseren. Dus continue verantwoording afleggen als lidstaten vinden dat ze te ver zijn gegaan. (dat de EU alleen beslissingen mag nemen over de onderwerpen die in het verdrag geregeld zijn. Basis voor een beslissing.)

  • Gedeelde bevoegdheid: de lidstaten hebben de bevoegdheid afgestaan, maar zeggen wij hebben hem ook nog. Wie mag hem dan uitoefenen?  EU moet zich ervan overtuigen dat de lidstaten de bevoegdheid niet zullen gebruiken (niet willen / kunnen). Als ze niet zeker weten dan kunnen ze vragen. En dan kan EU bevoegdheid zelf toepassen.


Rechtsbasisbeginsel: Europa mag niet zomaar doen wat ze willen. (VERSCHIL RECHTBEGINSEL EN RECHTBASIS)!

Art. 3-6 EUW

3: EU Exclusief

4: stukje EU geregeld en de rest door lidstaten zelf. Zoals consumentenbescherming, interne markt enz.

5: Geeft aan waar EU advies aan geeft, is niet bindend voor lidstaten

6: Uitleg op artikel 5, welke dingen enz.
Instrumenten: middelen om bevoegdheid te gebruiken.

Art. 288 EUW

1. Verordening: Verordeningen bevatten regels die direct gelden in alle lidstaten van de Europese Unie. Dit wordt 'rechtstreekse werking' genoemd. Verordeningen hebben daarmee een vergelijkbare status als nationale wetten in de lidstaten, maar in geval van strijdigheid gaat de verordening boven de nationale wet.

2. Richtlijn: bedoelt om te harmoniseren. Richtlijnen bevatten doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar hoe een lidstaat daar aan voldoet niet. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken. Daarbij kunnen ze rekening houden met de specifieke situatie in hun eigen land. (omzetten naar nationale regelgeving dus.)

3. Beschikking/Besluit: beschikking is voor bepaald geval, beperkte groep mensen. Is duidelijk voor wie, met naam. Niet aan alle lidstaten verplicht, maar specifiek voor 1 of meer lidstaat.

4. Aanbeveling/Adviezen: Sluiten aan bij Art 5 en 6 EUW. dit is gewoon advies, is niet bindend dus lidstaten hoeven er niks mee te doen.

WEEK 2

Instellingen

Vanaf Art. 13 EU: (staat ook opgesomd in wettenbundel, dus deze opsomming hieronder hoef je niet uit je hoofd te kennen!)


BELANGRIJK: Raad van Europese gemeenschap hoort bij de raad dus niet de Europese raad. Als Europees achter raad staat dan is het de raad.
Europees parlement:

Artikel 14 wet VEU, artikel 223 ev wet VWEU

Is hetzelfde als de tweede kamer in Nederland. Er zitten volksvertegenwoordigers in van elk land, dit is afhankelijk van het bevolkingsaandeel in de hele Unie. Wordt elke 5 jaar opnieuw gekozen. Deze vertegenwoordigers zijn niet onafhankelijk. Er worden fracties gevormd. Er wordt een voorzitter gekozen.

Taken:

  • Wetgevingsorgaan: uitoefenen wetgevingstaken en begrotingstaken, instemmen toetreden nieuwe lidstaat, commissie verzoeken wetgeving in te dienen, buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

  • Controle-instantie: enquêterecht, controleert werkzaamheden Europese Commissie, de Commissie tot aftreden dringen, controleert ECB, benoemd Europese ombudsman.

  • Budgethouder: samen met raad begroting opstellen.

  • Vertegenwoordigd de burgers


Europese raad:

Artikel 13 en 15 wet VEU, artikel 235-236 wet VWEU.

Bestaat uit staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, de voorzitter van de Europese raad en de voorzitter van de Commissie. Kiest een voorzitter voor 2,5 jaar. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid neemt deel aan de werkzaamheden van de Europese Raad. Ondersteund door het secretariaat van de Raad. Niet onafhankelijk.

Taken:

  • Bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten van de Unie.

  • De voorzitter zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie.

  • Vervult rol als mediator in diverse wetgevingsprocedures.

  • Rechtstreeks betrokken bij de gewone en vereenvoudigde herzieningsprocedure voor de verdragen.

  • Vertegenwoordigd lidstaten


De Raad:

Artikel 13 en 16 wet VEU, artikel 237-243 wet VWEU.

Bestaat uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat op ministerieel niveau. De vertegenwoordigers wisselen afhankelijk van het te bespreken onderwerp. De wetgevende macht ligt alleen bij het parlement en de Raad. Onafhankelijk.

Taken:

  • Heeft beslissingsbevoegdheid met betrekking tot het primaire Unierecht en tot het secundaire Unierecht en tot het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid.

  • Bevoegd om niet wetgevende taken aan de Commissie te delegeren.

  • Vertegenwoordigd De regering van lidstaten

De Europese Commissie:

Artikel 13 en 17 wet VEU, artikel 244-250 wet VWEU.

Een commissaris per lidstaat en moeten de nationaliteit bezitten. Minsten een onderdaan van elke lidstaat. Worden voor een periode van 5 jaar benoemd. Onafhankelijk en in algemeen belang.

Taken:

  • Motor van de Unie: geeft adviezen of aanbevelingen waar het Werkingsverdrag dit uitdrukkelijk voorschrijft of noodzakelijk acht.

  • Toezichthouder Unie: toezicht houden op werkingsverdrag.

  • Dagelijks bestuur van de Unie: verschillende beslissingsbevoegdheden, begroting van de Unie uitvoeren, gemachtigd om onderhandelingen over akkoorden te voeren, onderhoudt contacten met internationale organisaties.

  • Vertegenwoordigd de Europese Unie


Hof van Justitie van de Europese Unie:

Bestaat uit: het hof van justitie, het gerecht en gespecialiseerde rechtbanken. Rechters van het hof en het gerecht worden aangewezen en benoemd door de lidstaten in onderlinge overeenstemming voor 6 jaar. Onafhankelijk.

Hof van justitie: een rechter per lidstaat, gekwalificeerd of rechtsgeleerden, adviescomité spreekt zich uit over geschiktheid kandidaten.

Gerecht: een rechter per lidstaat, bekwaam rechtelijke ambten te bekleden, adviescomité spreekt zich uit over geschiktheid kandidaten.

Gerecht voor ambtenarenzaken: 7 rechters. Benoemd door de Raad, bekwaam rechtelijke ambten te bekleden.

Advocaten-generaal: 8 advocaten-generaal, gekwalificeerd of kundige rechtgeleerden.

Taken: verzekeren van de eerbieding van het recht bij de uitlegging en toepassing het EU-Verdrag en het Werkingsverdrag.
De rekenkamer:

Een per lidstaat. Personen die in hun eigen land tot vergelijkbaar externe controle-instanties behoren of geschikt zijn. Benoeming door de Raad na raadpleging EP. Onafhankelijk en in algemeen belang.

Taken: verricht de controle van de rekeningen van de Unie.
Europees stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank:

Zelfstandige en onafhankelijke positie ten opzichte van de Unie. ECB en nationale centrale banken hebben rechtspersoonlijkheid.



Taken: bepaalt het monetaire beleid van de Economische en Monetaire Unie in het kader van de door de lidstaten ingestelde eenheidsmunt, de euro.

  • Prijsstabiliteit

  • Aanhouden en beheren externe reserves van lidstaten.

  • Uitgifte bankbiljetten.

  • Bevorderen goede werking betalingsverkeer.

  • Adviesfunctie van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen in de lidstaten.

  • Raadgevende functie tegenover besluiten van de Unie en wetsvoorstellen in de lidstaten die onder de bevoegdheid vallen.

  • Vaststellen van vorderingen en beschikkingen betreffende de uitvoering van de taken van de ECB.


WEEK 3
Vier stadia van economische integratie

  1. Vrijhandelszone (geen belemmeringen onderling)

  2. Douane-unie: lidstaten geen concurrenten meer. Geen belasting. (+naar buiten een lijn, zelfde belemmeringen)

  3. Interne markt: 4 vrijheden (+op alle fronten buiten douane ook geen belemmeringen, zelfde diploma’s, personeel gelijk etc.)

  4. Economische en monetaire unie

  • Monetair: +1 munt

  • Economisch: gemeenschappelijke economisch beleid


4 vrijheden

  1. Vrijheid van personen Art. 45 + 49 EUWV

  2. Vrijheid van diensten Art. 28 EUWV

  3. Vrijheid van goederenvervoer Art. 56 EUWV

  4. Vrij verkeer van kapitaal Art. 63 EUWV








Oefencasus 1

Alcoholzaken.
In Frankrijk werd sterke drank gemaakt van graan zwaarder belast dan sterke drank gemaakt van druiven. Dit had als effect dat ingevoerde whiskey zwaarder werd belast dan nationale cognac.
Is de nationale, Franse, regel in strijd met Europees recht?
Variant: Nu verbiedt Frankrijk alle whiskey: ‘0’ whiskey is toegestaan in het hele land.
Oefencasus 2

Belgische margarine-verpakking.
In België bestaat de regel die voorschrijft dat margarine slechts in vierkante kuipjes verkocht mag worden. Hier worden bepaalde niet-Belgische producenten niet vrolijk van: hun verpakkingen zijn veelal rond.
Oefencasus 3

In Zweden is een wet die het verbiedt om te adverteren voor producten met alcohol. Hierdoor wordt het voor importeurs moeilijk om mensen te laten wennen aan nieuwe soorten drank.




Jurisprudentie:

  • Dassonville-case (bij uitzonderingen op art. 28-35 kun je art. 36 wet VWEU gebruiken en de jurisprudentie Cassis de Dijon -> een uitzondering mag als: rule reason (gezond verstand)) -> als de maatregel gerechtvaardigd en proportioneel is mag ze van kracht blijven.

  • Keck-case (gebruiken bij niet financiële belemmeringen en dan maatregel van gelijke werking -> art. 34 wet VWEU -> marketinggeralateerde eisen zijn wel toegestaan) Verkoopmodaliteiten

  • Cassis de Dijon: Du beweerd dat het noodzakelijk is om nationale regels te hebbe over alcoholpercentages terwijl hiervoor een EU-regelgeving is.


Oefencasus 1 = Kartel

Cementhandelaren

Een beroemde casus is de volgende: een aantal kleurstoffenfabrikanten verhoogden eenzijdig hun prijzen met min of meer dezelfde %. In de meeste gevallen gebeurde dit doordat een van de ondernemingen aankondigde zijn prijzen op datum x te verhogen, waarna concurrenten hetzelfde deden.



Antwoord:

  1. Onderneming: ja

  2. Economische activiteit: ja, verkopen van iets

  3. Overeenkomst/ Besluit van een ondernemersvereniging /Onderlinge afgestemde feitelijke gedraging: Onderlinge afgestemde feitelijke gedraging

  4. Horizontaal/verticaal: horizontaal, het zijn concurrenten

  5. Merkbare beperking: ja, aanname

  6. Invloed tussen handel op lidstaten: Niet veel informatie, case onduidelijke. Aanname: Ja omdat alle landen aan mee doen. In NL zijn er vast niet veel.


Als andere lidstaten hier geen last van hebben dan is het geen kartel.

  1. Conclusie: Aanname is ja dus is kartel. Als 6 ja is dan kartel, als nee is dan nee



Oefencasus 2 = Kartel

Bierbrouwers en caféhouders

Een andere beroemde casus is de volgende over bierleveringscontracten. Dit zijn contracten gesloten tussen brouwerijen en cafés waarbij die cafés alleen het bier van brouwer x mogen verkopen (exclusiviteitscontract). Je moet je voorstellen dat er hele grote hoeveelheden van dergelijke contracten bestaan…



Oefencasus 3 = Kartel

Het topmanagement van een Nederlandse en Belgische frisdrankfabrikant komt vaak samen in een café aan de Belgische grens om te praten over hun horeca-activiteiten. Ze bespreken allerlei zaken: afzetvolumes, investeringsplannen etc.


Wat vind je hier van?

Vervolg: stel: tijdens een van deze besprekingen komen ze tot de conclusive dat ze er beiden bij gebaat zijn een prijzenoorlog te mijden en elkaars marktpositie te respecteren. Verandert dit je standpunt?
Oefencasus 4 = Misbruik

Casus Gazprom

Antwoord:

Product – als je iets hebt wat op gas draait kan je niet iets anders gebruiken.

Marktaandeel: 50-100%  gazprom moet aantonen dat ze geen machtspositie hebben.

Uitsluiting of uitbuiting of beide of geen?  allebei



Conclusie: Ja sprake van misbruik

Extra casus

Spanje, toeristengids

In Spanje is het verboden zonder vergunning het beroep van ‘toeristengids’ uit te oefenen. Alleen Spaanse onderdanen kunnen een dergelijke vergunning krijgen. Het argument hiervoor is dat alleen Spaanse onderdanen de Spaanse cultuur goed kennen en aan toeristen kunnen uitleggen.


Is dit juridisch houdbaar?

Extra casus

Duitse leraar



De regering van de Duitse deelstaat Bayern weigert de Duitser, dhr. Moser, toe te laten tot het werk van leraar omdat hij lid is van de Duitse Communistische partij. Moser start een procedure en stelt dat de deelstaat in strijd handelt met het Europees recht.
Met welk Europees recht?
Is zijn argument sterk?



Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina