Probleemstelling



Dovnload 0.89 Mb.
Pagina5/8
Datum20.05.2018
Grootte0.89 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

H
Om het AOW-stelsel voor de toekomst te garanderen wil 37 procent van de ondervraagden meer uren per week werken, 43 procent wil langer doorwerken tot het pensioen en 21 procent wil zelf een lagere AOW-uitkering ontvangen.

oe moet het AOW-stelsel voor de toekomst gegarandeerd worden?




37%

21%

43%

Iets minder dan de helft van de ondervraagden heeft een eigen woning. Van de mensen die een eigen woning bezitten en voor hun 65e willen stoppen met werken vindt 53 procent dat het AOW-stelsel gegarandeerd moet worden door meer uren per week te werken, vindt 27 procent dat iedereen langer door moet werken en vindt 20 procent dat ze zelf een lagere AOW-uitkering moeten ontvangen.

H
Ongeveer 38 procent van de ondervraagden geeft aan tot 65-jarige leeftijd te willen werken, ongeveer 37 procent wil voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd stoppen met werken en 25 procent wil na 65-jarige leeftijd doorwerken.

oelang doorwerken?



37%

25%

38%


Van de mensen die langer dan hun 65e door wil werken heeft 76 procent geen eigen woning. Van de mensen die tot hun 65e willen werken heeft ongeveer 58 procent geen eigen woning. Van de mensen die voor hun 65e willen stoppen met werken heeft 40 procent geen eigen woning. Mensen willen dus minder lang doorwerken als ze een eigen woning hebben en langer doorwerken als ze geen eigen woning hebben. Er bestaat dus een duidelijk negatief verband tussen het vermogen van mensen en de doorwerktijd.

Van de ondervraagden denkt 51 procent zijn beroep na z’n 65e nog uit te kunnen oefenen. Van deze mensen die hun beroep na hun 65e nog uit kunnen oefenen heeft 63 procent geen lichamelijk zwaar beroep, heeft zes procent wel een lichamelijk zwaar beroep, zit 26 procent zit nog op school en werkt zes procent niet.

22 procent van de ondervraagden denkt zijn beroep niet meer uit te kunnen oefenen na het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Van deze mensen die hun beroep na hun 65e niet meer uit kunnen oefenen geeft 87 procent aan een lichamelijk zwaar beroep te hebben.

Er bestaat dus een duidelijk positief verband tussen het niet meer kunnen uitoefenen van een beroep en de lichamelijke belasting van dat beroep.


Van de mensen die een lichamelijk zwaar beroep uit oefenen zegt 80 procent dat hen onrecht aangedaan wordt als zij na hun 65e door moeten blijven werken. Van de mensen die geen lichamelijk zwaar beroep uitoefenen zegt 45 procent dat hen onrecht aangedaan wordt als na hun 65e moeten blijven werken. Van de mensen die niet werken zegt 36 procent dat hen onrecht aangedaan wordt als zij na hun 65e moeten werken. Er bestaat dus een positief verband tussen de lichamelijke zwaarte van een beroep en het onrecht dat mensen zich aangedaan voelen als zij na hun 65e door moeten werken.
Welke activiteiten willen mensen nog uitoefenen na hun 65e?

In bovenstaande tabel is te zien dat heel weinig mensen na hun 65e nog fulltime willen werken. De meeste mensen willen echter nog wel reizen en uitstapjes maken na hun 65e.


Verschillen tussen mannen en vrouwen




Voor 65e stoppen

Tot 65e doorwerken

Na 65e doorwerken

Mannen met lichamelijk zwaar beroep

50%

50%

0%

Vrouwen met lichamelijk zwaar beroep

100%

0%

0%

Mannen zonder lichamelijk zwaar beroep

40%

35%

25%

Vrouwen zonder lichamelijk zwaar beroep

31%

38%

31%

Van de mannen die werken oefent 23 procent een lichamelijk zwaar beroep uit. Van deze groep wil 50 procent voor zijn 65e stoppen met werken en 50 procent tot zijn 65e doorwerken. Van de vrouwen die werken oefent 24 procent een lichamelijk zwaar beroep uit. Van deze groep wil iedereen voor zijn 65e stoppen met werken.

Van de mannen en vrouwen die werken en geen lichamelijk zwaar beroep uitoefen willen de vrouwen naar verhouding langer doorwerken dan de mannen.
Verschil tussen de 2 groepen

Voor het onderzoek is onderscheid gemaakt in twee groepen. Groep 1 bestaat uit de mensen aan wie van tevoren verteld werd dat 25 procent van de Nederlandse bevolking over 30 jaar 65 jaar of ouder is. Groep 2 bestaat uit de mensen die zelf in moesten schatten hoeveel procent van de Nederlandse bevolking over 30 jaar 65 jaar of ouder is. Deze groep schatte dat in op gemiddeld 42 procent, met een standaarddeviatie van 14 procent. Deze inschatting is veel te hoog, het grootste deel van de ondervraagden uit groep 2 ging er bij het invullen van de vragen van de enquête dus vanuit dat de vergrijzing een groter probleem zal worden dan in de werkelijkheid. De antwoorden van de respondenten uit de twee verschillende groepen worden met elkaar vergeleken.


Uittredingsleeftijd

In de bovenstaande grafiek is te zien hoeveel procent van elk van de groepen op welke leeftijd wil stoppen met werken. Die uittredingsleeftijd loopt van links naar rechts op tot na 65-jarige leeftijd. Opmerkelijk is dat de categorieën “Tot m’n 65e” en “Na m’n 65e doorwerken” bij groep 2 minder vaak voorkomt en “Voor m’n 65e” bij groep 1 vaker voor komt. De mensen uit groep 2 (met een hogere inschatting van het aantal 65-plussers) willen dus minder lang doorwerken dan de mensen uit groep 1.



Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina